Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBOBR:2026:2052
Civiel recht
Bodemzaak
1,927 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2026:2052 text/xml public 2026-04-07T09:00:13 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-01 C/01/420388 / HA ZA 25-640 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2052 text/html public 2026-03-31T16:37:05 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2052 Rechtbank Oost-Brabant , 01-04-2026 / C/01/420388 / HA ZA 25-640 Verstekzaak. EU-betekening. Artikel 22 EU-Verordening 2020/1784 juncto artikel 76 van de Uitvoeringswet Betekeningsverordening. Vordering om accounts te bevriezen en NAW-gegevens van gebruikers kenbaar te maken. Opgave cryptovaluta en liquiditeiten. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/420388 / HA ZA 25-640 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] , beiden te [plaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. M.A. Hupkes, tegen 1 OCEANBLUE FINTECH UAB, te Vilnius (Litouwen), 2. MEXC ESTONIA OÜ , te Tallinn (Estland), gedaagde partijen, hierna samen te noemen: Oceanblue en Mexc, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tussenvonnis van 26-11-2026; - de akte d.d. 4-12-2025 van [eisers] met het betekeningscertificaaat ten behoeve van gedaagde sub 1; - de akte d.d. 18-2-2025 van [eisers] waarin [eisers] uitlegt dat er – ondanks extra aanmaning – geen betekeningscertificaat voor gedaagde sub 2 is verkregen en verzoekt tot toepassing van artikel 7 van de Uitvoeringswet betekeningsverordening. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling Tussenvonnis 2.1. De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 26 november 2025. Kort samengevat zijn [eisers] in de gelegenheid gesteld om betekeningsstukken te overleggen en – voor zover dat niet zou kunnen – uitleg te verschaffen waarom de bedoelde stukken er niet zijn, alsook te verklaren welke stappen zij hebben genomen om de stukken te verkrijgen. De aktewisseling en de beoordeling daarvan 2.2. Bij akte van 4 december 2025 heeft [eisers] het betekeningscertificaat ten behoeve van gedaagde sub 1 overgelegd. Daarmee kan de rechtbank vaststellen dat aan de vereisten als bedoeld in de EU-Verordening 2020/1784 is voldaan. 2.3. Bij akte van 18 februari 2026 hebben [eisers] laten weten dat zij nog steeds geen betekeningscertificaat ten behoeve van gedaagde sub 2 hebben ontvangen. Verder hebben zij gesteld dat zij alle redelijkerwijs te verwachten inspanningen hebben verricht. Zo wijzen zij op een bericht aan de ontvangende instantie d.d. 23 januari 2026. 2.4. Artikel 22 EU-Verordening 2020/1784 juncto artikel 76 van de Uitvoeringswet Betekeningsverordening bepaalt: “ 1. In afwijking van artikel 22, eerste lid, van de verordening kan de rechter een beslissing geven, ook als geen certificaat van betekening, kennisgeving of afgifte is ontvangen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: a. het stuk is op één van de in de verordening geregelde wijzen toegezonden; b. sedert het tijdstip van toezending van het stuk is een termijn verlopen die door de rechter voor elk afzonderlijk geval wordt vastgesteld, doch die ten minste zes maanden zal bedragen; c. in weerwil van alle redelijke inspanningen die daartoe bij de bevoegde autoriteiten of organen van de aangezochte staat zijn aangewend, kon geen bewijs worden verkregen. [..]”. 2.5. Aan deze voorwaarden is voldaan: Het stuk is door de verzendende instantie aangeboden aan de ontvangende instantie. Deze wijze van verzenden is geregeld in hoofdstuk II afdeling 1 van EU-Verordening 2020/1784; Toezending vond plaats op 22 juli 2025. Op de vonnisdatum van 1 april 2026 zijn meer dan zes maanden verstreken; [eisers] hebben de vereiste inspanningen geleverd door nogmaals bij de ontvangende instantie te reclameren. 2.6. In het tussenvonnis had de rechtbank de (in eerste instantie onterechte) verstekverlening ongedaan gemaakt. Inmiddels is – gelet op het voorgaande – aan de voorwaarden voor verstekverlening voldaan. De rechtbank zal het verstek in de beslissing uitspreken. Rente over kosten 2.7. [eisers] maken aanspraak op een schadevergoeding voor gemaakte kosten ad € 13.233,39. Zij vragen hier rente over vanaf 12 november 2024. Evenwel lichten zij niet toe waarom er vanaf dat moment rente verschuldigd is. De rente zal dan ook worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding. Verstektoets 2.8. De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. Proceskosten 2.9. Oceanblue en Mexc zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 158,96 - griffierecht € 2.723,00 - salaris advocaat € 3.723,00 (1 punt × € 3.723,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 6.793,96 3 De beslissing De rechtbank 3.1. verleent tegen Oceanblue en Mexc (opnieuw) verstek, 3.2. beveelt Oceanblue en Mexc binnen vier dagen na betekening van dit vonnis de navolgende accounts van de gebruiker(s) bevroren te houden dan wel te bevriezen dan wel de toegang van de gebruiker(s) tot hun account(s) te beëindigen (de ordemaatregel): [nummer 1] [nummer 2] [nummer 3] [nummer 4] [nummer 5] Dit onder de voorwaarden dat [eisers] binnen 2 maanden na bekendmaking van de onder 3.4 bedoelde informatie een procedure entameren tegen de bedoelde gebruiker(s), 3.3. verbiedt Oceanblue en Mexc om de onder 3.2 bedoelde gebruiker(s) vooraf in kennis te stellen van de onder 3.2 bedoelde ordemaatregel, 3.4. veroordeelt Oceanblue en Mexc om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis en de vertaling daarvan, per e-mail aan de advocaat van [eisers] mede te delen: volledige voornamen; achternaam; het adres, de postcode en de woonplaats; het emailadres; van de gebruiker(s) die het onder 3.2 bedoelde account op zijn of haar naam heeft staan of hebben staan, 3.5. veroordeelt Oceanblue en Mexc om binnen vier weken na het uitvoeren van het onder 3.2 bedoelde bevel, opgave te doen van het aantal en de soort cryptovaluta en/of liquiditeiten die door de maatregel zijn getroffen met meezending van een gedateerde schermafbeelding van het/de bevroren account(s); 3.6. veroordeelt Oceanblue en Mexc – onder de voorwaarde dat door Oceanblue en Mexc niet wordt voldaan aan de veroordeling bedoeld onder 3.2 en/of 3.4 – tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 471.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 16 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling, 3.7. veroordeelt Oceanblue en Mexc – onder de voorwaarde dat door Oceanblue en Mexc niet wordt voldaan aan de veroordeling bedoeld onder 3.2 en/of 3.4 – tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 13.233,39 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 juli 2025 tot de dag van volledige betaling, 3.8. veroordeelt Oceanblue en Mexc in de proceskosten van € 6.793,96, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Oceanblue en Mexc niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 3.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.10. verstrekt de certificaten als bedoeld in artikel 53 EU-Verordening 1215/2012, 3.11. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.