Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-01-15
ECLI:NL:RBNNE:2026:1558
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
4,080 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1558 text/xml public 2026-05-07T08:26:45 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-15 11704740 BU VERZ 25-1069 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1558 text/html public 2026-05-07T08:26:23 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1558 Rechtbank Noord-Nederland , 15-01-2026 / 11704740 BU VERZ 25-1069 Stilstaan op het trottoir. Op basis van de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier kan worden vastgesteld dat het voertuig van betrokkene met twee wielen op het trottoir geparkeerd stond. De stelling van betrokkene dat hij aan het laden en lossen was, treft in dit geval geen doel. Op grond van artikel 10, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 mag een bestuurder van een auto niet het trottoir gebruiken. Ook niet om te laden en lossen. De informatie van de gemeente is aan de vage kant, maar die heeft betrokkene pas na de verkeersovertreding ingewonnen. De kantonrechter ziet wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij neemt hij in aanmerking dat het voertuig van betrokkene stilstond zodat hij spullen naar zijn zieke zoon kon brengen, dat hij zo kort mogelijk stil heeft gestaan en daarbij oog heeft gehad voor de veiligheid. Gegrond beroep. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267247799 zaaknummer: 11704740 BU VERZ 25-1069 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 18 juni 2024, om 15:30 uur, op [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene stelt dat hij het niet eens is met de beslissing van de officier van justitie, omdat geen rekening is gehouden met zijn beroepsgronden en de afwijzing van het beroep onvoldoende is gemotiveerd. Betrokkene heeft een tijdlijn bijgevoegd. Hij stelt dat hij twee zware boodschappentassen en een tas met medicatie en tests aan zijn zieke zoon moest geven. Die was op dat moment zelf niet in staat om dit te verzorgen. Op de zitting voegt betrokkene hieraan toe dat de tas te zwaar was om op een andere parkeerplek te gaan laden en lossen. De auto is deels op het trottoir, deels op het fietspad geplaatst, met de alarmlichten aan. De auto stond ook op een plek waar meer ruimte op de stoep is. Hij heeft een foto van die situatie bijgevoegd. Het parkeren op de rijbaan is ter plekke niet mogelijk, aangezien de stadsbussen dan niet kunnen passeren. Om 15:26 uur kwam hij aan en na afgifte van de spullen keerde hij om 15:28 uur terug bij zijn auto. Op dat moment stonden handhavers zijn auto te bekijken en te fotograferen. 3.1. Betrokkene stelt dat hij de handhavers de reden heeft uitgelegd, maar dat zij persisteerden bij hun conclusie. Zij wisten niet dat op [adres] geen parkeerhavens voor laden en lossen aanwezig zijn. Hij voert ook aan dat sprake is van laden en lossen en verwijst hierbij naar jurisprudentie. Het voertuig heeft maar ongeveer drie minuten stilgestaan, ofwel zo lang als redelijkerwijs noodzakelijk was om de spullen naar zijn zoon te brengen. Daarnaast stelt betrokkene dat hij op de hoogte is van de informatie van de gemeente Groningen omtrent parkeren op de stoep en verwijst hij naar een screenshot van een online krantje. Later in de middag heeft betrokkene contact opgenomen met de gemeente. Een medewerker legde uit dat, bij het afwezig zijn van parkeervakken voor laden en lossen, het is toegestaan om deels op het trottoir te parkeren met zo min mogelijk hinder. De medewerker gaf ook aan dat geen ontheffing of vergunning nodig en mogelijk is. Het online krantje geeft diezelfde informatie. 3.2. Verder stelt betrokkene dat hij op 18 november 2024 een afspraak heeft gemaakt met een medewerker van de afdeling Parkeren-Dagvergunningen/Ontheffingen van de gemeente, maar dat werd aangegeven dat hij geen vergunning kon aanvragen voor laden en lossen. Daarna heeft betrokkene de gemeente schriftelijk verzocht om nadere informatie over het ter plekke laden en lossen, bijvoorbeeld bij verhuizingen. De mail van de gemeente heeft hij in aanvullende gronden bijgevoegd. Op de zitting zegt betrokkene dat hij beleid van de gemeente erg onduidelijk vindt. 4. De vertegenwoordigster stelt dat vastgesteld kan worden dat het voertuig op het trottoir stond. Vervolgens is de vraag of dit toegestaan was. Het uitgangspunt is dat stilstaan op het trottoir niet mag, ook niet om te laden en lossen. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De vertegenwoordigster stelt wel dat zij de communicatie van de gemeente Groningen over het laden en lossen heel onduidelijk vindt. Gelet op alle omstandigheden van het geval en de omstandigheid dat het voertuig van betrokkene maar erg kort heeft stilgestaan, verzoekt zij de kantonrechter de boete te matigen met de helft. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding, in die zin dat hij stelt dat het stilstaan op het trottoir in dit geval toegestaan was. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “ Ik zag daar toen dat het motorvoertuig niet de rijbaan gebruikte. Ik zag namelijk dat het voertuig stilstond op een trottoir, een weggedeelte bestemd voor voetgangers .” 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Op basis van de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier kan worden vastgesteld dat het voertuig van betrokkene met twee wielen op het trottoir geparkeerd stond. De stelling van betrokkene dat hij aan het laden en lossen was, treft in dit geval geen doel. Op grond van artikel 10, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 mag een bestuurder van een auto niet het trottoir gebruiken. Ook niet om te laden en lossen. De informatie van de gemeente is aan de vage kant, maar die heeft betrokkene pas na de verkeersovertreding ingewonnen. 5.3. De kantonrechter ziet, net als de vertegenwoordiger, wel aanleiding om de boete te matigen met de helft, tot € 69,00 (inclusief administratiekosten). Daarbij neemt hij in aanmerking dat het voertuig van betrokkene stilstond zodat hij spullen naar zijn zieke zoon kon brengen, dat hij zo kort mogelijk stil heeft gestaan en daarbij oog heeft gehad voor de veiligheid. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 69,00; bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1558 text/xml public 2026-05-07T08:26:45 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-01-15 11704740 BU VERZ 25-1069 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1558 text/html public 2026-05-07T08:26:23 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1558 Rechtbank Noord-Nederland , 15-01-2026 / 11704740 BU VERZ 25-1069 Stilstaan op het trottoir. Op basis van de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier kan worden vastgesteld dat het voertuig van betrokkene met twee wielen op het trottoir geparkeerd stond. De stelling van betrokkene dat hij aan het laden en lossen was, treft in dit geval geen doel. Op grond van artikel 10, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 mag een bestuurder van een auto niet het trottoir gebruiken. Ook niet om te laden en lossen. De informatie van de gemeente is aan de vage kant, maar die heeft betrokkene pas na de verkeersovertreding ingewonnen. De kantonrechter ziet wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij neemt hij in aanmerking dat het voertuig van betrokkene stilstond zodat hij spullen naar zijn zieke zoon kon brengen, dat hij zo kort mogelijk stil heeft gestaan en daarbij oog heeft gehad voor de veiligheid. Gegrond beroep. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 267247799 zaaknummer: 11704740 BU VERZ 25-1069 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [plaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 18 juni 2024, om 15:30 uur, op [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene stelt dat hij het niet eens is met de beslissing van de officier van justitie, omdat geen rekening is gehouden met zijn beroepsgronden en de afwijzing van het beroep onvoldoende is gemotiveerd. Betrokkene heeft een tijdlijn bijgevoegd. Hij stelt dat hij twee zware boodschappentassen en een tas met medicatie en tests aan zijn zieke zoon moest geven. Die was op dat moment zelf niet in staat om dit te verzorgen. Op de zitting voegt betrokkene hieraan toe dat de tas te zwaar was om op een andere parkeerplek te gaan laden en lossen. De auto is deels op het trottoir, deels op het fietspad geplaatst, met de alarmlichten aan. De auto stond ook op een plek waar meer ruimte op de stoep is. Hij heeft een foto van die situatie bijgevoegd. Het parkeren op de rijbaan is ter plekke niet mogelijk, aangezien de stadsbussen dan niet kunnen passeren. Om 15:26 uur kwam hij aan en na afgifte van de spullen keerde hij om 15:28 uur terug bij zijn auto. Op dat moment stonden handhavers zijn auto te bekijken en te fotograferen. 3.1. Betrokkene stelt dat hij de handhavers de reden heeft uitgelegd, maar dat zij persisteerden bij hun conclusie. Zij wisten niet dat op [adres] geen parkeerhavens voor laden en lossen aanwezig zijn. Hij voert ook aan dat sprake is van laden en lossen en verwijst hierbij naar jurisprudentie. Het voertuig heeft maar ongeveer drie minuten stilgestaan, ofwel zo lang als redelijkerwijs noodzakelijk was om de spullen naar zijn zoon te brengen. Daarnaast stelt betrokkene dat hij op de hoogte is van de informatie van de gemeente Groningen omtrent parkeren op de stoep en verwijst hij naar een screenshot van een online krantje. Later in de middag heeft betrokkene contact opgenomen met de gemeente. Een medewerker legde uit dat, bij het afwezig zijn van parkeervakken voor laden en lossen, het is toegestaan om deels op het trottoir te parkeren met zo min mogelijk hinder. De medewerker gaf ook aan dat geen ontheffing of vergunning nodig en mogelijk is. Het online krantje geeft diezelfde informatie. 3.2. Verder stelt betrokkene dat hij op 18 november 2024 een afspraak heeft gemaakt met een medewerker van de afdeling Parkeren-Dagvergunningen/Ontheffingen van de gemeente, maar dat werd aangegeven dat hij geen vergunning kon aanvragen voor laden en lossen. Daarna heeft betrokkene de gemeente schriftelijk verzocht om nadere informatie over het ter plekke laden en lossen, bijvoorbeeld bij verhuizingen. De mail van de gemeente heeft hij in aanvullende gronden bijgevoegd. Op de zitting zegt betrokkene dat hij beleid van de gemeente erg onduidelijk vindt. 4. De vertegenwoordigster stelt dat vastgesteld kan worden dat het voertuig op het trottoir stond. Vervolgens is de vraag of dit toegestaan was. Het uitgangspunt is dat stilstaan op het trottoir niet mag, ook niet om te laden en lossen. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De vertegenwoordigster stelt wel dat zij de communicatie van de gemeente Groningen over het laden en lossen heel onduidelijk vindt. Gelet op alle omstandigheden van het geval en de omstandigheid dat het voertuig van betrokkene maar erg kort heeft stilgestaan, verzoekt zij de kantonrechter de boete te matigen met de helft. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding, in die zin dat hij stelt dat het stilstaan op het trottoir in dit geval toegestaan was. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “ Ik zag daar toen dat het motorvoertuig niet de rijbaan gebruikte. Ik zag namelijk dat het voertuig stilstond op een trottoir, een weggedeelte bestemd voor voetgangers .” 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Op basis van de verklaring van de verbalisant en de foto’s in het dossier kan worden vastgesteld dat het voertuig van betrokkene met twee wielen op het trottoir geparkeerd stond. De stelling van betrokkene dat hij aan het laden en lossen was, treft in dit geval geen doel. Op grond van artikel 10, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 mag een bestuurder van een auto niet het trottoir gebruiken. Ook niet om te laden en lossen. De informatie van de gemeente is aan de vage kant, maar die heeft betrokkene pas na de verkeersovertreding ingewonnen. 5.3. De kantonrechter ziet, net als de vertegenwoordiger, wel aanleiding om de boete te matigen met de helft, tot € 69,00 (inclusief administratiekosten). Daarbij neemt hij in aanmerking dat het voertuig van betrokkene stilstond zodat hij spullen naar zijn zieke zoon kon brengen, dat hij zo kort mogelijk stil heeft gestaan en daarbij oog heeft gehad voor de veiligheid. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; vernietigt die beslissing; wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 69,00; bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G.