Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-01-15
ECLI:NL:RBNNE:2026:1560
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,495 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1560 text/xml public 2026-05-07T08:32:45 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-15 11704763 BU VERZ 25-1071 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1560 text/html public 2026-05-07T08:32:14 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1560 Rechtbank Noord-Nederland , 15-01-2026 / 11704763 BU VERZ 25-1071 Stilstaan op trottoir. Ter plekke is sprake van een trottoir, waarop parkeren nooit is toegestaan. Door middel van bebording is slechts een uitzondering aangegeven voor laden en lossen binnen het op het onderbord genoemde tijdvak. Van laden en lossen was in dit geval geen sprake. Echter ziet de kantonrechter in dit geval wel aanleiding om de boete te matigen tot nul, omdat er in feite sprake is van een tweede boete voor dezelfde verkeersovertreding. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 264769813 zaaknummer: 11704763 BU VERZ 25-1071 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 3 maart 2024, om 20:10 uur, op de Turfsingel in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene heeft op dezelfde dag twee keer een boete gekregen voor dezelfde overtreding. Hij vindt dit onterecht. Verder is er een opvallende periode tussen de verzenddatum van de eerste en de tweede boete. Als pleeglocatie staat bij de ene overtreding de Turfsingel en bij de andere de Spilsluizen. Dit kan volgens de betrokkene niet kloppen, aangezien de auto van zaterdagavond tot en met zondag op dezelfde plaats stond. Verder heeft betrokkene een parkeervergunning. Hij maakt gebruik van de plek voor [bedrijf] . Het is een plek waar laden en lossen binnen een bepaald tijdvak is toegestaan en daarbuiten mag er gewoon geparkeerd worden. Sinds korte tijd is de stoep aangepast. Na ontvangst van de boete blijkt dat de markeringen van de parkeervakken zijn weggehaald. Verderop aan de gracht staat hetzelfde bord voor laden en lossen met parkeervakken op de stoep, waar bewoners met een vergunning de hele dag kunnen parkeren. Betrokkene begrijpt niet waarvoor het tijdvak dient. Daarnaast staan er verbodsborden waar geparkeerd wordt sinds het parkeren langs de grachtengordel is aangepast. Betrokkene vindt dat de gemeente onduidelijkheid creëert met de verschillen in beleid en de willekeur in handhaving. Op zitting noemt betrokkene dat hij één van de boetes heeft betaald. Hij voegt ook toe dat het jarenlang geoorloofd was om ter plekke te parkeren. 4. De vertegenwoordigster geeft ter zitting aan dat de juiste pleeglocatie de Turfsingel is. Zij stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Of er sprake was van laden en lossen is in dit geval niet relevant, omdat de boete is opgelegd buiten het tijdvak op het onderbord. Bovendien geeft betrokkene aan dat het voertuig de hele nacht op die plek heeft gestaan. De vertegenwoordigster stelt dat uit de jurisprudentie van het hof volgt dat er op elk moment een boete mag worden opgelegd als iemand op het trottoir staat. Echter ziet zij in dit geval wel aanleiding om één van de boetes te matigen, aangezien er twee boetes zijn opgelegd voor in principe één verkeersovertreding. Zij vraagt de kantonrechter om de boete in deze zaak te matigen naar nul. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “ Ik zag daar toen dat het motorvoertuig niet de rijbaan gebruikte. Ik zag namelijk dat het voertuig al tenminste 20 minuten stilstond op een trottoir, een weggedeelte bestemd voor voetgangers .” 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Ter plekke is sprake van een trottoir, waarop parkeren nooit is toegestaan. Door middel van bebording is slechts een uitzondering aangegeven voor laden en lossen binnen het op het onderbord genoemde tijdvak. Van laden en lossen was in dit geval geen sprake. Echter ziet de kantonrechter, net als de vertegenwoordigster, in dit geval wel aanleiding om de boete te matigen tot nul, omdat er in feite sprake is van een tweede boete voor dezelfde verkeersovertreding. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot nul; bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1560 text/xml public 2026-05-07T08:32:45 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-15 11704763 BU VERZ 25-1071 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1560 text/html public 2026-05-07T08:32:14 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1560 Rechtbank Noord-Nederland , 15-01-2026 / 11704763 BU VERZ 25-1071 Stilstaan op trottoir. Ter plekke is sprake van een trottoir, waarop parkeren nooit is toegestaan. Door middel van bebording is slechts een uitzondering aangegeven voor laden en lossen binnen het op het onderbord genoemde tijdvak. Van laden en lossen was in dit geval geen sprake. Echter ziet de kantonrechter in dit geval wel aanleiding om de boete te matigen tot nul, omdat er in feite sprake is van een tweede boete voor dezelfde verkeersovertreding. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 264769813 zaaknummer: 11704763 BU VERZ 25-1071 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 3 maart 2024, om 20:10 uur, op de Turfsingel in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nul. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene heeft op dezelfde dag twee keer een boete gekregen voor dezelfde overtreding. Hij vindt dit onterecht. Verder is er een opvallende periode tussen de verzenddatum van de eerste en de tweede boete. Als pleeglocatie staat bij de ene overtreding de Turfsingel en bij de andere de Spilsluizen. Dit kan volgens de betrokkene niet kloppen, aangezien de auto van zaterdagavond tot en met zondag op dezelfde plaats stond. Verder heeft betrokkene een parkeervergunning. Hij maakt gebruik van de plek voor [bedrijf] . Het is een plek waar laden en lossen binnen een bepaald tijdvak is toegestaan en daarbuiten mag er gewoon geparkeerd worden. Sinds korte tijd is de stoep aangepast. Na ontvangst van de boete blijkt dat de markeringen van de parkeervakken zijn weggehaald. Verderop aan de gracht staat hetzelfde bord voor laden en lossen met parkeervakken op de stoep, waar bewoners met een vergunning de hele dag kunnen parkeren. Betrokkene begrijpt niet waarvoor het tijdvak dient. Daarnaast staan er verbodsborden waar geparkeerd wordt sinds het parkeren langs de grachtengordel is aangepast. Betrokkene vindt dat de gemeente onduidelijkheid creëert met de verschillen in beleid en de willekeur in handhaving. Op zitting noemt betrokkene dat hij één van de boetes heeft betaald. Hij voegt ook toe dat het jarenlang geoorloofd was om ter plekke te parkeren. 4. De vertegenwoordigster geeft ter zitting aan dat de juiste pleeglocatie de Turfsingel is. Zij stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Of er sprake was van laden en lossen is in dit geval niet relevant, omdat de boete is opgelegd buiten het tijdvak op het onderbord. Bovendien geeft betrokkene aan dat het voertuig de hele nacht op die plek heeft gestaan. De vertegenwoordigster stelt dat uit de jurisprudentie van het hof volgt dat er op elk moment een boete mag worden opgelegd als iemand op het trottoir staat. Echter ziet zij in dit geval wel aanleiding om één van de boetes te matigen, aangezien er twee boetes zijn opgelegd voor in principe één verkeersovertreding. Zij vraagt de kantonrechter om de boete in deze zaak te matigen naar nul. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “ Ik zag daar toen dat het motorvoertuig niet de rijbaan gebruikte. Ik zag namelijk dat het voertuig al tenminste 20 minuten stilstond op een trottoir, een weggedeelte bestemd voor voetgangers .” 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Ter plekke is sprake van een trottoir, waarop parkeren nooit is toegestaan. Door middel van bebording is slechts een uitzondering aangegeven voor laden en lossen binnen het op het onderbord genoemde tijdvak. Van laden en lossen was in dit geval geen sprake. Echter ziet de kantonrechter, net als de vertegenwoordigster, in dit geval wel aanleiding om de boete te matigen tot nul, omdat er in feite sprake is van een tweede boete voor dezelfde verkeersovertreding. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot nul; bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.