Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-01-30
ECLI:NL:RBOBR:2024:491
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Mondelinge uitspraak
2,574 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 23/2292
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 30 januari 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E. Akdeniz),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, het college
(gemachtigde: mr. P. Haex).
Inleiding en samenvatting
1.1
Eiseres heeft gevraagd om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het college heeft dat afgewezen.
1.2
De rechtbank heeft na de zitting meteen mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich niet kan handhaven in de maatschappij en niet op eigen kracht in haar onderdak kan voorzien.
Wat aan het beroep voorafging
2.1
Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] in [land van herkomst] . Zij heeft zich in mei 2023 gemeld bij het Regieteam van de gemeente Eindhoven om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang.
2.2
Op 8 mei 2023 is er een intakegesprek Landelijke Toegang geweest waarvan een onderzoeksverslag is opgemaakt. In dit onderzoeksverslag staat dat eiseres ten tijde van de melding bij het Regieteam stond ingeschreven op een adres in [geboorteplaats] te [land van herkomst] en dat eiseres sinds 21 december 2021 is vertrokken naar dit adres en sindsdien in de BRP staat ingeschreven als ‘registratie niet ingezetenen’. Eiseres heeft gezegd dat ze de wens heeft om in Den Bosch of Amsterdam te worden opgevangen. Ze wil niet in Eindhoven verblijven omdat ze daar een moeilijk verleden heeft met oude kennissen en buren.
In het onderzoeksverslag staat verder dat eiseres de Nederlandse nationaliteit heeft en sinds 1994 in Nederland heeft gewoond. Ze is in mei 2022 naar [land van herkomst] gegaan in de hoop daar te kunnen blijven. Omdat de situatie in [land van herkomst] volgens eiseres is verslechterd en de inflatie hoog is, heeft zij besloten weer naar Nederland te komen. Ook dacht ze aanspraak te kunnen maken op het voormalige huis van haar vader in [geboorteplaats] , maar dit bleek niet het geval te zijn. Gedurende haar verblijf in [geboorteplaats] heeft eiseres ingewoond bij haar tante.
Op 1 mei 2023 is eiseres teruggekomen naar Nederland. Eiseres heeft geen inkomen en heeft haar levensonderhoud en haar vliegticket betaald van spaargeld en van geld van haar tante. Eiseres heeft twee volwassen kinderen en één kleinkind. Zij wonen in Amsterdam. Eiseres heeft ook een kennis in Amsterdam en zij zou graag bij haar in de buurt verblijven. Eiseres heeft geen werk, volgt geen opleiding en is niet zorgverzekerd. Er is geen sprake van lopende ondersteunings- of hulpverleningstrajecten. Eiseres heeft ook verklaard dat haar gezondheid, zowel mentaal als fysiek, goed is en dat zij geen schulden heeft.
2.3
Het college heeft de aanvraag van eiseres in het besluit van 23 mei 2023 afgewezen.
In het bestreden besluit van 18 augustus 2023 heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.4
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
De standpunten van eiseres en het college
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het college ten onrechte haar aanvraag heeft afgewezen. Zij voert daartoe aan dat zij uit veiligheidsoverwegingen [land van herkomst] heeft moeten ontvluchten, dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft, dat ze niet voldoende zelfredzaam is en dat er een hulpverleningstraject loopt.
4. Het college vindt dat niet is gebleken dat eiseres zich niet op eigen kracht kan handhaven.
Beoordeling
5. In artikel 1.2.1, aanhef en onder c, van de Wmo 2015 staat dat een ingezetene van Nederland overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit opvang, te verstrekken door het college van de gemeente tot welke hij zich wendt, indien hij de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
6. Volgens de Memorie van Toelichting (MvT) bij de Wmo 2015 kan, naast de situatie van (dreiging van) huiselijk geweld, ook maatschappelijke opvang plaatsvinden in geval van dak- en thuislozen: mensen die geen huis meer hebben en niet in staat zijn zich op eigen kracht te redden. Zij kunnen tijdelijk opgevangen worden door de gemeente en ondersteuning ontvangen om hun leven weer zo goed mogelijk op de rails te krijgen. Uit de MvT blijkt ook dat slechts wanneer wordt vastgesteld dat iemand (blijvend of tijdelijk) niet in staat is zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven, er aanleiding is voor de gemeente om die persoon te ondersteunen. Uitgangspunt is dat mensen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven en dus ook voor hun zelfredzaamheid en participatie.
7. Het gaat in deze zaak dus om de vraag of eiseres in staat moet worden geacht om zich op eigen kracht, met gebruikelijk hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit haar sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
8. De rechtbank is van oordeel dat eiseres zelfredzaam kan worden geacht zodat zij in staat moet worden geacht zelf in haar onderdak te kunnen voorzien. Dat eiseres mogelijk (bijna) geen spaargeld meer heeft maakt dit niet anders. Eiseres heeft immers de Nederlandse nationaliteit en heeft dus de mogelijkheid om te werken of een bijstandsuitkering aan te vragen. Eiseres heeft op zitting ook gezegd dat zij inmiddels een bijstandsuitkering ontvangt. Hiermee kan zij in haar levensonderhoud voorzien.
9. Eiseres heeft zich bovendien tot haar vertrek naar Nederland zelfstandig kunnen handhaven. Eiseres beschikte in [land van herkomst] over een verblijfplaats en een sociaal netwerk. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij uit een dreigende situatie is gevlucht en daarom haar thuissituatie in [land van herkomst] heeft verlaten. Zij heeft dit slechts gesteld maar op geen enkele wijze concreet en verifieerbaar onderbouwd. Eiseres heeft daarnaast haar reis naar Nederland georganiseerd en betaald en tijdelijk onderdak geregeld in een hotel en bij kennissen (oude buren) in Nederland. Bovendien heeft eiseres zelf aangegeven dat zij al vijftien jaar ingeschreven staat bij de woningbouw in Amsterdam en dat ze wordt geholpen door Stichting Springplank 040. Dit duidt erop dat eiseres in staat is om (eventueel met hulp van mensen uit haar beperkte netwerk) haar weg in de samenleving te vinden. De hulpvraag van eiseres is in feite een huisvestingsprobleem. De Wmo is niet bedoeld om hiervoor een oplossing te bieden (zie Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 16 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1154). Het enkele feit dat het eiseres tot nu toe (nog) niet is gelukt om vervangende woonruimte te vinden, is onvoldoende om aan te nemen dat zij niet zelfredzaam is. De problemen waar eiseres tegenaan loopt, lijken eerder te maken te hebben met de schaarste op de woningmarkt. Het is immers voor veel mensen in Nederland moeilijk om een (betaalbare) woonruimte te vinden. De maatschappelijke opvang is echter ook niet bedoeld om hiervoor een oplossing te bieden (zie bijvoorbeeld CRvB 13 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3446 en ECLI:NL:CRVB:2019:3447).
10. Verder is niet gebleken dat eiseres zich door medische problemen niet kan handhaven in de samenleving. De enkele stelling dat er een hulpverleningstraject loopt heeft het college niet hoeven volgen omdat die stelling niet is onderbouwd.
11. De rechtbank kan de gemachtigde van eiseres wel volgen in zijn opmerking dat eiseres chaotisch overkomt. Dat bleek ook op zitting. Maar zonder onderbouwing met stukken over psychische- of gedragsproblemen vindt dat rechtbank dat alleen onvoldoende om aan te kunnen nemen dat eiseres zich niet kan handhaven in de maatschappij of zelf in haar onderdak kan voorzien.
12. Gelet op het voorgaande heeft het college de aanvraag van eiseres kunnen afwijzen.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
14. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.M. Dohmen, rechter, in aanwezigheid van
K. Postema, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2024.
griffier
rechter
de griffier is verhinderd om dit
proces-verbaal te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.