Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-16
ECLI:NL:RBNNE:2026:1549
Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
7,323 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1549 text/xml public 2026-05-01T09:10:18 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-16 18.830488.16 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Groningen Strafrecht; Penitentiair strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1549 text/html public 2026-05-01T09:10:04 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1549 Rechtbank Noord-Nederland , 16-04-2026 / 18.830488.16 Aan veroordeelde is op 17 december 2017 een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd voor het indexdelict doodslag. Op 5 augustus 2022 is de tbs met voorwaarden omgezet naar een tbs met dwangverpleging. De tbs is laatstelijk op 23 april 2024 met twee jaren verlengd. De rechtbank leidt uit de pro-justitia rapportages en het verlengingsadvies af dat het resocialisatietraject nog de nodige tijd in beslag zal nemen. Veroordeelde is nog niet voldoende behandeld voor zijn stoornissen en psychosociale problemen. Ook is hij niet abstinent van het gebruik van drugs. Veroordeelde zal binnen één jaar nog niet in aanmerking komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de tbs. De rechtbank verlengt de tbs met dwangverpleging met twee jaren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Groningen parketnummer: 18.830488.16 beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 16 april 2026 op de vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege In de zaak tegen: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , verblijvende te [verblijfplaats] , hierna: veroordeelde. Procesverloop De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van veroordeelde zal verlengen met twee jaren. De behandeling van de vordering tot verlenging heeft plaatsgevonden op 02 april 2026. Hierbij waren via videoverbinding aanwezig: veroordeelde; de deskundige (psychiater) J. Marx; de deskundige (psycholoog) B. Koudstaal; de deskundige (behandelcoördinator bij [instelling] ) M. Bastiaens. Veroordeelde diens raadsvrouw mr. J.A. Aaldijk en de officier van justitie mr. A.J. Kemkers waren in de zittingszaal aanwezig. De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het verlengingsadvies van het behandelteam van forensisch psychiatrisch centrum (hierna: FPC) [instelling] d.d. 28 januari 2026 dat onder meer ondertekend is door het plaatsvervangend hoofd van de instelling waar verdachte van overheidswege wordt verpleegd alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde. De rechtbank heeft voorts gelet op de adviezen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), opgemaakt door J. Marx en drs. B. Koudstaal, beiden niet verbonden aan de instelling waar veroordeelde wordt verpleegd. Motivering De opgelegde terbeschikkingstelling Bij vonnis van 14 december 2017 heeft deze rechtbank veroordeelde wegens veroordeling voor doodslag onder meer ter beschikking gesteld met oplegging van voorwaarden. De terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is aangevangen op 15 april 2020 en op 7 juli 2022 verlengd met twee jaren. Bij beslissing van 5 augustus 2022 heeft deze rechtbank bevolen dat veroordeelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Deze tbs is laatstelijk op 23 april 2024 met twee jaren verlengd en het gerechtshof heeft op 10 oktober 2024 voornoemde verlengingsbeslissing bevestigd. De pro justitia adviezen van de deskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van Sv Het advies van de psychiater In het door de psychiater J. Marx op 22 januari 2026 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het advies houdt zakelijk weergegeven onder meer in: Bij veroordeelde is sprake van een licht verstandelijke beperking, problematisch middelengebruik (alcohol, cocaïne en cannabis) en een waanstoornis. De kliniek lijkt te zijn vastgelopen in het diagnostische proces; met een stagnatie van het resocialisatietraject tot gevolg. Veroordeelde brengt hele dagen in de kliniek door, nadat zijn verlofaanvraag is afgekeurd. Het gebrek aan perspectief kan een averechts effect bewerkstelligen. Veroordeelde kan zich recalcitrant gaan opstellen en is dan niet goed in staat zijn eigen belangen goed af te wegen. Hierdoor komt hij in een negatieve spiraal terecht. De psychiater betwijfelt of veroordeelde langdurig is aangewezen op het hoge beveiligingsniveau van een FPC. Als overeenstemming kan worden bereikt over de elementaire behandeldoelen, dan kan mogelijk op andere leefgebieden meer ruimte worden gecreëerd. Als het lukt om met veroordeelde aan de slag te gaan met de behandeldoelen, dan is het mogelijk dat over één jaar sprake is van een andere situatie, waarbij wordt meegewogen dat veroordeelde lange tijd goed in een tbs met voorwaarden heeft gefunctioneerd. Hierin wordt aanleiding gezien om over één jaar de situatie grondig te evalueren; er kan niet worden uitgesloten dat (in een zeer gunstig scenario) dan zelfs al zicht is op een voorwaardelijke beëindiging. Het advies van de psycholoog In het door de psycholoog drs. B. Koudstaal op 18 december 2025 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. Het advies houdt zakelijk weergegeven onder meer in: Veroordeelde heeft zich negatief over de kliniek uitgesproken. Er is bij de kliniek sprake van veel personeelsverloop. Hierdoor is er geen stabiliteit. De gemaakte afspraken komen volgens veroordeelde niet van de grond en afspraken worden evenmin nagekomen. De omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging steekt veroordeelde het meest. Doordat hij terug moest naar de penitentiaire inrichting heeft veroordeelde de uitvaart van zijn moeder gemist. Dit raakte hem diep en emotioneert hem nog altijd. Veroordeelde heeft geen naasten met wie hij contact heeft en hij is vooral op zoek naar een betrokken professioneel netwerk. Veroordeelde heeft aangegeven zo snel mogelijk naar een plek te willen met meer stabiliteit. Bij veroordeelde is sprake van een waanstoornis. Hij functioneert in de praktijk op een licht verstandelijk beperkt niveau. Veroordeelde heeft beperkte adaptieve vaardigheden, verliest gemakkelijk het overzicht en wordt snel overvraagd in cognitieve functies als plannen, prioriteren en flexibiliteit. Op momenten dat hij het overzicht verliest, wordt zijn wantrouwen getriggerd en dit werkt versterkend op de psychotische problematiek. Veroordeelde heeft een fors probleem met middelengebruik ontwikkeld in de jaren na het overlijden van zijn vader. Sinds de aanhouding van veroordeelde is het gebruik van middelen noodgedwongen sterk verminderd, maar hij laat gedurende zijn behandeltraject ook zien dat het hem moeite kost om zich aan de voorwaarde van abstinentie te houden. Hoewel veroordeelde nog altijd volhardt in zijn psychotische overtuigingen, heeft hij momenteel voldoende controle over zijn gedrag. Indien hij weer excessief middelen zou gebruiken en/of blootgesteld wordt aan stressoren die hij het hoofd niet weet te bieden, neemt het recidiverisico toe. Het gebrek aan continuïteit, maar vooral het ontbreken van een duidelijke koers roept zorg op. De kliniek lijkt de afgelopen jaren vast te zijn gelopen in het diagnostische proces, met stagnatie van het traject tot gevolg. Het zoeken naar diagnostische labels is weinig constructief, aangezien ondertussen evident is dat de delict gerelateerde problematiek van veroordeelde zich centreert rond psychotische symptomen, cognitieve beperkingen en misbruik van middelen. Het risicomanagement kan zich daarop richten en dient allereerst te bestaan uit gerichte behandeling voor psychose door middel van cognitieve gedragstherapie en adequate instelling op medicatie. Veroordeelde heeft een structurerende en ondersteunende bejegening nodig. Indien overeenstemming wordt bereikt over het risicomanagement, is het risicoprofiel zodanig dat afschalen van het beveiligingsniveau realistisch wordt.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1549 text/xml public 2026-05-01T09:10:18 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-16 18.830488.16 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Groningen Strafrecht; Penitentiair strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1549 text/html public 2026-05-01T09:10:04 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1549 Rechtbank Noord-Nederland , 16-04-2026 / 18.830488.16 Aan veroordeelde is op 17 december 2017 een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd voor het indexdelict doodslag. Op 5 augustus 2022 is de tbs met voorwaarden omgezet naar een tbs met dwangverpleging. De tbs is laatstelijk op 23 april 2024 met twee jaren verlengd. De rechtbank leidt uit de pro-justitia rapportages en het verlengingsadvies af dat het resocialisatietraject nog de nodige tijd in beslag zal nemen. Veroordeelde is nog niet voldoende behandeld voor zijn stoornissen en psychosociale problemen. Ook is hij niet abstinent van het gebruik van drugs. Veroordeelde zal binnen één jaar nog niet in aanmerking komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de tbs. De rechtbank verlengt de tbs met dwangverpleging met twee jaren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Locatie Groningen parketnummer: 18.830488.16 beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 16 april 2026 op de vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege In de zaak tegen: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , verblijvende te [verblijfplaats] , hierna: veroordeelde. Procesverloop De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van veroordeelde zal verlengen met twee jaren. De behandeling van de vordering tot verlenging heeft plaatsgevonden op 02 april 2026. Hierbij waren via videoverbinding aanwezig: veroordeelde; de deskundige (psychiater) J. Marx; de deskundige (psycholoog) B. Koudstaal; de deskundige (behandelcoördinator bij [instelling] ) M. Bastiaens. Veroordeelde diens raadsvrouw mr. J.A. Aaldijk en de officier van justitie mr. A.J. Kemkers waren in de zittingszaal aanwezig. De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het verlengingsadvies van het behandelteam van forensisch psychiatrisch centrum (hierna: FPC) [instelling] d.d. 28 januari 2026 dat onder meer ondertekend is door het plaatsvervangend hoofd van de instelling waar verdachte van overheidswege wordt verpleegd alsmede de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van veroordeelde. De rechtbank heeft voorts gelet op de adviezen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), opgemaakt door J. Marx en drs. B. Koudstaal, beiden niet verbonden aan de instelling waar veroordeelde wordt verpleegd. Motivering De opgelegde terbeschikkingstelling Bij vonnis van 14 december 2017 heeft deze rechtbank veroordeelde wegens veroordeling voor doodslag onder meer ter beschikking gesteld met oplegging van voorwaarden. De terbeschikkingstelling (hierna: tbs) is aangevangen op 15 april 2020 en op 7 juli 2022 verlengd met twee jaren. Bij beslissing van 5 augustus 2022 heeft deze rechtbank bevolen dat veroordeelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Deze tbs is laatstelijk op 23 april 2024 met twee jaren verlengd en het gerechtshof heeft op 10 oktober 2024 voornoemde verlengingsbeslissing bevestigd. De pro justitia adviezen van de deskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van Sv Het advies van de psychiater In het door de psychiater J. Marx op 22 januari 2026 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het advies houdt zakelijk weergegeven onder meer in: Bij veroordeelde is sprake van een licht verstandelijke beperking, problematisch middelengebruik (alcohol, cocaïne en cannabis) en een waanstoornis. De kliniek lijkt te zijn vastgelopen in het diagnostische proces; met een stagnatie van het resocialisatietraject tot gevolg. Veroordeelde brengt hele dagen in de kliniek door, nadat zijn verlofaanvraag is afgekeurd. Het gebrek aan perspectief kan een averechts effect bewerkstelligen. Veroordeelde kan zich recalcitrant gaan opstellen en is dan niet goed in staat zijn eigen belangen goed af te wegen. Hierdoor komt hij in een negatieve spiraal terecht. De psychiater betwijfelt of veroordeelde langdurig is aangewezen op het hoge beveiligingsniveau van een FPC. Als overeenstemming kan worden bereikt over de elementaire behandeldoelen, dan kan mogelijk op andere leefgebieden meer ruimte worden gecreëerd. Als het lukt om met veroordeelde aan de slag te gaan met de behandeldoelen, dan is het mogelijk dat over één jaar sprake is van een andere situatie, waarbij wordt meegewogen dat veroordeelde lange tijd goed in een tbs met voorwaarden heeft gefunctioneerd. Hierin wordt aanleiding gezien om over één jaar de situatie grondig te evalueren; er kan niet worden uitgesloten dat (in een zeer gunstig scenario) dan zelfs al zicht is op een voorwaardelijke beëindiging. Het advies van de psycholoog In het door de psycholoog drs. B. Koudstaal op 18 december 2025 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. Het advies houdt zakelijk weergegeven onder meer in: Veroordeelde heeft zich negatief over de kliniek uitgesproken. Er is bij de kliniek sprake van veel personeelsverloop. Hierdoor is er geen stabiliteit. De gemaakte afspraken komen volgens veroordeelde niet van de grond en afspraken worden evenmin nagekomen. De omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging steekt veroordeelde het meest. Doordat hij terug moest naar de penitentiaire inrichting heeft veroordeelde de uitvaart van zijn moeder gemist. Dit raakte hem diep en emotioneert hem nog altijd. Veroordeelde heeft geen naasten met wie hij contact heeft en hij is vooral op zoek naar een betrokken professioneel netwerk. Veroordeelde heeft aangegeven zo snel mogelijk naar een plek te willen met meer stabiliteit. Bij veroordeelde is sprake van een waanstoornis. Hij functioneert in de praktijk op een licht verstandelijk beperkt niveau. Veroordeelde heeft beperkte adaptieve vaardigheden, verliest gemakkelijk het overzicht en wordt snel overvraagd in cognitieve functies als plannen, prioriteren en flexibiliteit. Op momenten dat hij het overzicht verliest, wordt zijn wantrouwen getriggerd en dit werkt versterkend op de psychotische problematiek. Veroordeelde heeft een fors probleem met middelengebruik ontwikkeld in de jaren na het overlijden van zijn vader. Sinds de aanhouding van veroordeelde is het gebruik van middelen noodgedwongen sterk verminderd, maar hij laat gedurende zijn behandeltraject ook zien dat het hem moeite kost om zich aan de voorwaarde van abstinentie te houden. Hoewel veroordeelde nog altijd volhardt in zijn psychotische overtuigingen, heeft hij momenteel voldoende controle over zijn gedrag. Indien hij weer excessief middelen zou gebruiken en/of blootgesteld wordt aan stressoren die hij het hoofd niet weet te bieden, neemt het recidiverisico toe. Het gebrek aan continuïteit, maar vooral het ontbreken van een duidelijke koers roept zorg op. De kliniek lijkt de afgelopen jaren vast te zijn gelopen in het diagnostische proces, met stagnatie van het traject tot gevolg. Het zoeken naar diagnostische labels is weinig constructief, aangezien ondertussen evident is dat de delict gerelateerde problematiek van veroordeelde zich centreert rond psychotische symptomen, cognitieve beperkingen en misbruik van middelen. Het risicomanagement kan zich daarop richten en dient allereerst te bestaan uit gerichte behandeling voor psychose door middel van cognitieve gedragstherapie en adequate instelling op medicatie. Veroordeelde heeft een structurerende en ondersteunende bejegening nodig. Indien overeenstemming wordt bereikt over het risicomanagement, is het risicoprofiel zodanig dat afschalen van het beveiligingsniveau realistisch wordt.
Volledig
Gezien de nog te zetten stappen ligt een verlenging van twee jaren en continuering van het bevel tot verpleging in de rede. Indien de rechtbank zorgen heeft over het gebrek aan voortvarendheid in het traject, zou overwogen kunnen worden de verlenging te beperken tot één jaar, om zo vinger aan de pols te houden omtrent de voortgang. De bovengenoemde gedragsdeskundigen hebben tijdens de zitting van 02 april 2026 hun adviezen bevestigd en gehandhaafd. Het advies van de instelling In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de tbs te verlengen met twee jaren. Hierbij is gelet op het hoge recidiverisico, de bestaande problematiek, de huidige fase van het behandeltraject en de nog te nemen stappen in het kader van resocialisatie. In dit verlengingsadvies is zakelijk weergegeven onder meer het volgende aangegeven: Veroordeelde is op 9 oktober 2023 opgenomen binnen FPC [instelling] . Hij verzette zich in eerste instantie tegen de omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging. Veroordeelde heeft sindsdien wisselende inzet laten zien. In juni 2025 werd een verlofaanvraag voor begeleid verlof volledig afgewezen door het Adviescollege Verloftoetsing tbs, onder andere omdat bij veroordeelde weinig ontwikkeling wordt gezien op behandelvlak en de risicofactoren nog niet bewerkt zijn. Veroordeelde heeft gedurende zijn verblijf binnen de FPC al veel modules gevolgd die zijn gericht op sociale vaardigheden, middelengebruik en de bij hem gediagnosticeerde waanstoornis. In de komende periode zijn deze opnieuw geïndiceerd. De prognose op de lange termijn zal afhankelijk zijn dan wel worden bepaald door de vorderingen die veroordeelde in de behandeling maakt, met name ten aanzien van de verschillende risicofactoren. Het behandelteam schat het recidiverisico bij een mogelijke beëindiging van de maatregel in als hoog vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht, het gebrek aan een steunend netwerk en professionele begeleiding. Veroordeelde heeft beperkte vaardigheden om bij overvraging met spanningen uit zijn omgeving om te gaan. Voornoemde risicofactoren kunnen bij veroordeelde leiden tot een terugval in oude gedragspatronen (middelengebruik) en destabilisatie. Veroordeelde heeft moeite met veranderingen en vooral moeite om zich te hechten aan nieuwe mensen. Iedere hulpverlener die vertrekt doet hem heel veel pijn vanuit een gevoel van afwijzing. Hierdoor is het wenselijk dat hij op de langere termijn vanuit zijn huidige behandeling rechtstreeks doorstroomt naar een beschermde woonvorm waar hij permanent mag verblijven. Veroordeelde heeft aangegeven niet eens te zijn met de diagnose van de waanstoornis en is weinig gemotiveerd voor een langdurig behandeltraject in het kader van de tbs met dwangverpleging. De deskundige M. Bastiaens heeft namens FPC [instelling] het verlengingsadvies tijdens de zitting van 2 april 2026 bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt zakelijk weergegeven in: Deskundige Bastiaens heeft aangegeven sinds januari 2026 betrokken te zijn bij de behandeling van veroordeelde. Zij heeft aangegeven dat zij de mogelijkheden voor een nieuwe verlofaanvraag met veroordeelde heeft besproken. Veroordeelde zag de hele procedure waarbij toegewerkt wordt naar transmuraal verlof aanvankelijk niet zitten en heeft dit voor een tijd afgehouden. Veroordeelde heeft inmiddels aangegeven bereid te zijn om hieraan mee te werken. Ook is veroordeelde bereid om traumatherapie te ondergaan. De psychiater op de afdeling heeft de bij veroordeelde gediagnosticeerde waanstoornis op remissie gezet. In de komende periode zal voorzichtig worden toegewerkt naar een nieuwe verlofaanvraag en een lager beveiligingsniveau. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar schriftelijke vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging voor een duur van twee jaren. Het standpunt van de veroordeelde en diens raadsvrouw De raadsvrouw heeft gepleit voor een verlenging van de tbs met dwangverpleging met één jaar. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Twee gedragsdeskundigen hebben hun zorgen uitgesproken over de voortvarendheid van het behandeltraject. Er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij het huidige beveiligingsniveau en of dit passend is. Veroordeelde wil uitstromen naar een plek waar meer mensen zich om hem bekommeren. Hij heeft behoefte aan toekomstperspectief en dit moet hem worden geboden. Het oordeel van de rechtbank Uit het onderliggende vonnis volgt dat het indexdelict een geweldsmisdrijf tegen het leven betreft. Dit betekent dat de opgelegde tbs maatregel niet in duur is beperkt en dus verlengd kan worden. De rechtbank leidt uit de adviezen van de kliniek en de gedragsdeskundigen af dat de afgelopen periode weliswaar stappen zijn gezet voor wat betreft het volgen van therapie en het aanvragen van verlof, maar dat het resocialisatietraject van veroordeelde nog de nodige tijd in beslag zal nemen. Veroordeelde is nog niet voldoende behandeld voor de bij hem gediagnosticeerde stoornissen en zijn psychosociale problemen. Dit blijkt onder meer uit het feit dat veroordeelde nog niet volledig abstinent is van het gebruik van drugs. Het proces waarin wordt toegewerkt naar transmuraal verlof zal nog veel tijd en inspanning vergen gelet op de stand waarin de behandeling zich nu bevindt. Het is niet te verwachten dat een goedkeuring van een verlofaanvraag met plaatsing in een kleinschalige voorziening binnen een tijdspanne van één jaar kan worden gerealiseerd. Veroordeelde zal hoogstwaarschijnlijk na één jaar nog niet in aanmerking komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de tbs. Het bieden van toekomstperspectief is op zichzelf onvoldoende reden voor een kortere verlengingsduur van de tbs. De rechtbank zal dan ook de tbs met dwangverpleging overeenkomstig de vordering van de officier van justitie en het verlengingsadvies met twee jaren verlengen. De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van veroordeelde met twee jaren. Deze beslissing is gegeven door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. K. Offerein-Hulshoff, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 april 2026. Mr. H. van der Werff en mr. K. Offerein-Hulshoff zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Volledig
Gezien de nog te zetten stappen ligt een verlenging van twee jaren en continuering van het bevel tot verpleging in de rede. Indien de rechtbank zorgen heeft over het gebrek aan voortvarendheid in het traject, zou overwogen kunnen worden de verlenging te beperken tot één jaar, om zo vinger aan de pols te houden omtrent de voortgang. De bovengenoemde gedragsdeskundigen hebben tijdens de zitting van 02 april 2026 hun adviezen bevestigd en gehandhaafd. Het advies van de instelling In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de tbs te verlengen met twee jaren. Hierbij is gelet op het hoge recidiverisico, de bestaande problematiek, de huidige fase van het behandeltraject en de nog te nemen stappen in het kader van resocialisatie. In dit verlengingsadvies is zakelijk weergegeven onder meer het volgende aangegeven: Veroordeelde is op 9 oktober 2023 opgenomen binnen FPC [instelling] . Hij verzette zich in eerste instantie tegen de omzetting van de tbs met voorwaarden naar een tbs met dwangverpleging. Veroordeelde heeft sindsdien wisselende inzet laten zien. In juni 2025 werd een verlofaanvraag voor begeleid verlof volledig afgewezen door het Adviescollege Verloftoetsing tbs, onder andere omdat bij veroordeelde weinig ontwikkeling wordt gezien op behandelvlak en de risicofactoren nog niet bewerkt zijn. Veroordeelde heeft gedurende zijn verblijf binnen de FPC al veel modules gevolgd die zijn gericht op sociale vaardigheden, middelengebruik en de bij hem gediagnosticeerde waanstoornis. In de komende periode zijn deze opnieuw geïndiceerd. De prognose op de lange termijn zal afhankelijk zijn dan wel worden bepaald door de vorderingen die veroordeelde in de behandeling maakt, met name ten aanzien van de verschillende risicofactoren. Het behandelteam schat het recidiverisico bij een mogelijke beëindiging van de maatregel in als hoog vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht, het gebrek aan een steunend netwerk en professionele begeleiding. Veroordeelde heeft beperkte vaardigheden om bij overvraging met spanningen uit zijn omgeving om te gaan. Voornoemde risicofactoren kunnen bij veroordeelde leiden tot een terugval in oude gedragspatronen (middelengebruik) en destabilisatie. Veroordeelde heeft moeite met veranderingen en vooral moeite om zich te hechten aan nieuwe mensen. Iedere hulpverlener die vertrekt doet hem heel veel pijn vanuit een gevoel van afwijzing. Hierdoor is het wenselijk dat hij op de langere termijn vanuit zijn huidige behandeling rechtstreeks doorstroomt naar een beschermde woonvorm waar hij permanent mag verblijven. Veroordeelde heeft aangegeven niet eens te zijn met de diagnose van de waanstoornis en is weinig gemotiveerd voor een langdurig behandeltraject in het kader van de tbs met dwangverpleging. De deskundige M. Bastiaens heeft namens FPC [instelling] het verlengingsadvies tijdens de zitting van 2 april 2026 bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt zakelijk weergegeven in: Deskundige Bastiaens heeft aangegeven sinds januari 2026 betrokken te zijn bij de behandeling van veroordeelde. Zij heeft aangegeven dat zij de mogelijkheden voor een nieuwe verlofaanvraag met veroordeelde heeft besproken. Veroordeelde zag de hele procedure waarbij toegewerkt wordt naar transmuraal verlof aanvankelijk niet zitten en heeft dit voor een tijd afgehouden. Veroordeelde heeft inmiddels aangegeven bereid te zijn om hieraan mee te werken. Ook is veroordeelde bereid om traumatherapie te ondergaan. De psychiater op de afdeling heeft de bij veroordeelde gediagnosticeerde waanstoornis op remissie gezet. In de komende periode zal voorzichtig worden toegewerkt naar een nieuwe verlofaanvraag en een lager beveiligingsniveau. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar schriftelijke vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging voor een duur van twee jaren. Het standpunt van de veroordeelde en diens raadsvrouw De raadsvrouw heeft gepleit voor een verlenging van de tbs met dwangverpleging met één jaar. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Twee gedragsdeskundigen hebben hun zorgen uitgesproken over de voortvarendheid van het behandeltraject. Er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij het huidige beveiligingsniveau en of dit passend is. Veroordeelde wil uitstromen naar een plek waar meer mensen zich om hem bekommeren. Hij heeft behoefte aan toekomstperspectief en dit moet hem worden geboden. Het oordeel van de rechtbank Uit het onderliggende vonnis volgt dat het indexdelict een geweldsmisdrijf tegen het leven betreft. Dit betekent dat de opgelegde tbs maatregel niet in duur is beperkt en dus verlengd kan worden. De rechtbank leidt uit de adviezen van de kliniek en de gedragsdeskundigen af dat de afgelopen periode weliswaar stappen zijn gezet voor wat betreft het volgen van therapie en het aanvragen van verlof, maar dat het resocialisatietraject van veroordeelde nog de nodige tijd in beslag zal nemen. Veroordeelde is nog niet voldoende behandeld voor de bij hem gediagnosticeerde stoornissen en zijn psychosociale problemen. Dit blijkt onder meer uit het feit dat veroordeelde nog niet volledig abstinent is van het gebruik van drugs. Het proces waarin wordt toegewerkt naar transmuraal verlof zal nog veel tijd en inspanning vergen gelet op de stand waarin de behandeling zich nu bevindt. Het is niet te verwachten dat een goedkeuring van een verlofaanvraag met plaatsing in een kleinschalige voorziening binnen een tijdspanne van één jaar kan worden gerealiseerd. Veroordeelde zal hoogstwaarschijnlijk na één jaar nog niet in aanmerking komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de tbs. Het bieden van toekomstperspectief is op zichzelf onvoldoende reden voor een kortere verlengingsduur van de tbs. De rechtbank zal dan ook de tbs met dwangverpleging overeenkomstig de vordering van de officier van justitie en het verlengingsadvies met twee jaren verlengen. De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van veroordeelde met twee jaren. Deze beslissing is gegeven door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. K. Offerein-Hulshoff, rechters, bijgestaan door mr. J.K. Qiu, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 april 2026. Mr. H. van der Werff en mr. K. Offerein-Hulshoff zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.