Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-24
ECLI:NL:RBNNE:2026:3264
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/4723 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. E. Ebes), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke , het college (gemachtigden: G.A. Terwisga-Van Scheltinga en J.J. Bouwmeester). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het correctieverzoek van eiser. Eiser heeft het college verzocht om zijn geboortedatum in de Basisregistratie Personen (BRP) te wijzigen. Partijen verschillen van mening over de vraag of eiser nog procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep, omdat eiser inmiddels is verhuisd naar de [huidige gemeente] . 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 20 februari 2024 bij het college een correctieverzoek ingediend als bedoeld in artikel 2.58 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) om zijn geboortedatum te wijzigen van 1 januari 1999 naar 1 januari 2007. 2.1. Met het primaire besluit van 8 mei 2024 heeft het college het verzoek afgewezen. 2.2. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven. 2.3. Eiser staat sinds 27 november 2024 ingeschreven bij de [huidige gemeente] . Op deze datum is eiser automatisch uitgeschreven in de BRP van de gemeente Waadhoeke. 2.4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college. Beoordeling door de rechtbank 3. Eiser heeft verzocht om te worden vrijgesteld van het betalen van griffierecht vanwege betalingsonmacht. De rechtbank is van oordeel dat uit de verstrekte gegevens blijkt dat eiser voldoet aan de criteria voor betalingsonmacht. Het verzoek wordt daarom toegewezen. 4. Eiser voert aan dat het onredelijk is om van hem te verlangen dat hij opnieuw een aanvraag tot wijziging van zijn geboortegegevens indient bij de [huidige gemeente] , terwijl hij dagelijks hinder ondervindt van de huidige situatie. 5. Het college stelt zich op het standpunt dat het niet langer mogelijk is om de door eiser gewenste correctie door te voeren, omdat eiser sinds 27 november 2024 staat ingeschreven in de BRP van de [huidige gemeente] . Het college wijst erop dat op grond van artikel 1.1, aanhef en onder h, van de Wet BRP de verantwoordelijkheid voor de bijhouding van de persoonslijst berust bij het college van de gemeente waar betrokkene staat ingeschreven. Dit brengt mee dat een wijziging van de gegevens van eiser uitsluitend kan plaatsvinden in zijn actuele persoonslijst door het college van de gemeente van inschrijving. Volgens het college ontbreekt daarom procesbelang. 6. De rechtbank overweegt als volgt. Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat de bestuursrechter niet altijd een inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan hoeft te geven. Dat hoeft alleen als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet gehouden uitspraak te doen alleen vanwege de principiële betekenis daarvan. 6.1. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser niet meer in de gemeente Waadhoeke woont, maar in de [huidige gemeente] . Eiser kan met zijn beroep niet meer bereiken dat het college van de gemeente Waadhoeke gegevens wijzigt in de BRP. Daartoe is het college van de gemeente Waadhoeke namelijk niet (meer) bevoegd. Een wijziging van eisers gegevens kan uitsluitend plaatsvinden in zijn actuele persoonslijs