Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-08-17
ECLI:NL:RBOVE:2023:3400
Civiel recht
Eerste aanleg - meervoudig
814 tokens
Dictum
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/300683 / KG RK 23-318
Dictum
in de zaak van
drs. [verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.
Procesverloop
1.1.
Op 3 augustus 2023 heeft in de zaak tussen [verzoeker] en het college van beroep van de Rijksuniversiteit Groningen onder zaaknummer ZWO 22/2260 een mondelinge behandeling plaatsgevonden bij van mr. J.H.M. Hesseling, rechter in deze rechtbank en belast met de behandeling van de zaak.
1.2.
Bij gelegenheid van die behandeling heeft [verzoeker] een mondeling verzoek tot wraking gedaan van mr. Hesseling, zoals blijkt uit het proces-verbaal van het wrakingsverzoek van 3 augustus 2023.
1.3.
Bij op 4 augustus 2023 binnengekomen e-mailbericht heeft [verzoeker] zijn beroep in de zaak onder nummer ZWO 22/2260 ingetrokken.
1.4.
Bij op 8 augustus 2023 binnengekomen e-mailbericht heeft [verzoeker] meegedeeld zijn wrakingsverzoek te handhaven.
Beoordeling
2.1.
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de rechter die een zaak behandelt - op verzoek van een partij – kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
Ten behoeve van de behandeling van een verzoek tot wraking is het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel opgesteld. Dit protocol is voor iedereen te raadplegen, bijvoorbeeld op de website van rechtspraak.nl.
2.3.
In dit protocol is in artikel 5 lid 2 onder a bepaald:
De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren: (…) a. indien het verzoek kennelijk ongegrond is; (…)
2.4.
[verzoeker] heeft het door hem ingestelde beroep in de zaak ZWO 22/2260 ingetrokken. Daarmee is de zaak, waarin het verzoek tot wraking is gedaan, geëindigd en kan van een vervanging van de rechter geen sprake meer zijn. Er is niet langer sprake van “een rechter die de zaak behandelt” in de zin van artikel 8:15 Awb. Nu niet aan dit formele vereiste voor wraking is voldaan, zal [verzoeker] in zijn verzoek niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Om die reden komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe.
Dictum
De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks en R.F. van Aalst in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 17 augustus 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.