Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-02-03
ECLI:NL:RBOBR:2026:697
vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Team strafrecht Parketnummer: 82.294703.22 Datum uitspraak: 3 februari 2026. Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1971] , wonende te [adres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 januari 2026, 7 januari 2026 en 27 januari 2026 (sluiting). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. 1 De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 juni 2024. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis is de tekst van de tenlastelegging hieronder samengevat. De gehele tekst is opgenomen in Bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd. Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij: Ten aanzien van feit 1 (primair): feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk opmaken van valse geschriften door [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ); Ten aanzien van feit 1 (subsidiair): zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk opmaken van valse geschriften; Ten aanzien van feit 2 (primair): feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk vervalsen van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] door de in feit 1 bedoelde valse geschriften door [bedrijf 1] op te laten nemen in die bedrijfsadministratie; Ten aanzien van feit 2 (subsidiair): zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervalsen van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] door de in feit 1 bedoelde valse geschriften op te laten nemen in die bedrijfsadministratie; Ten aanzien van feit 3 (primair): feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk gebruik maken van het valse geschriften door [bedrijf 1] ; Ten aanzien van feit 3 (subsidiair): zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van het valse geschriften. 2 De formele voorvragen. 2.1. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van feit 3. 2.1.1. Het verweer van de verdediging. De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van 5 januari 2026 de rechtbank verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren ten aanzien van de vervolging van hetgeen onder feit 3, onderdelen a) en b) ten laste is gelegd. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de uitsluitingsgronden van artikel 69 lid 4 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) en artikel 10:5 zesde lid van de Algemene Douanewet ten aanzien van deze specifieke stukken van toepassing is. Die zogeheten e-AD’s en CMR’s hebben geen ander doel gehad dan om de Douane en de Belastingdienst te misleiden. 2.1.2. Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie heeft zich ten aanzien van dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.1.3. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank overweegt dat e-AD’s en CMR’s documenten zijn die zeer specifieke informatie bevatten. De documenten hebben namelijk uitsluitend het doel om de Europese douane-instanties te informeren over vervoersbewegingen van accijnsgoederen binnen de Europese Unie. De rechtbank ziet, mede gelet op hetgeen hierna onder 3.3.2. wordt overwogen, geen ander doel dat [bedrijf 1] redelijkerwijs kon hebben om valse e-AD’s en CMR’s voorhanden te hebben dan het (eventueel als medepleger) misleiden van (Europese) Douane-instanties en eventueel, bij controles, de Belastingdienst. Dergelijk handelen is strafbaar gesteld in artikel 10:5 lid 1 sub b van de Algemene Douanewet waar het de Douane betreft, en artikel 69 lid 1 van de AWR waar het de Belastingdienst betreft. In de situatie dat een verdachte kan worden vervolgd voor deze feiten en voor het commune strafbare feit van het voorhanden hebben van valse documenten (225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) is vervolging voor het commune strafbare feit uitgeslote De accijns hoeven pas te worden betaald in de lidstaat waar de accijnsgoederen uiteindelijk in de (commerciële) markt terecht komen en worden verbruikt. Om de transportbewegingen van accijnsgoederen te kunnen volgen en te kunnen controleren ontwikkelde de Europese Unie het Excise Movement and Control System (hierna: EMCS). In de loop van 2019 is [bedrijf 1] , onder meer op basis van ontvangen risico-informatie uit Denemarken, in beeld gekomen bij de Nederlandse douane. De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) heeft dit onderzoek overgenomen. Op basis van het onderzoek van de FIOD is het Openbaar Ministerie overgegaan tot vervolging ten aanzien van valsheid in geschrift. De stukken die vals zouden zijn opgemaakt bestaan, aldus de tenlastelegging, uit a) elektronisch administratieve documenten (hierna: e-AD’s), b) vrachtbrieven (hierna: CMR’s) en c) facturen. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis zal de rechtbank de achtergrond van e-AD’s en CMR’s nader duiden. Een e-AD is een document dat op grond van Nederlandse wetgeving en/of op grond van wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Unie moet worden opgemaakt ten behoeve van het onder een accijnsschorsingsregeling overbrengen van accijnsgoederen. Het e-AD heeft door middel van de gelogde handelingen in EMCS voortdurend een actuele status. Op deze manier kunnen de Europese Douane-instanties zien of accijnsgoederen binnen de EU zijn vervoerd, afgeleverd, en/of zijn uitgevoerd. Naast het e-AD dienen verzenders, transporteurs en ontvangers van de goederen bijbehorende CMR-documenten te tekenen en te bewaren. Een CMR is een vrachtbrief die tijdens het transport van goederen aanwezig moet zijn als begeleiding van het transport. Een CMR bestaat uit 4 exemplaren. In het geval van een legitiem transport van accijnsgoederen worden deze 4 exemplaren als volgt verdeeld. Exemplaar 1 blijft bij de afzender van de goederen. Exemplaar 2 is bestemd voor de ontvanger van de goederen. Exemplaren 3 en 4 zijn bestemd voor de vervoerder en worden door de ontvanger van de goederen ondertekend. De fictieve invoer en uitvoer van accijnsgoederen bij [bedrijf 1] . Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer dat [bedrijf 1] administratieve handelingen heeft verricht in EMCS die niet overeenkwamen met de werkelijkheid. [bedrijf 1] heeft samen met andere bedrijven in Europa een valse papieren werkelijkheid gecreëerd ten behoeve van het plegen van accijnsfraude. [bedrijf 1] heeft als ontvanger en/of verzender van de goederen administratief doen voorkomen in EMCS dat accijnsgoederen zouden zijn ontvangen door [bedrijf 1] en/of zouden zijn vertrokken vanaf de loods van [bedrijf 1] in Rucphen terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Ten behoeve van deze zendingen zijn ook vervoersdocumenten, CMR’s, opgemaakt en uitgewisseld tussen de verschillende bedrijven in Europa. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt daarnaast zonder meer dat [bedrijf 1] , zoals hierna per feit wordt beschreven, steeds als medepleger nauw en bewust heeft samengewerkt met andere bedrijven om de valse documenten op te maken. De bijdrage van [bedrijf 1] aan de strafbare feiten, zoals blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, is steeds van voldoende gewicht om te spreken van het medeplegen van die feiten. De beoordeling van feit 1: het opzettelijk opmaken van valse stukken. Onderdeel a) Heeft [bedrijf 1] valse e-AD’s opgemaakt? De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat alle onder a) ten laste gelegde e-AD’s opzettelijk valselijk zijn opgemaakt. De beschreven vervoersbewegingen van accijnsgoederen hebben nooit daadwerkelijk plaatsgevonden. [bedrijf 1] heeft (telkens) als ontvanger en/of verzender van de goederen administratieve handelingen verricht in EMCS waarvan zij wist dat deze niet overeenkwamen met de werkelijkheid. Door deze handelingen te verrichten zijn de bijbehorende e-AD’s telkens opzettelijk door [bedrijf 1] vals Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat CMR’s bij [bedrijf 1] werden bewaard zodat zij konden worden ingezet wanneer dit nodig was om te dienen tot bewijs: Eerder waren achtergebleven CMR’s met spoed opgestuurd naar het Spaanse belastingentrepot “Cervezas Virtus” wegens een daar aanstaande douanecontrole. Het feit dat de fictieve ontvanger waarschijnlijk nog een frauduleuze handeling zal verrichten met het document (het tekenen voor ontvangst) voordat het wordt overhandigd bij een douanecontrole, betekent niet dat het document vóór die handeling geen enkele bewijsbestemming kent. Bovendien verwijst een CMR altijd naar een onderliggend e-AD, dat bij uitstek de Europese douane-instanties voorziet van informatie. Ook een niet-ondertekend CMR verwijst daarnaar en kent op basis van dat gegeven naar het oordeel van de rechtbank een bewijsbestemming. Onderdeel c) Heeft [bedrijf 1] valse facturen opgemaakt? Ten aanzien van de facturen zoals deze onder het eerste [bedrijf 2] ) en het tweede gedachtestreepje ( [bedrijf 3] ) ten laste zijn gelegd, is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat deze facturen vals zijn. Anders dan de hiervoor besproken e-AD’s en CMR’s zien de betreffende facturen niet op een (fictief) transport, maar op doorberekening van door de (fictieve) ontvanger betaalde accijnzen. Op basis van het dossier lijkt het voor de hand te liggen dat de door de opmaker van de factuur genoemde accijnzen daadwerkelijk zijn betaald en vervolgens zijn doorberekend aan [bedrijf 1] . De modus operandi van [bedrijf 1] en haar medeverdachten lijkt te zijn geweest dat goederen fictief werden vervoerd naar een land met een (relatief) laag accijnstarief. Daar werd de uitslag van de goederen in EMCS geboekt, waarna een laag accijnstarief betaald werd . Feitelijk werden de goederen afgezet op de zwarte markt in een land met een (relatief) hoog accijnstarief. Het bedrag aan accijns waar de factuur naar verwijst zal dan daadwerkelijk betaald zijn. Dit alles betekent dat de rechtbank ten aanzien van de facturen zoals beschreven onder de eerste twee gedachtestreepjes, niet bewezen acht dat deze facturen vals of vervalst zijn. De rechtbank komt ten aanzien van het derde gedachtestreepje ( [bedrijf 4] ) wel tot het oordeel dat deze factuur valselijk door [bedrijf 1] is opgemaakt. Deze factuur heeft betrekking op een fictieve zending van goederen vanaf [bedrijf 1] . [bedrijf 1] brengt met deze factuur twee bedragen voor “ warehouse handling ” in rekening. Nu er geen transport heeft plaatsgevonden kan worden aangenomen dat [bedrijf 1] geen fysieke werkzaamheden heeft verricht die zien op het op- of overslaan van goederen in de loods in Rucphen , waar de term ”warehouse handling ” naar het oordeel van de rechtbank wel op ziet. Deze factuur is dus opzettelijk valselijk opgemaakt. Anders dan door de raadsvrouw is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat [bedrijf 1] geen enkele feitelijke grondslag had om deze kostenposten als “ warehouse handling ” te factureren aan [bedrijf 4] . Beoordeling feit 2: het opzettelijk vervalsen van haar bedrijfsadministratie door de in feit 1 genoemde stukken hierin op te nemen Partiële vrijspraak: ten aanzien van de CMR’s. De rechtbank is van oordeel dat de CMR’s zoals beschreven in onderdeel b) niet zijn opgenomen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] . Deze CMR’s (telkens betreffende exemplaren 2, 3 en 4) zijn namelijk aangetroffen in een doos in de loods in Rucphen (eerste vijf gedachtestreepjes) of in de auto van M. [medeverdachte] (zesde gedachtestreepje) of per e-mail aan [bedrijf 1] toegezonden en weer geretourneerd (zevende gedachtestreepje). Uit het dossier kan de rechtbank geen actieve handeling van [bedrijf 1] opmaken waaruit blijkt dat zij deze stukken aan haar bedrijfsadministratie heeft toegevoegd. De CMR’s in de doos en in de auto lijken juist bewust buiten de bedrijfsadministratie te zijn gehouden. Tussenconclusie feit 2: ten aanzien van de e-AD’s en de facturen. D De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte gedurende de gehele ten laste gelegde periode, samen met [medeverdachte] , als feitelijk leidinggever van de hierna bewezenverklaarde verboden gedragingen van [bedrijf 1] kan worden aangemerkt. Slotconclusie. Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien met wat hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten bewezen zoals hierna zal worden omschreven. De rechtbank komt daarmee niet toe aan de subsidiair ten laste gelegde feiten die uitgaan van medeplegen door verdachte. 4 De bewezenverklaring. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: ten aanzien van feit 1: [bedrijf 1] , op tijdstippen in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten: a. a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 en/of, • 20NL97680492674587535 en/of, • 20FRG0074000584843087 en/of, • 20NL12919392410772110 en/of, • 20NL26717309076647020 en/of, • 20NL56390831700445370 en/of, • 20NL83300117543365183 en/of, • 20FRG0074000588074252 en/of, • 18FRG0074000369099998 en/of, • 18FRG0074000384357482 en/of, • 19FRG0074000439673440 en/of, • 19FRG0074000440684400 en/of, b) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] en/of • als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] en/of • als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] en/of • als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] , en/of • als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] , en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger Importazul SL en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor World Wide Warehousing, gestuurd door RM Trading en/of c) een factuur, te weten • een factuur van [bedrijf 1] aan [bedrijf 4] , valselijk hebben opgemaakt en/of doen opmaken, immers hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid —) ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) op deze factuur [bedrijf 1] in rekening gebracht zulks telkens met het oogmerk om voormeld geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken, aan welke verboden gedragingen verdachte (telkens) leiding heeft gegeven. ten aanzien van feit 2: [bedrijf 1] , op tijdstippen in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] valselijk heeft opgemaakt door een of meerdere valse elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) en een factuur hier in op te nemen, te weten: a. a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 en/of, • 20NL97680492674587535 en/of, • 20FRG0074000584843087 en/of, • 20NL12919392410772110 en/of, • 20NL26717309076647020 en/of, • 20NL56390831700445370 en/of, • 20NL83300117543365183 en/of, • 20FRG0074000588074252 en/of, • 18FRG0074000369099998 en/of, • 18FRG0074000384357482 en/of, • 19FRG0074000439673440 en/of, • 19FRG0074000440684400 en/of, c) een factuur, te weten • een Op zeer geraffineerde wijze en in een omvangrijk internationaal samenwerkingsverband is samengewerkt met diverse Europese bedrijven om de douaneautoriteiten van de verschillende landen te misleiden. Daarbij is telkens misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in vergunninghouders wordt gesteld. Het vrije verkeer van goederen binnen de EU is misbruikt ten behoeve van financieel gewin. [bedrijf 1] heeft eraan bijgedragen dat binnen de EU over vele ladingen alcoholische dranken niet het juiste accijnstarief betaald is. Daarmee is het democratisch bepaalde accijnstarief van de desbetreffende lidstaat telkens ondermijnd. Het belang dat deze accijnstarieven dienen, namelijk onder meer om burgers te ontmoedigen (vele) alcoholische dranken te nuttigen, is hier eveneens mee ondermijnd. Ook zijn bonafide bedrijven, die wel steeds het juiste accijnstarief betaalden, door het handelen van verdachte steeds ten onrechte gedwongen om met de prijzen van een frauduleuze partij te concurreren. In totaal heeft de Belastingdienst voor € 1.101.806,24 naheffingsaanslagen opgelegd aan [bedrijf 1] . De verdediging heeft aangevoerd dat het uiteindelijk te betalen bedrag wellicht lager zou kunnen uitvallen, omdat er nog procedures lopen. Anderzijds merkt de rechtbank op dat het totale bedrag aan onterecht niet-betaalde accijnzen binnen de Europese Unie (wat door [bedrijf 1] mede mogelijk is gemaakt) zich moeilijk laat schatten maar logischerwijs veel hoger zal moeten liggen. Gelet op de aard, ernst en duur van de bewezenverklaarde feiten alsmede de mate waarin (internationaal) intensief is samengewerkt kan daarop naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door de officier van justitie en de verdediging is bepleit, niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een straf. De verboden gedragingen van [bedrijf 1] zijn met verdachtes instemming en onder zijn leiding begonnen. Dit heeft ertoe geleid dat [bedrijf 1] uiteindelijk de verboden gedragingen heeft verricht. Mede onder zijn leiding heeft [bedrijf 1] zich steeds meer beziggehouden met het faciliteren van accijnsfraude. Verdachte heeft daarbij kennelijk alleen oog gehad voor financieel gewin. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich voor dergelijke vormen van fraude heeft laten lenen. De samenloop van de feiten. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1, feit 2 en feit 3 zoals deze bewezen zijn verklaard, sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. De verschillende bewezenverklaarde, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen hangen (ook met betrekking tot de desbetreffende wilsbesluiten) zo nauw met elkaar samen dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt (het vervalsen, bewaren en gebruiken van documenten ten behoeve van het faciliteren van accijnsfraude). De strekking van de desbetreffende strafbepalingen loopt bovendien niet uiteen. De overschrijding van de redelijke termijn. Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het recht van elke verdachte op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM, is geschonden. De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat het tijdsverloop tot aan dit vonnis geheel of gedeeltelijk aan de verdediging is toe te rekenen. Ook is er geen sprake van feiten of omstandigheden die ertoe dienen te leiden dat afgeweken wordt van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaren bedraagt. De rechtbank neemt de doorzoekingen op 10 maart 2021 als aanvangsmoment voor de redelijke termijn. Een en ander maakt dat bij het doen van uitspraak door deze rechtbank de redelijke termijn met 2 jaar, 10 maanden en 25 dagen is overschreden. De rechtbank zal in strafmatigende zin rekening houden met de Dit vonnis is gewezen door: mr. A.C. Palmboom, voorzitter, mr. M. Langstraat en mr. G.F.A.M. de Graauw, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.B.J. de Leeuw, griffier, en is uitgesproken op 3 februari 2026. BIJLAGE I: DE TENLASTELEGGING ten aanzien van feit 1: [bedrijf 1] , op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten: a. een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of • 20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of • 20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of • 20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of • 20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of • 20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of • 20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of • 20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of • 18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of • 18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of • 19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of • 19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of • een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of • als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of • als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of • als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-065-01, DOC-065- 02), en/of als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger Importazul SL (DOC-058-01) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor World Wide Warehousing, gestuurd door RM Trading (DOC-038-16) en/of • een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-0I en AMB-031-01) een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten • een (of meerdere( factu(u)r(en) van [bedrijf 2] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 3] , te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 1] aan [bedrijf 4] , te weten DOC-035-08 • een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid — ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of [bedrijf 1] en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld (e) geschrift (en) als echt en onvervalst te gebruiken een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code 20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of 20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of 20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of 20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of 20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of 20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of 20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of 20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of 18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of 18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of 19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of 19FRG0074000440681400 (DOC-038-01) en/of en of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 2] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-065-01, DOC-065- 02), en/of als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger Importazul SL (DOC-058-01) en/of CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor World Wide Warehousing, gestuurd door RM Trading (DOC-038-16) en/of een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01) een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten een (of meerdere( factu(u)r(en) van [bedrijf 2] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 3] , te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 1] aan [bedrijf 4] , te weten DOC-035-08 een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid — ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of [bedrijf 1] en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) fe doen gebruiken; ten aanzien van feit 2: [bedrijf 1] , op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de (bedrijfs)administratie van [bedrijf 1] valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken door een of meerdere valse en/of vervalste elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektroni