Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-07-21
ECLI:NL:RBNNE:2026:2994
Veroordeling voor verkrachting 7-jarig meisje, seksuele benadering en tonen ontblote geslachtsdeel aan 10-jarig meisje, verwerven en bezit kinderporno, bezit dierenporno tot gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Geen verlengde proeftijd, geen vrijheidsbeperkende maatregel RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18.258347.24 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 21 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , thans gedetineerd te [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 juli 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.E. Versluis, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous. Tenlastelegging Aan verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. primair hij op of omstreeks 12 augustus 2024 (op de strandopgang bij de [naam camping] ) te of bij Nes, althans in de gemeente Ameland, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2017, een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het met verdachtes vinger(s) betasten/aanraken van de (ontblote) vagina van die [slachtoffer 1] en/of het met verdachtes vinger(s) betasten/aanraken van de (ontblote) anus van die [slachtoffer 1] en/of het met verdachtes vinger(s) binnendringen van de vagina en/of anus van die [slachtoffer 1] ; subsidiair hij op of omstreeks 12 augustus 2024 (op de strandopgang bij de [naam camping] ) te of bij Nes, althans in de gemeente Ameland, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2017, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het met verdachtes vinger(s) betasten/aanraken van de (ontblote) vagina van die [slachtoffer 1] en/of het met verdachtes vinger(s) betasten/aanraken van de (ontblote) anus van die [slachtoffer 1] 2 primair hij op of omstreeks 12 augustus 2024 (op of bij het [adres] ) te of bij Nes, in elk geval in de gemeente Ameland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2013, A. indringend mondeling seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en/of B. getuige heeft doen zijn van een handeling met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door toen aldaar die [slachtoffer 2] (t.a.v. onder A.) meermalen, althans eenmaal, de woorden toe te voegen: "Do you like dicks?, althans woorden van gelijke (indringende seksuele) aard of strekking en/of (t.a.v. onder B) verdachtes ontblote geslachtsdeel aan die [slachtoffer 2] te tonen; subsidiair hij op of omstreeks 12 augustus 2024 te Nes, in elk geval in de gemeente Ameland, in elk geval in Nederland opzettelijk, in het openbaar te weten op/aan het (aan het) [adres] (gelegen bospad) een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht te weten het tonen van zijn, verdachtes, penis aan [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 2013) en/of het vragen aan die [slachtoffer 2] of zij van piemels houdt (do you like dicks); 3 hij op of omstreeks 3 februari 2025 te Nes, in elk geval in de gemeente Ameland, in elk geval in Nederland, 744, in elk geval een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of onmiskenbare seksuele strekking waarbij een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt was/waren betrokken en/of schijnbaar was/waren betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad te weten een of meer mobiele telefoons en/of een of meer computer(s)/ laptops en/of een of meer USB sticks, SSD kaartjes en/of harde schijven waarop te zien is dat die perso(o)nen oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een voorwerp en/of vinger/hand en/of (afbeeldingen 01 tot en met 06) het geslachtsdeel de billen en/of borsten van die personen wordt/worden aangeraakt met een penis en/of hand en/of die perso(o)n(en) het eigen geslachtsdeel en/of billen en/of borsten met een voorwerp en/of vinger/hand aanraakt (afbeeldingen 09 tot en met 11) die perso(o)n(en) oraal wordt gepenetreerd door een dier en/of het geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of wordt aangeraakt door die perso(o)n(en) (afbeelding 15) die perso(o)n(en) poserend of in een pose is/zijn afgebeeld waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naait is en/of gekleed is in en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij de leeftijd past en/of die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of door het standpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of wijze van kleding van die persoon en/of de uitsnede van foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld wordt gebracht (afbeeldingen 7 en 8) en/of dat bij/op het gezicht en/of lichaam van die perso(o)n(en) wordt gemasturbeerd en/of dat bij/op het gezicht en/of lichaam van die perso(o)n(en) sperma wordt gespoten en/of dat bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die perso(o)n(en) een (stijve) penis wordt gehouden (afbeeldingen 12 tot en met 14). Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft overeenkomstig zijn requisitoir veroordeling gevorderd voor de feiten 1 primair, 2 primair en 3. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft overeenkomstig haar pleitnota gemotiveerd betoogd dat verdachte ten aanzien van feit 1 primair moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe -zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de bevindingen van het DNA-onderzoek in het licht van de verklaringen die afgelegd zijn door het slachtoffer en verdachte in onderlinge samenhang niet dusdanig doorslaggevend zijn, dat sprake is van wettig en overtuigend bewijs voor seksueel binnendringen. Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. ten aanzien van feit 1 De door verdachte ter zitting van 7 juli 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Bij de strandopgang ben ik naast het meisje gaan zitten. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 augustus 2024, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NNRBC24157 d.d.15 oktober 2025, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 12 augustus 2026 kreeg ik, samen met collega [verbalisant] , opdracht bij de [naam camping] gelegen aan de [adres] te Nes. Aldaar zou de dochter van de meldster omstreeks 18.00 uur door een onbekende man benaderd zijn, betast zijn bij haar vagina en bijzondere uitspraken hebben gedaan. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 augustus 2024, opgenomen op pagina 89 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 1] : Ik doe aangifte van een zedenmisdrijf aangaande mijn dochter [slachtoffer 1] , gepleegd op 12 augustus 2024. [slachtoffer 1] kwam via de achterzijde, via het fietspadkant naar ons toe gerend. Zij kwam heel paniekerig op mij over, ze huilde niet, maar ik zag meteen dat er iets aan de hand was. En zei direct: "Mama, mama, mama er heeft een man aan mijn kontje gezeten". Ze is op haar knieën in het zand gaan zitten voor mij. Ik ben naast haar gaan zitten. Ik zag dat haar aardbeien bikini broekje, die vrij strak zit, zat gedraaid. Ik heb gevraagd [slachtoffer 1] wat is er gebeurd, [slachtoffer 1] zei: "mama een man heeft aan mijn kontje gezeten". Ze zei dat ze van de duin was afgegaan. Ze speelde met het zand. Er is een man voorbij gelopen. Daar waren nog twee andere mensen bij. Die zijn doorgelopen en die man is omgedraaid en die is naar mij toe gekomen. [slachtoffer 1] noemde het woord kindpoesje of kindjepoesje of kidspoesje. Hij heeft mij met zijn vingers daar aangeraakt en heeft op mijn poepgat geduwd. Ik heb een tweede keer gevraagd wat die man gedaan had met zijn vingers. Ze zei dat hij in haar bibs en in haar poepgat was gegaan. In de tent had ze het ook aangewezen. [slachtoffer 1] vertelde toen dat ze stop had gezegd, stop, stop, stop. Ze zei ook: "Hij hield niet op". V: Wat zag je zelf aan [slachtoffer 1] haar bikini broekje? A: De voorkant van haar broekje was verschoven. De opening van haar been was verschoven naar het midden. Ik kon haar blote bibsje zien. V: Wat bedoel je met bibsje? A: Haar voorbibsje, haar schede. Thuis noemen we dat een piemel voor een jongen en een piemelien voor meisje. Het woord heeft [slachtoffer 1] niet tegen mij gezegd. Zij noemde kontje en iets van kindpoesje. En later ook poepgat en in de tent noemde ze het bibs. 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal getuigenverhoor d.d. 19 augustus 2024, opgenomen op pagina 103 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] : V: [slachtoffer 1] heet jij. En hoe oud ben jij, [slachtoffer 1] ? A: Zeven (7). Dat ben ik net geworden. V: Kun jij vertellen wat er gister was? Wat er gebeurd is. A: We gingen naar het strand, toen ging ik effe in het zand zitten, Toen gingen er drie (3) mensen voorbijlopen. Toen ging één (1) man effe expres naar mij toegaan, en toen zat die aan mn kontje. En toen aan mn poepgat.(...) V: Die meneer, hè. Je zegt: Die kwam expres naar mij toe. Wat deden die andere twee (2)? A: Die gingen gewoon doorlopen. V: Toen kwam die meneer expres naar jou toe lopen. Toen die meneer bij jou kwam, vertel daar eens over? Hoe ging dat? A: Hij zei gewoon hier zit een poesje, en daarna ging die aan mn kontje zitten. V: Wat bedoel je met je kontje? A: Piemelin (fon). V: Wat kun je met een piemelin? A: Piemelin kun je plassen. A: En toen ging die aan mn poepgat zitten. V: Wat doe je met een poepgat? A: Poepen. V: Wat deed die man eerst? A: Eerst aan mn kontje zitten. V: Wat deed die aan jouw kontje? A: Gewoon voelen en erin steken. V: Hoe kon die meneer bij jouw kontje komen? A: Ik had een zwembroekje aan, toen deed die zwembroekje een beetje aan de kant, en toen ging die eraan zitten. V: Wat deed hij aan je piemelin? A: Gewoon, voelen. V: Wat is dat, voelen? A: Deed hij gewoon zo. O: De getuige brengt haar rechterhand naar haar kruis en beweegt deze vervolgens licht heen en weer. A: Een beetje frommelen. V: Waar frommelde hij mee? A: Met z'n vinger. V: Dus hij deed met zn vinger bij jouw piemelin en hij frommelde wat? A: Ja, hij deed gewoon een beetje... O: De getuige brengt haar rechterhand naar haar kruis en beweegt deze vervolgens licht heen en weer. A: En toen ging die aan mn poepgat zitten. V: Was dat over of onder jouw broekje. A: Onder mijn broekje. V: Is dat poepgat waar de poep uitkomt, of tussen je billen? A: Tussen mijn billen. V: Die meneer die zei niks? A: Nee, die zei alleen; Een heel lief katje. V: Je zei ook klein poesje toch? A: O ja, klein poesje. V: Wat zei hij nou over het poesje? Dat snap ik niet helemaal? A: Hij bedoelde met het poesje dat het mijn piemelin was. Zo noemen wij dat. V: En wat deed hij bij jouw kontje? Kun je dat voordoen bijvoorbeeld? Als die jouw kontje is, kun je dan voordoen? O: Verbalisant [verbalisant] drukt een stuk klei plat, vervolgens doet de getuige haar rechterwijsvinger op de platgedrukte klei en draait daar cirkeltjes op met haar wijsvinger. A: Beetje zo frommelen. V: Dus hij frommelde een beetje aan de voorkant bij je piemelin, en hij frommelde aan jouw kontgatje. A: Ja. V: En waar frommelde hij mee? Je zei bij de piemelin was het met de vinger. En bij het kont gat, waar was dat mee? A: Ook met de vinger. V: Nou heb je tussen de billen, hè. Maak jij eens billen, en een poepgat. O; De getuige maakt billen van klei. V: Je zegt bij de billen, hè. En als er nou een poepgat zit, hè. Kun je dat ook maken? A: Ik weet niet hoe dat moet. V: Dat is zeg maar een gaatje, hè, dan. O: Verbalisant [verbalisant] drukt een gaatje in de gemaakte billen van klei. V: Waar zat hij nou met de vinger? A: Met de vinger ging die zo effe. O: De getuige gaat met haar rechterwijsvinger in het door verbalisant [verbalisant] gemaakt gaatje, en beweegt haar vingers vervolgens door het gaatje het. V: In het poepgat bedoel je dan? A: Ja. Maar niet helemaal erin. V: Toen hij de vinger weghaalde, deed hij toen wat? A: Ging hij doorlopen. 5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.08.13.185, d.d. 5 februari 2025, opgemaakt door ing. M.J.W. Pouwels, op de door haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als haar verklaring: DNA-onderzoek Onderstaand referentiemateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek. Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek AASB3084NL#01 (binnenkant rechterzijde bikinibroekje) Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van verdachte [verdachte] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van drie personen. DNA-mengprofiel AASB3084NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van drie willekeurige onbekende personen. ZAAE5521NL#08 (bemonstering benen rechts (nat)) Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van verdachte [verdachte] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen. DNA-mengprofiel ZAAE5521NL#08 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen. 6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 februari 2025, RC-nummer 25-001568, inhoudende als verklaring van verdachte: Ik heb wel aan haar schaamstreek gezeten. U vraagt mij of zij toen ontbloot was. Ik zal wel aan het blote geweest zijn. U vraagt mij of ik kan herinneren dat ik het bikinibroekje heb weggeschoven. Ja, ik heb het weggeschoven. 7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verhoor van verdachte d.d. 24 maart 2025, opgenomen op pagina 339 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte: A: Ik heb haar beetgepakt VI: En dan? A: En dan gebeurt dat. VI: En wat is dat? A: Nou, dat ik haar bij de kruis tast. VI: En wat heb je bij het kruis gedaan van het meisje? A: Even gevoeld. VI: Was dat op de blote huid, of op het broekje? A: Durf ik niet meer te zeggen. Misschien zat er wel wat tussenin. Ja. VI: Hoe voelde dat? A: Ja, zoals een huid voelt. VI: Wat heb je dan met je vingers gedaan? A: Alleen gevoeld. Bewijsoverweging Met betrekking tot het hiervoor weergegeven standpunt van de verdediging overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank is van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in hun onderlinge verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde verkrachting op de wijze zoals bewezenverklaard. De verklaringen van het slachtoffer zijn specifiek en consistent en worden op essentiële onderdelen bevestigd door de verklaringen van aangeefster en ondersteund door de resultaten uit het DNA-onderzoek. Bovendien worden de verklaringen van het slachtoffer ook bevestigd door de verklaringen die verdachte na confrontatie met de resultaten uit het DNA-onderzoek tijdens zijn tweede verhoor bij de politie op 4 februari 2025 heeft afgelegd en heeft herhaald ten overstaan van de rechter-commissaris op 6 februari 2025. Verdachte heeft daarbij onder meer verklaard dat hij het slachtoffer bij haar kruis heeft betast op de blote huid en haar bikinibroekje opzij heeft geschoven. Dat verdachte in zijn latere verhoren en ook ter zitting heeft verklaard dat hij deze verklaringen onder druk zou hebben afgelegd, maakt dit niet anders. De rechtbank ziet in het dossier geen enkel aanknopingspunt dat sprake zou zijn geweest van een ongeoorloofde druk tijdens de verhoren die bovendien audiovisueel zijn opgenomen en nagenoeg woordelijk uitgewerkt en ziet ook overigens geen reden waarom verdachte niet aan zijn eerdere verklaringen kan worden gehouden. De rechtbank acht de verklaringen van het slachtoffer ook ten aanzien van alle ten laste gelegde gedragingen betrouwbaar, ook voor zover die zien op het binnendringen van de anus. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat deze gedraging ook lijkt te passen bij het opzijschuiven van het bikinibroekje en de op dat broekje en op de benen van het slachtoffer aangetroffen DNA-sporen van verdachte. Gelet op het vorenstaande wordt het verweer van de verdediging verworpen. ten aanzien van feit 2 1. De door verdachte ter zitting van 7 juli 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Ik heb het meisje met het hondje aangesproken. Ik heb haar gevraagd: Do you like dicks? Ook heeft ze mijn piemel gezien. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2024, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 12 augustus 2024 kwam een mevrouw het politiebureau binnen. Ik hoorde de mevrouw tegen mij zeggen dat zij graag een melding wilde maken betreffende een incident waarbij een oudere man zijn geslachtsdeel had laten zien aan haar 10 jaar oude dochter. Bovenstaande mevrouw gaf mij desgevraagd op te zijn genaamd [naam 2] , geboren op [geboortedatum] 1977 en haar dochter [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2013. Ik hoorde [naam 2] tegen mij zeggen dat [slachtoffer 2] alleen met de hond aan het wandelen was en dat zij van de brandweer te Nes in de richting van de [adres] was gelopen. Alhier aangekomen was [slachtoffer 2] in westelijke richting gegaan om vervolgens in noordelijke richting het [adres] op te gaan. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d.13 augustus 2024, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 2] : Gister na 10:00 uur, ging mijn dochter met de hond weg. Ze liep op de hoofdweg en toen is ze het fietspad opgeslagen. Ze hoorden dat er een fietser haar van achteren benaderde. Op de fiets zat een man. Hij was vreemd aan het fietsen. Hij fietste van links naar rechts, niet rechtdoor. Hij zwalkte wat. Hij ging haar voorbij en ging op het bankje zitten. Hij heeft gewacht tot ze aankwam en sprak haar aan. Hij sprak Nederlands. Zij verstond hem niet maar spreekt en verstaat Duits. De man begon in Engels tegen haar te spreken. De man vroeg waar ze vandaan kwam en met wie ze hier was. Hij vroeg: 'Do you like...' en hij zei nog een woord wat zij niet begreep. Mijn dochter liep verder en de man bleef achter haar fietsen. Ze is toen een wandelpad ingeslagen waar fietsers niet mogen komen. Toch volgde hij haar hier. Hij haalde haar in en stopte met fietsen. Hij vroeg nogmaals 'do you like...' en nog iets wat ze niet verstond. Hierna heeft hij zijn broek losgemaakt. Hij heeft hem niet helemaal naar beneden gedaan maar hij heeft zijn geslacht wel laten zien. Ze draaide zich om en zei: 'No!'. Ze is toen met de hond over het pad weer naar huis gelopen. Het bospad gaat namelijk naar ons huis. Dat is alles wat ze mij verteld heeft. Toen ze thuiskwam was ze heel onrustig. Ze zei ook dat ze niet meer alleen met de hond naar buiten wilde. 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 15 augustus 2024, opgenomen op pagina 31 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] : Ik ging vanochtend uit met de hond. Ik ging eerst naar de hoofdweg, en op een gegeven moment sloeg ik rechtsaf, daar waren heel veel mensen. En toen merkte ik dat er een fietser reed, maar op een hele rare manier, op een gekke manier achter mij aan. En die fietser is op een gegeven moment mij voorbijgefietst, is gestopt, stapte af en ging op een bankje zitten en heeft mij begroet. Ik begroette hem terug. En ik ben verder gaan lopen en sloeg het bos in. Ik was aan de rand van het bos, maar ik zag hem wel fietsen en hij stopte op een plek waar eigenlijk niks van de weg te zien was. En wij raakten in gesprek. Hij vroeg mij iets, maar ik wist niet wat hij bedoelde. Hij heeft volgens mij die vraag drie (3) keer gesteld, maar ik wist nog steeds niet wat hij vroeg. Toen liet hij mij zien wat jongens tussen de benen hebben. Toen zei ik tegen hem in het Engels, nee, en ik liep weg. Hij keek nog even toen ik wegliep. En toen zag ik dat hij omdraaide, ging op de fiets zitten en ging weg. Ik ben toen naar huis gegaan, en ik zei tegen mn moeder dat ik niet met de hond naar buiten ga, en ik heb het haar allemaal uitgelegd. V: Ik hoor jou zeggen; Hij liet mij zien wat jongens tussen de benen hebben. Vertel mij daar eens alles over? A: Hij stond, en toen hij merkte dat ik niet begreep wat hij tegen mij zei greep hij in zijn broek en haalde het uit zijn broek. En liet het aan mij zien. Hij begon iets in het Engels te vragen, en ik antwoord in het Engels: "Sorry, I dont speak English a lot, because im from Czech Republic." Hij zei: “Do you like dicks?" ofzo. Maar ik weet niet wat dat is. Hij heeft die vraag, Do you like dicks? drie (3) keer gevraagd. V: En jij bent weggegaan, hè. Want wat voelde jij toen je dat zag? Wat voelde je? A: Ik ga gewoon gelijk weg, ik weet niet wat die nog meer gaat doen. V: Nee. Waar dacht je aan dan? A: Ik was blij dat die niks verder deed. En ik voelde best angst op dat moment. Ik was bang dat die misschien achter mij aan zou gaan rijden. Ik zag dat hij omdraaide, ging op de fiets zitten en ging naar de weg toe. Bewijsoverweging De rechtbank overweegt het volgende. Voor wat betreft de volgorde van de ten laste gelegde handelingen gaat de rechtbank uit van de verklaring van het slachtoffer. De rechtbank acht die verklaring consistent en betrouwbaar gelet op de aangifte van de moeder van het slachtoffer en het studioverhoor. De rechtbank acht daarmee de verklaring van verdachte dat hij stond te plassen, dat hij vervolgens het slachtoffer zag en haar heeft aangesproken, ongeloofwaardig. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de door verdachte geschetste gang van zaken ook niet past bij de verdere verklaring van verdachte met betrekking tot het gesprek dat hij met slachtoffer zou hebben gehad en dat ook door haar is benoemd over dat zij Tsjechisch is en op vakantie en dat zij geen Nederlands spreekt. Dat een dergelijk gesprek zou hebben plaatsgevonden tijdens of na een confrontatie als door verdachte geschetst, acht de rechtbank moeilijk voorstelbaar en past ook weer niet bij de verklaring van verdachte dat het slachtoffer daarna gelijk is weggegaan. De rechtbank is van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in hun onderlinge verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde seksuele benadering van een kind op de wijze zoals bewezenverklaard. De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat, zelfs indien en voor zover van de verklaring van verdachte zou moeten worden uitgegaan inhoudende dat hij stond te plassen op zodanige wijze dat zijn ontblote geslachtsdeel zichtbaar was voor het slachtoffer en dat hij daarna, omdat zij bleef kijken, aan haar zou hebben gevraagd do you like dicks bewezenverklaring van de tenlastegelegde gedragingen in de rede zou kunnen liggen. ten aanzien van feit 3 De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Deze opgave luidt als volgt: 1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 juli 2026; 2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 9 juli 2025, opgenomen op pagina 491 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van verbalisant [verbalisant] . Bewezenverklaring De rechtbank acht feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: 1 primair hij op 12 augustus 2024 op de strandopgang bij de [naam camping] te Nes met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2017, seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het met verdachtes vingers aanraken van de ontblote vagina van die [slachtoffer 1] en het met verdachtes vingers aanraken van de ontblote anus van die [slachtoffer 1] en het met verdachtes vinger binnendringen van de anus van die [slachtoffer 1] . 2 primair hij op 12 augustus 2024 op het [adres] te Nes een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2013, A. indringend mondeling seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en B. getuige heeft doen zijn van een handeling met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door toen aldaar die [slachtoffer 2] (t.a.v. onder A.) meermalen de woorden toe te voegen: "Do you like dicks?, althans woorden van gelijke (indringende seksuele) aard of strekking en (t.a.v. onder B) verdachtes ontblote geslachtsdeel aan die [slachtoffer 2] te tonen. 3 hij op 3 februari 2025 te Nes visuele weergaven van seksuele aard en/of onmiskenbare seksuele strekking waarbij een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt was/waren betrokken en/of schijnbaar was/waren betrokken heeft verworven en in bezit heeft gehad, te weten een mobiele telefoon en computer(s)/ laptops en USB sticks, SSD kaartjes en harde schijven waarop te zien is dat die perso(o)nen oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of het eigen lichaam oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een voorwerp en/of vinger/hand en/of (afbeeldingen 01 tot en met 06) het geslachtsdeel de billen en/of borsten van die personen wordt/worden aangeraakt met een penis en/of hand en/of die perso(o)n(en) het eigen geslachtsdeel en/of billen en/of borsten met een voorwerp en/of vinger/hand aanraakt (afbeeldingen 09 tot en met 11) die perso(o)n(en) oraal wordt gepenetreerd door een dier en/of het geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of wordt aangeraakt door die perso(o)n(en) (afbeelding 15) die perso(o)n(en) poserend of in een pose is/zijn afgebeeld waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naait is en/of gekleed is in en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij de leeftijd past en/of - die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of - door het standpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of wijze van kleding van die persoon en/of de uitsnede van foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld wordt gebracht (afbeeldingen 7 en 8) en/of dat bij/op het gezicht en/of lichaam van die perso(o)n(en) wordt gemasturbeerd en/of dat bij/op het gezicht en/of lichaam van die perso(o)n(en) sperma wordt gespoten en/of dat bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die perso(o)n(en) een (stijve) penis wordt gehouden (afbeeldingen 12 tot en met 14). Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: primair verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren; primair A een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend mondeling seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en B een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren; 3. een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken/schijnbaar zijn betrokken in bezit hebben. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 primair, 2 primair en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren waarvan één jaar voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie op grond van artikel 14b Wetboek van Strafrecht (verder Sr.) gevorderd de proeftijd te verlengen tot zes jaren. Verder dienen de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Tactus Reclassering [plaats] te worden opgelegd met daarbij een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod binnen een straal van 2000 meter rond [naam camping] op Ameland tijdens de schoolvakanties regio Zuid. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Verder heeft zij aangevoerd dat door de gedragsdeskundigen een autismespectrumstoornis is vastgesteld. Niet vastgesteld noch uitgesloten kan worden dat verdachte ten tijde van de feiten beperkt was in zijn gedragskeuzes. Zowel de gedragsdeskundigen als de reclassering hebben geen recidiverisico kunnen vaststellen. De deskundigen kunnen geen antwoord geven op de vraag of behandeling in een juridisch kader geïndiceerd is om het eventuele recidiverisico te beperken. De reclassering komt tot het advies van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder een ambulante zedenbehandeling. Aangezien verdachte zich op het standpunt stelt dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, is een parafiele stoornis vastgesteld noch uitgesloten. De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte een dergelijke behandeling niet nodig heeft. Voor het geval de rechtbank een bijzondere voorwaarde oplegt in het kader van een behandeling, dient deze te zien op de vastgestelde autismespectrumstoornis, zodat verdachte handvatten krijgt om daarmee om te gaan. Omdat niet is vastgesteld dat verdachte kampt met een pedofiele stoornis, verzoekt de raadsvrouw de zin over medicatie niet over te nemen. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de Pro Justitia rapportage van 8 september 2025, opgesteld door D.R. van der Velden (GZ-psycholoog) en J. Marx (psychiater), de Pro Justitia rapportage van het Pieter Baan Centrum van 8 juni 2026, opgesteld door M. Fluit (psychiater) en N.P.A. van der Weegen (GZ-psycholoog) en het rapport van Tactus Reclassering [plaats] van 23 juni 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van een zevenjarig meisje. Hijzelf was op dat moment 52 jaar oud. Hij heeft het slachtoffer dat bij een strandopgang in het zand zat te spelen, benaderd. Hij heeft haar bikinibroekje aan de kant geschoven en seksuele handelingen bij haar verricht, waaronder het seksueel binnendringen van haar lichaam met zijn vinger. Daarnaast heeft verdachte diezelfde dag een meisje van tien jaar seksueel benaderd. Aan dat meisje werd door verdachte de vraag do you like dicks gesteld. Ook heeft verdachte haar zijn piemel laten zien. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en is op zeer respectloze wijze met beide jonge meisjes omgegaan. Slachtoffers van dergelijke feiten ondervinden daar vaak nog lang nadelige gevolgen van. Dat geldt ook voor het slachtoffer in de eerste zaak, zoals blijkt uit de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring van de vader. Verdachte heeft daar op geen enkele manier rekening mee gehouden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven en in bezit hebben van kinderporno. Bij het vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen worden (veelal ook zeer jonge) kinderen op brute, verregaande en aangrijpende wijze seksueel misbruikt door volwassenen of daartoe aangezet. Er wordt op zeer grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van de betrokken minderjarigen, ook omdat zij nog lange tijd achtervolgd kunnen worden door de wetenschap dat er pornografisch materiaal van hen op het internet circuleert. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij door zijn handelen een bijdrage heeft geleverd aan het in stand houden van deze wereldwijde, zeer kwalijke en zeer schadelijke industrie. Zolang er belangstelling is voor het bekijken en downloaden van kinderporno blijft ook het vervaardigen ervan in stand. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het dan ook noodzakelijk dat naast de personen die kinderporno vervaardigen ook degenen die kinderporno in bezit hebben worden bestraft. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van dierenporno. Ook hier geldt dat verdachte met zijn handelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van het vervaardigen en de verspreiding van dierenporno, waarbij dieren ernstig worden misbruikt en mogelijk ook pijn wordt aangedaan ten behoeve van de seksuele behoeftebevrediging van personen. Verdachte heeft geen oog gehad voor de positie en het leed van de dieren. De persoon van verdachte De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Over verdachte zijn verschillende rapportages uitgebracht, waaronder een Pro Justitia rapportage van 8 september 2025, opgesteld door D.R. van der Velden (GZ-psycholoog) en J. Marx (psychiater). Deze deskundigen geven aan dat verdachte weliswaar met hen heeft gesproken, maar dat verdachte zich in het contact met de psycholoog afwerend heeft getoond en in het contact met de psychiater heeft geweigerd in gesprek te gaan over relevante thema's. Uiteindelijk wordt onvoldoende diepgang bereikt. De deskundigen concluderen dat verdachte een disharmonisch intelligentieprofiel heeft en een duidelijk tekort in sociaal begripsvermogen. Er zijn kenmerken van een autismespectrumstoornis aanwezig. Een pedofiele stoornis kan niet met zekerheid gesteld noch uitgesloten worden. Uit de Pro Justitia rapportage van het Pieter Baan Centrum van 8 juni 2026 blijkt onder meer het volgende. De deskundigen M. Fluit (psychiater) en N.P.A. van der Weegen (GZ-psycholoog) geven aan dat ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van een autismespectrumstoornis. De deskundigen hebben geen zicht gekregen op een seksuele preoccupatie of seksuele afwijkingen zoals een parafiele (pedofiele) stoornis maar het kan ook niet worden uitgesloten dat er sprake is van seksuele dysfuncties of pathologische seksuele verlangens. Omdat geen seksuele stoornis bij verdachte kan worden vastgesteld noch uitgesloten, kan niet beoordeeld worden of verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit (indien bewezen) beperkt was in zijn gedragskeuzes of verminderd in staat was zijn gedrag te overzien of te controleren. Ook deze deskundigen onthouden zich van uitspraken over doorwerking ten aanzien van alle feiten. Verder geven ze aan dat een eventueel recidiverisico niet kan worden vastgesteld en dat ze geen antwoord kunnen geven op de vraag of een behandeling in een juridisch kader voor verdachte geïndiceerd is om het eventuele risico op recidive te verminderen. Tactus Reclassering heeft in haar rapport van 23 juni 2026 onder meer het volgende vermeld. Er is sprake van stabiliteit op veel leefgebieden. Zo heeft verdachte een huurwoning en een baan. Hij is financieel stabiel; hij kan rondkomen van zijn inkomen, er zijn geen schulden en hij heeft spaargeld. Verdachte ervaart steun van zijn familiaire netwerk. Als de feiten bewezen worden geacht, ziet de reclassering het psychosociaal functioneren en zijn houding als mogelijk delictgerelateerde factoren. De reclassering kan, evenals het NIFP, de risico's op recidive en daarmee samenhangend het risico op letsel niet inschatten. Juist om die reden acht zij het van belang dat, indien verdachte schuldig wordt bevonden, binnen een zedenbehandeling deze risico's verder worden onderzocht en hierop een passende behandeling wordt geboden. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. Verdachte geeft aan overal aan mee te willen werken, zo ook aan behandeling. Het ontbreekt hem echter aan het zien van de noodzaak hiervan, veroorzaakt door het gebrek aan probleembesef en -inzicht. Hierdoor is er een hoog risico dat verdachte voortijdig stopt met de behandeling. De reclassering adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, het meewerken aan een ambulante behandeling en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij bereid is zich te houden aan de voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De op te leggen straf De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Tegelijkertijd dient de rechtbank bij de strafoplegging rekening te houden met de persoon van verdachte en het belang van de maatschappij bij het voorkomen van nieuwe (soortgelijke) strafbare feiten. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest, moet worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een verlengde proeftijd zoals door de officier van justitie is gevorderd, omdat de feiten al langere tijd geleden zijn gepleegd en gelet op de onvoorwaardelijke gevangenisstraf die verdachte nog zal moeten uitzitten gedurende welke tijd de proeftijd nog niet loopt. Het voorwaardelijke strafdeel dient als waarschuwing aan verdachte, teneinde te voorkomen dat hij zich nogmaals schuldig maakt aan strafbare feiten. Daarnaast zullen aan dit strafdeel, ter voorkoming van recidive, de bijzondere voorwaarden worden verbonden die de reclassering heeft geformuleerd in haar adviesrapport met uitzondering van de verplichte medicatie. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Vrijheidsbeperkende maatregel De rechtbank zal niet overgaan tot oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr, zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat het gevraagde locatieverbod een onevenredige beperking voor verdachte oplevert omdat hij woont en werkt op Ameland. De rechtbank zal evenmin een contactverbod opleggen nu het gaat om een willekeurig slachtoffer en gesteld noch gebleken is dat verdachte na zijn aanhouding nog contact heeft gezocht met het slachtoffer. De rechtbank heeft wel begrepen dat familie van verdachte contact zoekt met de familie van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Dat is onwenselijk, maar het ligt buiten de macht van de rechtbank om daarvoor in de onderhavige zaak aan een ander dan aan verdachte beperkingen op te leggen. Benadeelde partij ten aanzien van parketnummer 18.258347.24 feit 1 primair Door tussenkomst van mr. M.R.M. Schaap heeft [naam 3] , wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] , zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 113,57 ter vergoeding van materiële schade en 7.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd. Standpunt van de verdediging Primair heeft de raadsvrouw gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de raadsvrouw de hoogte van vordering gemotiveerd betwist. Zij heeft verzocht de vordering voor immateriële schade te matigen tot een bedrag van 2.000,00. Daarnaast heeft zij verzocht de materiële schade af te wijzen nu dit geen rechtstreekse schade betreft. Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de materiële schade Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde materiële schade geen rechtstreekse schade betreft. De rechtbank zal dat deel van de vordering afwijzen. ten aanzien van immateriële schade Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van de schade op 5.000,00. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen en voor het overige deel afwijzen. Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedings-maatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 250, 251, 252 en 254c van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN. Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot ÉÉN JAAR , niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd: meldt op afspraken met Tactus Reclassering [plaats] , zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. laat behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Het betreft zedenbehandeling, seksueel grensoverschrijdend gedrag. dat veroordeelde: digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal; digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd; geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogrammas (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken); inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd. Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft. De veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) negen keer worden uitgevoerd (drie keer per jaar), waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde. Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.