Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2022-08-05
ECLI:NL:RBOVE:2022:2292
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 21/1340 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, gemachtigde: [gemachtigde], en Menzis Zorgkantoor, verweerder, gemachtigde: mr. R.P. Scherer. Inleiding In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering om hem een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) toe te kennen. Bij besluit van 4 maart 2021 heeft verweerder de aanvraag voor een pgb op grond van de Wlz geweigerd. Met het bestreden besluit van 17 juni 2021 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven. De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en [naam], zijnde de ouders van eiser, alsmede de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden heeft geweigerd om eiser een pgb toe te kennen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die namens eiser zijn aangevoerd, de beroepsgronden. 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Wat aan de besluitvorming vooraf is gegaan 3.1 Eiser, geboren op [geboortedatum] 1980, ondervindt problemen bij zelfstandig leven. Eiser heeft zowel een lichamelijke als een verstandelijke beperking en is gediagnosticeerd met autisme. In verband hiermee is eiser geïndiceerd voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wlz. Eiser heeft de zorgindicatie VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging (VG05). 3.2 Op 13 januari 2021 heeft een ‘bewuste keuze-gesprek’ plaatsgevonden tussen de gemachtigde van eiser en een medewerker van verweerder. 3.3 Op 18 februari 2021 zijn namens eiser enkele documenten naar verweerder gestuurd. Dit betreft een verklaring gewaarborgde hulp, een budgetplan 2020, een aanvraagformulier pgb, een CZ-omzettingsformulier en een uittreksel uit het curatele- en bewindregister. Op het aanvraagformulier pgb is aangegeven dat eiser een pgb aanvraagt met ingang van 28 december 2019. 3.4 Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals beschreven onder Inleiding. Standpunten van partijen 4.1 Verweerder stelt zich op het standpunt dat er onduidelijkheden zitten in de aangeleverde stukken die de aanvraag pgb Wlz onderbouwen. Die onduidelijkheden zijn dusdanig dat niet kan worden vastgesteld dat aan de eisen voor het toekennen van een pgb wordt voldaan en met name of er kwalitatief verantwoorde en ook doelmatige zorg wordt ingekocht. Daarom moet de namens eiser ingediende aanvraag voor een pgb worden geweigerd. 4.2 De gemachtigde van eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de aanvraag anders had moeten beoordelen, dat voldoende informatie is verschaft om tot toekenning van het pgb over te gaan en dat het bestreden besluit onzorgvuldig is. Met een pgb kan de juiste zorg voor eiser worden gewaarborgd. Overwegingen Ontvankelijkheid 5.1 Namens eiser is met het op 28 juli 2021 ingediende beroepschrift tijdig beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank bevat dit beroepschrift een summiere motivering van het beroep, waarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Dat eiser vervolgens - op zijn verzoek - in de gelegenheid is gesteld om het beroep aan te vullen, maakt dit niet anders. Er is geen reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Beoordelingskader 5.2 Namens eiser is verzocht om een pgb op grond van de Wlz. De hoogste bestuursrechter die geschillen op dit terrein beoordeelt, de Centrale Raad van Beroep (CRvB), heeft in een richtinggevende uitspraak van 16 februari 2022 enige aandachtspunten van het Wlz-pgb-stelsel en de uit dit stelstel voortvloeiende gevolgen voor de uitvoeringspraktijk en besluitvorming uiteengezet. In deze uits Zorg 5.6 Volgens verweerder volgt uit de namens eiser ingediende aanvraag niet duidelijk of er kwalitatief verantwoorde en doelmatige zorg wordt ingekocht. Onder meer is eiser tegengeworpen dat het budgetplan niet is ingevuld. Namens eiser is in beroep naar voren gebracht dat nog niet duidelijk was hoe de zorg vorm gegeven zou gaan worden en dat het budgetplan daarom niet verder ingevuld kon worden. In het formulier voor het budgetplan wordt er ook van uit gegaan dat niet alles al meteen duidelijk is doordat op verschillende plekken staat: ‘wanneer u dit al weet’. Tijdens de zitting van de rechtbank heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat de ouders nog niet weten waar eiser naar toe zal gaan of welke zorg hij gaat ontvangen. Er zijn wel ideeën over de in te richten zorg, maar het heeft nog tijd nodig om die ideeën uit te werken. De rechtbank overweegt dat alleen een pgb wordt verleend als aan de voorwaarden wordt voldaan. Onder meer moet de verzekerde hierbij duidelijk maken dat de in te kopen zorg verantwoord en van goede kwaliteit is en in het budgetplan moet de verzekerde te kennen geven hoe hij van plan is het pgb te besteden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat met hetgeen in de aanvraag en in het budgetplan is vermeld niet te bepalen is of met het pgb op doelmatige wijze zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit. In het budgetplan is geen enkele zorgverlener vermeld bij wie zorg ingekocht gaat worden. Ook zijn geen bedragen vermeld die per zorgverlener besteed gaan worden. Hiermee is niet inzichtelijk gemaakt hoe eiser van plan is het pgb te besteden. Er is niet duidelijk gemaakt wanneer, welke zorg, door wie en tegen welk tarief verleend zal gaan worden. Op grond hiervan heeft verweerder terecht de pgb-aanvraag afgewezen onder verwijzing naar artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wlz. Dat in het budgetplan op sommige plaatsen ‘wanneer u dit al weet’ is vermeld, maakt dit niet anders. Het ligt op de weg van de aanvrager om voldoende duidelijk te maken dat de in te kopen zorg verantwoord en van goede kwaliteit is en hoe hij van plan is het pgb te besteden. Door alleen maar in te vullen dat nog niet bekend is bij welke zorgverlener zorg gaat worden ingekocht en welke bedrag per zorgverlener besteed gaat worden, is hieraan niet voldaan. Overigens is ook tijdens de bezwaarprocedure en ter zitting van de rechtbank nog steeds niet duidelijk geworden hoe de zorg voor eiser ingericht zal gaan worden. Dat met een pgb de juiste zorg voor eiser kan worden gewaarborgd, zoals namens eiser naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de rechtbank daarmee niet aannemelijk geworden. Nu niet voldaan is aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of een toekenning van pgb hier met terugwerkende kracht met ingang van 28 december 2019 aan de orde kan zijn. Belangenafweging 5.7 Namens eiser is betoogd dat het bestreden besluit onzorgvuldig is omdat de belangen van eiser onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank overweegt in dit kader dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet voldaan is aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wlz. In verband daarmee heeft verweerder terecht de aanvraag pgb geweigerd. De rechtbank heeft respect voor de wijze waarop de ouders van eiser zich inspannen om de in hun ogen juiste zorg aan eiser te (laten) bieden. Er is echter geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder duidelijke wettelijke bepalingen, bedoeld om vóóraf te controleren of aan de voorwaarden voor een pgb is voldaan om áchteraf problemen en eventuele terugvorderingen te voorkomen, buiten toepassing heeft moeten laten met het oog op de belangen van eiser. Deze beroepsgrond slaagt niet. Ten overvloede 5.8 De rechtbank overweegt ten overvloede dat inmiddels een nieuwe curator voor eiser is benoemd. Ter zitting van