Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-02-27
ECLI:NL:RBNNE:2026:598
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
658 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2026:598 text/xml public 2026-03-24T12:10:01 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-27 LEE 26/589 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:598 text/html public 2026-03-24T12:09:35 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:598 Rechtbank Noord-Nederland , 27-02-2026 / LEE 26/589 Vovo ingediend zonder besluit en bezwaar- of beroepschrift. kennelijk niet-ontvankelijk. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 26/589 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 februari 2026 in de zaak tussen [naam uit woonplaats] , verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Groningen, het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift en een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft (het besluit) overleggen. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het verzoek op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. 2.1. Bij het verzoekschrift ontvangen op 17 februari 2026 heeft verzoekster het bezwaar- of beroepschrift en het besluit niet overgelegd. De rechtbank heeft verzoekster bij brief van 19 februari 2026 verzocht om binnen een week dit verzuim te herstellen. Verzoekster is er op gewezen dat het verzoek anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden. 2.2. Verzoekster heeft diverse stukken overgelegd, maar geen afschrift van het bezwaar- of beroepschrift of van het besluit. 3. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Dit staat in artikel 8:81, vierde lid, in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, van de Awb.