Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-11-20
ECLI:NL:RBOBR:2024:5468
Civiel recht
Bodemzaak
2,407 tokens
Inleiding
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/403779 / HA ZA 24-278
Vonnis in incident van 20 november 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [plaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. V.R. Pool,
tegen
FARVERTRANS S.L.,
te Valencia (Spanje),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Farvertrans,
advocaat: mr. J.E.G. Joosten.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
de incidentele conclusie
de incidentele conclusie van antwoord
de akte uitlaten van 25 september 2024 Farvertrans
de akte uitlaten van 16 oktober 2024 [eiseres]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Beoordeling
De hoofdzaak
2.1.
Volgens de dagvaarding gaat de hoofdzaak kort gezegd om het volgende. [eiseres] is een logistiek dienstverlener en Farvertrans houdt zich bezig met goederenvervoer over de weg. [eiseres] heeft van Philips de opdracht gekregen om medische apparatuur te vervoeren van Nederland naar Spanje. [eiseres] heeft dit vervoer uitbesteed aan Farvertrans. Farvertrans heeft vervolgens het vervoer uitbesteed aan een partij die zich voordeed als BB Transport. De lading is in Nederland opgehaald en daarna is er niets meer van de lading vernomen. Volgens [eiseres] heeft de partij die zich voordeed als BB Transport de lading verduisterd en is Farvertrans voor het verlies van de lading aansprakelijk. [eiseres] vordert daarom dat de rechtbank Farvertrans veroordeelt tot vergoeding van de schade begroot op € 682.083,05, te vermeerderen met de samengestelde CMR-rente en de buitengerechtelijke kosten.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.2.
Volgens de dagvaarding heeft het geschil betrekking op een overeenkomst gesloten tot het vervoer over de weg van goederen tussen [eiseres] als logistieke dienstverlener en Farvertrans. Farvertrans is in Spanje gevestigd. De goederen zouden in Nederland worden geladen en in Spanje worden afgeleverd. De zaak heeft dus een internationaal karakter. In deze procedure en op de rechtsverhouding tussen partijen is het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) van toepassing op grond van artikel 1 CMR. Volgens artikel 31 CMR is naast een forumkeuze onder andere de rechter bevoegd van de plaats van inontvangstneming van de goederen. Dat is in dit geval Nederland. De rechtbank komt daarom rechtsmacht toe.
Verstrekken gegevens (artikel 843a Rv)
2.3.
Primair vordert Farvertrans allereerst in incident dat [eiseres] wordt veroordeeld tot verstrekking van de volgende gegevens:
het nadere rapport van TT Experts
het procesverbaalnummer van de aangifte van de diefstal/verduistering van de lading
de aangifte van de diefstal/verduistering
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat Farvertrans geen belang (meer) heeft bij de opgevraagde bescheiden. In haar antwoord in incident heeft [eiseres] namelijk deze bescheiden overgelegd en in haar akte uitlaten van 25 september 2024 heeft Farvertrans dit bevestigd. De incidentele vordering tot verstrekking van gegevens zal daarom worden afgewezen.
2.5.
Daarnaast vordert Farvertrans primair dat haar tijd wordt gegund nadere gegevens op te vragen bij de politie en het Openbaar Ministerie voordat zij is gehouden haar conclusie van antwoord in de hoofdzaak in te dienen. Dit verzoek zal worden afgewezen. [eiseres] verzet zich tegen uitstel. Farvertrans heeft niet aangegeven hoeveel (extra) tijd zij nodig heeft. De rechtbank is van oordeel dat er tussen het moment dat de opgevraagde bescheiden door [eiseres] zijn overgelegd (11 september 2024) en de datum waarop de zaak weer op de rol zal komen voor conclusie van antwoord (8 januari 2025 conform het procesreglement) voldoende tijd is om de gegevens bij de politie en het Openbaar Ministerie op te vragen.
2.6.
Subsidiair vordert Farvertrans om haar toe te staan tussentijds hoger beroep in te stellen als de incidentele vordering tot verstrekking van gegevens wordt afgewezen. Ook deze vordering zal worden afgewezen. In artikel 337 lid 2 Rv is bepaald dat van andere vonnissen dan waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, hoger beroep slechts tegelijk met dat van het eindvonnis kan worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling kan worden afgeleid dat het de bedoeling is geweest om bij het toestaan van tussentijds hoger beroep een grote mate van terughoudendheid te betrachten, en dat de beslissing daartoe afhankelijk is van het antwoord op de vraag of in het voorliggende geval sprake is van bijzondere omstandigheden die afwijking van de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Rv rechtvaardigen (vgl. Hoge Raad 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3264). In dit geval heeft Farvertrans helemaal geen bijzondere omstandigheden gesteld die afwijking van de hoofdregel rechtvaardigen en/of het in haar belang is om tussentijds hoger beroep in te stellen. Bovendien zijn de door haar opgevraagde bescheiden door [eiseres] verstrekt.
Vrijwaring
2.7.
Farvertrans vordert daarnaast in incident primair dat haar wordt toegestaan Logistik Partner Service (LPS) GmbH te Beckum (Duitsland) in vrijwaring op te roepen. [eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.8.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, omdat de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.9.
[eiseres] heeft de rechtbank verzocht de procedures in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak op de voet van artikel 215 Rv afzonderlijk te behandelen. Dit verzoek zal niet worden gehonoreerd. Als de situatie zou ontstaan, dat de hoofdzaak langdurig zou moeten worden aangehouden, dan is er de mogelijkheid om de zaken te splitsen en op de voet van artikel 215 Rv afzonderlijk te beslissen op de hoofdzaak. Die situatie is nu (nog) niet aan de orde. Zoals hiervoor namelijk is overwogen zal in de hoofdzaak worden bepaald dat de zaak weer conform het procesreglement (en dus zonder nader uitstel) op de rol zal komen van 8 januari 2025.
2.10.
De rechtbank merkt nog op dat een verzoek op grond van artikel 215 Rv in elke fase van het geding kan worden gedaan.
Proceskosten
2.11.
Farvertrans zal in de proceskosten van het incident (inclusief nakosten) worden veroordeeld, omdat zij het incident tot het verstrekken van gegevens nodeloos heeft veroorzaakt. Er is niet gesteld of gebleken dat [eiseres] voorafgaand aan de indiening van de incidentele conclusie geweigerd heeft aan een concreet verzoek van Farvertrans tot het verstrekken van de stukken te voldoen en dat Farvertrans genoodzaakt was om deze vordering in te dienen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- salaris advocaat
€
614,00
(1 punt × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
792,00
Dictum
De rechtbank
in het incident
3.1.
staat toe dat Logistik Partner Service (LPS) GmbH te Beckum (Duitsland) door Farvertrans wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 18 december 2024,
3.2.
veroordeelt Farvertrans in de proceskosten van het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Farvertrans niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de hoofdzaak
3.5.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 8 januari 2025 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.