Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-02-24
ECLI:NL:RBOBR:2026:1132
RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 25/1552 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. A.P. van Knippenbergh), en de Dienst Toeslagen (voorheen: de Belastingdienst/ Toeslagen), (gemachtigde: mr. F.F.M. van de Kamp). Samenvatting 1.1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om compensatie kinderopvangtoeslag voor het jaar 2012. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van die beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek. 1.2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van het verzoek om compensatie kinderopvangtoeslag in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.1. Met het besluit van 7 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen het verzoek van eiseres om compensatie kinderopvangtoeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor de jaren 2011, 2012 en 2013 afgewezen. Met het besluit op bezwaar van 21 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres gegrond verklaard in die zin dat zij voor het jaar 2013 een compensatie krijgt van € 30.000. De afwijzing om compensatie kinderopvangtoeslag voor het jaar 2012 heeft de Dienst Toeslagen gehandhaafd. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar echtgenoot [naam], de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen. Beoordeling door de rechtbank De feiten 3.1. Met een beschikking van 6 maart 2015 heeft de Belastingdienst/ Toeslagen de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2012 definitief berekend op € 6.125. Omdat eerder aan eiseres een voorschot van € 16.160 was toegekend, moest zij het verschil (een bedrag van € 10.035) terugbetalen. Met het besluit op bezwaar van 26 augustus 2015 heeft de Belastingdienst/ Toeslagen de definitieve berekening kinderopvangtoeslag voor het jaar 2012 en de terugvordering gehandhaafd. 3.2. Eiseres heeft zich op 8 januari 2021 gemeld bij de Dienst Toeslagen als gedupeerde van de toeslagenaffaire en een verzoek gedaan om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2012 en 2013. De Dienst Toeslagen heeft het jaar 2011 ook in de beoordeling betrokken. 3.3. Op 30 april 2021 heeft de Dienst Toeslagen laten weten dat eiseres op basis van de zogenoemde ‘lichte toets’ vooralsnog geen recht heeft op een bedrag van € 30.000 (bekend als de Catshuisregeling). 3.4. Vervolgens heeft de Dienst Toeslagen een integrale beoordeling gedaan en onderzocht of eiseres schade heeft geleden als gevolg van institutioneel vooringenomen handelen of hardheid. In dat kader heeft de Dienst Toeslagen advies gevraagd aan de Commissie van Wijzen en het verkregen advies betrokken bij zijn beoordeling. Dit heeft geleid tot de besluiten zoals die zijn opgenomen onder het kopje ‘Procesverloop’. De besluitvorming 4. De Dienst Toeslagen heeft de compensatie kinderopvangtoeslag voor het jaar 2012 afgewezen. Hoewel volgens de Dienst Toeslagen in 2012 vooringenomen is gehandeld omdat er destijds geen vraagbrief naar eiseres is verstuurd, heeft ze geen schade geleden als gevolg van het vooringenomen handelen. Het recht op kinderopvangtoeslag is in het besluit van 6 maart 2015 immers naar beneden bijgesteld vanwege de ingevoerde arbeidsurenkoppeling. Uit artikel 8a van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang (Besluit), zoals dat artikel luidde in 2012, volgt namelijk dat eiseres in 2012 gelet op het aantal door haar gewerkte uren (1010), maximaal recht had op 5 Ook is er sprake van hardheid van het stelsel bij de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden waarbij de kinderopvangtoeslag in zijn geheel is teruggevorderd en die terugvordering onevenredig was in verhouding tot de met die terugvordering te dienen doelen. 7.3. De rechtbank is het met Dienst Toeslagen eens dat in het geval van eiseres van hardheid als bedoeld in artikel 2.1 van de Wht geen sprake is. Nog afgezien van het feit dat de kinderopvangtoeslag voor 2012 niet op nul euro vastgesteld en niet in zijn geheel is teruggevorderd, heeft eiseres immers geen schade geleden als gevolg van hardheid. Zoals onder 6.2 namelijk al is overwogen, is de kinderopvangtoeslag in de definitieve beschikking van 6 maart 2015 voor het jaar 2012 lager vastgesteld als gevolg van de per 1 januari 2012 ingevoerde arbeidsurenkoppeling en heeft eiseres gekregen waar zij recht op had. 7.4. Eiseres heeft ook voor het overige geen aanknopingspunten aangereikt op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de terugvordering onevenredig was in verhouding tot de met de terugvordering te dienen doelen. Hoewel de terugvordering voor eiseres ingrijpende gevolgen heeft gehad, leiden de door haar aangevoerde omstandigheden niet tot de conclusie dat sprake was van hardheid. Dat ze niet bekend was met de gewijzigde regelgeving en zij door de instanties niet hierop is gewezen, maakt niet dat zij is gedupeerd door hardheid van het stelsel van kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat eiseres voor 2012 geen recht heeft op compensatie vanwege hardheid. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van het verzoek om compensatie kinderopvangtoeslag voor het jaar 2012 in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Lie, rechter, in aanwezigheid van drs. J.G.J. van Geesink, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026. griffier De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet hersteloperatie toeslagen Artikel 2.1. Compensatie en aanvullende compensatie voor aanvrager kinderopvangtoeslag 1. De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem: voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem. Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang zoals dit besluit luidde in 2012 Artikel 8a 1. Het aantal uren kinderopvang dat voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, bedraagt voor ieder kind: a. voor dagopvang en gastouderopvang aan een kind in de leeftijd, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, gezamenlijk: –