Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-01-17
ECLI:NL:RBOBR:2024:562
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,071 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/400276 / FA RK 24-13
Uitspraak : 17 januari 2024
Beschikking betreffende een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[naam] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.W.M. Verberne.
Het procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 januari 2024, heeft de officier van justitie verzocht om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg.
Bij het verzoekschrift zijn diverse bijlagen gevoegd waaronder de medische verklaring van 27 december 2024.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 januari 2024, in het gerechtsgebouw te Eindhoven. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
Beoordeling
De onafhankelijk psychiater heeft in zijn medische verklaring onder meer overwogen (onder vraag 7c):
“Na ampel beraad waarbij ik wel zie, dat een proefbehandeling met een lage dosis
antipsychoticum in combinatie met periodieke urinecontroles mogelijkheden kan hebben
dat hij voor zichzelf strategisch verstandige keuzes kan gaan maken om zijn
rijbewijs terug te krijgen, vind ik deze verplichte zorg niet proportioneel t.a.v. het
genoemde nadeel. De effectiviteit van verplichte zorg is niet zeker, Ondanks zijn
in mijn ogen verminderde oordeelsvermogen over zijn huidige psychosociale
situatie vind ik hem capabel voor wilsbekwaam verzet tegen verplichte zorg. Er is
geen veiligheidsrisico bij medicatie gebruik.
Ik hoop dat hij gemotiveerd kan worden om een periode mee te werken aan
ambulante zorg, die voor het CBR overtuigend is om hem zijn rijbewijs terug te
geven.”
Desgevraagd heeft [sociaal psychiatrisch verpleegkundige] over de mening van de onafhankelijk psychiater als het gaat om de proportionaliteit verklaard dat hier best iets voor te zeggen is. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de bevindingen van de onafhankelijk psychiater omtrent de proportionaliteit en het wilsbekwame verzet het verzoek van het openbaar ministerie dient te worden afgewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de medische verklaring van de onafhankelijke medische expert het belangrijkste stuk is in een dergelijk dossier. Nu deze expert verplichte zorg niet proportioneel vindt, zal de rechtbank het verzoek afwijzen omdat niet voldaan is aan de eisen van de wet.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Iding, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2024 in aanwezigheid van de griffier.
Conc: BYv(OB
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.