Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-10-24
ECLI:NL:RBOVE:2023:4377
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,690 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 10401448 \ CV EXPL 23-1028
Vonnis van 24 oktober 2023
in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E.A.L. van Emden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 mei 2023;- de producties van [eiseres] ;
- de productie van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling op 20 september 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [gedaagde] heeft ter zitting gebruik gemaakt van een spreeknotitie.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2Inleiding
2.1.
[eiseres] vordert in deze procedure een bedrag van € 25.000,- aan immateriële schadevergoeding van [gedaagde] op grond van onrechtmatige daad. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] het onmogelijk gemaakt om afscheid te nemen van het lichaam van haar vader, door opdracht te geven de kist van vader te sluiten. [gedaagde] betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Gezien de trieste, vermagerde, staat van het lichaam is in gezamenlijk overleg met de oudste zus, zwager en functionaris van het uitvaartcentrum besloten de kist te sluiten. Dat [eiseres] de wens had afscheid te nemen van het lichaam van vader heeft zij niet tijdig kenbaar gemaakt. Dat zij die behoefte had, heeft zij pas na de crematie kenbaar gemaakt.
2.2.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af. De beslissing om de kist te sluiten kan niet als onrechtmatige daad worden gekwalificeerd, zodat de vordering reeds om die reden moet worden afgewezen.
Feiten
3.1.
[eiseres] en [gedaagde] zijn zussen. Het gezin bestond uit vader, moeder en drie dochters. Moeder is in [overlijdensdatum 2] overleden. Vader is op [overlijdensdatum 1] overleden.
3.2.
Op vrijdag [overlijdensdatum 1] om 17:13 uur ontvangt [eiseres] een e-mailbericht van [naam 1] , de echtgenoot van de oudste zus van [eiseres] en [gedaagde] , waarin het volgende is opgenomen:
“Goedemorgen rond negen uur stierf [naam 2] . Kaart volgt. Uitvaart Donderdag a.s. in [plaats] .
Verzoek van [naam 3] is om geen contact op te nemen voor de uitvaart.”
3.3.
[eiseres] heeft voormeld e-mailbericht op 15 augustus 2022 rond het middaguur gelezen.
3.4.
Vader is op 18 augustus 2022 gecremeerd.
Geschil
4.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 13 maart 2023 tot aan de dag van volledige betaling. Ook vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.
4.2.
Aan haar vordering legt [eiseres] het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft een onrechtmatige daad jegens [eiseres] gepleegd, door de kist kort na het overlijden van haar vader te laten sluiten. Het is [eiseres] daarmee onmogelijk gemaakt om afscheid van het lichaam van haar vader te nemen. Het voorgaande kwalificeert als een onrechtmatige daad en heeft aan de zijde van [eiseres] geleid tot langdurige ernstige psychische en fysieke schade. [eiseres] vordert daarom een bedrag van € 25.000,- aan immateriële schadevergoeding.
4.3.
[gedaagde] voert verweer tegen de vordering van [eiseres] . Het was [gedaagde] in de periode voorafgaand aan en vanaf het overlijden van vader op [overlijdensdatum 1] tot aan de crematie op 18 augustus 2022 niet bekend dat [eiseres] de wens had afscheid te nemen van het lichaam van haar vader. Dit is haar eerst na de crematie kenbaar gemaakt. Bovendien heeft [gedaagde] niet alleen deze beslissing genomen, maar is dit gezamenlijk besloten. Gezien de trieste, zeer vermagerde, staat van het lichaam en de handelingen die naar de mening van [naam 4] , functionaris van het uitvaartcentrum, verricht zouden moeten worden om het lichaam te kunnen openbaren, was een open kist onwenselijk. Onder die omstandigheden kan van een onrechtmatige daad geen sprake zijn, aldus [gedaagde] .
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
5.1.
Deze procedure draait om het antwoord op de vraag of [gedaagde] een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens [eiseres] , door de kist kort na het overlijden van haar vader te laten sluiten.
5.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. De wet onderscheidt in artikel 6:162 BW een drietal handelingen die een onrechtmatige daad kunnen opleveren; te weten: 1) een inbreuk op een recht; 2) een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht; of 3) een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
5.3.
Dictum
Tevens is van belang dat [eiseres] heeft erkend dat zij in de periode voorafgaand aan de crematie op 18 augustus 2022 haar wens om afscheid te nemen van het lichaam van haar vader, niet kenbaar heeft gemaakt. De mogelijkheid om de kist in de periode na het overlijden en voor de uitvaart voor haar nog te openen, is daardoor voorbij gegaan. Ook onder die omstandigheden kan het niet afscheid nemen van het lichaam van vader, [gedaagde] niet worden verweten. Nu van een onrechtmatige daad van [gedaagde] jegens [eiseres] geen sprake is, is [gedaagde] ook niet gehouden tot het betalen van schadevergoeding. De vordering van [eiseres] zal daarom worden afgwezen.
5.4.
De kantonrechter ziet, nu partijen zussen zijn, op grond van artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aanleiding de kosten van deze procedure tussen partijen te compenseren.
Dictum
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en en door mr. A.M.S. Kuipers, in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023. (TD)