Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-05-23
ECLI:NL:RBOVE:2023:2114
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,108 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
zaaknummer / rolnummer: 10122519 CV EXPL 22-3567
Vonnis van 23 mei 2023
in de zaak van
de stichting
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats],
eiseres, hierna te noemen [eiseres],
gemachtigde GGN Mastering Credit B.V. te Almelo,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 18 april 2023;
de akte uitlating, tevens akte vermindering van eis, van de zijde van [eiseres];
de antwoordakte van de zijde van [gedaagde].
Vervolgens is vonnis gevraagd.
Beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis van 18 april 2023 is overwogen:
2.4.
Volgens [gedaagde] heeft hij met [eiseres] afgesproken dat als hij binnen zes weken € 3.800,- zou betalen, geen sprake meer zou zijn van ontbinding en ontruiming. Hij heeft naar eigen zeggen € 1.260,- aan [eiseres] en
€ 2.630,30 aan aflossing aan de deurwaarder betaald. De lopende huur wordt ook betaald. Hij vindt het daarom onterecht dat [eiseres] nu toch wil dat hij het gehuurde ontruimt.
2.5. (…)
De kantonrechter zal daarom de zaak naar de rol van 2 mei 2023 verwijzen en [gedaagde] opdragen om de betalingsbewijzen te overleggen en
[eiseres] in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de gestelde betalingen.
2.2.
[eiseres] heeft in haar akte uitlating, tevens vermindering van eis geschreven dat:
- de huur voor de maanden januari tot en met mei 2023 is betaald aan [eiseres];
- aan GGN verdeeld over februari, maart en april 2023 € 3.155,00 is betaald; dit bedrag strekt in mindering op de vordering.
2.3.
Volgens [gedaagde] was [eiseres] na de mondelinge behandeling voor hem niet meer bereikbaar. Hij werd naar GGN verwezen, maar die verwees weer terug naar [eiseres]. Bij de mondelinge behandeling op 9 januari 2023 was mevrouw [naam] namens [eiseres] aanwezig. [gedaagde] heeft meerdere terugbelverzoeken voor haar achtergelaten, maar niets meer vernomen. [gedaagde] is nagekomen wat hij tijdens de zitting heeft beloofd, namelijk om in korte tijd veel betalen. Het is hem nu niet duidelijk wat [eiseres] nog vordert, maar gezien de betaalde bedragen kan het niet veel zijn. Daarom stoort het hem dat de vordering tot ontbinding en ontruiming wordt gehandhaafd.
2.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op de zitting van 9 januari 2023 is tussen partijen in geschil wat precies de omvang van de huurachterstand van [gedaagde] is. Hij erkent dat er een flinke huurachterstand is ontstaan. [gedaagde] wil, mede vanwege zijn gezin, de woning heel graag behouden en doet tijdens de zitting concrete toezeggingen om de vordering binnen zes weken te voldoen. Partijen gaan een afspraak maken om samen het overzicht van betalingen te controleren. De gemachtigde van [eiseres] verklaart dat zij [gedaagde] nog een kans wil geven.
2.5.
Na het overleg van partijen op 16 januari 2023 wordt de omvang van de vordering niet langer betwist. Zowel voor de hoofdsom als de incassokosten en de wettelijke rente kan worden uitgegaan van de juistheid van de bedragen zoals vermeld in de dagvaarding. Bij dagvaarding heeft [eiseres] betaling gevorderd van € 3.161,10: de huurachterstand tot en met september 2022 plus incassokosten en rente. De lopende huur na september 2022 is betaald, zodat de vordering in hoofdsom niet verder is opgelopen. [eiseres] heeft de vordering bij akte van 2 mei 2023 verminderd met € 3.155,00, zodat nog € 6,10 openstaat. Dit bedrag is toewijsbaar en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling ervan.
2.6.
De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zullen worden afgewezen. Ter zitting is van de zijde van [eiseres] verklaard dat [gedaagde] bij volledige betaling nog een kans zou krijgen. Dit kan naar het oordeel van de kantonrechter niet anders worden uitgelegd dan als een toezegging dat bij volledige aflossing van de achterstand de vorderingen tot ontbinding en ontruiming niet langer zouden worden gehandhaafd. Nu [gedaagde] zich heeft gehouden aan zijn toezegging te betalen, moet ook [eiseres] zich houden aan haar toezegging. Dat er nog € 6,10 openstaat, maakt dat niet anders, zeker nu [gedaagde] naar eigen zeggen na de betaling tevergeefs heeft geprobeerd contact te krijgen over de vraag wat er nog openstond. De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zullen dus worden afgewezen.
2.7.
[eiseres] heeft [gedaagde] wel terecht gedagvaard in verband met de huurachterstand. Pas na dagvaarding is [gedaagde] in beweging gekomen en heeft hij de vordering voldaan. Daarom zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] bepaald op € 127,43 voor explootkosten, € 487,00 aan griffie-recht en € 436,00 voor salaris gemachtigde, alles bij elkaar € 1.050,43.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 6,10, te vermeer-deren met de wettelijke rente vanaf 19 september 2022 tot de dag der algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.050,43;
3.3.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2023.
type:
coll:
Inleiding
vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
zaaknummer / rolnummer: 10122519 CV EXPL 22-3567
Vonnis van 23 mei 2023
in de zaak van
de stichting
[eiseres]
,
gevestigd te [vestigingsplaats],
eiseres, hierna te noemen [eiseres],
gemachtigde GGN Mastering Credit B.V. te Almelo,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 18 april 2023;
de akte uitlating, tevens akte vermindering van eis, van de zijde van [eiseres];
de antwoordakte van de zijde van [gedaagde].
Vervolgens is vonnis gevraagd.
Beoordeling
2.1.
In het tussenvonnis van 18 april 2023 is overwogen:
2.4.
Volgens [gedaagde] heeft hij met [eiseres] afgesproken dat als hij binnen zes weken € 3.800,- zou betalen, geen sprake meer zou zijn van ontbinding en ontruiming. Hij heeft naar eigen zeggen € 1.260,- aan [eiseres] en
€ 2.630,30 aan aflossing aan de deurwaarder betaald. De lopende huur wordt ook betaald. Hij vindt het daarom onterecht dat [eiseres] nu toch wil dat hij het gehuurde ontruimt.
2.5. (…)
De kantonrechter zal daarom de zaak naar de rol van 2 mei 2023 verwijzen en [gedaagde] opdragen om de betalingsbewijzen te overleggen en
[eiseres] in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de gestelde betalingen.
2.2.
[eiseres] heeft in haar akte uitlating, tevens vermindering van eis geschreven dat:
- de huur voor de maanden januari tot en met mei 2023 is betaald aan [eiseres];
- aan GGN verdeeld over februari, maart en april 2023 € 3.155,00 is betaald; dit bedrag strekt in mindering op de vordering.
2.3.
Volgens [gedaagde] was [eiseres] na de mondelinge behandeling voor hem niet meer bereikbaar. Hij werd naar GGN verwezen, maar die verwees weer terug naar [eiseres]. Bij de mondelinge behandeling op 9 januari 2023 was mevrouw [naam] namens [eiseres] aanwezig. [gedaagde] heeft meerdere terugbelverzoeken voor haar achtergelaten, maar niets meer vernomen. [gedaagde] is nagekomen wat hij tijdens de zitting heeft beloofd, namelijk om in korte tijd veel betalen. Het is hem nu niet duidelijk wat [eiseres] nog vordert, maar gezien de betaalde bedragen kan het niet veel zijn. Daarom stoort het hem dat de vordering tot ontbinding en ontruiming wordt gehandhaafd.
2.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op de zitting van 9 januari 2023 is tussen partijen in geschil wat precies de omvang van de huurachterstand van [gedaagde] is. Hij erkent dat er een flinke huurachterstand is ontstaan. [gedaagde] wil, mede vanwege zijn gezin, de woning heel graag behouden en doet tijdens de zitting concrete toezeggingen om de vordering binnen zes weken te voldoen. Partijen gaan een afspraak maken om samen het overzicht van betalingen te controleren. De gemachtigde van [eiseres] verklaart dat zij [gedaagde] nog een kans wil geven.
2.5.
Na het overleg van partijen op 16 januari 2023 wordt de omvang van de vordering niet langer betwist. Zowel voor de hoofdsom als de incassokosten en de wettelijke rente kan worden uitgegaan van de juistheid van de bedragen zoals vermeld in de dagvaarding. Bij dagvaarding heeft [eiseres] betaling gevorderd van € 3.161,10: de huurachterstand tot en met september 2022 plus incassokosten en rente. De lopende huur na september 2022 is betaald, zodat de vordering in hoofdsom niet verder is opgelopen. [eiseres] heeft de vordering bij akte van 2 mei 2023 verminderd met € 3.155,00, zodat nog € 6,10 openstaat. Dit bedrag is toewijsbaar en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling ervan.
2.6.
De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zullen worden afgewezen. Ter zitting is van de zijde van [eiseres] verklaard dat [gedaagde] bij volledige betaling nog een kans zou krijgen. Dit kan naar het oordeel van de kantonrechter niet anders worden uitgelegd dan als een toezegging dat bij volledige aflossing van de achterstand de vorderingen tot ontbinding en ontruiming niet langer zouden worden gehandhaafd. Nu [gedaagde] zich heeft gehouden aan zijn toezegging te betalen, moet ook [eiseres] zich houden aan haar toezegging. Dat er nog € 6,10 openstaat, maakt dat niet anders, zeker nu [gedaagde] naar eigen zeggen na de betaling tevergeefs heeft geprobeerd contact te krijgen over de vraag wat er nog openstond. De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zullen dus worden afgewezen.
2.7.
[eiseres] heeft [gedaagde] wel terecht gedagvaard in verband met de huurachterstand. Pas na dagvaarding is [gedaagde] in beweging gekomen en heeft hij de vordering voldaan. Daarom zal [gedaagde] worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] bepaald op € 127,43 voor explootkosten, € 487,00 aan griffie-recht en € 436,00 voor salaris gemachtigde, alles bij elkaar € 1.050,43.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 6,10, te vermeer-deren met de wettelijke rente vanaf 19 september 2022 tot de dag der algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.050,43;
3.3.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2023.
type:
coll: