Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-03-18
ECLI:NL:RBNNE:2026:859
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
1,324 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2026:859 text/xml public 2026-03-24T12:12:35 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-18 25/5409 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:859 text/html public 2026-03-24T12:12:07 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:859 Rechtbank Noord-Nederland , 18-03-2026 / 25/5409 Voorlopige voorziening. Uitspraak proceskostenveroordeling. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 25/5409 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 maart 2026 in de zaak tussen [naam 1 uit woonplaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. B. van Dijk), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal (gemachtigde: W. Vloo). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van 12 december 2025 tot afwijzing van haar aanvraag voor een uitkering ingevolge de Participatiewet. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 december 2025. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de partner van verzoekster [naam 2] , de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college. 1.2. Zij heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 februari 2026 ingetrokken omdat het college op 10 februari 2026 heeft aangegeven dat zij heeft besloten aan verzoekster een uitkering ingevolge de Participatiewet toe te kennen. 1.3. De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft hierop niet gereageerd. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 3.1. In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen? 4. Het college is met het haar besluit om aan verzoekster een uitkering ingevolge de Participatiewet toe te kennen aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe. Welke kosten dient het college te vergoeden? 5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-. Conclusie en gevolgen 6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- kan vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden. Beslissing De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H. Siebers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263. Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252. Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930. Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.