Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2015-11-11
ECLI:NL:RBOBR:2015:6456
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
10,620 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/286551 / HA ZA 14-863
Vonnis van 11 november 2015
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. C.A.M.H. Vink te 's‑Hertogenbosch,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim.
Partijen zullen hierna respectievelijk [eiser] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 4 februari 2015,
het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2015.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
Bij de beoordeling van deze zaak gaat de rechtbank onder meer uit van de volgende vaststaande feiten.
2.1.
[eiser] is zelfstandig monteur van dak- en gevelplaten. Op 17 februari 2012 was hij aan het werk op een bouwproject in [woonplaats] . Hij was daar bezig met het vervangen van gevelpanelen. Hij werkte samen met de heer [naam] in opdracht van De Rooij-Snoeren-Combinatie B.V. (hierna: RSC).
2.2.
RSC had [gedaagde sub 2] toestemming gegeven om acht gedemonteerde (beschadigde) panelen op te halen bij de locatie in [woonplaats] . [gedaagde sub 2] wilde deze panelen gebruiken voor een verbouwing aan zijn privéwoning. Deze zogenaamde “SAB panelen” bestaan uit purschuim, met aan beide zijden een dunne metalen laag.
2.3.
[gedaagde sub 2] heeft zijn vriend [gedaagde sub 1] gevraagd de panelen in [woonplaats] op te halen. [gedaagde sub 1] , een gepensioneerd politieagent, verrichtte wel vaker klussen voor [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 1] reed naar [woonplaats] met de auto van [gedaagde sub 2] , met daarachter een door [gedaagde sub 2] geleende aanhangwagen.
2.4.
[gedaagde sub 1] arriveerde rond 11:00 uur op de locatie in [woonplaats] , waar [eiser] aan het werk was. [gedaagde sub 1] parkeerde de auto zodanig dat de achterkant van de aanhangwagen in een rechte lijn op een afstand van ongeveer 2 meter stond van de plaats waar de panelen zich bevonden. Hij vertelde [eiser] dat hij opdracht had gekregen om de panelen op te halen. [eiser] heeft toen aangeboden te helpen. [gedaagde sub 1] en [eiser] zijn samen de panelen op de aanhangwagen gaan laden. Nadat een aantal panelen was geladen ging het mis. [eiser] raakte met zijn wijsvinger bekneld tussen een paneel en het opstaande zijschot van de aanhangwagen. Door deze beknelling werd het topje van de rechter wijsvinger van [eiser] geamputeerd.
2.5.
[eiser] lijdt schade door het verlies van zijn vingertop. Hij heeft na het ongeval omstreeks twee weken niet kunnen werken, is nog altijd beperkt in zijn handelen en moet nog een operatie aan zijn vinger ondergaan.
2.6.
De aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde sub 1] heeft uit coulance aan [eiser] € 1.000,- uitgekeerd, uitdrukkelijk onder betwisting van iedere aansprakelijkheid.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld en hen hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade, nader op te maken bij staat, met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de kosten van het geding.
3.2.
[eiser] legt hieraan kort gezegd ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt doordat zij [eiser] hebben blootgesteld aan een groter risico dan redelijkerwijs verantwoord was. [eiser] beroept zich op een arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2003 over de verhuizing van een wasmachine (ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0394) en stelt dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] aansprakelijk zijn omdat zij de regie hadden over de hele operatie en zij in de uitoefening daarvan tekort zijn geschoten. Volgens [eiser] valt hen te verwijten dat zij niet hebben gezorgd voor deugdelijk materiaal en een verantwoord plan voor het laden en vervoeren van de panelen. [eiser] verwijt [gedaagde sub 1] bovendien dat hij [eiser] ertoe heeft bewogen om mee te helpen en dat hij tijdens het tillen van de panelen plotseling vooruit is gaan lopen met het paneel, of daartegen is gaan duwen, zonder [gedaagde sub 1] te waarschuwen, waardoor deze met zijn vinger bekneld is geraakt.
3.3.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Zij menen kort gezegd dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet van onrechtmatig handelen van hun zijde en beroepen zich op het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5784, over de verhuizende zussen). Volgens hen gaat elke analogie met het arrest van het Hof Leeuwarden over de wasmachine mank.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
In deze zaak dient kort gezegd te worden beoordeeld of [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld door hem bij het laden van de panelen op de aanhangwagen aan onverantwoorde risico’s bloot te stellen.
4.2.
De rechtbank stelt voorop dat het enkele feit dat bepaald gedrag zou kunnen leiden tot een ongeval, nog niet betekent dat dit gedrag ook onrechtmatig is. Gevaarscheppend gedrag is alleen onrechtmatig indien de kans op een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat men zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden (ECLI:NL:HR:1994:ZC1576).
4.3.
[eiser] meent dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] onrechtmatig hebben gehandeld en hij beroept zich daartoe op eerdergenoemd arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2003. In die zaak was het slachtoffer (mevrouw A) met een vinger bekneld geraakt tussen het (zij)schot van een aanhangwagen en een wasmachine die zij samen met een ander (hierna: de heer B) uit die aanhangwagen wilde tillen. Het Hof achtte de heer B aansprakelijk omdat hij volgens het Hof de regie had over ‘de operatie’ en daarom ook een zekere verantwoordelijkheid om die tot een goed einde te brengen. In deze zorgplicht was hij volgens het Hof tekortgeschoten. In aanmerking genomen dat het een feit is van algemene bekendheid dat een wasmachine zwaar is en lastig om te tillen, rekende het Hof het de heer B aan dat hij had gekozen voor het gebruik van een aanhangwagen die aan alle kanten omsloten was door stangen die niet konden worden neergeklapt, zodat de zware wasmachine over de zijrand moest worden getild, met alle gevaren van dien. De heer B had zich er volgens het Hof ook van moeten vergewissen dat hij samen met mevrouw A in staat was de wasmachine op een veilige wijze van de aanhangwagen op de grond te tillen, en had er niet zonder meer vanuit mogen gaan dat mevrouw A daartoe fysiek in staat was. Hij had bovendien vóór het tillen een duidelijke afspraak moeten maken met mevrouw A over het precieze moment van tillen (door bijvoorbeeld af te tellen), en zich er van moeten vergewissen, alvorens hij de wasmachine over de rand naar zich toe trok, dat zij de wasmachine goed vast had.
4.4.
Deze casus van de wasmachine vertoont wellicht op het eerste gezicht veel gelijkenis met de zaak die hier aan de orde is, maar naar het oordeel van de rechtbank verschillen de omstandigheden van die casus toch wezenlijk van die in de onderhavige zaak. De rechtbank is daarom van oordeel dat de redenering van het Hof Leeuwarden hier niet kan worden gevolgd en zal dit hierna toelichten.
4.5.
De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen wat de lengte en het gewicht van de panelen is geweest. Volgens [eiser] waren de meeste panelen - ook die waarmee het ongeval gebeurde - omstreeks 6 meter lang en vanwege hun gewicht te zwaar om door één persoon te worden getild. In de dagvaarding stelt [eiser] dat een SAB-paneel van 6 meter lang en 75 millimeter dik volgens de productinformatie 67,32 kilogram weegt. Als getuige heeft [eiser] verklaard over een paneel van 60 á 80 kilogram, ter zitting heeft hij het gewicht ingeschat op zo’n 80 kilogram. Hoewel [gedaagde sub 1] als getuige heeft verklaard over panelen van naar zijn inschatting “6 á 8 meter” lang, stellen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zich in deze procedure gemotiveerd en onderbouwd met foto’s op het standpunt dat het ging om (verzaagde) panelen van niet meer dan 4 meter lang, die volledig in de 4.03 meter lange aanhangwagen pasten en door [gedaagde sub 1] (na het vertrek van [eiser] naar het ziekenhuis) alleen in de aanhangwagen zijn geladen. In de conclusie van antwoord voeren [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] aan dat het zou gaan om panelen van 60 millimeter dik en circa 3 meter lang, met een gewicht van zo’n 30 kilogram. Dit alles is door [eiser] stellig weersproken.
De rechtbank is oordeel dat hier in het midden kan blijven hoe lang en zwaar de panelen precies waren. Ook indien de panelen omstreeks 6 meter lang waren, zoals [eiser] stelt, en misschien wel 80 kilogram zwaar, leidt dit om hierna te noemen redenen niet tot aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 1] wegens onrechtmatige gevaarzetting.
4.6.
De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat panelen zoals waarvan hier sprake was (6 tot 8 centimeter dik en 1,03 meter breed) vanwege hun vorm in het algemeen goed hanteerbaar zijn en, ook als ze wat zwaarder zijn, door twee volwassen personen kunnen worden gedragen.
4.7.
De rechtbank ziet ook geen grond om aan te nemen, zoals [eiser] stelt, dat de aanhangwagen niet geschikt was om daar zonder technische hulpmiddelen de panelen op te laden. Vast staat dat de achterklep van de aanhangwagen die [gedaagde sub 2] had geleend omlaag kon worden geklapt en dat dit bij het laden van de panelen ook is gebeurd. De laadbak van de aanhangwagen was 1.90 meter breed en bevond zich 56 centimeter boven de grond. De panelen konden via de achterklep de aanhangwagen in worden geschoven en hoefden niet, zoals [eiser] stelt (en zoals het geval was in de casus van het Hof Leeuwarden), over de zijboorden van de aanhangwagen te worden getild. Van een aanzienlijk risico op ongevallen bij het laden was naar het oordeel van de rechtbank geen sprake en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] mochten dan ook besluiten tot het gebruik van deze aanhangwagen.
4.8.
De regie over ‘de operatie’ lag niet, althans niet in hoofdzaak, bij [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 1] . Zij hebben weliswaar de keus gemaakt om [gedaagde sub 1] alleen met de geleende aanhangwagen naar [woonplaats] te laten gaan om de panelen op te halen, maar na aankomst in [woonplaats] is de regie overgenomen door [eiser] , die ter plaatse bezig was om de panelen te demonteren en die als getuige heeft verklaard “De chauffeur van het busje (rb: [gedaagde sub 1] ) was alleen en op leeftijd, ik schat tegen de 60 aan. Ik bood aan om te helpen met het laden van de panelen, omdat ik er zelf ervaring mee had en de chauffeur volgens mij niet. Ik heb met de chauffeur besproken dat ik aanwijzingen zou geven hoe de panelen geladen moesten worden. (…) Ik zei tegen de chauffeur dat ik met hem zou communiceren hoe het zou moeten.” [eiser] heeft dus niet alleen zijn hulp aangeboden maar ook de leiding genomen over het laden van de panelen.
4.9.
Partijen zijn het er over eens dat het laden van de panelen op de aanhangwagen als volgt is gebeurd. [eiser] stond met zijn rug naar de aanhangwagen (die rechts achter hem stond) en met zijn gezicht naar [gedaagde sub 1] , die verder van de aanhangwagen af stond. Zij tilden een paneel op, liepen er een klein stukje mee in de richting van de aanhangwagen waarna [eiser] , die het paneel met beide handen naast elkaar aan de kopse kant droeg, zich naar rechts draaide en het paneel in de aanhangwagen legde. [gedaagde sub 1] duwde het paneel dan vervolgens verder de aanhangwagen op. Bij één van de panelen is het mis gegaan en is [eiser] met zijn rechter wijsvinger bekneld geraakt.
4.10.
Volgens [eiser] is hij met zijn vinger bekneld geraakt tussen de rong van de aanhangwagen (het opstaande ijzeren paaltje tussen zijboord en achterklep) en het paneel. Als getuige heeft [eiser] verklaard dat dit kwam omdat [gedaagde sub 1] al begon te lopen voordat [eiser] iets kon zeggen. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij naar achteren is gelopen, zich half naar rechts heeft gedraaid in de richting van de aanhangwagen en het paneel een beetje schuin heeft gehouden, waarna [gedaagde sub 1] vervolgens te vroeg de plaat heeft aangeduwd. [eiser] verwijt [gedaagde sub 1] dat hij is gaan lopen of duwen zonder te waarschuwen. [gedaagde sub 1] heeft verklaard niet te hebben gezien wat er precies mis is gegaan, maar hij betwist dat de beknelling is veroorzaakt door een onverwachte beweging (lopen of duwen) van zijn kant.
Dictum
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op € 1.186,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.
Inleiding
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/286551 / HA ZA 14-863
Vonnis van 11 november 2015
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. C.A.M.H. Vink te 's‑Hertogenbosch,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim.
Partijen zullen hierna respectievelijk [eiser] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 4 februari 2015,
het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2015.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
Bij de beoordeling van deze zaak gaat de rechtbank onder meer uit van de volgende vaststaande feiten.
2.1.
[eiser] is zelfstandig monteur van dak- en gevelplaten. Op 17 februari 2012 was hij aan het werk op een bouwproject in [woonplaats] . Hij was daar bezig met het vervangen van gevelpanelen. Hij werkte samen met de heer [naam] in opdracht van De Rooij-Snoeren-Combinatie B.V. (hierna: RSC).
2.2.
RSC had [gedaagde sub 2] toestemming gegeven om acht gedemonteerde (beschadigde) panelen op te halen bij de locatie in [woonplaats] . [gedaagde sub 2] wilde deze panelen gebruiken voor een verbouwing aan zijn privéwoning. Deze zogenaamde “SAB panelen” bestaan uit purschuim, met aan beide zijden een dunne metalen laag.
2.3.
[gedaagde sub 2] heeft zijn vriend [gedaagde sub 1] gevraagd de panelen in [woonplaats] op te halen. [gedaagde sub 1] , een gepensioneerd politieagent, verrichtte wel vaker klussen voor [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 1] reed naar [woonplaats] met de auto van [gedaagde sub 2] , met daarachter een door [gedaagde sub 2] geleende aanhangwagen.
2.4.
[gedaagde sub 1] arriveerde rond 11:00 uur op de locatie in [woonplaats] , waar [eiser] aan het werk was. [gedaagde sub 1] parkeerde de auto zodanig dat de achterkant van de aanhangwagen in een rechte lijn op een afstand van ongeveer 2 meter stond van de plaats waar de panelen zich bevonden. Hij vertelde [eiser] dat hij opdracht had gekregen om de panelen op te halen. [eiser] heeft toen aangeboden te helpen. [gedaagde sub 1] en [eiser] zijn samen de panelen op de aanhangwagen gaan laden. Nadat een aantal panelen was geladen ging het mis. [eiser] raakte met zijn wijsvinger bekneld tussen een paneel en het opstaande zijschot van de aanhangwagen. Door deze beknelling werd het topje van de rechter wijsvinger van [eiser] geamputeerd.
2.5.
[eiser] lijdt schade door het verlies van zijn vingertop. Hij heeft na het ongeval omstreeks twee weken niet kunnen werken, is nog altijd beperkt in zijn handelen en moet nog een operatie aan zijn vinger ondergaan.
2.6.
De aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde sub 1] heeft uit coulance aan [eiser] € 1.000,- uitgekeerd, uitdrukkelijk onder betwisting van iedere aansprakelijkheid.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld en hen hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade, nader op te maken bij staat, met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de kosten van het geding.
3.2.
[eiser] legt hieraan kort gezegd ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt doordat zij [eiser] hebben blootgesteld aan een groter risico dan redelijkerwijs verantwoord was. [eiser] beroept zich op een arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2003 over de verhuizing van een wasmachine (ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0394) en stelt dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] aansprakelijk zijn omdat zij de regie hadden over de hele operatie en zij in de uitoefening daarvan tekort zijn geschoten. Volgens [eiser] valt hen te verwijten dat zij niet hebben gezorgd voor deugdelijk materiaal en een verantwoord plan voor het laden en vervoeren van de panelen. [eiser] verwijt [gedaagde sub 1] bovendien dat hij [eiser] ertoe heeft bewogen om mee te helpen en dat hij tijdens het tillen van de panelen plotseling vooruit is gaan lopen met het paneel, of daartegen is gaan duwen, zonder [gedaagde sub 1] te waarschuwen, waardoor deze met zijn vinger bekneld is geraakt.
3.3.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Zij menen kort gezegd dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet van onrechtmatig handelen van hun zijde en beroepen zich op het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5784, over de verhuizende zussen). Volgens hen gaat elke analogie met het arrest van het Hof Leeuwarden over de wasmachine mank.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
In deze zaak dient kort gezegd te worden beoordeeld of [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld door hem bij het laden van de panelen op de aanhangwagen aan onverantwoorde risico’s bloot te stellen.
4.2.
De rechtbank stelt voorop dat het enkele feit dat bepaald gedrag zou kunnen leiden tot een ongeval, nog niet betekent dat dit gedrag ook onrechtmatig is. Gevaarscheppend gedrag is alleen onrechtmatig indien de kans op een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat men zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden (ECLI:NL:HR:1994:ZC1576).
4.3.
[eiser] meent dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] onrechtmatig hebben gehandeld en hij beroept zich daartoe op eerdergenoemd arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2003. In die zaak was het slachtoffer (mevrouw A) met een vinger bekneld geraakt tussen het (zij)schot van een aanhangwagen en een wasmachine die zij samen met een ander (hierna: de heer B) uit die aanhangwagen wilde tillen. Het Hof achtte de heer B aansprakelijk omdat hij volgens het Hof de regie had over ‘de operatie’ en daarom ook een zekere verantwoordelijkheid om die tot een goed einde te brengen. In deze zorgplicht was hij volgens het Hof tekortgeschoten. In aanmerking genomen dat het een feit is van algemene bekendheid dat een wasmachine zwaar is en lastig om te tillen, rekende het Hof het de heer B aan dat hij had gekozen voor het gebruik van een aanhangwagen die aan alle kanten omsloten was door stangen die niet konden worden neergeklapt, zodat de zware wasmachine over de zijrand moest worden getild, met alle gevaren van dien. De heer B had zich er volgens het Hof ook van moeten vergewissen dat hij samen met mevrouw A in staat was de wasmachine op een veilige wijze van de aanhangwagen op de grond te tillen, en had er niet zonder meer vanuit mogen gaan dat mevrouw A daartoe fysiek in staat was. Hij had bovendien vóór het tillen een duidelijke afspraak moeten maken met mevrouw A over het precieze moment van tillen (door bijvoorbeeld af te tellen), en zich er van moeten vergewissen, alvorens hij de wasmachine over de rand naar zich toe trok, dat zij de wasmachine goed vast had.
4.4.
Deze casus van de wasmachine vertoont wellicht op het eerste gezicht veel gelijkenis met de zaak die hier aan de orde is, maar naar het oordeel van de rechtbank verschillen de omstandigheden van die casus toch wezenlijk van die in de onderhavige zaak. De rechtbank is daarom van oordeel dat de redenering van het Hof Leeuwarden hier niet kan worden gevolgd en zal dit hierna toelichten.
4.5.
De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen wat de lengte en het gewicht van de panelen is geweest. Volgens [eiser] waren de meeste panelen - ook die waarmee het ongeval gebeurde - omstreeks 6 meter lang en vanwege hun gewicht te zwaar om door één persoon te worden getild. In de dagvaarding stelt [eiser] dat een SAB-paneel van 6 meter lang en 75 millimeter dik volgens de productinformatie 67,32 kilogram weegt. Als getuige heeft [eiser] verklaard over een paneel van 60 á 80 kilogram, ter zitting heeft hij het gewicht ingeschat op zo’n 80 kilogram. Hoewel [gedaagde sub 1] als getuige heeft verklaard over panelen van naar zijn inschatting “6 á 8 meter” lang, stellen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zich in deze procedure gemotiveerd en onderbouwd met foto’s op het standpunt dat het ging om (verzaagde) panelen van niet meer dan 4 meter lang, die volledig in de 4.03 meter lange aanhangwagen pasten en door [gedaagde sub 1] (na het vertrek van [eiser] naar het ziekenhuis) alleen in de aanhangwagen zijn geladen. In de conclusie van antwoord voeren [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] aan dat het zou gaan om panelen van 60 millimeter dik en circa 3 meter lang, met een gewicht van zo’n 30 kilogram. Dit alles is door [eiser] stellig weersproken.
De rechtbank is oordeel dat hier in het midden kan blijven hoe lang en zwaar de panelen precies waren. Ook indien de panelen omstreeks 6 meter lang waren, zoals [eiser] stelt, en misschien wel 80 kilogram zwaar, leidt dit om hierna te noemen redenen niet tot aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 1] wegens onrechtmatige gevaarzetting.
4.6.
De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat panelen zoals waarvan hier sprake was (6 tot 8 centimeter dik en 1,03 meter breed) vanwege hun vorm in het algemeen goed hanteerbaar zijn en, ook als ze wat zwaarder zijn, door twee volwassen personen kunnen worden gedragen.
4.7.
De rechtbank ziet ook geen grond om aan te nemen, zoals [eiser] stelt, dat de aanhangwagen niet geschikt was om daar zonder technische hulpmiddelen de panelen op te laden. Vast staat dat de achterklep van de aanhangwagen die [gedaagde sub 2] had geleend omlaag kon worden geklapt en dat dit bij het laden van de panelen ook is gebeurd. De laadbak van de aanhangwagen was 1.90 meter breed en bevond zich 56 centimeter boven de grond. De panelen konden via de achterklep de aanhangwagen in worden geschoven en hoefden niet, zoals [eiser] stelt (en zoals het geval was in de casus van het Hof Leeuwarden), over de zijboorden van de aanhangwagen te worden getild. Van een aanzienlijk risico op ongevallen bij het laden was naar het oordeel van de rechtbank geen sprake en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] mochten dan ook besluiten tot het gebruik van deze aanhangwagen.
4.8.
De regie over ‘de operatie’ lag niet, althans niet in hoofdzaak, bij [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 1] . Zij hebben weliswaar de keus gemaakt om [gedaagde sub 1] alleen met de geleende aanhangwagen naar [woonplaats] te laten gaan om de panelen op te halen, maar na aankomst in [woonplaats] is de regie overgenomen door [eiser] , die ter plaatse bezig was om de panelen te demonteren en die als getuige heeft verklaard “De chauffeur van het busje (rb: [gedaagde sub 1] ) was alleen en op leeftijd, ik schat tegen de 60 aan. Ik bood aan om te helpen met het laden van de panelen, omdat ik er zelf ervaring mee had en de chauffeur volgens mij niet. Ik heb met de chauffeur besproken dat ik aanwijzingen zou geven hoe de panelen geladen moesten worden. (…) Ik zei tegen de chauffeur dat ik met hem zou communiceren hoe het zou moeten.” [eiser] heeft dus niet alleen zijn hulp aangeboden maar ook de leiding genomen over het laden van de panelen.
4.9.
Partijen zijn het er over eens dat het laden van de panelen op de aanhangwagen als volgt is gebeurd. [eiser] stond met zijn rug naar de aanhangwagen (die rechts achter hem stond) en met zijn gezicht naar [gedaagde sub 1] , die verder van de aanhangwagen af stond. Zij tilden een paneel op, liepen er een klein stukje mee in de richting van de aanhangwagen waarna [eiser] , die het paneel met beide handen naast elkaar aan de kopse kant droeg, zich naar rechts draaide en het paneel in de aanhangwagen legde. [gedaagde sub 1] duwde het paneel dan vervolgens verder de aanhangwagen op. Bij één van de panelen is het mis gegaan en is [eiser] met zijn rechter wijsvinger bekneld geraakt.
4.10.
Volgens [eiser] is hij met zijn vinger bekneld geraakt tussen de rong van de aanhangwagen (het opstaande ijzeren paaltje tussen zijboord en achterklep) en het paneel. Als getuige heeft [eiser] verklaard dat dit kwam omdat [gedaagde sub 1] al begon te lopen voordat [eiser] iets kon zeggen. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij naar achteren is gelopen, zich half naar rechts heeft gedraaid in de richting van de aanhangwagen en het paneel een beetje schuin heeft gehouden, waarna [gedaagde sub 1] vervolgens te vroeg de plaat heeft aangeduwd. [eiser] verwijt [gedaagde sub 1] dat hij is gaan lopen of duwen zonder te waarschuwen. [gedaagde sub 1] heeft verklaard niet te hebben gezien wat er precies mis is gegaan, maar hij betwist dat de beknelling is veroorzaakt door een onverwachte beweging (lopen of duwen) van zijn kant.
Dictum
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op € 1.186,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.
Inleiding
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/286551 / HA ZA 14-863
Vonnis van 11 november 2015
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. C.A.M.H. Vink te 's‑Hertogenbosch,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim.
Partijen zullen hierna respectievelijk [eiser] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 4 februari 2015,
het proces-verbaal van comparitie van 8 juli 2015.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
Bij de beoordeling van deze zaak gaat de rechtbank onder meer uit van de volgende vaststaande feiten.
2.1.
[eiser] is zelfstandig monteur van dak- en gevelplaten. Op 17 februari 2012 was hij aan het werk op een bouwproject in [woonplaats] . Hij was daar bezig met het vervangen van gevelpanelen. Hij werkte samen met de heer [naam] in opdracht van De Rooij-Snoeren-Combinatie B.V. (hierna: RSC).
2.2.
RSC had [gedaagde sub 2] toestemming gegeven om acht gedemonteerde (beschadigde) panelen op te halen bij de locatie in [woonplaats] . [gedaagde sub 2] wilde deze panelen gebruiken voor een verbouwing aan zijn privéwoning. Deze zogenaamde “SAB panelen” bestaan uit purschuim, met aan beide zijden een dunne metalen laag.
2.3.
[gedaagde sub 2] heeft zijn vriend [gedaagde sub 1] gevraagd de panelen in [woonplaats] op te halen. [gedaagde sub 1] , een gepensioneerd politieagent, verrichtte wel vaker klussen voor [gedaagde sub 2] . [gedaagde sub 1] reed naar [woonplaats] met de auto van [gedaagde sub 2] , met daarachter een door [gedaagde sub 2] geleende aanhangwagen.
2.4.
[gedaagde sub 1] arriveerde rond 11:00 uur op de locatie in [woonplaats] , waar [eiser] aan het werk was. [gedaagde sub 1] parkeerde de auto zodanig dat de achterkant van de aanhangwagen in een rechte lijn op een afstand van ongeveer 2 meter stond van de plaats waar de panelen zich bevonden. Hij vertelde [eiser] dat hij opdracht had gekregen om de panelen op te halen. [eiser] heeft toen aangeboden te helpen. [gedaagde sub 1] en [eiser] zijn samen de panelen op de aanhangwagen gaan laden. Nadat een aantal panelen was geladen ging het mis. [eiser] raakte met zijn wijsvinger bekneld tussen een paneel en het opstaande zijschot van de aanhangwagen. Door deze beknelling werd het topje van de rechter wijsvinger van [eiser] geamputeerd.
2.5.
[eiser] lijdt schade door het verlies van zijn vingertop. Hij heeft na het ongeval omstreeks twee weken niet kunnen werken, is nog altijd beperkt in zijn handelen en moet nog een operatie aan zijn vinger ondergaan.
2.6.
De aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde sub 1] heeft uit coulance aan [eiser] € 1.000,- uitgekeerd, uitdrukkelijk onder betwisting van iedere aansprakelijkheid.
Geschil
3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld en hen hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade, nader op te maken bij staat, met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de kosten van het geding.
3.2.
[eiser] legt hieraan kort gezegd ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt doordat zij [eiser] hebben blootgesteld aan een groter risico dan redelijkerwijs verantwoord was. [eiser] beroept zich op een arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2003 over de verhuizing van een wasmachine (ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0394) en stelt dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] aansprakelijk zijn omdat zij de regie hadden over de hele operatie en zij in de uitoefening daarvan tekort zijn geschoten. Volgens [eiser] valt hen te verwijten dat zij niet hebben gezorgd voor deugdelijk materiaal en een verantwoord plan voor het laden en vervoeren van de panelen. [eiser] verwijt [gedaagde sub 1] bovendien dat hij [eiser] ertoe heeft bewogen om mee te helpen en dat hij tijdens het tillen van de panelen plotseling vooruit is gaan lopen met het paneel, of daartegen is gaan duwen, zonder [gedaagde sub 1] te waarschuwen, waardoor deze met zijn vinger bekneld is geraakt.
3.3.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Zij menen kort gezegd dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en niet van onrechtmatig handelen van hun zijde en beroepen zich op het arrest van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5784, over de verhuizende zussen). Volgens hen gaat elke analogie met het arrest van het Hof Leeuwarden over de wasmachine mank.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
In deze zaak dient kort gezegd te worden beoordeeld of [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld door hem bij het laden van de panelen op de aanhangwagen aan onverantwoorde risico’s bloot te stellen.
4.2.
De rechtbank stelt voorop dat het enkele feit dat bepaald gedrag zou kunnen leiden tot een ongeval, nog niet betekent dat dit gedrag ook onrechtmatig is. Gevaarscheppend gedrag is alleen onrechtmatig indien de kans op een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is, dat men zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden (ECLI:NL:HR:1994:ZC1576).
4.3.
[eiser] meent dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] onrechtmatig hebben gehandeld en hij beroept zich daartoe op eerdergenoemd arrest van het Hof Leeuwarden van 23 juli 2003. In die zaak was het slachtoffer (mevrouw A) met een vinger bekneld geraakt tussen het (zij)schot van een aanhangwagen en een wasmachine die zij samen met een ander (hierna: de heer B) uit die aanhangwagen wilde tillen. Het Hof achtte de heer B aansprakelijk omdat hij volgens het Hof de regie had over ‘de operatie’ en daarom ook een zekere verantwoordelijkheid om die tot een goed einde te brengen. In deze zorgplicht was hij volgens het Hof tekortgeschoten. In aanmerking genomen dat het een feit is van algemene bekendheid dat een wasmachine zwaar is en lastig om te tillen, rekende het Hof het de heer B aan dat hij had gekozen voor het gebruik van een aanhangwagen die aan alle kanten omsloten was door stangen die niet konden worden neergeklapt, zodat de zware wasmachine over de zijrand moest worden getild, met alle gevaren van dien. De heer B had zich er volgens het Hof ook van moeten vergewissen dat hij samen met mevrouw A in staat was de wasmachine op een veilige wijze van de aanhangwagen op de grond te tillen, en had er niet zonder meer vanuit mogen gaan dat mevrouw A daartoe fysiek in staat was. Hij had bovendien vóór het tillen een duidelijke afspraak moeten maken met mevrouw A over het precieze moment van tillen (door bijvoorbeeld af te tellen), en zich er van moeten vergewissen, alvorens hij de wasmachine over de rand naar zich toe trok, dat zij de wasmachine goed vast had.
4.4.
Deze casus van de wasmachine vertoont wellicht op het eerste gezicht veel gelijkenis met de zaak die hier aan de orde is, maar naar het oordeel van de rechtbank verschillen de omstandigheden van die casus toch wezenlijk van die in de onderhavige zaak. De rechtbank is daarom van oordeel dat de redenering van het Hof Leeuwarden hier niet kan worden gevolgd en zal dit hierna toelichten.
4.5.
De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen wat de lengte en het gewicht van de panelen is geweest. Volgens [eiser] waren de meeste panelen - ook die waarmee het ongeval gebeurde - omstreeks 6 meter lang en vanwege hun gewicht te zwaar om door één persoon te worden getild. In de dagvaarding stelt [eiser] dat een SAB-paneel van 6 meter lang en 75 millimeter dik volgens de productinformatie 67,32 kilogram weegt. Als getuige heeft [eiser] verklaard over een paneel van 60 á 80 kilogram, ter zitting heeft hij het gewicht ingeschat op zo’n 80 kilogram. Hoewel [gedaagde sub 1] als getuige heeft verklaard over panelen van naar zijn inschatting “6 á 8 meter” lang, stellen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zich in deze procedure gemotiveerd en onderbouwd met foto’s op het standpunt dat het ging om (verzaagde) panelen van niet meer dan 4 meter lang, die volledig in de 4.03 meter lange aanhangwagen pasten en door [gedaagde sub 1] (na het vertrek van [eiser] naar het ziekenhuis) alleen in de aanhangwagen zijn geladen. In de conclusie van antwoord voeren [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] aan dat het zou gaan om panelen van 60 millimeter dik en circa 3 meter lang, met een gewicht van zo’n 30 kilogram. Dit alles is door [eiser] stellig weersproken.
De rechtbank is oordeel dat hier in het midden kan blijven hoe lang en zwaar de panelen precies waren. Ook indien de panelen omstreeks 6 meter lang waren, zoals [eiser] stelt, en misschien wel 80 kilogram zwaar, leidt dit om hierna te noemen redenen niet tot aansprakelijkheid van [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 1] wegens onrechtmatige gevaarzetting.
4.6.
De rechtbank overweegt in de eerste plaats dat panelen zoals waarvan hier sprake was (6 tot 8 centimeter dik en 1,03 meter breed) vanwege hun vorm in het algemeen goed hanteerbaar zijn en, ook als ze wat zwaarder zijn, door twee volwassen personen kunnen worden gedragen.
4.7.
De rechtbank ziet ook geen grond om aan te nemen, zoals [eiser] stelt, dat de aanhangwagen niet geschikt was om daar zonder technische hulpmiddelen de panelen op te laden. Vast staat dat de achterklep van de aanhangwagen die [gedaagde sub 2] had geleend omlaag kon worden geklapt en dat dit bij het laden van de panelen ook is gebeurd. De laadbak van de aanhangwagen was 1.90 meter breed en bevond zich 56 centimeter boven de grond. De panelen konden via de achterklep de aanhangwagen in worden geschoven en hoefden niet, zoals [eiser] stelt (en zoals het geval was in de casus van het Hof Leeuwarden), over de zijboorden van de aanhangwagen te worden getild. Van een aanzienlijk risico op ongevallen bij het laden was naar het oordeel van de rechtbank geen sprake en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] mochten dan ook besluiten tot het gebruik van deze aanhangwagen.
4.8.
De regie over ‘de operatie’ lag niet, althans niet in hoofdzaak, bij [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 1] . Zij hebben weliswaar de keus gemaakt om [gedaagde sub 1] alleen met de geleende aanhangwagen naar [woonplaats] te laten gaan om de panelen op te halen, maar na aankomst in [woonplaats] is de regie overgenomen door [eiser] , die ter plaatse bezig was om de panelen te demonteren en die als getuige heeft verklaard “De chauffeur van het busje (rb: [gedaagde sub 1] ) was alleen en op leeftijd, ik schat tegen de 60 aan. Ik bood aan om te helpen met het laden van de panelen, omdat ik er zelf ervaring mee had en de chauffeur volgens mij niet. Ik heb met de chauffeur besproken dat ik aanwijzingen zou geven hoe de panelen geladen moesten worden. (…) Ik zei tegen de chauffeur dat ik met hem zou communiceren hoe het zou moeten.” [eiser] heeft dus niet alleen zijn hulp aangeboden maar ook de leiding genomen over het laden van de panelen.
4.9.
Partijen zijn het er over eens dat het laden van de panelen op de aanhangwagen als volgt is gebeurd. [eiser] stond met zijn rug naar de aanhangwagen (die rechts achter hem stond) en met zijn gezicht naar [gedaagde sub 1] , die verder van de aanhangwagen af stond. Zij tilden een paneel op, liepen er een klein stukje mee in de richting van de aanhangwagen waarna [eiser] , die het paneel met beide handen naast elkaar aan de kopse kant droeg, zich naar rechts draaide en het paneel in de aanhangwagen legde. [gedaagde sub 1] duwde het paneel dan vervolgens verder de aanhangwagen op. Bij één van de panelen is het mis gegaan en is [eiser] met zijn rechter wijsvinger bekneld geraakt.
4.10.
Volgens [eiser] is hij met zijn vinger bekneld geraakt tussen de rong van de aanhangwagen (het opstaande ijzeren paaltje tussen zijboord en achterklep) en het paneel. Als getuige heeft [eiser] verklaard dat dit kwam omdat [gedaagde sub 1] al begon te lopen voordat [eiser] iets kon zeggen. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat hij naar achteren is gelopen, zich half naar rechts heeft gedraaid in de richting van de aanhangwagen en het paneel een beetje schuin heeft gehouden, waarna [gedaagde sub 1] vervolgens te vroeg de plaat heeft aangeduwd. [eiser] verwijt [gedaagde sub 1] dat hij is gaan lopen of duwen zonder te waarschuwen. [gedaagde sub 1] heeft verklaard niet te hebben gezien wat er precies mis is gegaan, maar hij betwist dat de beknelling is veroorzaakt door een onverwachte beweging (lopen of duwen) van zijn kant.
Dictum
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op € 1.186,00,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.