Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:1706
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,384 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1706 text/xml public 2026-05-15T12:14:24 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813066 BU VERZ 25-1629 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1706 text/html public 2026-05-15T12:13:39 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1706 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813066 BU VERZ 25-1629 Wahv. R522 – ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’. Gegrond beroep en matiging boete met 25% wegens schending redelijke termijn, overigens ongegrond. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 265320137 zaaknummer: 11813066 BU VERZ 25-1629 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R522 – ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 7 april 2024, om 15:22 uur, op de Fahrenheitlaan in Drachten-Azeven, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R.A. van der Velde aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene stelt dat de verbalisant liegt in het aanvullend proces-verbaal. Op het moment dat betrokkene geparkeerd stond, was er een scootermeeting aan de gang. Betrokkene wilde daar weggaan, toen politie om de hoek kwam. Daarop reden de scooterrijders vol gas weg. Betrokkene vindt het niet realistisch dat de verbalisant kan verklaren dat betrokkene met piepende banden wegreed, terwijl er 50 scooters tegelijk met vol gas wegreden. Hij is zelf rustig weggereden en voegde voor de agent in op de weg. Volgens hem was de agent geïrriteerd omdat hij niemand kon oppakken en reageerde hij dat af op betrokkene. Hij kreeg geen stopteken en werd pas aangesproken op het moment dat hij stopte. Betrokkene vroeg om het dienstnummer, maar dit gaf de verbalisant niet. 3. De vertegenwoordigster geeft aan dat de verklaringen van de verbalisant duidelijk zijn. Het ging om een auto tussen scooters. De verbalisant heeft dit kunnen waarnemen. De overtreding staat vast. Wel is volgens de vertegenwoordigster de redelijke termijn van berechting geschonden. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verbalisanten hebben verklaard dat zij zagen dat het voertuig optrok. Daarbij hoorden zij dat de banden piepten. 5.2. Een van de verbalisanten heeft in een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij de auto van betrokkene zag staan terwijl hij het raam open had. Vervolgens maakte de auto hoge toeren en reed deze met een schok weg, waarbij de banden piepten. Er hing rook op de plek waar het voertuig had gestaan. De weg was leeg en dus was het maken van het geluid onnodig. De verbalisant vermoedt dat betrokkene de aandacht van omstanders, die omkeken, wilde trekken. 5.3. Dezelfde verbalisant heeft in een tweede aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij de auto van betrokkene zag stilstaan midden op de rijbaan. Toen de verbalisant zijn auto stilzette hoorde hij de auto van betrokkene meer toeren maken dan normaal en de banden piepen bij het wegrijden. Vanwege een open raam kon de verbalisant het geluid goed waarnemen en zelfs de geur van verbrand rubber ruiken. 5.4. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan deze consistente en zeer nauwkeurige verklaringen van de verbalisant, die is getraind om dergelijke waarnemingen te doen. Betrokkene heeft zijn stellingen niet aannemelijk gemaakt en de getuigen die hij zegt te hebben niet laten verklaren. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. 6. De manier waarop betrokkene door de verbalisant is behandeld valt niet onder deze procedure. In deze procedure wordt alleen beoordeeld of de gedraging heeft plaatsgevonden en of hiervoor terecht een boete is opgelegd. 7. De kantonrechter zal wél de boete matigen met 25% tot € 234,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 234,00 inclusief administratiekosten; bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 9 van de Wahv. Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1706 text/xml public 2026-05-15T12:14:24 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11813066 BU VERZ 25-1629 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1706 text/html public 2026-05-15T12:13:39 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1706 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11813066 BU VERZ 25-1629 Wahv. R522 – ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’. Gegrond beroep en matiging boete met 25% wegens schending redelijke termijn, overigens ongegrond. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 265320137 zaaknummer: 11813066 BU VERZ 25-1629 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R522 – ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 7 april 2024, om 15:22 uur, op de Fahrenheitlaan in Drachten-Azeven, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R.A. van der Velde aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene stelt dat de verbalisant liegt in het aanvullend proces-verbaal. Op het moment dat betrokkene geparkeerd stond, was er een scootermeeting aan de gang. Betrokkene wilde daar weggaan, toen politie om de hoek kwam. Daarop reden de scooterrijders vol gas weg. Betrokkene vindt het niet realistisch dat de verbalisant kan verklaren dat betrokkene met piepende banden wegreed, terwijl er 50 scooters tegelijk met vol gas wegreden. Hij is zelf rustig weggereden en voegde voor de agent in op de weg. Volgens hem was de agent geïrriteerd omdat hij niemand kon oppakken en reageerde hij dat af op betrokkene. Hij kreeg geen stopteken en werd pas aangesproken op het moment dat hij stopte. Betrokkene vroeg om het dienstnummer, maar dit gaf de verbalisant niet. 3. De vertegenwoordigster geeft aan dat de verklaringen van de verbalisant duidelijk zijn. Het ging om een auto tussen scooters. De verbalisant heeft dit kunnen waarnemen. De overtreding staat vast. Wel is volgens de vertegenwoordigster de redelijke termijn van berechting geschonden. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verbalisanten hebben verklaard dat zij zagen dat het voertuig optrok. Daarbij hoorden zij dat de banden piepten. 5.2. Een van de verbalisanten heeft in een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij de auto van betrokkene zag staan terwijl hij het raam open had. Vervolgens maakte de auto hoge toeren en reed deze met een schok weg, waarbij de banden piepten. Er hing rook op de plek waar het voertuig had gestaan. De weg was leeg en dus was het maken van het geluid onnodig. De verbalisant vermoedt dat betrokkene de aandacht van omstanders, die omkeken, wilde trekken. 5.3. Dezelfde verbalisant heeft in een tweede aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij de auto van betrokkene zag stilstaan midden op de rijbaan. Toen de verbalisant zijn auto stilzette hoorde hij de auto van betrokkene meer toeren maken dan normaal en de banden piepen bij het wegrijden. Vanwege een open raam kon de verbalisant het geluid goed waarnemen en zelfs de geur van verbrand rubber ruiken. 5.4. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan deze consistente en zeer nauwkeurige verklaringen van de verbalisant, die is getraind om dergelijke waarnemingen te doen. Betrokkene heeft zijn stellingen niet aannemelijk gemaakt en de getuigen die hij zegt te hebben niet laten verklaren. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. 6. De manier waarop betrokkene door de verbalisant is behandeld valt niet onder deze procedure. In deze procedure wordt alleen beoordeeld of de gedraging heeft plaatsgevonden en of hiervoor terecht een boete is opgelegd. 7. De kantonrechter zal wél de boete matigen met 25% tot € 234,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 234,00 inclusief administratiekosten; bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 9 van de Wahv. Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.