Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-05-08
ECLI:NL:RBOBR:2026:3163
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,072 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:3163 text/xml public 2026-05-12T11:26:26 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-05-08 12015225 TD VERZ 25-1727 Uitspraak Beschikking NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3163 text/html public 2026-05-12T11:22:38 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:3163 Rechtbank Oost-Brabant , 08-05-2026 / 12015225 TD VERZ 25-1727 De kantonrechter heft het mentorschap op omdat de betrokkene haar zorgzaken grotendeels zelfstandig of met haar eigen netwerk regelt en hulp accepteert wanneer nodig. Een mentor wordt niet langer noodzakelijk geacht, mede omdat deze het incidentele wegloopgedrag toch niet kan voorkomen. Daarnaast spelen financiële redenen een rol: een nieuwe professionele mentor zou te duur zijn voor het krappe budget van betrokkene. De bewindvoerder houdt een vinger aan de pols en zal opnieuw mentorschap aanvragen als dat in de toekomst toch nodig blijkt. RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch zaaknummer : 12015225 TD VERZ 25-1727 dossiernummer : MB 12639 datum : 8 mei 2026 [initialen griffier] beschikking op een verzoek tot opheffing van mentorschap op verzoek van: [naam] , geboren te [woonplaats] op [datum] , wonende te [adres] , hierna te noemen: betrokkene, met als mentor [naam] , wonende te [adres] procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek, ontvangen op 15 december 2025; - de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 13 januari 2026; - de brieven van de griffier van de rechtbank aan de mentor, verzonden op 31 december 2025 en 18 februari 2026; - de e-mailberichten van betrokkene, ontvangen op 23 maart 2026 en 6 april 2026. Het verzoek is mondeling behandeld op 30 april 2026. Op de zitting zijn betrokkene, haar partner, de mentor (tevens broer van betrokkene) en de bewindvoerder verschenen. beoordeling Betrokkene vraagt om opheffing van het mentorschap. Zij stelt dat ze heel weinig contact kan krijgen met haar mentor. De bewindvoerder heeft schriftelijk aangegeven zich af te vragen of het mentorschap nog wel nodig is. Betrokkene regelt al lange tijd alles zonder haar mentor. Zij kan met haar vragen over haar gezondheid terecht bij haar ambulante begeleiding van Amarant en bij haar. Bij medische afspraken gaat haar samenwonende partner mee. Betrokkene heeft laten zien dat zij veel zelf kan. Natuurlijk maakt zij nog wel eens een onverstandige keuze of gaat zij een conflict uit de weg, maar een mentor kan niet voorkomen dat zij soms wegloopt. Belangrijker is dat betrokkene zelf om hulp vraagt als dat nodig is. Daarnaast staat betrokkene op de wachtlijst voor een woning met 24-uursbegeleiding. Een mentor voegt dan weinig meer toe. Ook spelen de kosten een rol. Omdat betrokkene samenwoont, komt zij niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Benoeming van een professionele mentor zou grote gevolgen hebben voor het reeds krappe budget van betrokkene. Een familiaire mentor is niet beschikbaar in de direct omgeving van betrokkene. De mentor heeft op de zitting aangevoerd dat hij ontslag wil als mentor, maar voorzetting van het mentorschap noodzakelijk acht. Ter illustratie wijst hij op twee incidenten die het afgelopen halfjaar hebben plaatsgevonden, waarbij betrokkene na een ruzie met haar partner de woning heeft verlaten en bij iemand anders is ingetrokken. Deze persoon bleek echter te kampen met een alcoholverslaving. Vervolgens heeft betrokkene de hulp van de mentor ingeroepen om daar weg te komen. De mentor stelt dat als betrokkene en haar partner ruzie hebben, zij dit niet kunnen uitpraten. In plaats daarvan loopt betrokkene weg, wat een risico vormt vanwege haar grote beïnvloedbaarheid en naïviteit. Over zijn bereikbaarheid heeft de mentor opgemerkt dat hij door zijn werk niet altijd direct telefonisch beschikbaar is om de vragen van betrokkene te beantwoorden. De kantonrechter overweegt als volgt. Op de zitting is duidelijk geworden dat de mentor nauwelijks tot geen zorgzaken heeft geregeld voor betrokkene in het afgelopen half jaar. Betrokkene heeft dit veelal zelf geregeld, met behulp van haar partner, begeleiding van Amarant of de zeer betrokken bewindvoerder. Betrokkene weet goed wanneer ze hulp moet vragen en accepteert deze dan ook. In die zin is een mentorschap niet meer noodzakelijk. Wel maakt de kantonrechter zich zorgen over het feit dat betrokkene soms wegloopt en zich dan door anderen laat beïnvloeden. De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat een mentor deze zaken niet kan voorkomen. Betrokkene trekt uiteindelijk zelfstandig aan de bel en accepteert de nodige hulp. Daarom zal de kantonrechter het mentorschap opheffen. Daarbij is van belang dat de huidige mentor zijn ontslag wil en ook krijgt en een andere familiaire mentor niet mogelijk is. Dit betekent dat bij voortzetting van het mentorschap een professionele mentor zal moeten worden benoemd, waarvan betrokkene de kosten zelf moet betalen. Dit laatste is gelet op het zeer krappe budget van betrokkene zeer lastig. Ook weegt de kantonrechter uitdrukkelijk mee dat de huidige bewindvoerder heeft toegezegd de situatie nauwlettend te monitoren en, indien de belangen van betrokkene zonder mentor onvoldoende gewaarborgd blijken, een verzoek tot instelling van mentorschap zal indienen. beslissing De kantonrechter: - heft het mentorschap ten behoeve van [naam] op met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking. Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026. [handtekeningen] [handtekeningen] [handtekeningen] Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:3163 text/xml public 2026-05-12T11:26:26 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-05-08 12015225 TD VERZ 25-1727 Uitspraak Beschikking NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3163 text/html public 2026-05-12T11:22:38 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:3163 Rechtbank Oost-Brabant , 08-05-2026 / 12015225 TD VERZ 25-1727 De kantonrechter heft het mentorschap op omdat de betrokkene haar zorgzaken grotendeels zelfstandig of met haar eigen netwerk regelt en hulp accepteert wanneer nodig. Een mentor wordt niet langer noodzakelijk geacht, mede omdat deze het incidentele wegloopgedrag toch niet kan voorkomen. Daarnaast spelen financiële redenen een rol: een nieuwe professionele mentor zou te duur zijn voor het krappe budget van betrokkene. De bewindvoerder houdt een vinger aan de pols en zal opnieuw mentorschap aanvragen als dat in de toekomst toch nodig blijkt. RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch zaaknummer : 12015225 TD VERZ 25-1727 dossiernummer : MB 12639 datum : 8 mei 2026 [initialen griffier] beschikking op een verzoek tot opheffing van mentorschap op verzoek van: [naam] , geboren te [woonplaats] op [datum] , wonende te [adres] , hierna te noemen: betrokkene, met als mentor [naam] , wonende te [adres] procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoek, ontvangen op 15 december 2025; - de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 13 januari 2026; - de brieven van de griffier van de rechtbank aan de mentor, verzonden op 31 december 2025 en 18 februari 2026; - de e-mailberichten van betrokkene, ontvangen op 23 maart 2026 en 6 april 2026. Het verzoek is mondeling behandeld op 30 april 2026. Op de zitting zijn betrokkene, haar partner, de mentor (tevens broer van betrokkene) en de bewindvoerder verschenen. beoordeling Betrokkene vraagt om opheffing van het mentorschap. Zij stelt dat ze heel weinig contact kan krijgen met haar mentor. De bewindvoerder heeft schriftelijk aangegeven zich af te vragen of het mentorschap nog wel nodig is. Betrokkene regelt al lange tijd alles zonder haar mentor. Zij kan met haar vragen over haar gezondheid terecht bij haar ambulante begeleiding van Amarant en bij haar. Bij medische afspraken gaat haar samenwonende partner mee. Betrokkene heeft laten zien dat zij veel zelf kan. Natuurlijk maakt zij nog wel eens een onverstandige keuze of gaat zij een conflict uit de weg, maar een mentor kan niet voorkomen dat zij soms wegloopt. Belangrijker is dat betrokkene zelf om hulp vraagt als dat nodig is. Daarnaast staat betrokkene op de wachtlijst voor een woning met 24-uursbegeleiding. Een mentor voegt dan weinig meer toe. Ook spelen de kosten een rol. Omdat betrokkene samenwoont, komt zij niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Benoeming van een professionele mentor zou grote gevolgen hebben voor het reeds krappe budget van betrokkene. Een familiaire mentor is niet beschikbaar in de direct omgeving van betrokkene. De mentor heeft op de zitting aangevoerd dat hij ontslag wil als mentor, maar voorzetting van het mentorschap noodzakelijk acht. Ter illustratie wijst hij op twee incidenten die het afgelopen halfjaar hebben plaatsgevonden, waarbij betrokkene na een ruzie met haar partner de woning heeft verlaten en bij iemand anders is ingetrokken. Deze persoon bleek echter te kampen met een alcoholverslaving. Vervolgens heeft betrokkene de hulp van de mentor ingeroepen om daar weg te komen. De mentor stelt dat als betrokkene en haar partner ruzie hebben, zij dit niet kunnen uitpraten. In plaats daarvan loopt betrokkene weg, wat een risico vormt vanwege haar grote beïnvloedbaarheid en naïviteit. Over zijn bereikbaarheid heeft de mentor opgemerkt dat hij door zijn werk niet altijd direct telefonisch beschikbaar is om de vragen van betrokkene te beantwoorden. De kantonrechter overweegt als volgt. Op de zitting is duidelijk geworden dat de mentor nauwelijks tot geen zorgzaken heeft geregeld voor betrokkene in het afgelopen half jaar. Betrokkene heeft dit veelal zelf geregeld, met behulp van haar partner, begeleiding van Amarant of de zeer betrokken bewindvoerder. Betrokkene weet goed wanneer ze hulp moet vragen en accepteert deze dan ook. In die zin is een mentorschap niet meer noodzakelijk. Wel maakt de kantonrechter zich zorgen over het feit dat betrokkene soms wegloopt en zich dan door anderen laat beïnvloeden. De kantonrechter is het met de bewindvoerder eens dat een mentor deze zaken niet kan voorkomen. Betrokkene trekt uiteindelijk zelfstandig aan de bel en accepteert de nodige hulp. Daarom zal de kantonrechter het mentorschap opheffen. Daarbij is van belang dat de huidige mentor zijn ontslag wil en ook krijgt en een andere familiaire mentor niet mogelijk is. Dit betekent dat bij voortzetting van het mentorschap een professionele mentor zal moeten worden benoemd, waarvan betrokkene de kosten zelf moet betalen. Dit laatste is gelet op het zeer krappe budget van betrokkene zeer lastig. Ook weegt de kantonrechter uitdrukkelijk mee dat de huidige bewindvoerder heeft toegezegd de situatie nauwlettend te monitoren en, indien de belangen van betrokkene zonder mentor onvoldoende gewaarborgd blijken, een verzoek tot instelling van mentorschap zal indienen. beslissing De kantonrechter: - heft het mentorschap ten behoeve van [naam] op met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking. Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026. [handtekeningen] [handtekeningen] [handtekeningen] Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.