Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2023-07-17
ECLI:NL:RBOBR:2023:3678
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,742 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel RechtZittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Zaaknummer / rolnummer: 10538322 / EJ VERZ 23-281
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van kantonrechter van 17 juli 2023 in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonend in [woonplaats] , gemeente [plaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. J.J.M. Cliteur
tegen
Hans Anders Nederland B.V.,
gevestigd in Gorinchem,
verweerster,
gemachtigde: mr. P.R.H. Demacker.
Partijen zullen hierna “ [verzoeker] ” en “Hans Anders” worden genoemd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juli 2023.
Partijen zijn verschenen.
Na de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling de volgende uitspraak gedaan.
1
Dictum
De kantonrechter:
1.1.
wijst de verzoeken af:
1.2.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Hans Anders tot en met vandaag vastgesteld op € 528,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
1.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
2De gronden van de beslissing
2.1.
Vast staat dat uit een door Hans Anders uitgevoerd onderzoek is gebleken dat [verzoeker] in de periode van 4 november 2022 tot en met 24 maart 2023 een aantal onregelmatigheden heeft gepleegd bestaande uit het op verschillende koopavonden niet afsluiten van de kassa, het zonder toestemming sluiten van het filiaal vóór de voorgeschreven openingstijden waarbij hij handmatig de registratie van zijn werktijden in het urenregistratiesysteem heeft aangepast naar 20.00 uur en het meermaals verzuimen het alarm in te schakelen dan wel het alarm ruim voor sluitingstijd te activeren. De kantonrechter is van oordeel dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Daartoe wordt het volgende overwogen.
2.2.
[verzoeker] heeft onweersproken gelaten dat op 30 december 2022 en 3 februari 2023 geen kasafsluiting heeft plaatsgevonden, dat het alarm voortijdig (om 18:56 respectievelijk 19.16 uur) is ingeschakeld en dat hij handmatig uren heeft geschreven tot 20:00 uur.
[verzoeker] heeft voorts erkend dat hij op 17 februari 2023 het filiaal zonder voorafgaande toestemming van de Areamanager om 17.00 uur heeft gesloten terwijl hij zijn uren die dag achteraf handmatig heeft geschreven tot 20.00 uur. Ook heeft [verzoeker] erkend dat hij zijn filiaal op 17 en 24 maart 2023 eerder dan de voorgeschreven openingstijd heeft gesloten. Gesteld noch gebleken is dat hij hiervoor de vereiste toestemming van de Areamanager had. Vast staat verder dat op die dagen ook geen kasafsluiting heeft plaatsgevonden en dat [verzoeker] tot 20.00 uur tijd heeft geschreven. Voorzover [verzoeker] stelt dat zijn handelswijze door de vorige regiomanager akkoord is bevonden heeft hij zijn stellingname tegenover de gemotiveerde betwisting door Hans Anders niet nader onderbouwd zodat daaraan voorbij wordt gegaan. [verzoeker] heeft met zijn handelen een zodanige situatie in het leven geroepen dat van Hans Anders redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In het personeelsreglement is expliciet bepaald dat fraude leidt tot ontslag op staande voet. [verzoeker] wist wat zijn verantwoordelijkheden als filiaalmanager waren en wist, dan wel behoorde te weten, dat hij handelde in strijd met de geldende regels. Dat Hans Anders na zijn vertrek de koopavonden voor het desbetreffende filiaal heeft gewijzigd doet aan het voorgaande niet af. [verzoeker] heeft nog aangevoerd dat hij gedurende de vijftien jaar dat hij voor Hans Anders werkzaam is geweest steeds goede beoordelingen heeft gehad. Naar het oordeel van de kantonrechter leidt een afweging van deze omstandigheden, afgezet tegen de aard en ernst van de dringende reden, niet tot de conclusie dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd zou zijn. Hans Anders heeft [verzoeker] terecht op staande voet ontslagen.
2.3.
De verzoeken van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding zijn gebaseerd op de stelling dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Nu hiervan geen sprake is zullen deze verzoeken worden afgewezen.
2.4.
Het verzoek tot toekenning van de wettelijke transitievergoeding zal eveneens worden afgewezen. Hoewel betoogd kan worden dat een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen, in dit geval ook een ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verzoeker] op. Dat betekent dat Hans Anders ingevolge artikel 7:673 lid 7, sub c, BW geen transitievergoeding verschuldigd is aan [verzoeker] .
2.5.
[verzoeker] krijgt ongelijk en wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. J.A.M. van den Berk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel RechtZittingsplaats ‘s-Hertogenbosch
Zaaknummer / rolnummer: 10538322 / EJ VERZ 23-281
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van kantonrechter van 17 juli 2023 in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonend in [woonplaats] , gemeente [plaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. J.J.M. Cliteur
tegen
Hans Anders Nederland B.V.,
gevestigd in Gorinchem,
verweerster,
gemachtigde: mr. P.R.H. Demacker.
Partijen zullen hierna “ [verzoeker] ” en “Hans Anders” worden genoemd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juli 2023.
Partijen zijn verschenen.
Na de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter ter zitting mondeling de volgende uitspraak gedaan.
1
Dictum
De kantonrechter:
1.1.
wijst de verzoeken af:
1.2.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Hans Anders tot en met vandaag vastgesteld op € 528,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);
1.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
2De gronden van de beslissing
2.1.
Vast staat dat uit een door Hans Anders uitgevoerd onderzoek is gebleken dat [verzoeker] in de periode van 4 november 2022 tot en met 24 maart 2023 een aantal onregelmatigheden heeft gepleegd bestaande uit het op verschillende koopavonden niet afsluiten van de kassa, het zonder toestemming sluiten van het filiaal vóór de voorgeschreven openingstijden waarbij hij handmatig de registratie van zijn werktijden in het urenregistratiesysteem heeft aangepast naar 20.00 uur en het meermaals verzuimen het alarm in te schakelen dan wel het alarm ruim voor sluitingstijd te activeren. De kantonrechter is van oordeel dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Daartoe wordt het volgende overwogen.
2.2.
[verzoeker] heeft onweersproken gelaten dat op 30 december 2022 en 3 februari 2023 geen kasafsluiting heeft plaatsgevonden, dat het alarm voortijdig (om 18:56 respectievelijk 19.16 uur) is ingeschakeld en dat hij handmatig uren heeft geschreven tot 20:00 uur.
[verzoeker] heeft voorts erkend dat hij op 17 februari 2023 het filiaal zonder voorafgaande toestemming van de Areamanager om 17.00 uur heeft gesloten terwijl hij zijn uren die dag achteraf handmatig heeft geschreven tot 20.00 uur. Ook heeft [verzoeker] erkend dat hij zijn filiaal op 17 en 24 maart 2023 eerder dan de voorgeschreven openingstijd heeft gesloten. Gesteld noch gebleken is dat hij hiervoor de vereiste toestemming van de Areamanager had. Vast staat verder dat op die dagen ook geen kasafsluiting heeft plaatsgevonden en dat [verzoeker] tot 20.00 uur tijd heeft geschreven. Voorzover [verzoeker] stelt dat zijn handelswijze door de vorige regiomanager akkoord is bevonden heeft hij zijn stellingname tegenover de gemotiveerde betwisting door Hans Anders niet nader onderbouwd zodat daaraan voorbij wordt gegaan. [verzoeker] heeft met zijn handelen een zodanige situatie in het leven geroepen dat van Hans Anders redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In het personeelsreglement is expliciet bepaald dat fraude leidt tot ontslag op staande voet. [verzoeker] wist wat zijn verantwoordelijkheden als filiaalmanager waren en wist, dan wel behoorde te weten, dat hij handelde in strijd met de geldende regels. Dat Hans Anders na zijn vertrek de koopavonden voor het desbetreffende filiaal heeft gewijzigd doet aan het voorgaande niet af. [verzoeker] heeft nog aangevoerd dat hij gedurende de vijftien jaar dat hij voor Hans Anders werkzaam is geweest steeds goede beoordelingen heeft gehad. Naar het oordeel van de kantonrechter leidt een afweging van deze omstandigheden, afgezet tegen de aard en ernst van de dringende reden, niet tot de conclusie dat het ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd zou zijn. Hans Anders heeft [verzoeker] terecht op staande voet ontslagen.
2.3.
De verzoeken van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding zijn gebaseerd op de stelling dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Nu hiervan geen sprake is zullen deze verzoeken worden afgewezen.
2.4.
Het verzoek tot toekenning van de wettelijke transitievergoeding zal eveneens worden afgewezen. Hoewel betoogd kan worden dat een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen, in dit geval ook een ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verzoeker] op. Dat betekent dat Hans Anders ingevolge artikel 7:673 lid 7, sub c, BW geen transitievergoeding verschuldigd is aan [verzoeker] .
2.5.
[verzoeker] krijgt ongelijk en wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. J.A.M. van den Berk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.