Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-04-08
ECLI:NL:RBOBR:2026:2963
Civiel recht
Bodemzaak
27,470 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:2963 text/xml public 2026-05-19T16:05:36 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-08 C-01-412645 - HA ZA 25-117 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2963 text/html public 2026-05-19T16:05:03 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2963 Rechtbank Oost-Brabant , 08-04-2026 / C-01-412645 - HA ZA 25-117 Deze zaak betreft een bouwgeschil tussen een aannemer en particulieren. Laatstgenoemden gaven opdracht tot het realiseren van een schuur en tuinhuis/tuinkamer op hun perceel. Zij vorderen in deze procedure betaling van een vervangende schadevergoeding op grond van artikel 6:87 BW, omdat de opgedragen werkzaamheden door de aannemer niet goed zijn uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat de aannemer toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat hij ten tijde van het uitbrengen van de omzettingsverklaring in verzuim was. De rechtbank veroordeelt de aannemer tot betaling van een vervangende schadevergoeding ten bedrage van € 44.804,00, vermeerderd met rente en kosten.” RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/412645 / HA ZA 25-117 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiser 2] , wonende te [woonplaats] , eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. K.A.M.J. Horsch, tegen [gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijfsnaam gedaagde] , zaakdoende te [plaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. R.G.J.M. Onderdonck. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties (genummerd 1 tot en met 34); - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie tevens houdende de incidentele vordering tot inzage en rectificatie ex artikel 194 Rv met producties (genummerd 1 tot en met 11); - de conclusie van antwoord in het incident en in reconventie met producties (genummerd 35 tot en met 43); - het vonnis in incident van 2 juli 2025; - de akte houdende overlegging aanvullende producties (genummerd 44 tot en met 49) van [eisers] ; - de akte houdende overlegging aanvullende producties (genummerd 12 tot en met 17) van [gedaagde] ; - de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 20 juni 2023 op verzoek van [eisers] een offerte uitgebracht voor het verrichten van bouwwerkzaamheden voor een bedrag van € 51.041,26 (inclusief btw). 2.2. [eisers] hebben de offerte voor akkoord ondertekend op 7 juli 2023. Partijen hebben een overeenkomst gesloten, waarbij [gedaagde] zich heeft verbonden tot het realiseren van een schuur en tuinhuis/tuinkamer op het perceel van [eisers] , staande en gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] . 2.3. Bij factuur van 25 augustus 2023 heeft [gedaagde] voor de door hem te leveren zaken en uit te voeren werkzaamheden een (totaal)bedrag van € 51.291,51 (inclusief btw) bij [eisers] in rekening gebracht. Dit bedrag is door [eisers] geheel voldaan. 2.4. [gedaagde] is in september 2023 met de benodigde werkzaamheden gestart en deze zijn medio 6 oktober 2023 afgerond. 2.5. Bij factuur van 12 september 2023 heeft [gedaagde] een bedrag van € 6.834,75 (inclusief btw) aan meerwerk bij [eisers] in rekening gebracht, wat in voormelde factuur als volgt is gespecificeerd: “(…) (…)” 2.6. Een e-mail van 7 oktober 2023 van [eisers] aan [gedaagde] luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Even over het meerwerk; Meerwerk – Loodgieter: Extra leidingwerk neem ik voor lief, al is dat volgens mij niet echt meerwerk, ik had een tuinhuis met twee hemelwater afvoeren besteld en dat is wat ik krijg Een tweede afvoer en tweede kraan staan niet op de getekende offerte en zijn daarom gewoon meerwerk Extra meerprijs van 475 ex BTW = 574.75 inc BTW voor uren en materiaal is akkoord Meerwerk – Elektricien: 4. Er is inderdaad spraakverwarring ontstaan over het werk, de 800 inc BTW klopt op de factuur met de extra gebruikte materialen en uren voor aanleg kabels van garage naar tuinhuis, deze kosten zijn voor mij 5. De 360 euro inc BTW is voor aanpassingen meterkast en dat is gewoon meerwerk 6. De 900 euro inc BTW is voor materiaal en uren van de meterkast in het tuinhuis, deze zaten niet in de eerste offerte en accepteer ik als meerwerk 7. Totale meerprijs van 2060 inc BTW is akkoord Meerwerk – [A] : 8. Het ophogen van de grond is meerwerk, dat is op mijn verzoek en zat niet in de getekende offerte 1. Hiervoor is de zwarte grond al apart betaald 2. Ook is er extra betaald voor de machines, namelijk een grotere kraan (op maandag) en een mini graver (op dinsdag) 3. Twee man zijn 1.5 dag bezig geweest, maar het ophogen van de grond rondom het tuinhuis zat al in de getekende offerte en men is ook nog bezig geweest met het slopen van de bekisting en leegscheppen van de sloot omdat men daar zwart zand in had gestort. Ik zie dus als het echte meerwerk maximaal maar 1 dag voor 2 man. Dit is volgens [A] eigen offerte 46 euro per m.u. dat wordt dan 2x6x46 = 736 ex BTW aan loon 9. Verder is er als echt meerwerk het afvoeren van de graszoden a 280 ex BTW (…) 10. Totaal van het echte meerwerk is dus 736 ex + 280 ex BTW = 1016 ex BTW = 1229.36 inc BTW en dit ben ik natuurlijk bereid te betalen Extra kosten (geen meerwerk) – [A] : 11. Er zijn extra kosten ontstaan doordat [A] zelf niet is komen kijken en dus niet goed wist dat de grond ongelijk was, voor mij is dat feitelijk een risico van de aannemer die een bedrag afspreekt zonder zelf te komen kijken 11. Verder had [A] zelf zogenaamd maar 10 meter graven riool gerekend en nu vraag men voor enkele meters meer 437 ex BTW voor, dat is dus een dagloon voor een uurtje werk!? 1. Hiermee ga ik niet akkoord, eigen risico [A] ! 13. De bouwput moest worden aangevuld met 45cm gele grond inclusief transport en machinaal verdichten. 1. De kosten van de gele grond ben ik bereid te betalen, de extra uren niet, voor mij is dit onderdeel van de normale voorbereidingen en anders eigen risico [A] . 2. 15x3.5x0.45 = 23m3 gele zand en zijn twee vrachten, ik hou voor het gemak even dezelfde kosten aan als voor zwart zand dus 23x20 + 2x125 = 710 ex BTW 14. De totale extra kosten, waarover we feitelijk nog wel een discussie kunnen voeren, ben ik alleen bereid de extra materiaalkosten te betalen a 710 ex BTW = 859.10 inc BTW, de rest is risico [A] 14. Hierbij wil ik nog wel opmerken dat er toch wel wat punten zijn over het werk van [A] , zoals veel bekisting die in de grond achterblijft, mogelijk dichtstorten hemelwater afvoer en een vloer die niet helemaal recht is. Hiermee komt dan het totale meerwerk dat ik bereid ben te betalen op: 1. 2060.00 inc BTW elekra 2. 574.75 inc BTW loodgieter 3. 1229.36 inc BTW [A] meerwerk grond ophogen 4. 859.10 inc BTW [A] coulance meerwerk omdat ze zelf niet zijn komen kijken 16. TOTAAL 4723.21 INC BTW (…)” 2.7. In de periode september/oktober 2023 is tussen partijen discussie ontstaan - naast een discussie over al dan niet door [eisers] aan [gedaagde] te betalen meerwerk - over de kwaliteit van het door/namens [gedaagde] uitgevoerde werk. Een e-mail van [eisers] aan [gedaagde] van 19 oktober 2023 luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Voordat ik überhaupt met je in discussie wil gaan over eventuele verdere betalingen wil ik graag eerst dat een aantal niet afgemaakte zaken en eerdere opmerkingen worden opgelost, zie ook eerdere emails. Zoals: 1. Geen dorpels 2. Ongelijke rand betonvloer 3. In de deur steken de spijkers van de glaslatjes er nog uit 4. Vieze stenen 5. Voegsel resten en stalen banden nog uit betonvloer bij mantelbuizen 6. Omdat de mantelbuizen pas later zijn ingekort is daar niet gevoegd 7. Overal kwaliteit werk: 1. Beschadigingen in de beton vloer 2. Beschadigingen deur en deurkozijn 3. Niet goed rollen van één van de glazen deuren 4.
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:2963 text/xml public 2026-05-19T16:05:36 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-08 C-01-412645 - HA ZA 25-117 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2963 text/html public 2026-05-19T16:05:03 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2963 Rechtbank Oost-Brabant , 08-04-2026 / C-01-412645 - HA ZA 25-117 Deze zaak betreft een bouwgeschil tussen een aannemer en particulieren. Laatstgenoemden gaven opdracht tot het realiseren van een schuur en tuinhuis/tuinkamer op hun perceel. Zij vorderen in deze procedure betaling van een vervangende schadevergoeding op grond van artikel 6:87 BW, omdat de opgedragen werkzaamheden door de aannemer niet goed zijn uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat de aannemer toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat hij ten tijde van het uitbrengen van de omzettingsverklaring in verzuim was. De rechtbank veroordeelt de aannemer tot betaling van een vervangende schadevergoeding ten bedrage van € 44.804,00, vermeerderd met rente en kosten.” RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/412645 / HA ZA 25-117 Vonnis van 8 april 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiser 2] , wonende te [woonplaats] , eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. K.A.M.J. Horsch, tegen [gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijfsnaam gedaagde] , zaakdoende te [plaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. R.G.J.M. Onderdonck. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties (genummerd 1 tot en met 34); - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie tevens houdende de incidentele vordering tot inzage en rectificatie ex artikel 194 Rv met producties (genummerd 1 tot en met 11); - de conclusie van antwoord in het incident en in reconventie met producties (genummerd 35 tot en met 43); - het vonnis in incident van 2 juli 2025; - de akte houdende overlegging aanvullende producties (genummerd 44 tot en met 49) van [eisers] ; - de akte houdende overlegging aanvullende producties (genummerd 12 tot en met 17) van [gedaagde] ; - de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 20 juni 2023 op verzoek van [eisers] een offerte uitgebracht voor het verrichten van bouwwerkzaamheden voor een bedrag van € 51.041,26 (inclusief btw). 2.2. [eisers] hebben de offerte voor akkoord ondertekend op 7 juli 2023. Partijen hebben een overeenkomst gesloten, waarbij [gedaagde] zich heeft verbonden tot het realiseren van een schuur en tuinhuis/tuinkamer op het perceel van [eisers] , staande en gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] . 2.3. Bij factuur van 25 augustus 2023 heeft [gedaagde] voor de door hem te leveren zaken en uit te voeren werkzaamheden een (totaal)bedrag van € 51.291,51 (inclusief btw) bij [eisers] in rekening gebracht. Dit bedrag is door [eisers] geheel voldaan. 2.4. [gedaagde] is in september 2023 met de benodigde werkzaamheden gestart en deze zijn medio 6 oktober 2023 afgerond. 2.5. Bij factuur van 12 september 2023 heeft [gedaagde] een bedrag van € 6.834,75 (inclusief btw) aan meerwerk bij [eisers] in rekening gebracht, wat in voormelde factuur als volgt is gespecificeerd: “(…) (…)” 2.6. Een e-mail van 7 oktober 2023 van [eisers] aan [gedaagde] luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Even over het meerwerk; Meerwerk – Loodgieter: Extra leidingwerk neem ik voor lief, al is dat volgens mij niet echt meerwerk, ik had een tuinhuis met twee hemelwater afvoeren besteld en dat is wat ik krijg Een tweede afvoer en tweede kraan staan niet op de getekende offerte en zijn daarom gewoon meerwerk Extra meerprijs van 475 ex BTW = 574.75 inc BTW voor uren en materiaal is akkoord Meerwerk – Elektricien: 4. Er is inderdaad spraakverwarring ontstaan over het werk, de 800 inc BTW klopt op de factuur met de extra gebruikte materialen en uren voor aanleg kabels van garage naar tuinhuis, deze kosten zijn voor mij 5. De 360 euro inc BTW is voor aanpassingen meterkast en dat is gewoon meerwerk 6. De 900 euro inc BTW is voor materiaal en uren van de meterkast in het tuinhuis, deze zaten niet in de eerste offerte en accepteer ik als meerwerk 7. Totale meerprijs van 2060 inc BTW is akkoord Meerwerk – [A] : 8. Het ophogen van de grond is meerwerk, dat is op mijn verzoek en zat niet in de getekende offerte 1. Hiervoor is de zwarte grond al apart betaald 2. Ook is er extra betaald voor de machines, namelijk een grotere kraan (op maandag) en een mini graver (op dinsdag) 3. Twee man zijn 1.5 dag bezig geweest, maar het ophogen van de grond rondom het tuinhuis zat al in de getekende offerte en men is ook nog bezig geweest met het slopen van de bekisting en leegscheppen van de sloot omdat men daar zwart zand in had gestort. Ik zie dus als het echte meerwerk maximaal maar 1 dag voor 2 man. Dit is volgens [A] eigen offerte 46 euro per m.u. dat wordt dan 2x6x46 = 736 ex BTW aan loon 9. Verder is er als echt meerwerk het afvoeren van de graszoden a 280 ex BTW (…) 10. Totaal van het echte meerwerk is dus 736 ex + 280 ex BTW = 1016 ex BTW = 1229.36 inc BTW en dit ben ik natuurlijk bereid te betalen Extra kosten (geen meerwerk) – [A] : 11. Er zijn extra kosten ontstaan doordat [A] zelf niet is komen kijken en dus niet goed wist dat de grond ongelijk was, voor mij is dat feitelijk een risico van de aannemer die een bedrag afspreekt zonder zelf te komen kijken 11. Verder had [A] zelf zogenaamd maar 10 meter graven riool gerekend en nu vraag men voor enkele meters meer 437 ex BTW voor, dat is dus een dagloon voor een uurtje werk!? 1. Hiermee ga ik niet akkoord, eigen risico [A] ! 13. De bouwput moest worden aangevuld met 45cm gele grond inclusief transport en machinaal verdichten. 1. De kosten van de gele grond ben ik bereid te betalen, de extra uren niet, voor mij is dit onderdeel van de normale voorbereidingen en anders eigen risico [A] . 2. 15x3.5x0.45 = 23m3 gele zand en zijn twee vrachten, ik hou voor het gemak even dezelfde kosten aan als voor zwart zand dus 23x20 + 2x125 = 710 ex BTW 14. De totale extra kosten, waarover we feitelijk nog wel een discussie kunnen voeren, ben ik alleen bereid de extra materiaalkosten te betalen a 710 ex BTW = 859.10 inc BTW, de rest is risico [A] 14. Hierbij wil ik nog wel opmerken dat er toch wel wat punten zijn over het werk van [A] , zoals veel bekisting die in de grond achterblijft, mogelijk dichtstorten hemelwater afvoer en een vloer die niet helemaal recht is. Hiermee komt dan het totale meerwerk dat ik bereid ben te betalen op: 1. 2060.00 inc BTW elekra 2. 574.75 inc BTW loodgieter 3. 1229.36 inc BTW [A] meerwerk grond ophogen 4. 859.10 inc BTW [A] coulance meerwerk omdat ze zelf niet zijn komen kijken 16. TOTAAL 4723.21 INC BTW (…)” 2.7. In de periode september/oktober 2023 is tussen partijen discussie ontstaan - naast een discussie over al dan niet door [eisers] aan [gedaagde] te betalen meerwerk - over de kwaliteit van het door/namens [gedaagde] uitgevoerde werk. Een e-mail van [eisers] aan [gedaagde] van 19 oktober 2023 luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Voordat ik überhaupt met je in discussie wil gaan over eventuele verdere betalingen wil ik graag eerst dat een aantal niet afgemaakte zaken en eerdere opmerkingen worden opgelost, zie ook eerdere emails. Zoals: 1. Geen dorpels 2. Ongelijke rand betonvloer 3. In de deur steken de spijkers van de glaslatjes er nog uit 4. Vieze stenen 5. Voegsel resten en stalen banden nog uit betonvloer bij mantelbuizen 6. Omdat de mantelbuizen pas later zijn ingekort is daar niet gevoegd 7. Overal kwaliteit werk: 1. Beschadigingen in de beton vloer 2. Beschadigingen deur en deurkozijn 3. Niet goed rollen van één van de glazen deuren 4.
Volledig
Op sommige stukken zit er heel veel ruimte tussen de rombus planken Daar komt nu ook nog een heel serieus probleem bij, toen wij gisterenavond thuiskwamen stonden er plassen water in het tuinhuis gedeelte waarschijnlijk doordat water (onder)langs de glazenschuifpui naar binnen liep. Vanochtend stond het tuinhuis gedeelte bijna helemaal blank maar ook in het schuurgedeelte stonden flinke plassen water. Dat het gebouw bij regen van binnen droog zou blijven is toch wel de verwachting! Graag snel een oplossing voor alle problemen. (…)” 2.8. Bij (aangetekende) brief van 8 november 2023 hebben [eisers] [gedaagde] onder meer als volgt bericht: “(…) Op 07 juli 2023 zijn wij overeengekomen dat u de volgende werkzaamheden zou verrichten: Het plaatsen van een tuinhuis / schuur, (…) (…) Helaas ben ik niet tevreden over de uitgevoerde werkzaamheden. Over het resultaat heb ik de volgende klachten: Als het regent loopt er water langs de bovenkant van het gemetselde deel en het begin van de houtwand door naar binnen. Hierdoor komt er zowel in de schuur als in het tuinhuis water naar binnen. Geen afwerking onder de deur van de schuur; Geen afwerking bij de glaswand tuinhuis; Diverse kieren langs randen van kozijn. Ik stel u hierbij in gebreke wegens bovenbedoelde toerekenbare tekortkomingen. Ook stel ik u hierbij aansprakelijk voor de al geleden en nog te lijden schade. Ik geef u de gelegenheid binnen een termijn van twee weken vanaf heden de overeengekomen werkzaamheden alsnog uit te voeren conform de eisen van goed en deugdelijk werk. Ik verzoek u hiervoor zo spoedig mogelijk een afspraak met mij te maken. Daarbij teken ik aan dat het waterdicht maken van de schuur c.q. tuinhuis moet gebeuren middels het aanbrengen van een waterslag en niet verholpen kan worden door een kitlaag aan te brengen aan de binnen dan wel buitenzijde. Wanneer u niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet, behoud ik mij het recht voor om het herstel door een andere partij te laten uitvoeren en de kosten daarvan op u te verhalen. (…)” 2.9. Een brief van de advocaat van [eisers] aan [gedaagde] van 22 december 2023 (met een daarbij gevoegd oordeel van een door/namens [eisers] geraadpleegde deskundige ( [deskundige] ; hierna: [deskundige] )) luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Cliënten hebben u reeds op de hoogte gebracht van de gebreken in de door u uitgevoerde werkzaamheden aan hun schuur en tuinhuis (met name het feit dat er water via de stenen muur naar binnen loopt waardoor uiteindelijk houtrot zal ontstaan). U heeft aangeboden een kitter langs te laten komen, maar met slechts wat kitwerk zullen de problemen niet opgelost worden. In tegendeel: diverse bouwkundige hebben onafhankelijk van elkaar verklaard dat door het kitten aan de binnenzijde nog altijd vocht naar binnen kan lopen, maar dit vocht dan zelfs niet meer weg kan waardoor het proces van houtrot juist zal worden versneld. Uiteraard kan en mag dit niet de bedoeling zijn. Om na te gaan op welke manier de gebreken dan wel opgelost moeten worden, hebben cliënten een bouwkundig expert verzocht om rapportage uit te brengen. Bijgaand treft u deze rapportage aan. Cliënten vernemen graag van u – met inachtneming van deze rapportage – een concreet herstelplan. Op basis daarvan kan dan nader (…) overleg gevoerd worden zodat afspraken gemaakt kunnen worden over de nog uit te voeren herstelwerkzaamheden. Tot een oplossing omtrent de gebreken is gevonden, zullen cliënten – conform de mogelijkheden die de wet hen biedt – hun betalingsverplichting voor zo ver die nog zou bestaan opschorten. Cliënten blijven er overigens uitdrukkelijk bij dat het nu nog openstaande niet is verschuldigd, zij hebben dit reeds voldoende bij u toegelicht. Toch zijn cliënten bereid om – nadat alle gebreken deugdelijk zijn hersteld – ook hieromtrent het gesprek met u aan te gaan in de hoop dat in goed overleg een oplossing kan worden gevonden. (…)” 2.10. Bij e-mail van 11 januari 2024 heeft [gedaagde] - kort gezegd - aan de advocaat van [eisers] kenbaar gemaakt dat hij bereid is om medewerking te verlenen aan een oplossing en dat hij de inhoud van het deskundigenrapport wil verifiëren. Daarnaast stelt hij in voormelde e-mail een mogelijke oplossingsrichting voor. 2.11. De advocaat van [eisers] en [gedaagde] hebben in januari 2024 vervolgens nog enige tijd gecorrespondeerd over de te plannen herstelwerkzaamheden, waarna [gedaagde] op 6 februari 2024 de door [eisers] gestelde gebreken ter plaatse is gaan bekijken. Bij die gelegenheid is het deskundigenrapport van [deskundige] (en enkele foto’s) aan [gedaagde] overhandigd. 2.12. Bij e-mails van 6 en 15 februari 2024 heeft [gedaagde] een plan van aanpak toegezonden aan (de advocaat van) [eisers] Op 26 en 28 februari 2024 zijn door/namens [gedaagde] herstelwerkzaamheden uitgevoerd. 2.13. Op 29 februari 2024 hebben [eisers] aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat de door/namens [gedaagde] uitgevoerde (herstel)werkzaamheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, aangezien er nog steeds sprake is van lekkages en andere gebreken. 2.14. Bij e-mail van 6 maart 2024 heeft de advocaat van [eisers] [gedaagde] bericht dat een deskundige zal worden ingeschakeld en dat hij uitgenodigd zal worden om bij het onderzoek aanwezig te zijn. 2.15. In reactie daarop heeft de advocaat van [gedaagde] de advocaat van [eisers] bij brief/e-mail van 12 maart 2024 bericht dat [gedaagde] - indien hij daartoe rechtens gehouden is, hetgeen ten aanzien van een aantal door [eisers] gestelde gebreken wordt betwist - bereid is om eventuele gebreken te herstellen. Verder heeft hij [eisers] verzocht c.q. gesommeerd om binnen 14 dagen over te gaan tot betaling van een meerwerkfactuur (met nummer [nummer] van 12 september 2023) ten bedrage van € 4.200,00. 2.16. Op 5 april 2024 heeft [B] , werkzaam bij TOP Expertise (hierna: TOP Expertise), op verzoek van (de advocaat van) [eisers] een bouwkundige inspectie uitgevoerd, waarbij de volgende vragen ter beantwoording aan TOP Expertise zijn voorgelegd: “ Wat is uw eerste indruk van de schuur en het tuinhuis? Constateert u lekkage(s)? Zo ja, waar precies? Constateert u verder gebreken (waarbij in ieder geval de door verzekerden opgesomde punten in het laatste overzicht geïnspecteerd moeten worden)? Zo ja, wat voor gebreken en waar precies? Wat is de oorzaak van deze lekkage(s) en/of andere problemen/gebreken? Op welke wijze dienen de geconstateerde lekkage(s) en/of problemen/gebreken opgelost te worden? Wat zijn de kosten voor voornoemde herstelwerkzaamheden? Is sprake van gevolgschade? a. Zo ja, waar en wat is hiervan de oorzaak? b. Op welke wijze dient dit te worden hersteld? c. Wat zijn de herstelkosten ten aanzien van de gevolgschade? 8. Zijn er verder nog relevante bevindingen en/of opmerkingen naar aanleiding van de inspectie?” 2.17. Op 10 oktober 2024 heeft TOP Expertise een rapport uitgebracht, waarin zij heeft geconstateerd dat sprake is van diverse gebreken. De daarmee gemoeide herstelkosten heeft zij begroot op een bedrag van € 44.804,00 (inclusief btw). 2.18. In aansluiting op het door TOP Expertise uitgevoerde onderzoek heeft de advocaat van [eisers] de advocaat van [gedaagde] bij e-mail/brief van 1 november 2024 onder meer als volgt bericht: “(…) Uitkomsten deskundigenonderzoek Uit het deskundigenrapport d.d.
Volledig
Op sommige stukken zit er heel veel ruimte tussen de rombus planken Daar komt nu ook nog een heel serieus probleem bij, toen wij gisterenavond thuiskwamen stonden er plassen water in het tuinhuis gedeelte waarschijnlijk doordat water (onder)langs de glazenschuifpui naar binnen liep. Vanochtend stond het tuinhuis gedeelte bijna helemaal blank maar ook in het schuurgedeelte stonden flinke plassen water. Dat het gebouw bij regen van binnen droog zou blijven is toch wel de verwachting! Graag snel een oplossing voor alle problemen. (…)” 2.8. Bij (aangetekende) brief van 8 november 2023 hebben [eisers] [gedaagde] onder meer als volgt bericht: “(…) Op 07 juli 2023 zijn wij overeengekomen dat u de volgende werkzaamheden zou verrichten: Het plaatsen van een tuinhuis / schuur, (…) (…) Helaas ben ik niet tevreden over de uitgevoerde werkzaamheden. Over het resultaat heb ik de volgende klachten: Als het regent loopt er water langs de bovenkant van het gemetselde deel en het begin van de houtwand door naar binnen. Hierdoor komt er zowel in de schuur als in het tuinhuis water naar binnen. Geen afwerking onder de deur van de schuur; Geen afwerking bij de glaswand tuinhuis; Diverse kieren langs randen van kozijn. Ik stel u hierbij in gebreke wegens bovenbedoelde toerekenbare tekortkomingen. Ook stel ik u hierbij aansprakelijk voor de al geleden en nog te lijden schade. Ik geef u de gelegenheid binnen een termijn van twee weken vanaf heden de overeengekomen werkzaamheden alsnog uit te voeren conform de eisen van goed en deugdelijk werk. Ik verzoek u hiervoor zo spoedig mogelijk een afspraak met mij te maken. Daarbij teken ik aan dat het waterdicht maken van de schuur c.q. tuinhuis moet gebeuren middels het aanbrengen van een waterslag en niet verholpen kan worden door een kitlaag aan te brengen aan de binnen dan wel buitenzijde. Wanneer u niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet, behoud ik mij het recht voor om het herstel door een andere partij te laten uitvoeren en de kosten daarvan op u te verhalen. (…)” 2.9. Een brief van de advocaat van [eisers] aan [gedaagde] van 22 december 2023 (met een daarbij gevoegd oordeel van een door/namens [eisers] geraadpleegde deskundige ( [deskundige] ; hierna: [deskundige] )) luidt, voor zover relevant, als volgt: “(…) Cliënten hebben u reeds op de hoogte gebracht van de gebreken in de door u uitgevoerde werkzaamheden aan hun schuur en tuinhuis (met name het feit dat er water via de stenen muur naar binnen loopt waardoor uiteindelijk houtrot zal ontstaan). U heeft aangeboden een kitter langs te laten komen, maar met slechts wat kitwerk zullen de problemen niet opgelost worden. In tegendeel: diverse bouwkundige hebben onafhankelijk van elkaar verklaard dat door het kitten aan de binnenzijde nog altijd vocht naar binnen kan lopen, maar dit vocht dan zelfs niet meer weg kan waardoor het proces van houtrot juist zal worden versneld. Uiteraard kan en mag dit niet de bedoeling zijn. Om na te gaan op welke manier de gebreken dan wel opgelost moeten worden, hebben cliënten een bouwkundig expert verzocht om rapportage uit te brengen. Bijgaand treft u deze rapportage aan. Cliënten vernemen graag van u – met inachtneming van deze rapportage – een concreet herstelplan. Op basis daarvan kan dan nader (…) overleg gevoerd worden zodat afspraken gemaakt kunnen worden over de nog uit te voeren herstelwerkzaamheden. Tot een oplossing omtrent de gebreken is gevonden, zullen cliënten – conform de mogelijkheden die de wet hen biedt – hun betalingsverplichting voor zo ver die nog zou bestaan opschorten. Cliënten blijven er overigens uitdrukkelijk bij dat het nu nog openstaande niet is verschuldigd, zij hebben dit reeds voldoende bij u toegelicht. Toch zijn cliënten bereid om – nadat alle gebreken deugdelijk zijn hersteld – ook hieromtrent het gesprek met u aan te gaan in de hoop dat in goed overleg een oplossing kan worden gevonden. (…)” 2.10. Bij e-mail van 11 januari 2024 heeft [gedaagde] - kort gezegd - aan de advocaat van [eisers] kenbaar gemaakt dat hij bereid is om medewerking te verlenen aan een oplossing en dat hij de inhoud van het deskundigenrapport wil verifiëren. Daarnaast stelt hij in voormelde e-mail een mogelijke oplossingsrichting voor. 2.11. De advocaat van [eisers] en [gedaagde] hebben in januari 2024 vervolgens nog enige tijd gecorrespondeerd over de te plannen herstelwerkzaamheden, waarna [gedaagde] op 6 februari 2024 de door [eisers] gestelde gebreken ter plaatse is gaan bekijken. Bij die gelegenheid is het deskundigenrapport van [deskundige] (en enkele foto’s) aan [gedaagde] overhandigd. 2.12. Bij e-mails van 6 en 15 februari 2024 heeft [gedaagde] een plan van aanpak toegezonden aan (de advocaat van) [eisers] Op 26 en 28 februari 2024 zijn door/namens [gedaagde] herstelwerkzaamheden uitgevoerd. 2.13. Op 29 februari 2024 hebben [eisers] aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat de door/namens [gedaagde] uitgevoerde (herstel)werkzaamheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, aangezien er nog steeds sprake is van lekkages en andere gebreken. 2.14. Bij e-mail van 6 maart 2024 heeft de advocaat van [eisers] [gedaagde] bericht dat een deskundige zal worden ingeschakeld en dat hij uitgenodigd zal worden om bij het onderzoek aanwezig te zijn. 2.15. In reactie daarop heeft de advocaat van [gedaagde] de advocaat van [eisers] bij brief/e-mail van 12 maart 2024 bericht dat [gedaagde] - indien hij daartoe rechtens gehouden is, hetgeen ten aanzien van een aantal door [eisers] gestelde gebreken wordt betwist - bereid is om eventuele gebreken te herstellen. Verder heeft hij [eisers] verzocht c.q. gesommeerd om binnen 14 dagen over te gaan tot betaling van een meerwerkfactuur (met nummer [nummer] van 12 september 2023) ten bedrage van € 4.200,00. 2.16. Op 5 april 2024 heeft [B] , werkzaam bij TOP Expertise (hierna: TOP Expertise), op verzoek van (de advocaat van) [eisers] een bouwkundige inspectie uitgevoerd, waarbij de volgende vragen ter beantwoording aan TOP Expertise zijn voorgelegd: “ Wat is uw eerste indruk van de schuur en het tuinhuis? Constateert u lekkage(s)? Zo ja, waar precies? Constateert u verder gebreken (waarbij in ieder geval de door verzekerden opgesomde punten in het laatste overzicht geïnspecteerd moeten worden)? Zo ja, wat voor gebreken en waar precies? Wat is de oorzaak van deze lekkage(s) en/of andere problemen/gebreken? Op welke wijze dienen de geconstateerde lekkage(s) en/of problemen/gebreken opgelost te worden? Wat zijn de kosten voor voornoemde herstelwerkzaamheden? Is sprake van gevolgschade? a. Zo ja, waar en wat is hiervan de oorzaak? b. Op welke wijze dient dit te worden hersteld? c. Wat zijn de herstelkosten ten aanzien van de gevolgschade? 8. Zijn er verder nog relevante bevindingen en/of opmerkingen naar aanleiding van de inspectie?” 2.17. Op 10 oktober 2024 heeft TOP Expertise een rapport uitgebracht, waarin zij heeft geconstateerd dat sprake is van diverse gebreken. De daarmee gemoeide herstelkosten heeft zij begroot op een bedrag van € 44.804,00 (inclusief btw). 2.18. In aansluiting op het door TOP Expertise uitgevoerde onderzoek heeft de advocaat van [eisers] de advocaat van [gedaagde] bij e-mail/brief van 1 november 2024 onder meer als volgt bericht: “(…) Uitkomsten deskundigenonderzoek Uit het deskundigenrapport d.d.
Volledig
10 oktober 2024 (zie bijlage) komt naar voren dat er een groot aantal gebreken kleven aan het door uw cliënt uitgevoerde werk, te weten: Douglas rhombus houten geveldelen niet juist gemonteerd met waterdoorslag dan wel lekkage en gescheurde delen tot gevolg; Zweeds rabat houten geveldelen niet juist gemonteerd met waterdoorslag dan wel lekkage en het losraken van de planken tot gevolg; Ondeugdelijke dakwerkzaamheden (onvoldoende afschot platte dak schuur en tuinkamer, ondeugdelijke montage aluminium daktrim met lekkage tot gevolg, onjuiste aanbrenging hemelwaterafvoeren en aanwezigheid plooien en luchtbellen in de EPDM dakbedekking); Onvoldoende kwaliteit houten gevelkozijnen (onjuiste uitvoer onderdorpel bij deurkozijn schuur en onjuiste uitvoer houten gevelkozijn in kopgevel tuinkamer waarbij problemen aanwezig zijn met zowel onder- als bovendorpel alsmede waarbij het gebruikte hout onvoldoende kwaliteit kent); Hoogte steensponning in de fundering te minimaal waardoor bij hevige buien water naar binnen zou kunnen stromen; Onjuiste opbouw wanden binnenzijde tuinkamer (ontbreken van folie en ventilatie wanden en ontbreken van (advies omtrent) dakisolatie); Ontbreken constructieve bevestiging dragende kolommen op de betonvloer met kans op wegblazen/opwaaien tuinhuis en schuur van betonplaat bij hevige storm alsmede grote kans op houtrot kolommen door ontbreken ventilatieruimte aan onderzijde. Nu is geconstateerd dat de draagconstructie op onjuiste wijze aan de betonnen fundering is bevestigd, met alle mogelijke gevolgen van dien (…), zal een grootschalige hersteloperatie nodig zijn. De kosten hiervan worden door Top Expertise in totaal begroot op een bedrag van € 44.804,- inclusief BTW. (…) (…) Nader geconstateerde gebreken Los van de ten tijde van het onderzoek op 5 april 2024 geconstateerde gebreken, hebben cliënten in de tussentijd ook moeten constateren dat een groot deel van de aanwezige balken inmiddels is gaan scheuren. Ter illustratie treft u bijgaand enkele foto’s. Dit behoeven cliënten uiteraard niet te verwachten, cliënten houden uw client dan ook aansprakelijk voor deze scheurvorming. Laatste herstelkans (…) Namens cliënten verzoek – en zo nodig sommeer – ik uw client gelet daarop om binnen 14 dagen na ontvangst van dit schrijven schriftelijk te bevestigen dat alle in dit schrijven genoemde gebreken (dus de gebreken onder de 7 noemers corresponderend met het onderzoeksrapport alsmede de gescheurde balken) door uw cliënt zullen worden hersteld dan wel dat hij dit zal laten herstellen op een nader overeen te komen moment doch in ieder geval binnen 3 maanden na ontvangst van dit schrijven . (…) Het staat uw cliënt uiteraard vrij de gebreken naar eigen inzicht te (laten) herstellen, zo lang dit maar deugdelijk en conform overeenkomst gebeurt, dringende advies is echter wel om de hersteladviezen zoals door de heer [B] in het rapport opgenomen op te volgen. (…) (…)” 2.19. In reactie op voormelde brief/e-mail heeft de advocaat van [gedaagde] de advocaat van [eisers] bij e-mail van 4 november 2024 bericht dat hij het rapport van TOP Expertise zal laten beoordelen door een door [gedaagde] in te schakelen deskundige. Daarnaast wordt opgemerkt dat - afhankelijk van de uitkomsten van die beoordeling - al dan niet zal worden overgegaan tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. 2.20. Bij e-mail van 20 november 2024 heeft de advocaat van [eisers] de advocaat van [gedaagde] meegedeeld dat [eisers] schadevergoeding in plaats van herstel vorderen, als gevolg waarvan de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW. In aansluiting daarop heeft de advocaat van [eisers] [gedaagde] verzocht c.q. gesommeerd om binnen 14 dagen na ontvangst van voormelde e-mail over te gaan tot betaling van een (totaal)bedrag van € 50.777,60, bestaande uit een bedrag van € 48.164,00 aan herstelkosten en een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten. 2.21. Op 20 januari 2025 heeft EXP Bouwkundig onderzoek en advies (hierna: “EXP”) een beoordeling van het rapport van TOP Expertise uitgevoerd op verzoek van (de advocaat van) [gedaagde] . 2.22. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan, waarna [eisers] deze procedure zijn gestart op 6 februari 2026. 3 Het geschil in conventie 3.1. [eisers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te betalen een bedrag van € 48.164,00 (inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2024, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling; II. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te voldoen de deskundigenkosten ten bedrage van € 2.613,60 (inclusief btw), althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding, althans vanaf de datum van het vonnis, tot aan de dag van volledige betaling; III. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.520,53 (inclusief btw), althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding, althans vanaf de datum van het vonnis, tot aan de dag van volledige betaling; IV. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te betalen de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in hun vorderingen, althans tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de elfde dag na de datum van het vonnis. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.4. [gedaagde] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [eisers] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 4.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, primair vanaf de vervaldatum van de factuur, subsidiair vanaf 17 maart 2024, meer subsidiair vanaf de datum van de conclusie tot aan de dag van volledige betaling; II. [eisers] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 545,00 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten; III. [eisers] zal veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de elfde dag na de datum van het vonnis. 3.5. [eisers] voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring van [gedaagde] in zijn vorderingen, althans tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie Vervangende schadevergoeding 4.1. De rechtbank stelt voorop dat de tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in artikel 7:750 BW (hierna: de overeenkomst). [eisers] maken in deze procedure geen aanspraak op nakoming van de overeenkomst, maar in plaats daarvan op betaling van een bedrag aan vervangende schadevergoeding. 4.2. De rechtbank overweegt dat deze vordering op grond van artikel 6:87 BW kan worden toegewezen als vaststaat dat i) [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en ii) [gedaagde] ten tijde van het uitbrengen van de omzettingsverklaring in verzuim was. Het standpunt van [eisers] 4.3.
Volledig
10 oktober 2024 (zie bijlage) komt naar voren dat er een groot aantal gebreken kleven aan het door uw cliënt uitgevoerde werk, te weten: Douglas rhombus houten geveldelen niet juist gemonteerd met waterdoorslag dan wel lekkage en gescheurde delen tot gevolg; Zweeds rabat houten geveldelen niet juist gemonteerd met waterdoorslag dan wel lekkage en het losraken van de planken tot gevolg; Ondeugdelijke dakwerkzaamheden (onvoldoende afschot platte dak schuur en tuinkamer, ondeugdelijke montage aluminium daktrim met lekkage tot gevolg, onjuiste aanbrenging hemelwaterafvoeren en aanwezigheid plooien en luchtbellen in de EPDM dakbedekking); Onvoldoende kwaliteit houten gevelkozijnen (onjuiste uitvoer onderdorpel bij deurkozijn schuur en onjuiste uitvoer houten gevelkozijn in kopgevel tuinkamer waarbij problemen aanwezig zijn met zowel onder- als bovendorpel alsmede waarbij het gebruikte hout onvoldoende kwaliteit kent); Hoogte steensponning in de fundering te minimaal waardoor bij hevige buien water naar binnen zou kunnen stromen; Onjuiste opbouw wanden binnenzijde tuinkamer (ontbreken van folie en ventilatie wanden en ontbreken van (advies omtrent) dakisolatie); Ontbreken constructieve bevestiging dragende kolommen op de betonvloer met kans op wegblazen/opwaaien tuinhuis en schuur van betonplaat bij hevige storm alsmede grote kans op houtrot kolommen door ontbreken ventilatieruimte aan onderzijde. Nu is geconstateerd dat de draagconstructie op onjuiste wijze aan de betonnen fundering is bevestigd, met alle mogelijke gevolgen van dien (…), zal een grootschalige hersteloperatie nodig zijn. De kosten hiervan worden door Top Expertise in totaal begroot op een bedrag van € 44.804,- inclusief BTW. (…) (…) Nader geconstateerde gebreken Los van de ten tijde van het onderzoek op 5 april 2024 geconstateerde gebreken, hebben cliënten in de tussentijd ook moeten constateren dat een groot deel van de aanwezige balken inmiddels is gaan scheuren. Ter illustratie treft u bijgaand enkele foto’s. Dit behoeven cliënten uiteraard niet te verwachten, cliënten houden uw client dan ook aansprakelijk voor deze scheurvorming. Laatste herstelkans (…) Namens cliënten verzoek – en zo nodig sommeer – ik uw client gelet daarop om binnen 14 dagen na ontvangst van dit schrijven schriftelijk te bevestigen dat alle in dit schrijven genoemde gebreken (dus de gebreken onder de 7 noemers corresponderend met het onderzoeksrapport alsmede de gescheurde balken) door uw cliënt zullen worden hersteld dan wel dat hij dit zal laten herstellen op een nader overeen te komen moment doch in ieder geval binnen 3 maanden na ontvangst van dit schrijven . (…) Het staat uw cliënt uiteraard vrij de gebreken naar eigen inzicht te (laten) herstellen, zo lang dit maar deugdelijk en conform overeenkomst gebeurt, dringende advies is echter wel om de hersteladviezen zoals door de heer [B] in het rapport opgenomen op te volgen. (…) (…)” 2.19. In reactie op voormelde brief/e-mail heeft de advocaat van [gedaagde] de advocaat van [eisers] bij e-mail van 4 november 2024 bericht dat hij het rapport van TOP Expertise zal laten beoordelen door een door [gedaagde] in te schakelen deskundige. Daarnaast wordt opgemerkt dat - afhankelijk van de uitkomsten van die beoordeling - al dan niet zal worden overgegaan tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. 2.20. Bij e-mail van 20 november 2024 heeft de advocaat van [eisers] de advocaat van [gedaagde] meegedeeld dat [eisers] schadevergoeding in plaats van herstel vorderen, als gevolg waarvan de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW. In aansluiting daarop heeft de advocaat van [eisers] [gedaagde] verzocht c.q. gesommeerd om binnen 14 dagen na ontvangst van voormelde e-mail over te gaan tot betaling van een (totaal)bedrag van € 50.777,60, bestaande uit een bedrag van € 48.164,00 aan herstelkosten en een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten. 2.21. Op 20 januari 2025 heeft EXP Bouwkundig onderzoek en advies (hierna: “EXP”) een beoordeling van het rapport van TOP Expertise uitgevoerd op verzoek van (de advocaat van) [gedaagde] . 2.22. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan, waarna [eisers] deze procedure zijn gestart op 6 februari 2026. 3 Het geschil in conventie 3.1. [eisers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te betalen een bedrag van € 48.164,00 (inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2024, althans vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van volledige betaling; II. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te voldoen de deskundigenkosten ten bedrage van € 2.613,60 (inclusief btw), althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding, althans vanaf de datum van het vonnis, tot aan de dag van volledige betaling; III. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.520,53 (inclusief btw), althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding, althans vanaf de datum van het vonnis, tot aan de dag van volledige betaling; IV. [gedaagde] zal veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis aan [eisers] te betalen de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen. 3.2. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eisers] in hun vorderingen, althans tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de elfde dag na de datum van het vonnis. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in reconventie 3.4. [gedaagde] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [eisers] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 4.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, primair vanaf de vervaldatum van de factuur, subsidiair vanaf 17 maart 2024, meer subsidiair vanaf de datum van de conclusie tot aan de dag van volledige betaling; II. [eisers] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 545,00 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten; III. [eisers] zal veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de elfde dag na de datum van het vonnis. 3.5. [eisers] voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring van [gedaagde] in zijn vorderingen, althans tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie Vervangende schadevergoeding 4.1. De rechtbank stelt voorop dat de tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden aangemerkt als een overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in artikel 7:750 BW (hierna: de overeenkomst). [eisers] maken in deze procedure geen aanspraak op nakoming van de overeenkomst, maar in plaats daarvan op betaling van een bedrag aan vervangende schadevergoeding. 4.2. De rechtbank overweegt dat deze vordering op grond van artikel 6:87 BW kan worden toegewezen als vaststaat dat i) [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en ii) [gedaagde] ten tijde van het uitbrengen van de omzettingsverklaring in verzuim was. Het standpunt van [eisers] 4.3.
Volledig
[eisers] stellen - onder verwijzing naar de inhoud van het deskundigenrapport van TOP Expertise - dat [gedaagde] als aannemer jegens hen toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. [gedaagde] is niet bereid gebleken de geconstateerde gebreken aan het/de tuinhuis/schuur te herstellen, zodat hij in verzuim is komen te verkeren. [eisers] stellen niet langer prijs op nakoming, maar vorderen een vervangende schadevergoeding tot een bedrag van € 48.164,00. Daarnaast vorderen zij een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten. Dit betreft noodzakelijke en redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en vormt vermogensschade als bedoeld in artikel 6:92 lid 2 onder b BW, waarvoor [gedaagde] eveneens aansprakelijk is. [eisers] maken daarbij aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.520,53), nu [gedaagde] in verzuim is komen te verkeren respectievelijk [eisers] hun vordering uit handen hebben moeten geven. Het verweer van [gedaagde] 4.4. [gedaagde] voert daartegen - samengevat - het volgende aan. Tussen partijen staat vast dat het (bouw)werk op 6 oktober 2023 is opgeleverd (randnummer 5 van de dagvaarding). Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7:758 lid 3 BW merkt [gedaagde] op dat door [eisers] bij die gelegenheid geen melding is gemaakt van onder meer (gebreken aan) de dakbedekking. Naar het oordeel van [gedaagde] dient bij de verdere beoordeling enkel rekening te worden gehouden met de door [eisers] bij de oplevering gemelde gebreken. 4.5. [gedaagde] voert verder aan dat de door [eisers] ingeschakelde deskundige (TOP Expertise) bij haar beoordeling is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten. Hij licht toe dat het hem pas na ontvangst van een e-mail van 11 augustus 2023 (met een daarin opgenomen link en foto; productie 6 bij conclusie van antwoord) van [eisers] duidelijk werd wat hen precies voor ogen stond ten aanzien van “de schuur”. Er hebben weliswaar gesprekken plaatsgevonden tussen partijen, aan de hand waarvan de offerte is opgesteld, maar door [eisers] is niet concreet meegedeeld wat hen precies voor ogen stond. Zo hebben [eisers] pas op 13 en 21 september 2023 een sauna op tekeningen geïntroduceerd in de schuur. Pas geruime tijd na ondertekening van de overeenkomst was het voor [gedaagde] dus pas duidelijk dat in de schuur ook een sauna geplaatst zou gaan worden. Op dat moment is het door [eisers] geschetste en steeds voorgehouden beeld van een schuur met zonnepanelen volledig veranderd. Latere opmerkingen van de zijde van [eisers] hebben er dan ook toe geleid dat [gedaagde] diverse aanpassingen heeft moeten doen aan de constructie van de schuur. Uit het oogpunt van klanttevredenheid heeft hij daarin bewilligd. De klachten van [eisers] zijn feitelijk gebaseerd op verwachtingen die niet overeenkomen met de uitingen die zij voorafgaand aan en bij het sluiten van de overeenkomst hebben gedaan. Het had op hun weg gelegen om, voorafgaand aan het uitbrengen van de offerte door [gedaagde] , helder en duidelijk aan te geven welke verwachtingen zij hadden, ook wat betreft het afwerkingsniveau. 4.6. In aansluiting op het voorgaande voert [gedaagde] aan dat TOP Expertise onder meer uitgaat van een onjuiste uitleg van het woord “tuinkamer”. Verder wordt er door TOP Expertise ten onrechte vanuit gegaan dat bouw- en constructietekeningen noodzakelijk en/of verplicht zijn. Het betreft volgens [gedaagde] een zeer eenvoudig bouwwerk. Bovendien is dat niet tussen partijen overeengekomen en - indien en voor zover dergelijke tekeningen al noodzakelijk en verplicht zijn - ligt de verantwoordelijkheid op dat punt bij [eisers] [gedaagde] heeft gebruik gemaakt van deugdelijke materialen en hij heeft de uitvoering van de constructieve delen zodanig uitgevoerd dat deze ruimschoots voldoen aan de daarvoor geldende eisen. 4.7. Voor zover er problemen zijn geconstateerd, zijn die het gevolg van door [eisers] gewenste aanpassingen. Dit neemt niet weg dat [gedaagde] bereid is om de door EXP geconstateerde gebreken te herstellen. Alle overige door [eisers] gestelde gebreken worden - onder verwijzing naar het rapport van EXP - uitdrukkelijk betwist. 4.8. Ten aanzien van de door/namens [eisers] uitgebrachte omzettingsverklaring voert [gedaagde] tot slot aan dat hun standpunt was dat hij de herstelwerkzaamheden zou moeten uitvoeren conform het deskundigenrapport van TOP Expertise. [gedaagde] heeft echter aangegeven het niet eens te zijn met de inhoud van dat rapport en de daarin gehanteerde uitgangspunten. [eisers] waren bovendien op de hoogte van het feit dat [gedaagde] het deskundigenrapport van TOP Expertise zou laten beoordelen door een door hem in te schakelen deskundige en dat hij, aan de hand en afhankelijk van de uitkomsten daarvan, bereid was om herstelwerkzaamheden uit te voeren. [eisers] hebben dat ten onrechte niet afgewacht en hebben een omzettingsverklaring uitgebracht. [gedaagde] is van oordeel dat zij daarmee niet te goeder trouw hebben gehandeld en misbruik hebben gemaakt van hun recht. Gevolg daarvan dient te zijn dat aan de door/namens [eisers] uitgebrachte omzettingsverklaring geen rechtsgevolgen kunnen worden verbonden, aldus [gedaagde] . Het oordeel van de rechtbank Wat is de omvang van de opdracht? 4.9. [gedaagde] stelt dat ten tijde van de aanvaarding door [eisers] van de offerte het nog niet exact duidelijk was wat hen precies voor ogen stond ten aanzien van het werk. Gedurende het project is de opdracht pas duidelijk geworden. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] ten onrechte verwijst naar de e-mail met foto van 4 maart 2023, omdat dit werk volgens een bericht van [gedaagde] van 5 maart 2023 naar schatting € 14.000,00 zou gaan kosten. Daarna heeft [gedaagde] nog de geaccepteerde offerte van € 51.291,52 uitgebracht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke bouw van het werk is tussen partijen veel correspondentie geweest en zijn diverse tekeningen en afbeeldingen overgelegd, waardoor in ieder geval bij aanvang van de opdracht deze voldoende duidelijk was. Daar waar is afgeweken van de geaccepteerde opdracht, heeft [gedaagde] de aanvullende opdracht aanvaard tegen een meerprijs (het meerwerk). Aanvaarding zichtbare gebreken? 4.10. Tussen partijen is niet in geschil dat het werk op of omstreeks 6 oktober 2023 is opgeleverd. Na de oplevering is de aannemer alleen aansprakelijk voor gebreken die de opdrachtgever redelijkerwijze niet had kunnen ontdekken ten tijde van de oplevering (artikel 7:758 lid 3 BW). [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eisers] bij de oplevering geen melding hebben gemaakt van onder meer gebreken aan de dakbedekking, zodat hij daarmee - zo begrijpt de rechtbank het standpunt van [gedaagde] - ontslagen is van de aansprakelijkheid voor de zichtbare (gestelde) gebreken. Op de aannemer (in dit geval [gedaagde] ) rusten in beginsel de stelplicht en bewijslast dat de opdrachtgever (in dit geval [eisers] ) de gebreken ten tijde van de oplevering redelijkerwijs hadden kunnen ontdekken. [gedaagde] heeft ten aanzien daarvan niets, althans onvoldoende, gesteld. [gedaagde] heeft niet gesteld - afgezien van de dakbedekking - op welke gebreken hij concreet doelt en wat betreft de dakbedekking heeft hij niet toegelicht waarom [eisers] gebreken op dat punt direct bij de oplevering hadden moeten ontdekken. Gelet op de aard van het gestelde gebrek, waaronder de lekkage/waterdoorslag, zal deze ten tijde van de oplevering niet, althans niet volledig, aanwezig en zichtbaar zijn geweest. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [eisers] de (gestelde) gebreken redelijkerwijs niet hadden behoeven te ontdekken op het moment van de oplevering. Het beroep van [gedaagde] op décharge als bedoeld in artikel 7:758 lid 3 BW gaat daarom niet op. Toerekenbare tekortkoming? 4.11. Vervolgens ligt de vraag voor of [gedaagde] al dan niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn (contractuele) verplichtingen, meer concreet de op hem rustende verbintenis om een deugdelijke schuur en tuinhuis te realiseren. 4.12.
Volledig
[eisers] stellen - onder verwijzing naar de inhoud van het deskundigenrapport van TOP Expertise - dat [gedaagde] als aannemer jegens hen toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. [gedaagde] is niet bereid gebleken de geconstateerde gebreken aan het/de tuinhuis/schuur te herstellen, zodat hij in verzuim is komen te verkeren. [eisers] stellen niet langer prijs op nakoming, maar vorderen een vervangende schadevergoeding tot een bedrag van € 48.164,00. Daarnaast vorderen zij een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten. Dit betreft noodzakelijke en redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en vormt vermogensschade als bedoeld in artikel 6:92 lid 2 onder b BW, waarvoor [gedaagde] eveneens aansprakelijk is. [eisers] maken daarbij aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.520,53), nu [gedaagde] in verzuim is komen te verkeren respectievelijk [eisers] hun vordering uit handen hebben moeten geven. Het verweer van [gedaagde] 4.4. [gedaagde] voert daartegen - samengevat - het volgende aan. Tussen partijen staat vast dat het (bouw)werk op 6 oktober 2023 is opgeleverd (randnummer 5 van de dagvaarding). Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7:758 lid 3 BW merkt [gedaagde] op dat door [eisers] bij die gelegenheid geen melding is gemaakt van onder meer (gebreken aan) de dakbedekking. Naar het oordeel van [gedaagde] dient bij de verdere beoordeling enkel rekening te worden gehouden met de door [eisers] bij de oplevering gemelde gebreken. 4.5. [gedaagde] voert verder aan dat de door [eisers] ingeschakelde deskundige (TOP Expertise) bij haar beoordeling is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten. Hij licht toe dat het hem pas na ontvangst van een e-mail van 11 augustus 2023 (met een daarin opgenomen link en foto; productie 6 bij conclusie van antwoord) van [eisers] duidelijk werd wat hen precies voor ogen stond ten aanzien van “de schuur”. Er hebben weliswaar gesprekken plaatsgevonden tussen partijen, aan de hand waarvan de offerte is opgesteld, maar door [eisers] is niet concreet meegedeeld wat hen precies voor ogen stond. Zo hebben [eisers] pas op 13 en 21 september 2023 een sauna op tekeningen geïntroduceerd in de schuur. Pas geruime tijd na ondertekening van de overeenkomst was het voor [gedaagde] dus pas duidelijk dat in de schuur ook een sauna geplaatst zou gaan worden. Op dat moment is het door [eisers] geschetste en steeds voorgehouden beeld van een schuur met zonnepanelen volledig veranderd. Latere opmerkingen van de zijde van [eisers] hebben er dan ook toe geleid dat [gedaagde] diverse aanpassingen heeft moeten doen aan de constructie van de schuur. Uit het oogpunt van klanttevredenheid heeft hij daarin bewilligd. De klachten van [eisers] zijn feitelijk gebaseerd op verwachtingen die niet overeenkomen met de uitingen die zij voorafgaand aan en bij het sluiten van de overeenkomst hebben gedaan. Het had op hun weg gelegen om, voorafgaand aan het uitbrengen van de offerte door [gedaagde] , helder en duidelijk aan te geven welke verwachtingen zij hadden, ook wat betreft het afwerkingsniveau. 4.6. In aansluiting op het voorgaande voert [gedaagde] aan dat TOP Expertise onder meer uitgaat van een onjuiste uitleg van het woord “tuinkamer”. Verder wordt er door TOP Expertise ten onrechte vanuit gegaan dat bouw- en constructietekeningen noodzakelijk en/of verplicht zijn. Het betreft volgens [gedaagde] een zeer eenvoudig bouwwerk. Bovendien is dat niet tussen partijen overeengekomen en - indien en voor zover dergelijke tekeningen al noodzakelijk en verplicht zijn - ligt de verantwoordelijkheid op dat punt bij [eisers] [gedaagde] heeft gebruik gemaakt van deugdelijke materialen en hij heeft de uitvoering van de constructieve delen zodanig uitgevoerd dat deze ruimschoots voldoen aan de daarvoor geldende eisen. 4.7. Voor zover er problemen zijn geconstateerd, zijn die het gevolg van door [eisers] gewenste aanpassingen. Dit neemt niet weg dat [gedaagde] bereid is om de door EXP geconstateerde gebreken te herstellen. Alle overige door [eisers] gestelde gebreken worden - onder verwijzing naar het rapport van EXP - uitdrukkelijk betwist. 4.8. Ten aanzien van de door/namens [eisers] uitgebrachte omzettingsverklaring voert [gedaagde] tot slot aan dat hun standpunt was dat hij de herstelwerkzaamheden zou moeten uitvoeren conform het deskundigenrapport van TOP Expertise. [gedaagde] heeft echter aangegeven het niet eens te zijn met de inhoud van dat rapport en de daarin gehanteerde uitgangspunten. [eisers] waren bovendien op de hoogte van het feit dat [gedaagde] het deskundigenrapport van TOP Expertise zou laten beoordelen door een door hem in te schakelen deskundige en dat hij, aan de hand en afhankelijk van de uitkomsten daarvan, bereid was om herstelwerkzaamheden uit te voeren. [eisers] hebben dat ten onrechte niet afgewacht en hebben een omzettingsverklaring uitgebracht. [gedaagde] is van oordeel dat zij daarmee niet te goeder trouw hebben gehandeld en misbruik hebben gemaakt van hun recht. Gevolg daarvan dient te zijn dat aan de door/namens [eisers] uitgebrachte omzettingsverklaring geen rechtsgevolgen kunnen worden verbonden, aldus [gedaagde] . Het oordeel van de rechtbank Wat is de omvang van de opdracht? 4.9. [gedaagde] stelt dat ten tijde van de aanvaarding door [eisers] van de offerte het nog niet exact duidelijk was wat hen precies voor ogen stond ten aanzien van het werk. Gedurende het project is de opdracht pas duidelijk geworden. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] ten onrechte verwijst naar de e-mail met foto van 4 maart 2023, omdat dit werk volgens een bericht van [gedaagde] van 5 maart 2023 naar schatting € 14.000,00 zou gaan kosten. Daarna heeft [gedaagde] nog de geaccepteerde offerte van € 51.291,52 uitgebracht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke bouw van het werk is tussen partijen veel correspondentie geweest en zijn diverse tekeningen en afbeeldingen overgelegd, waardoor in ieder geval bij aanvang van de opdracht deze voldoende duidelijk was. Daar waar is afgeweken van de geaccepteerde opdracht, heeft [gedaagde] de aanvullende opdracht aanvaard tegen een meerprijs (het meerwerk). Aanvaarding zichtbare gebreken? 4.10. Tussen partijen is niet in geschil dat het werk op of omstreeks 6 oktober 2023 is opgeleverd. Na de oplevering is de aannemer alleen aansprakelijk voor gebreken die de opdrachtgever redelijkerwijze niet had kunnen ontdekken ten tijde van de oplevering (artikel 7:758 lid 3 BW). [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eisers] bij de oplevering geen melding hebben gemaakt van onder meer gebreken aan de dakbedekking, zodat hij daarmee - zo begrijpt de rechtbank het standpunt van [gedaagde] - ontslagen is van de aansprakelijkheid voor de zichtbare (gestelde) gebreken. Op de aannemer (in dit geval [gedaagde] ) rusten in beginsel de stelplicht en bewijslast dat de opdrachtgever (in dit geval [eisers] ) de gebreken ten tijde van de oplevering redelijkerwijs hadden kunnen ontdekken. [gedaagde] heeft ten aanzien daarvan niets, althans onvoldoende, gesteld. [gedaagde] heeft niet gesteld - afgezien van de dakbedekking - op welke gebreken hij concreet doelt en wat betreft de dakbedekking heeft hij niet toegelicht waarom [eisers] gebreken op dat punt direct bij de oplevering hadden moeten ontdekken. Gelet op de aard van het gestelde gebrek, waaronder de lekkage/waterdoorslag, zal deze ten tijde van de oplevering niet, althans niet volledig, aanwezig en zichtbaar zijn geweest. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [eisers] de (gestelde) gebreken redelijkerwijs niet hadden behoeven te ontdekken op het moment van de oplevering. Het beroep van [gedaagde] op décharge als bedoeld in artikel 7:758 lid 3 BW gaat daarom niet op. Toerekenbare tekortkoming? 4.11. Vervolgens ligt de vraag voor of [gedaagde] al dan niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn (contractuele) verplichtingen, meer concreet de op hem rustende verbintenis om een deugdelijke schuur en tuinhuis te realiseren. 4.12.
Volledig
Zoals hiervoor al is overwogen, stellen [eisers] - onder verwijzing naar de inhoud van het deskundigenrapport van TOP Expertise - dat [gedaagde] als aannemer jegens hen toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Onder verwijzing naar het deskundigenrapport van EXP betwist [gedaagde] de door [eisers] gestelde gebreken. De rechtbank zal hierna afzonderlijk de door [eisers] gestelde gebreken bespreken. i) onjuiste montage Douglas Rhombus houten geveldelen 4.13. TOP Expertise heeft geoordeeld dat de Douglas Rhombus houten geveldelen niet juist zijn gemonteerd met lekkages/waterdoorslag en gescheurde delen tot gevolg. Zij licht toe dat aan de onderzijde van de houten geveldelen bij de aansluiting op de metselwerk borstweringen een waterslag ontbreekt, waardoor de kopse kanten van het hout en de achterliggende houten constructie constant vochtig blijven, waardoor houtrot zal ontstaan. Daarnaast komt het water bovenop de metselwerk borstwering, waardoor het water bij regenbuien naar binnen stroomt en de constructie van het tuinhuis / de schuur wordt aangetast. Tot slot merkt TOP Expertise op dat de benodigde ventilatie achter de houten gevelbekleding ontbreekt, waardoor het vocht dat in de constructie komt niet kan worden afgevoerd, waardoor vochtproblemen, houtrot en schimmel ontstaan. De bevindingen van TOP Expertise worden bevestigd door EXP, aangezien zij onder meer - kort gezegd - heeft geoordeeld dat de aansluitdetails van de houten gevelbekleding op de kozijnen, het metselwerk en de dakranden/boeidelen niet conform de voorschriften zijn uitgevoerd met lekkages/waterdoorslag en gescheurde delen tot gevolg. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat op dit punt sprake is van een gebrek/tekortkoming. ii) onjuiste montage Zweeds rabat houten geveldelen 4.14. TOP Expertise heeft geoordeeld dat aan de onderzijde van de Zweeds rabat geveldelen bij de aansluiting op de metselwerk borstweringen een waterslag ontbreekt, waardoor lekkages (zijn) ontstaan. In aansluiting daarop heeft zij geoordeeld dat het onderste geveldeel en de achterliggende houten constructie door de aanhoudende lekkages constant vochtig zal blijven, waardoor houtrot zal ontstaan. Verder ontbreekt volgens TOP Expertise de benodigde ventilatie achter de houten gevelbekleding en stelt zij vast dat de bevestiging van de planken niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. EXP heeft op haar beurt geoordeeld dat het klopt dat de geveldelen niet juist zijn gemonteerd, maar dat dat niet gekwalificeerd kan worden als een gebrek op basis van het Bouwbesluit, althans niet ten aanzien van het gedeelte van het gerealiseerde werk dat als “berging” gekwalificeerd dient te worden. EXP licht toe dat vanuit het Bouwbesluit voor een object met de bestemming “berging” geldt dat de uitwendige scheidingsconstructie zodanig regenwerend moet zijn, dat de daarin opgeborgen voorwerpen tegen weer en wind beschermd zijn. Volgens EXP zal - nu de gevels van de berging enkelzijdig zijn uitgevoerd - naar de karakteristiek van de houten geveldelen waterdoorslag plaatsvinden. Ten aanzien van het “zitgedeelte/tuinkamer” van het gerealiseerde werk is EXP van oordeel dat de gevelconstructie op basis van de geldende voorschriften had moeten worden voorzien van een dampopen waterkerende folie en dat het ontbreken daarvan als een gebrek moet worden aangemerkt. 4.15. De rechtbank overweegt dat het Bouwbesluit een publiekrechtelijke norm en een minimumvereiste is. Het gaat erom wat [eisers] redelijkerwijs mochten verwachten. [eisers] hebben ruim € 50.000,00 aan [gedaagde] betaald voor het gerealiseerde werk. De rechtbank is van oordeel dat [eisers] alleen al op basis daarvan mochten verwachten dat het gerealiseerde werk - los van de vraag of een en ander nu wordt gekwalificeerd als een berging of als een zitgedeelte/tuinkamer - waterdicht is. Zij hoeven logischerwijs niet te accepteren dat sprake is van lekkages, dat het onderste geveldeel en de achterliggende houten constructie door aanhoudende lekkages constant vochtig blijven, dat benodigde ventilatie ontbreekt en dat de bevestiging van de planken niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook sprake van een gebrek/tekortkoming. iii) lekkage vanaf het dak bij de daktrim / dakbedekking bij de hemelwaterafvoer / afschot dak 4.16. Naar het oordeel van TOP Expertise is op het platte dak van het werk het afschot niet, althans zeer minimaal, aanwezig, waardoor er een grote hoeveelheid water op het dak blijft staan. Volgens TOP Expertise voldoet dat niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Volgens vakrichtlijnen geldt voor platte daken dat voldoende dakafschot in het dakvlak aanwezig moet zijn in de richting van de hemelwaterafvoeren, zodanig dat plasvorming wordt voorkomen. EXP merkt weliswaar op dat voldoende dakafschot geen eis is vanuit het Bouwbesluit, maar - zoals hiervoor ook al is opgemerkt - betekent dat niet dat geen sprake is of kan zijn van een gebrek. In dit verband merkt de rechtbank op dat EXP het bestaan van de door TOP Expertise genoemde vakrichtlijnen - die betrekking hebben op een benodigd afschot in een dakconstructie - bevestigt en dat zij zelf heeft opgemerkt dat deze zien op het voorkomen van lekkages in de toekomst door een versnelde veroudering van de aanwezige dakbedekking als gevolg van de inwerking van modder, zuren en zouten in achterblijvende waterplassen. 4.17. EXP geeft bovendien aan dat het ontbreken van een voldoende (mate van) afschot de kans op verstopping van het afvoersysteem, verdere vervuiling en lekkages vergroot. Daarmee voldoet het dak op dit punt naar het oordeel van de rechtbank niet - ook niet indien wordt uitgegaan van de juistheid van het standpunt dat voldoende dakafschot geen eis is vanuit het Bouwbesluit - aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Daar komt bij dat door [gedaagde] niet is weersproken (en door EXP niet is beoordeeld) dat de aluminium daktrim zeer slecht is gemonteerd, niet in één lijn is aangebracht en dat dat heeft geleid tot diverse lekkages. Verder is door [gedaagde] niet weersproken (en door EXP niet is beoordeeld) dat de twee hemelwaterafvoeren niet juist zijn aangebracht en dat sprake is van zeer veel plooien en luchtbellen in de dakbedekking. De conclusie is dat ook ten aanzien van die punten als vaststaand wordt aangenomen dat sprake is van een gebrek. iv) kwaliteit houten gevelkozijnen 4.18. TOP Expertise heeft geconstateerd dat tijdens door/namens [gedaagde] uitgevoerde herstelwerkzaamheden op onjuiste wijze een onderdorpel is aangebracht bij het deurkozijn van de schuur. De dikte aan de voorzijde van de dorpel is slechts (circa) 1 centimeter, waardoor de sterkte uit de onderdorpel is en daarmee niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Verder heeft TOP Expertise geconstateerd dat het houten gevelkozijn in de kopgevel van de tuinkamer onjuist is uitgevoerd, aangezien het waterhol in de bovendorpel ontbreekt en de aansluitingen van de stijlen met de bovendorpel zeer gevoelig zijn voor inwatering. Daarnaast merkt TOP Expertise op dat de onderdorpel aan de onderzijde geen juiste waterkering heeft, waardoor het regenwater gemakkelijk naar binnen kan lopen en dat de kwaliteit van het gebruikte hout niet van de kwaliteit is die bij de toepassing voor een gevelkozijn van een tuinkamer verwacht mag worden (veel kwasten en oneffenheden in het hout). [gedaagde] heeft het oordeel van TOP Expertise niet weersproken en EXP heeft die bevindingen/oordelen ook als juist beoordeeld, zodat vast is komen te staan dat sprake is van een gebrek. v) steensponning in de fundering 4.19. Op dit punt heeft TOP Expertise geoordeeld dat de hoogte van de steensponning in de fundering zeer minimaal is. Nu de steensponning slechts circa 6 centimeter is, dient er naar haar oordeel rondom een goede waterdoorlatende grindkoffer met drainage aangebracht te worden, omdat het - bij het ontbreken daarvan - mogelijk is dat bij hevige buien het water naar binnen stroomt over de betonvloer.
Volledig
Zoals hiervoor al is overwogen, stellen [eisers] - onder verwijzing naar de inhoud van het deskundigenrapport van TOP Expertise - dat [gedaagde] als aannemer jegens hen toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Onder verwijzing naar het deskundigenrapport van EXP betwist [gedaagde] de door [eisers] gestelde gebreken. De rechtbank zal hierna afzonderlijk de door [eisers] gestelde gebreken bespreken. i) onjuiste montage Douglas Rhombus houten geveldelen 4.13. TOP Expertise heeft geoordeeld dat de Douglas Rhombus houten geveldelen niet juist zijn gemonteerd met lekkages/waterdoorslag en gescheurde delen tot gevolg. Zij licht toe dat aan de onderzijde van de houten geveldelen bij de aansluiting op de metselwerk borstweringen een waterslag ontbreekt, waardoor de kopse kanten van het hout en de achterliggende houten constructie constant vochtig blijven, waardoor houtrot zal ontstaan. Daarnaast komt het water bovenop de metselwerk borstwering, waardoor het water bij regenbuien naar binnen stroomt en de constructie van het tuinhuis / de schuur wordt aangetast. Tot slot merkt TOP Expertise op dat de benodigde ventilatie achter de houten gevelbekleding ontbreekt, waardoor het vocht dat in de constructie komt niet kan worden afgevoerd, waardoor vochtproblemen, houtrot en schimmel ontstaan. De bevindingen van TOP Expertise worden bevestigd door EXP, aangezien zij onder meer - kort gezegd - heeft geoordeeld dat de aansluitdetails van de houten gevelbekleding op de kozijnen, het metselwerk en de dakranden/boeidelen niet conform de voorschriften zijn uitgevoerd met lekkages/waterdoorslag en gescheurde delen tot gevolg. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat op dit punt sprake is van een gebrek/tekortkoming. ii) onjuiste montage Zweeds rabat houten geveldelen 4.14. TOP Expertise heeft geoordeeld dat aan de onderzijde van de Zweeds rabat geveldelen bij de aansluiting op de metselwerk borstweringen een waterslag ontbreekt, waardoor lekkages (zijn) ontstaan. In aansluiting daarop heeft zij geoordeeld dat het onderste geveldeel en de achterliggende houten constructie door de aanhoudende lekkages constant vochtig zal blijven, waardoor houtrot zal ontstaan. Verder ontbreekt volgens TOP Expertise de benodigde ventilatie achter de houten gevelbekleding en stelt zij vast dat de bevestiging van de planken niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. EXP heeft op haar beurt geoordeeld dat het klopt dat de geveldelen niet juist zijn gemonteerd, maar dat dat niet gekwalificeerd kan worden als een gebrek op basis van het Bouwbesluit, althans niet ten aanzien van het gedeelte van het gerealiseerde werk dat als “berging” gekwalificeerd dient te worden. EXP licht toe dat vanuit het Bouwbesluit voor een object met de bestemming “berging” geldt dat de uitwendige scheidingsconstructie zodanig regenwerend moet zijn, dat de daarin opgeborgen voorwerpen tegen weer en wind beschermd zijn. Volgens EXP zal - nu de gevels van de berging enkelzijdig zijn uitgevoerd - naar de karakteristiek van de houten geveldelen waterdoorslag plaatsvinden. Ten aanzien van het “zitgedeelte/tuinkamer” van het gerealiseerde werk is EXP van oordeel dat de gevelconstructie op basis van de geldende voorschriften had moeten worden voorzien van een dampopen waterkerende folie en dat het ontbreken daarvan als een gebrek moet worden aangemerkt. 4.15. De rechtbank overweegt dat het Bouwbesluit een publiekrechtelijke norm en een minimumvereiste is. Het gaat erom wat [eisers] redelijkerwijs mochten verwachten. [eisers] hebben ruim € 50.000,00 aan [gedaagde] betaald voor het gerealiseerde werk. De rechtbank is van oordeel dat [eisers] alleen al op basis daarvan mochten verwachten dat het gerealiseerde werk - los van de vraag of een en ander nu wordt gekwalificeerd als een berging of als een zitgedeelte/tuinkamer - waterdicht is. Zij hoeven logischerwijs niet te accepteren dat sprake is van lekkages, dat het onderste geveldeel en de achterliggende houten constructie door aanhoudende lekkages constant vochtig blijven, dat benodigde ventilatie ontbreekt en dat de bevestiging van de planken niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoet. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook sprake van een gebrek/tekortkoming. iii) lekkage vanaf het dak bij de daktrim / dakbedekking bij de hemelwaterafvoer / afschot dak 4.16. Naar het oordeel van TOP Expertise is op het platte dak van het werk het afschot niet, althans zeer minimaal, aanwezig, waardoor er een grote hoeveelheid water op het dak blijft staan. Volgens TOP Expertise voldoet dat niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Volgens vakrichtlijnen geldt voor platte daken dat voldoende dakafschot in het dakvlak aanwezig moet zijn in de richting van de hemelwaterafvoeren, zodanig dat plasvorming wordt voorkomen. EXP merkt weliswaar op dat voldoende dakafschot geen eis is vanuit het Bouwbesluit, maar - zoals hiervoor ook al is opgemerkt - betekent dat niet dat geen sprake is of kan zijn van een gebrek. In dit verband merkt de rechtbank op dat EXP het bestaan van de door TOP Expertise genoemde vakrichtlijnen - die betrekking hebben op een benodigd afschot in een dakconstructie - bevestigt en dat zij zelf heeft opgemerkt dat deze zien op het voorkomen van lekkages in de toekomst door een versnelde veroudering van de aanwezige dakbedekking als gevolg van de inwerking van modder, zuren en zouten in achterblijvende waterplassen. 4.17. EXP geeft bovendien aan dat het ontbreken van een voldoende (mate van) afschot de kans op verstopping van het afvoersysteem, verdere vervuiling en lekkages vergroot. Daarmee voldoet het dak op dit punt naar het oordeel van de rechtbank niet - ook niet indien wordt uitgegaan van de juistheid van het standpunt dat voldoende dakafschot geen eis is vanuit het Bouwbesluit - aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Daar komt bij dat door [gedaagde] niet is weersproken (en door EXP niet is beoordeeld) dat de aluminium daktrim zeer slecht is gemonteerd, niet in één lijn is aangebracht en dat dat heeft geleid tot diverse lekkages. Verder is door [gedaagde] niet weersproken (en door EXP niet is beoordeeld) dat de twee hemelwaterafvoeren niet juist zijn aangebracht en dat sprake is van zeer veel plooien en luchtbellen in de dakbedekking. De conclusie is dat ook ten aanzien van die punten als vaststaand wordt aangenomen dat sprake is van een gebrek. iv) kwaliteit houten gevelkozijnen 4.18. TOP Expertise heeft geconstateerd dat tijdens door/namens [gedaagde] uitgevoerde herstelwerkzaamheden op onjuiste wijze een onderdorpel is aangebracht bij het deurkozijn van de schuur. De dikte aan de voorzijde van de dorpel is slechts (circa) 1 centimeter, waardoor de sterkte uit de onderdorpel is en daarmee niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Verder heeft TOP Expertise geconstateerd dat het houten gevelkozijn in de kopgevel van de tuinkamer onjuist is uitgevoerd, aangezien het waterhol in de bovendorpel ontbreekt en de aansluitingen van de stijlen met de bovendorpel zeer gevoelig zijn voor inwatering. Daarnaast merkt TOP Expertise op dat de onderdorpel aan de onderzijde geen juiste waterkering heeft, waardoor het regenwater gemakkelijk naar binnen kan lopen en dat de kwaliteit van het gebruikte hout niet van de kwaliteit is die bij de toepassing voor een gevelkozijn van een tuinkamer verwacht mag worden (veel kwasten en oneffenheden in het hout). [gedaagde] heeft het oordeel van TOP Expertise niet weersproken en EXP heeft die bevindingen/oordelen ook als juist beoordeeld, zodat vast is komen te staan dat sprake is van een gebrek. v) steensponning in de fundering 4.19. Op dit punt heeft TOP Expertise geoordeeld dat de hoogte van de steensponning in de fundering zeer minimaal is. Nu de steensponning slechts circa 6 centimeter is, dient er naar haar oordeel rondom een goede waterdoorlatende grindkoffer met drainage aangebracht te worden, omdat het - bij het ontbreken daarvan - mogelijk is dat bij hevige buien het water naar binnen stroomt over de betonvloer.
Volledig
EXP merkt op haar beurt op dat er conform de voorschriften een opstand dient te zijn van minimaal 10 centimeter. Daaraan is volgens EXP weliswaar niet voldaan, maar dit zou niet als fout zijn aan te merken, omdat de aanwezige opstand bij de borstwering voldoende zou zijn om waterwerend te zijn. De rechtbank volgt TOP Expertise in haar oordeel dat sprake is van een gebrek, omdat de enkele stelling van EXP dat de opstand voldoende is om waterwerend te zijn - ondanks het feit dat niet aan de geldende voorschriften is voldaan - op geen enkele wijze is onderbouwd. vi) lekkages/vocht in de wanden 4.20. TOP Expertise licht toe dat de binnenzijde van de tuinkamer door [gedaagde] is afgewerkt met rhombus houten gevelbekleding. Aangezien de buitenzijde van het tuinhuis en de schuur niet op een waterdichte wijze is uitgevoerd, zit er vocht in de wanden als gevolg van waterlekkages. Alle in haar rapport genoemde lekkages dienen opgelost te worden, waarbij van groot belang is dat de opbouw van de wanden op de juiste wijze wordt uitgevoerd. Het ontbreken van folie en ventilatie achter de gevelbekleding heeft gezorgd voor de aanwezigheid van vocht tussen de binnen- en buitenafwerking. Ook in/op het platte dak is geen dakisolatie en folie toegepast, wat in de toekomst kan zorgen voor de nodige condens, aldus TOP Expertise. EXP heeft in reactie hierop nogmaals een onderscheid gemaakt tussen “de berging” en “het zitgedeelte/de tuinkamer”, zoals hiervoor al uiteen is gezet, om duidelijk te maken dat ten aanzien van “de berging” andere eisen gesteld dienen te worden. De rechtbank volgt haar daarin niet en herhaalt hier dat [eisers] ruim € 50.000,00 aan [gedaagde] hebben betaald voor het gerealiseerde werk, op basis waarvan zij zonder meer mochten verwachten dat het gerealiseerde werk waterdicht is en dat zij niet geconfronteerd worden met lekkages, zodat wordt aangenomen dat sprake is van een gebrek. vii) niet gewerkt met een constructieberekening- en tekening 4.21. Volgens TOP Expertise heeft [gedaagde] naar eigen inzicht/inschatting een houten draagconstructie voor het werk gerealiseerd. Zij licht toe dat de houten dragende kolommen zonder constructieve bevestiging koud op de betonvloer staan. Normaliter worden er draadeinden ingestort of ingelijmd, waar de houten kolommen constructief aan worden bevestigd door middel van verstelbare stalen voetplaten. TOP Expertise geeft daarbij aan dat [gedaagde] bij gelegenheid van het onderzoek ter plaatse heeft aangegeven dat er tijdens het metselen van de borstwering ankers ingemetseld zijn. TOP Expertise verwacht dat dit constructief niet voldoet en sluit niet uit dat bij een hevige storm het werk van de betonplaat geblazen zou kunnen worden. TOP Expertise merkt verder op dat [gedaagde] naar eigen inzicht/inschatting een fundering (zonder heiwerk) en betonvloer heeft gerealiseerd. 4.22. Volgens TOP Expertise dient door een constructieberekening en -tekening aangetoond te worden dat het bouwwerk op staal (zonder heiwerk) gefundeerd kan worden en dat de toegepaste wapening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Om die reden heeft TOP Expertise IBT te Alblasserdam (hierna: IBT) ingeschakeld. Een bij het rapport van TOP Expertise gevoegde bijlage (bijlage 2) betreft een memo van IBT. Daaruit volgt - samengevat - dat de uitgevoerde funderingswijze een gebruikelijke methode is voor een fundering op staal. Ten aanzien van de door [gedaagde] geplaatste houten draagconstructie merkt IBT op dat het gebruikelijk is om de houten kolommen op een verstelbare kolomhouder te plaatsen, dat deze kolomhouder op de fundering verankerd dient te worden en dat de houten kolommen met houtdraadbouten bevestigd dienen te worden aan de kopplaat van de verstelbare kolomhouder. Volgens IBT is het in de huidige situatie mogelijk dat de constructie opwaait en is het zo dat de onderzijde van de kolommen geen enkele ruimte heeft om te kunnen ventileren, waardoor een grote kans op houtrot aanwezig is. 4.23. [gedaagde] heeft het uitgebreide en gemotiveerde oordeel van TOP Expertise en IBT niet, althans onvoldoende, weersproken en ook EXP zegt hier onvoldoende over, zodat vast is komen te staan dat ook op dit punt sprake is van een gebrek. Tussenconclusie 4.24. Uit het voorgaande volgt dat de door/namens [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden niet voldoen aan hetgeen [eisers] van een redelijk bekwaam en redelijk handelend aannemer mocht verwachten. Dit leidt tot de conclusie dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de door hem met [eisers] gesloten overeenkomst. Verzuim 4.25. [gedaagde] betwist niet dat [eisers] een omzettingsverklaring hebben gestuurd. Hij voert echter aan dat hij volgens [eisers] de herstelwerkzaamheden zou moeten uitvoeren, zoals door TOP Expertise was geoordeeld. [gedaagde] heeft daarop aangegeven het niet eens te zijn met de inhoud van het rapport van TOP Expertise en de daarin opgenomen uitgangspunten. Volgens [gedaagde] waren [eisers] bovendien op de hoogte van het feit dat hij het rapport van TOP Expertise op juistheid wilde laten beoordelen en dat hij op basis van de uitkomsten daarvan in het voorkomende geval bereid zou zijn de herstelwerkzaamheden uit te voeren. Waar het rapport van TOP Expertise meer dan zes maanden op zich heeft laten wachten, werd [gedaagde] een beperkte tijd gegund om de herstelwerkzaamheden uit te voeren. [eisers] hebben het rapport van EXP echter niet af willen wachten en hebben uiteindelijk een omzettingsverklaring gestuurd. Mede gelet op het tijdsverloop is [gedaagde] van oordeel dat [eisers] niet te goeder trouw hebben gehandeld en/of dat zij misbruik van recht hebben gemaakt. Aan de door hen toegezonden omzettingsverklaring kunnen daarom geen rechtsgevolgen worden verbonden, aldus [gedaagde] . 4.26. De rechtbank overweegt als volgt. Bij e-mail van 20 november 2024 hebben [eisers] , althans hun advocaat, aan (de advocaat van) [gedaagde] meegedeeld dat zij schadevergoeding in plaats van herstel vorderen als gevolg waarvan de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW. Dat zij tot die omzetting gerechtigd waren, volgt uit de gebleken feiten en omstandigheden. [eisers] hebben [gedaagde] meerdere malen in gebreke gesteld c.s. aangemaand om over te gaan tot herstel. Anders dan [gedaagde] aanvoert, hebben [eisers] hem wel degelijk in de gelegenheid gesteld om de gebreken naar eigen inzicht te (laten) herstellen (overweging 2.18). [gedaagde] is al ruim één jaar daarvoor, op 8 november 2023 en ook nadien nog, in gebreke gesteld. Gelet op deze feiten en omstandigheden en in het bijzonder het tijdsverloop valt niet in te zien dat en waarom [eisers] gehouden waren om een oordeel van EXP af te wachten. De rechtbank gaat ook voorbij aan de enkele niet nader onderbouwde stelling van [gedaagde] dat [eisers] niet te goeder trouw zouden hebben gehandeld dan wel misbruik van recht zouden hebben gemaakt. Nu herstel is uitgebleven, is [gedaagde] in verzuim komen te verkeren. [eisers] hebben jegens [gedaagde] dan ook recht op (vervangende) schadevergoeding. De omvang van de schade 4.27. Uitgangspunt bij het begroten van een vervangende schadevergoeding is dat [eisers] in een financieel vergelijkbare positie moeten worden gebracht als die waarin zij zouden zijn komen te verkeren als [gedaagde] zijn contractuele verplichtingen behoorlijk zou zijn nagekomen. De vergoeding moet dus worden begroot op het bedrag dat [eisers] nodig hebben om de uitgebleven prestatie alsnog bij een derde te verwerven (de vervangingswaarde). 4.28. Ter onderbouwing van de (omvang van de) vervangende schadevergoeding hebben [eisers] verwezen naar de inhoud van het deskundigenrapport van TOP Expertise op dit punt. De daarin opgenomen (gespecificeerde) begroting sluit op een bedrag van € 44.804,00 (inclusief btw). Onderdeel van dit (totaal)bedrag betreft de kosten voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna (€ 1.190,00 respectievelijk € 3.180,00).
Volledig
EXP merkt op haar beurt op dat er conform de voorschriften een opstand dient te zijn van minimaal 10 centimeter. Daaraan is volgens EXP weliswaar niet voldaan, maar dit zou niet als fout zijn aan te merken, omdat de aanwezige opstand bij de borstwering voldoende zou zijn om waterwerend te zijn. De rechtbank volgt TOP Expertise in haar oordeel dat sprake is van een gebrek, omdat de enkele stelling van EXP dat de opstand voldoende is om waterwerend te zijn - ondanks het feit dat niet aan de geldende voorschriften is voldaan - op geen enkele wijze is onderbouwd. vi) lekkages/vocht in de wanden 4.20. TOP Expertise licht toe dat de binnenzijde van de tuinkamer door [gedaagde] is afgewerkt met rhombus houten gevelbekleding. Aangezien de buitenzijde van het tuinhuis en de schuur niet op een waterdichte wijze is uitgevoerd, zit er vocht in de wanden als gevolg van waterlekkages. Alle in haar rapport genoemde lekkages dienen opgelost te worden, waarbij van groot belang is dat de opbouw van de wanden op de juiste wijze wordt uitgevoerd. Het ontbreken van folie en ventilatie achter de gevelbekleding heeft gezorgd voor de aanwezigheid van vocht tussen de binnen- en buitenafwerking. Ook in/op het platte dak is geen dakisolatie en folie toegepast, wat in de toekomst kan zorgen voor de nodige condens, aldus TOP Expertise. EXP heeft in reactie hierop nogmaals een onderscheid gemaakt tussen “de berging” en “het zitgedeelte/de tuinkamer”, zoals hiervoor al uiteen is gezet, om duidelijk te maken dat ten aanzien van “de berging” andere eisen gesteld dienen te worden. De rechtbank volgt haar daarin niet en herhaalt hier dat [eisers] ruim € 50.000,00 aan [gedaagde] hebben betaald voor het gerealiseerde werk, op basis waarvan zij zonder meer mochten verwachten dat het gerealiseerde werk waterdicht is en dat zij niet geconfronteerd worden met lekkages, zodat wordt aangenomen dat sprake is van een gebrek. vii) niet gewerkt met een constructieberekening- en tekening 4.21. Volgens TOP Expertise heeft [gedaagde] naar eigen inzicht/inschatting een houten draagconstructie voor het werk gerealiseerd. Zij licht toe dat de houten dragende kolommen zonder constructieve bevestiging koud op de betonvloer staan. Normaliter worden er draadeinden ingestort of ingelijmd, waar de houten kolommen constructief aan worden bevestigd door middel van verstelbare stalen voetplaten. TOP Expertise geeft daarbij aan dat [gedaagde] bij gelegenheid van het onderzoek ter plaatse heeft aangegeven dat er tijdens het metselen van de borstwering ankers ingemetseld zijn. TOP Expertise verwacht dat dit constructief niet voldoet en sluit niet uit dat bij een hevige storm het werk van de betonplaat geblazen zou kunnen worden. TOP Expertise merkt verder op dat [gedaagde] naar eigen inzicht/inschatting een fundering (zonder heiwerk) en betonvloer heeft gerealiseerd. 4.22. Volgens TOP Expertise dient door een constructieberekening en -tekening aangetoond te worden dat het bouwwerk op staal (zonder heiwerk) gefundeerd kan worden en dat de toegepaste wapening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Om die reden heeft TOP Expertise IBT te Alblasserdam (hierna: IBT) ingeschakeld. Een bij het rapport van TOP Expertise gevoegde bijlage (bijlage 2) betreft een memo van IBT. Daaruit volgt - samengevat - dat de uitgevoerde funderingswijze een gebruikelijke methode is voor een fundering op staal. Ten aanzien van de door [gedaagde] geplaatste houten draagconstructie merkt IBT op dat het gebruikelijk is om de houten kolommen op een verstelbare kolomhouder te plaatsen, dat deze kolomhouder op de fundering verankerd dient te worden en dat de houten kolommen met houtdraadbouten bevestigd dienen te worden aan de kopplaat van de verstelbare kolomhouder. Volgens IBT is het in de huidige situatie mogelijk dat de constructie opwaait en is het zo dat de onderzijde van de kolommen geen enkele ruimte heeft om te kunnen ventileren, waardoor een grote kans op houtrot aanwezig is. 4.23. [gedaagde] heeft het uitgebreide en gemotiveerde oordeel van TOP Expertise en IBT niet, althans onvoldoende, weersproken en ook EXP zegt hier onvoldoende over, zodat vast is komen te staan dat ook op dit punt sprake is van een gebrek. Tussenconclusie 4.24. Uit het voorgaande volgt dat de door/namens [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden niet voldoen aan hetgeen [eisers] van een redelijk bekwaam en redelijk handelend aannemer mocht verwachten. Dit leidt tot de conclusie dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de door hem met [eisers] gesloten overeenkomst. Verzuim 4.25. [gedaagde] betwist niet dat [eisers] een omzettingsverklaring hebben gestuurd. Hij voert echter aan dat hij volgens [eisers] de herstelwerkzaamheden zou moeten uitvoeren, zoals door TOP Expertise was geoordeeld. [gedaagde] heeft daarop aangegeven het niet eens te zijn met de inhoud van het rapport van TOP Expertise en de daarin opgenomen uitgangspunten. Volgens [gedaagde] waren [eisers] bovendien op de hoogte van het feit dat hij het rapport van TOP Expertise op juistheid wilde laten beoordelen en dat hij op basis van de uitkomsten daarvan in het voorkomende geval bereid zou zijn de herstelwerkzaamheden uit te voeren. Waar het rapport van TOP Expertise meer dan zes maanden op zich heeft laten wachten, werd [gedaagde] een beperkte tijd gegund om de herstelwerkzaamheden uit te voeren. [eisers] hebben het rapport van EXP echter niet af willen wachten en hebben uiteindelijk een omzettingsverklaring gestuurd. Mede gelet op het tijdsverloop is [gedaagde] van oordeel dat [eisers] niet te goeder trouw hebben gehandeld en/of dat zij misbruik van recht hebben gemaakt. Aan de door hen toegezonden omzettingsverklaring kunnen daarom geen rechtsgevolgen worden verbonden, aldus [gedaagde] . 4.26. De rechtbank overweegt als volgt. Bij e-mail van 20 november 2024 hebben [eisers] , althans hun advocaat, aan (de advocaat van) [gedaagde] meegedeeld dat zij schadevergoeding in plaats van herstel vorderen als gevolg waarvan de verbintenis tot nakoming is omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW. Dat zij tot die omzetting gerechtigd waren, volgt uit de gebleken feiten en omstandigheden. [eisers] hebben [gedaagde] meerdere malen in gebreke gesteld c.s. aangemaand om over te gaan tot herstel. Anders dan [gedaagde] aanvoert, hebben [eisers] hem wel degelijk in de gelegenheid gesteld om de gebreken naar eigen inzicht te (laten) herstellen (overweging 2.18). [gedaagde] is al ruim één jaar daarvoor, op 8 november 2023 en ook nadien nog, in gebreke gesteld. Gelet op deze feiten en omstandigheden en in het bijzonder het tijdsverloop valt niet in te zien dat en waarom [eisers] gehouden waren om een oordeel van EXP af te wachten. De rechtbank gaat ook voorbij aan de enkele niet nader onderbouwde stelling van [gedaagde] dat [eisers] niet te goeder trouw zouden hebben gehandeld dan wel misbruik van recht zouden hebben gemaakt. Nu herstel is uitgebleven, is [gedaagde] in verzuim komen te verkeren. [eisers] hebben jegens [gedaagde] dan ook recht op (vervangende) schadevergoeding. De omvang van de schade 4.27. Uitgangspunt bij het begroten van een vervangende schadevergoeding is dat [eisers] in een financieel vergelijkbare positie moeten worden gebracht als die waarin zij zouden zijn komen te verkeren als [gedaagde] zijn contractuele verplichtingen behoorlijk zou zijn nagekomen. De vergoeding moet dus worden begroot op het bedrag dat [eisers] nodig hebben om de uitgebleven prestatie alsnog bij een derde te verwerven (de vervangingswaarde). 4.28. Ter onderbouwing van de (omvang van de) vervangende schadevergoeding hebben [eisers] verwezen naar de inhoud van het deskundigenrapport van TOP Expertise op dit punt. De daarin opgenomen (gespecificeerde) begroting sluit op een bedrag van € 44.804,00 (inclusief btw). Onderdeel van dit (totaal)bedrag betreft de kosten voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna (€ 1.190,00 respectievelijk € 3.180,00).
Volledig
Volgens [eisers] bedragen de daadwerkelijke kosten voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna in totaal € 8.340,00 (inclusief btw), waarbij zij verwijzen naar een door hen opgevraagde offerte van Wellnez Atelier van 11 november 2024 (productie 31 bij dagvaarding). Om die reden dient volgens [eisers] bij het door TOP Expertise begrote bedrag aan herstelkosten nog een bedrag van € 3.360,00 opgeteld te worden (€ 8.340,00 - € 1.190,00 - € 3.180,00). In totaal vorderen [eisers] daarom een bedrag aan (vervangende) schadevergoeding van € 48.164,00 (€ 44.804,00 + € 3.360,00). 4.29. De rechtbank ziet geen aanleiding om bij de door TOP Expertise begrote bedragen voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna een bedrag van € 3.360,00 op te tellen op basis van de door [eisers] overgelegde offerte van Wellnez Atelier . De inhoud van die offerte, althans de proportionaliteit daarvan, is gemotiveerd weersproken door [gedaagde] . In de betreffende offerte wordt uitgegaan van 80 manuren (10 werkdagen) voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna, wat de rechtbank - zonder nadere toelichting en onderbouwing - niet aannemelijk voorkomt. De offerte in het algemeen en de manuren in het bijzonder is/zijn op geen enkele wijze gespecificeerd. De rechtbank zal dan ook uitgaan van de door TOP Expertise begrote bedragen. 4.30. Nu de door TOP Expertise begrote herstelkosten voor het overige niet zijn weersproken door [gedaagde] , zal de rechtbank een bedrag van € 44.804,00 toewijzen. De gevorderde wettelijke rente zal - als onweersproken - ook worden toegewezen zoals gevorderd. Deskundigenkosten 4.31. [eisers] vorderen een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten. Dit bedrag zal worden toegewezen. Het gaat om kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:92 lid 2 sub b BW). Het is - gezien de tussen partijen ontstane discussie over de gebreken - redelijk dat [eisers] een deskundige hebben ingeschakeld. Verder heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd tegen de omvang van de gevorderde kosten, zodat aangenomen kan worden dat het gaat om - ook qua omvang - redelijke kosten. De over deze kosten gevorderde wettelijke rente zal - als onweersproken - ook worden toegewezen zoals gevorderd. Buitengerechtelijke incassokosten 4.32. [eisers] vorderen verder een bedrag van € 1.520,53 aan buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [eisers] voldoende hebben gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief (€ 1.223,04). De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen zoals gevorderd. Proceskosten 4.33. Bij deze uitkomst van de procedure wordt [gedaagde] in conventie als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eisers] Deze kosten worden tot vandaag vastgesteld op € 4.293,98 (€ 1.374,00 griffierecht, € 150,98 explootkosten, € 2.580,00 salaris advocaat (2,0 punten x tarief IV) en € 189,00 nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)). in reconventie Meerwerk 4.34. [gedaagde] vordert dat de rechtbank [eisers] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.200,00. Hij licht toe dat [eisers] de factuur met betrekking tot het overeengekomen meerwerk van 12 september 2023 (met nummer [nummer] ) tot voormeld bedrag ten onrechte onbetaald hebben gelaten. Het betreft werkzaamheden waarvoor [eisers] akkoord hebben gegeven. Nadat de werkzaamheden waren uitgevoerd, hebben [eisers] zich op het standpunt gesteld dat aan hen een te hoog bedrag is geoffreerd. Nog afgezien van het feit dat dat ten onrechte is, laat dat onverlet dat [eisers] akkoord hebben gegeven. [eisers] hebben dat ook erkend in hun e-mail van 9 oktober 2023 (productie 11 bij conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie), aldus [gedaagde] . 4.35. De rechtbank overweegt als volgt. Door [eisers] is niet, althans onvoldoende, weersproken dat zij akkoord zijn gegaan met een bedrag aan meerwerk ten bedrage van € 4.200,00 (zie ook overweging 2.6). Dat zij - achteraf bezien - van oordeel zijn dat dat een te hoog bedrag is, gelet op de naar hun oordeel daadwerkelijk door/namens [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden, doet niets af aan de tussen partijen bereikte overeenstemming over voormeld bedrag. Daarnaast is onvoldoende betwist dat de werkzaamheden van het meerwerk ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. [eisers] hebben bovendien geen rechtsgevolg verbonden aan hun enkele stelling. Het door [gedaagde] gevorderde bedrag van € 4.200,00 zal dan ook worden toegewezen. Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten 4.36. De door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 545,00) zullen echter worden afgewezen. [eisers] hebben - gelet op wat in conventie is overwogen - op goede gronden een beroep gedaan op opschorting van hun betalingsverplichting (zie productie 17 bij dagvaarding). Dit betekent dat zij niet in verzuim zijn komen te verkeren, zodat toewijzing van de door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten niet aan de orde is. Proceskosten 4.37. Gelet op de uitkomst van de procedure ziet de rechtbank aanleiding de kosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5. De beslissing De rechtbank: in conventie 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 44.804,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 11 december 2024 tot aan de dag van volledige betaling; 5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; 5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.223,04 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; 5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten (inclusief nakosten) van € 4.293,98, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00, plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet (tijdig) aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.6. wijst af het meer of anders gevorderde; in reconventie 5.7. veroordeelt [eisers] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 4.200,00; 5.8. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.9. verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordeling onder 5.7 uitvoerbaar bij voorraad; 5.10. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Xanthopoulos en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
Volledig
Volgens [eisers] bedragen de daadwerkelijke kosten voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna in totaal € 8.340,00 (inclusief btw), waarbij zij verwijzen naar een door hen opgevraagde offerte van Wellnez Atelier van 11 november 2024 (productie 31 bij dagvaarding). Om die reden dient volgens [eisers] bij het door TOP Expertise begrote bedrag aan herstelkosten nog een bedrag van € 3.360,00 opgeteld te worden (€ 8.340,00 - € 1.190,00 - € 3.180,00). In totaal vorderen [eisers] daarom een bedrag aan (vervangende) schadevergoeding van € 48.164,00 (€ 44.804,00 + € 3.360,00). 4.29. De rechtbank ziet geen aanleiding om bij de door TOP Expertise begrote bedragen voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna een bedrag van € 3.360,00 op te tellen op basis van de door [eisers] overgelegde offerte van Wellnez Atelier . De inhoud van die offerte, althans de proportionaliteit daarvan, is gemotiveerd weersproken door [gedaagde] . In de betreffende offerte wordt uitgegaan van 80 manuren (10 werkdagen) voor het demonteren en opnieuw monteren van de sauna, wat de rechtbank - zonder nadere toelichting en onderbouwing - niet aannemelijk voorkomt. De offerte in het algemeen en de manuren in het bijzonder is/zijn op geen enkele wijze gespecificeerd. De rechtbank zal dan ook uitgaan van de door TOP Expertise begrote bedragen. 4.30. Nu de door TOP Expertise begrote herstelkosten voor het overige niet zijn weersproken door [gedaagde] , zal de rechtbank een bedrag van € 44.804,00 toewijzen. De gevorderde wettelijke rente zal - als onweersproken - ook worden toegewezen zoals gevorderd. Deskundigenkosten 4.31. [eisers] vorderen een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten. Dit bedrag zal worden toegewezen. Het gaat om kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:92 lid 2 sub b BW). Het is - gezien de tussen partijen ontstane discussie over de gebreken - redelijk dat [eisers] een deskundige hebben ingeschakeld. Verder heeft [gedaagde] geen verweer gevoerd tegen de omvang van de gevorderde kosten, zodat aangenomen kan worden dat het gaat om - ook qua omvang - redelijke kosten. De over deze kosten gevorderde wettelijke rente zal - als onweersproken - ook worden toegewezen zoals gevorderd. Buitengerechtelijke incassokosten 4.32. [eisers] vorderen verder een bedrag van € 1.520,53 aan buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [eisers] voldoende hebben gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief (€ 1.223,04). De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen zoals gevorderd. Proceskosten 4.33. Bij deze uitkomst van de procedure wordt [gedaagde] in conventie als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eisers] Deze kosten worden tot vandaag vastgesteld op € 4.293,98 (€ 1.374,00 griffierecht, € 150,98 explootkosten, € 2.580,00 salaris advocaat (2,0 punten x tarief IV) en € 189,00 nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)). in reconventie Meerwerk 4.34. [gedaagde] vordert dat de rechtbank [eisers] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.200,00. Hij licht toe dat [eisers] de factuur met betrekking tot het overeengekomen meerwerk van 12 september 2023 (met nummer [nummer] ) tot voormeld bedrag ten onrechte onbetaald hebben gelaten. Het betreft werkzaamheden waarvoor [eisers] akkoord hebben gegeven. Nadat de werkzaamheden waren uitgevoerd, hebben [eisers] zich op het standpunt gesteld dat aan hen een te hoog bedrag is geoffreerd. Nog afgezien van het feit dat dat ten onrechte is, laat dat onverlet dat [eisers] akkoord hebben gegeven. [eisers] hebben dat ook erkend in hun e-mail van 9 oktober 2023 (productie 11 bij conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie), aldus [gedaagde] . 4.35. De rechtbank overweegt als volgt. Door [eisers] is niet, althans onvoldoende, weersproken dat zij akkoord zijn gegaan met een bedrag aan meerwerk ten bedrage van € 4.200,00 (zie ook overweging 2.6). Dat zij - achteraf bezien - van oordeel zijn dat dat een te hoog bedrag is, gelet op de naar hun oordeel daadwerkelijk door/namens [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden, doet niets af aan de tussen partijen bereikte overeenstemming over voormeld bedrag. Daarnaast is onvoldoende betwist dat de werkzaamheden van het meerwerk ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. [eisers] hebben bovendien geen rechtsgevolg verbonden aan hun enkele stelling. Het door [gedaagde] gevorderde bedrag van € 4.200,00 zal dan ook worden toegewezen. Wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten 4.36. De door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 545,00) zullen echter worden afgewezen. [eisers] hebben - gelet op wat in conventie is overwogen - op goede gronden een beroep gedaan op opschorting van hun betalingsverplichting (zie productie 17 bij dagvaarding). Dit betekent dat zij niet in verzuim zijn komen te verkeren, zodat toewijzing van de door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten niet aan de orde is. Proceskosten 4.37. Gelet op de uitkomst van de procedure ziet de rechtbank aanleiding de kosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5. De beslissing De rechtbank: in conventie 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 44.804,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 11 december 2024 tot aan de dag van volledige betaling; 5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 2.613,60 aan deskundigenkosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; 5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.223,04 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; 5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten (inclusief nakosten) van € 4.293,98, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00, plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet (tijdig) aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.6. wijst af het meer of anders gevorderde; in reconventie 5.7. veroordeelt [eisers] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 4.200,00; 5.8. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 5.9. verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordeling onder 5.7 uitvoerbaar bij voorraad; 5.10. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Xanthopoulos en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.