Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:1700
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
2,507 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1700 text/xml public 2026-05-15T14:08:31 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1699 Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11821995 BU VERZ 25-1716 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1700 text/html public 2026-05-15T12:06:33 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1700 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11821995 BU VERZ 25-1716 Wahv. VF023 – ‘23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’. Ongegrond beroep. Er is vastgesteld dat betrokkene in elk geval 23 kilometer per uur te snel reed. Alles wat daarna is gebeurd, is eigenlijk niet relevant. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 270065006 zaaknummer: 11821995 BU VERZ 25-1716 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VF023 – ‘23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 1 november 2024, om 16:25 uur, op de Drachtsterweg in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 282,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, vergezeld door een vriend, en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene weet niet hoe hard hij reed, hij reed met het verkeer mee. Hij stelt dat de meting ongeldig is omdat de agenten niet met dezelfde snelheid achter hem aan reden. Verder vraagt hij zich af of de snelheid van de auto ertussen niet is gemeten in plaats van de zijne. 3. De vertegenwoordigster stelt dat de meting volgens de voorschriften is verricht en verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep. Overwegingen 4. Betrokkene betwist de geldigheid van de meting. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5. De verbalisanten hebben als volgt verklaard: “De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd. Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 110 km/h. Snelheid volgens kalibratietabel: 107 km/h. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 103 km/h. Toegestane snelheid: 80 km/h. Overschrijding met: 23 km/h. Geschatte snelheid verdachte: 115 km/h. Meetafstand: 500,00 m. Tussenafstand start meting: 200 m. Tussenafstand einde meting: 200m.” 6. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. Er is vastgesteld dat betrokkene in elk geval 23 kilometer per uur te snel reed. Daarna werd de afstand groter, waarbij de verbalisanten schatten dat betrokkene 115 kilometer per uur reed. Het gaat om de meting van 103 kilometer per uur, waarvan de verbalisanten verklaren dat over een afstand van 500 meter de onderlinge afstand gelijk bleef. Alles wat daarna is gebeurd, is eigenlijk niet relevant. 7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld en er is geen reden voor matiging van de boete. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1700 text/xml public 2026-05-15T14:08:31 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1699 Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-07 11821995 BU VERZ 25-1716 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1700 text/html public 2026-05-15T12:06:33 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1700 Rechtbank Noord-Nederland , 07-04-2026 / 11821995 BU VERZ 25-1716 Wahv. VF023 – ‘23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’. Ongegrond beroep. Er is vastgesteld dat betrokkene in elk geval 23 kilometer per uur te snel reed. Alles wat daarna is gebeurd, is eigenlijk niet relevant. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 270065006 zaaknummer: 11821995 BU VERZ 25-1716 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 7 april 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VF023 – ‘23 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 1 november 2024, om 16:25 uur, op de Drachtsterweg in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 282,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, vergezeld door een vriend, en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde. 1.3. Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene weet niet hoe hard hij reed, hij reed met het verkeer mee. Hij stelt dat de meting ongeldig is omdat de agenten niet met dezelfde snelheid achter hem aan reden. Verder vraagt hij zich af of de snelheid van de auto ertussen niet is gemeten in plaats van de zijne. 3. De vertegenwoordigster stelt dat de meting volgens de voorschriften is verricht en verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep. Overwegingen 4. Betrokkene betwist de geldigheid van de meting. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5. De verbalisanten hebben als volgt verklaard: “De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door met een constante snelheid te blijven rijden. Ik zag dat de afstand tussen het dienstvoertuig en het gevolgde voertuig merkbaar groter werd. Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 110 km/h. Snelheid volgens kalibratietabel: 107 km/h. Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 103 km/h. Toegestane snelheid: 80 km/h. Overschrijding met: 23 km/h. Geschatte snelheid verdachte: 115 km/h. Meetafstand: 500,00 m. Tussenafstand start meting: 200 m. Tussenafstand einde meting: 200m.” 6. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de meting. Er is vastgesteld dat betrokkene in elk geval 23 kilometer per uur te snel reed. Daarna werd de afstand groter, waarbij de verbalisanten schatten dat betrokkene 115 kilometer per uur reed. Het gaat om de meting van 103 kilometer per uur, waarvan de verbalisanten verklaren dat over een afstand van 500 meter de onderlinge afstand gelijk bleef. Alles wat daarna is gebeurd, is eigenlijk niet relevant. 7. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld en er is geen reden voor matiging van de boete. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.