Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-04-28
ECLI:NL:RBNNE:2026:1506
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
12,191 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1506 text/xml public 2026-04-30T14:32:15 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-28 18.165285.25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Groningen Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 243 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1506 text/html public 2026-04-30T14:31:47 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1506 Rechtbank Noord-Nederland , 28-04-2026 / 18.165285.25 Veroordeling wegens opzetverkrachting, terwijl dit feit werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld, tot een gevangenisstraf van 6 jaren. Verdachte is via het openstaande raam de woning van het slachtoffer binnengedrongen en hij heeft gedurende drie uren tegen haar wil seksuele handelingen met haar verricht. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18.165285.25 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Staal-Olislaegers, advocaat te Winschoten. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.G. Broekstra. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Groningen met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis in/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, mond/lippen/tong op de venusheuvel en/of in/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door de studio van die [slachtoffer] via een openstaand raam binnen te dringen die [slachtoffer] te omhelzen en/of vasthouden de kleding die [slachtoffer] aan had kapot te scheuren die [slachtoffer] aan haar haren te trekken die [slachtoffer] te slaan. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken het ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Niet bewezen kan worden dat verdachte wist dat de wil van aangeefster ontbrak ten aanzien van de seksuele handelingen. Verdachte was in de overtuiging dat het met wederzijdse instemming plaatsvond en het dossier bevat verder onvoldoende bewijs voor het ontbreken van de wil bij aangeefster. Zo zijn er in de verklaringen van aangeefsters dusdanig veel tegenstrijdigheden dat deze als ongeloofwaardig moet worden beschouwd. Daarnaast blijken uit haar aangifte signalen, zoals het zich niet verzetten, waaruit verdachte mocht opmaken dat er sprake van instemming was. Uit het multidisciplinair onderzoek volgt dat verdachte non-verbale signalen niet of beperkt kan interpreteren. Van aangeefster had in de gegeven situatie mogen worden verwacht dat zij op duidelijkere wijze kenbaar maakte dat haar wil ontbrak. Ook kon verdachte sommige signalen interpreteren als onderdeel van het liefdesspel. Uit het dossier blijkt niet duidelijk dat het roepen om hulp en het schreeuwen, zoals door getuigen is gehoord, daadwerkelijk afkomstig was van aangeefster. Ook is de wijze waarop aangeefster is aangetroffen niet zodanig dat daaruit volgt dat zij de seksuele handelingen tegen haar wil heeft moeten ondergaan. Daarnaast kan niet worden bewezen dat er sprake was van dwang, geweld of bedreiging, waardoor aangeefster niet of in mindere mate een vrije keuze kon maken. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] , anders dan de raadsvrouw, betrouwbaar. Aangeefster heeft op de pleegdatum, te weten op 29 mei 2025, een informatief gesprek zeden gevoerd met de politie en zij heeft kort daarna, op 3 juni 2025, aangifte gedaan. Deze verklaringen zijn wat betreft het ten laste gelegde consistent. Dat enkele details in de verklaringen afwijken, doet daar niet aan af. Daarnaast vinden de verklaringen van aangeefster steun in andere stukken in het dossier. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster daarom bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. De door verdachte ter zitting van 14 april 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Ik was op 29 mei 2025 in de woning van [slachtoffer] aan [adres] in [plaats] . Wij hebben daar seks gehad. Ik heb mijn penis in haar vagina gebracht. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 juni 2025, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025140374 d.d. 4 juni 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] : Ik doe aangifte van verkrachting. Het is gebeurd op 29 mei 2025 in mijn woning aan [adres] in [plaats] . Ik stuurde die ochtend berichtjes naar mijn moeder. Het laatste bericht werd gestuurd om 10:16 uur. Daarna deed ik het raam open. De man stond opeens daar. Hij maakte een beweging met zijn mond alsof hij een kus wilde geven. Hij zei: “one kiss, one kiss.” Ik zei iets van: “nee, nee.” Hij stond nog buiten. Ik probeerde hem weg te duwen en het raam dicht te doen. Op dat moment sprong hij vanaf buiten naar binnen. Ik begon heel hard te schreeuwen. Ik zei dat hij weg moest, dat hij moest opdonderen. Ik probeerde hem weg te duwen. Ik bleef tegen hem schreeuwen. Hij bleef maar zeggen: “one kiss, one kiss.” Hij probeerde mij te kussen en aan te raken. Ik bleef schreeuwen. Hij begon zich uit te kleden. Hij raakte mij aan en hij kuste mij. Op een moment lag ik op mijn rug. Hij was boven mij. Hij heeft mijn topje verscheurd. Ook heeft hij mijn onderbroek verscheurd. Daarna was ik naakt. Ik weet niet wanneer het precies gebeurde, of ik al uitgekleed was of daarvoor, maar toen hij mij probeerde te kussen heb ik hem in de lip gebeten. Volgens mij heb ik er doorheen gebeten. Hij werd kwaad. Hij was boven mij met zijn arm en hij maakte een slaande beweging. Hij gaf een klap op mijn gezicht met zijn handpalm. Ik werd erg angstig. Ik smeekte hem om me niet te slaan. Toen ik begon te schreeuwen, was het voor mij duidelijk dat er niemand was en dat ik zwak ben en niets tegen hem kon doen. Aan het begin probeerde ik om bij het raam te komen, maar hij probeerde mij weg terug te trekken. Hij pakte mijn pols beet. Op een bepaald moment realiseerde ik me dat het beter was om me niet tegen hem te verzetten zodat hij niet nog bozer zou worden. Ik probeerde de schade te minimaliseren. Hij zei: “one sex, one sex.” Hij heeft op verschillende manieren geprobeerd om zijn piemel in mijn vagina te brengen, maar dit lukte niet. Ik heb hem meerdere keren verteld dat ik maagd was. Dat heeft hij waarschijnlijk niet begrepen of hij heeft niet geluisterd. Hij zei: “minet, minet.” Dat woord herkende ik, want dat betekent pijpen in het Russisch. Hij begon aan mijn hoofd en haren te trekken. Ik moest hem pijpen. Ik heb hem in zijn piemel gebeten. Hij had wel pijn, maar niet zo veel als ik had gedacht. Hij riep ook meerdere keren om een dokter. Ik heb meerdere keren gezegd dat hij naar de dokter moest gaan. Hij zei: “no doctor, doctor police.” Hij probeerde weer binnen te dringen, maar het lukte niet. Ik werd ook naar de badkamer getrokken.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1506 text/xml public 2026-04-30T14:32:15 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-04-28 18.165285.25 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Groningen Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 243 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1506 text/html public 2026-04-30T14:31:47 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1506 Rechtbank Noord-Nederland , 28-04-2026 / 18.165285.25 Veroordeling wegens opzetverkrachting, terwijl dit feit werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld, tot een gevangenisstraf van 6 jaren. Verdachte is via het openstaande raam de woning van het slachtoffer binnengedrongen en hij heeft gedurende drie uren tegen haar wil seksuele handelingen met haar verricht. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18.165285.25 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [instelling] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Staal-Olislaegers, advocaat te Winschoten. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S.G. Broekstra. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Groningen met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis in/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen zijn, verdachtes, mond/lippen/tong op de venusheuvel en/of in/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door de studio van die [slachtoffer] via een openstaand raam binnen te dringen die [slachtoffer] te omhelzen en/of vasthouden de kleding die [slachtoffer] aan had kapot te scheuren die [slachtoffer] aan haar haren te trekken die [slachtoffer] te slaan. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken het ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Niet bewezen kan worden dat verdachte wist dat de wil van aangeefster ontbrak ten aanzien van de seksuele handelingen. Verdachte was in de overtuiging dat het met wederzijdse instemming plaatsvond en het dossier bevat verder onvoldoende bewijs voor het ontbreken van de wil bij aangeefster. Zo zijn er in de verklaringen van aangeefsters dusdanig veel tegenstrijdigheden dat deze als ongeloofwaardig moet worden beschouwd. Daarnaast blijken uit haar aangifte signalen, zoals het zich niet verzetten, waaruit verdachte mocht opmaken dat er sprake van instemming was. Uit het multidisciplinair onderzoek volgt dat verdachte non-verbale signalen niet of beperkt kan interpreteren. Van aangeefster had in de gegeven situatie mogen worden verwacht dat zij op duidelijkere wijze kenbaar maakte dat haar wil ontbrak. Ook kon verdachte sommige signalen interpreteren als onderdeel van het liefdesspel. Uit het dossier blijkt niet duidelijk dat het roepen om hulp en het schreeuwen, zoals door getuigen is gehoord, daadwerkelijk afkomstig was van aangeefster. Ook is de wijze waarop aangeefster is aangetroffen niet zodanig dat daaruit volgt dat zij de seksuele handelingen tegen haar wil heeft moeten ondergaan. Daarnaast kan niet worden bewezen dat er sprake was van dwang, geweld of bedreiging, waardoor aangeefster niet of in mindere mate een vrije keuze kon maken. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] , anders dan de raadsvrouw, betrouwbaar. Aangeefster heeft op de pleegdatum, te weten op 29 mei 2025, een informatief gesprek zeden gevoerd met de politie en zij heeft kort daarna, op 3 juni 2025, aangifte gedaan. Deze verklaringen zijn wat betreft het ten laste gelegde consistent. Dat enkele details in de verklaringen afwijken, doet daar niet aan af. Daarnaast vinden de verklaringen van aangeefster steun in andere stukken in het dossier. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster daarom bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. De door verdachte ter zitting van 14 april 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Ik was op 29 mei 2025 in de woning van [slachtoffer] aan [adres] in [plaats] . Wij hebben daar seks gehad. Ik heb mijn penis in haar vagina gebracht. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 juni 2025, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025140374 d.d. 4 juni 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] : Ik doe aangifte van verkrachting. Het is gebeurd op 29 mei 2025 in mijn woning aan [adres] in [plaats] . Ik stuurde die ochtend berichtjes naar mijn moeder. Het laatste bericht werd gestuurd om 10:16 uur. Daarna deed ik het raam open. De man stond opeens daar. Hij maakte een beweging met zijn mond alsof hij een kus wilde geven. Hij zei: “one kiss, one kiss.” Ik zei iets van: “nee, nee.” Hij stond nog buiten. Ik probeerde hem weg te duwen en het raam dicht te doen. Op dat moment sprong hij vanaf buiten naar binnen. Ik begon heel hard te schreeuwen. Ik zei dat hij weg moest, dat hij moest opdonderen. Ik probeerde hem weg te duwen. Ik bleef tegen hem schreeuwen. Hij bleef maar zeggen: “one kiss, one kiss.” Hij probeerde mij te kussen en aan te raken. Ik bleef schreeuwen. Hij begon zich uit te kleden. Hij raakte mij aan en hij kuste mij. Op een moment lag ik op mijn rug. Hij was boven mij. Hij heeft mijn topje verscheurd. Ook heeft hij mijn onderbroek verscheurd. Daarna was ik naakt. Ik weet niet wanneer het precies gebeurde, of ik al uitgekleed was of daarvoor, maar toen hij mij probeerde te kussen heb ik hem in de lip gebeten. Volgens mij heb ik er doorheen gebeten. Hij werd kwaad. Hij was boven mij met zijn arm en hij maakte een slaande beweging. Hij gaf een klap op mijn gezicht met zijn handpalm. Ik werd erg angstig. Ik smeekte hem om me niet te slaan. Toen ik begon te schreeuwen, was het voor mij duidelijk dat er niemand was en dat ik zwak ben en niets tegen hem kon doen. Aan het begin probeerde ik om bij het raam te komen, maar hij probeerde mij weg terug te trekken. Hij pakte mijn pols beet. Op een bepaald moment realiseerde ik me dat het beter was om me niet tegen hem te verzetten zodat hij niet nog bozer zou worden. Ik probeerde de schade te minimaliseren. Hij zei: “one sex, one sex.” Hij heeft op verschillende manieren geprobeerd om zijn piemel in mijn vagina te brengen, maar dit lukte niet. Ik heb hem meerdere keren verteld dat ik maagd was. Dat heeft hij waarschijnlijk niet begrepen of hij heeft niet geluisterd. Hij zei: “minet, minet.” Dat woord herkende ik, want dat betekent pijpen in het Russisch. Hij begon aan mijn hoofd en haren te trekken. Ik moest hem pijpen. Ik heb hem in zijn piemel gebeten. Hij had wel pijn, maar niet zo veel als ik had gedacht. Hij riep ook meerdere keren om een dokter. Ik heb meerdere keren gezegd dat hij naar de dokter moest gaan. Hij zei: “no doctor, doctor police.” Hij probeerde weer binnen te dringen, maar het lukte niet. Ik werd ook naar de badkamer getrokken.
Volledig
Ik werd tegen de muur gezet. Hij tilde mij op zodat ik met mijn rug tegen de muur leunde en met mijn benen om hem heen. Ik deed dit niet uit mijzelf. Ik werd zo door hem in de lucht gehouden, ik werkte niet mee. Hij duwde me ook een keer tegen de wasbak tegenover de spiegel. Hij duwde me ook tegen de muur in de gang. Ik heb zijn rug met mijn nagels gekrabd. Er waren daardoor wel wat schaafwondjes. Toen ik op de vloer in de badkamer lag, zat hij met zijn vingers in mijn vagina en deed hij stimulerende bewegingen in mijn vagina. Dat deed veel pijn. Hij kuste mij op de venusheuvel en iets naar beneden. Daarna zijn we weer naar het bed gegaan. Toen ik door hem omgedraaid was, kreeg ik ook wat klappen op mijn billen van hem. Het lukte hem toen om bij mij naar binnen te dringen met zijn penis in mijn vagina. Ik probeerde hem weg te duwen, omdat hij mij pijn deed. Daarna viel hij in slaap. Ik ben toen naar buiten gegaan. Vanaf vrijdag kreeg ik last van mijn armen, mijn nek en mijn hals. Dat deed allemaal pijn. Ook mijn polsen deden pijn. Ik had ook last van buikpijn. Ik kon niet wegkomen omdat ik zwak ben. Ik ben klein van postuur en ik heb een cerebrale verlamming, waardoor ik minder goed kan lopen en rennen. Bij mij is alles trager dan bij gezonde mensen. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 29 mei 2025, opgenomen op pagina 148 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 29 mei 2025 was ik in de woning aan [adres] in [plaats] . Ik zag dat er een man op een bed lag. Ik hoorde dat de meldster [slachtoffer] zei dat dit de man was die haar woning was binnengedrongen. Ik vroeg aan de man of hij kon vertellen wat er gebeurd was. Ik hoorde dat hij de man zei dat hij door het raam de woning is ingegaan. De man bleek te zijn [verdachte] . 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek persoon d.d. 23 juni 2025, opgenomen op pagina 55 e.v. van het forensisch dossier, behorende bij voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 29 mei 2025 heb ik onderzoek naar het lichaam van verdachte [verdachte] verricht. Ik zag een verwonding aan de onderlip van de verdachte. Ik zag dat een deel van de onderlip, aan de onderzijde, open/gescheurd was. Op de rug van de verdachte zag ik meerdere rechtlijnige huidbeschadigingen/krassen. 5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2025, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 29 mei 2025 omstreeks 10:38 uur werd gemeld dat er geschreeuw en gegil werd gehoord in de omgeving van de [adres] te Groningen. Omstreeks 16:00 uur heb ik telefonisch contact gezocht met de melder van genoemde melding. Melder bleek te zijn genaamd [getuige] . Ik hoorde dat [getuige] mij vertelde dat hij woont aan [adres] . [getuige] werd die dag rond 10:25 uur wakker gebeld. Korte tijd later hoorde hij geschreeuw en gegil van een vrouw. [getuige] hoorde vervolgens deze stem “help” roepen. Hierna was het een korte tijd stil. Vervolgens hoorde [getuige] een stem hard schreeuwen: “no police.” [getuige] gaf aan dat dit een stem van een man was, doordat deze stem laag en zwaar klonk. Vervolgens hoorde [getuige] nogmaals geschreeuw en een vrouwelijke stem meerdere malen “help” roepen. [getuige] gaf aan dat hij vervolgens 112 heeft gebeld. Nadat [getuige] 112 had gebeld hoorde hij nogmaals meerdere malen een vrouw schreeuwen en gillen. Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Dat verdachte de seksuele handelingen heeft verricht met aangeefster, terwijl hij wist dat bij haar daartoe de wil ontbrak, wordt ondersteund door de aangifte en de overige bewijsmiddelen. De rechtbank stelt vast dat aangeefster verdachte niet kende. Hoewel verdachte ter zitting (en op eerdere momenten) heeft ontkend dat hij tegen de wil van aangeefster via haar raam in haar woning aan [adres] is gekomen, heeft hij bij het eerste contact met de politie in de woning van aangeefster wel verklaard dat hij via het raam naar binnen is gekomen, zoals aangeefster ook heeft verklaard. De verklaring van verdachte dat hij via de deur is binnengegaan, op uitnodiging van aangeefster, schuift de rechtbank daarom terzijde. Dat de handelingen die daarop volgden ook tegen de wil van aangeefster hebben plaatsgevonden volgt alleen al uit de 112-melding van een buurtbewoner die vlakbij aangeefster woont, aan [adres] . Het geschreeuw en gegil door een vrouw dat hij heeft beschreven, in combinatie met een mannenstem die “no police” schreeuwde, past bij het tijdstip waarop verdachte de woning binnen is gekomen en de verdere gang van zaken zoals door aangeefster beschreven. Bovendien is er een tweede 112-melding gedaan door een andere buurtbewoner rond datzelfde tijdstip, die ook hulpgeroep heeft gehoord. Voorts past het letsel dat bij verdachte is waargenomen, de gescheurde lip en de krassen op de rug, bij het verzet zoals aangeefster zegt te hebben gepleegd. De rechtbank overweegt op basis van de foto van het letsel in het dossier dat aangeefster dusdanig hard in de lip van verdachte moet hebben gebeten, dat daar onvrijwilligheid uit kan worden afgeleid. Gezien het (omvangrijke) letsel aan zijn lip, is niet aannemelijk dat de beet onderdeel was van het liefdesspel, zoals verdachte heeft verklaard. Tot slot past de wijze waarop aangeefster, ongeveer drie uren nadat verdachte in haar woning was binnengedrongen, buiten is aangetroffen door weer een andere buurtbewoner en het verhaal dat zij hem heeft verteld, bij de verklaring van aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat verdachte vol opzet heeft gehad ten aanzien van de wetenschap dat de wil bij aangeefster ontbrak. Gelet op de omstandigheid dat verdachte via het raam de woning van aangeefster, een voor hem volstrekte vreemde, is ingeklommen, de omstandigheid dat aangeefster om hulp heeft geschreeuwd en gezien het door aangeefster aan verdachte toegebrachte letsel moet verdachte zonder meer hebben geweten dat aangeefster niet instemde met de seksuele handelingen. De rechtbank constateert overigens dat uit het dossier geen aanwijzingen naar voren komen waaruit zou kunnen blijken dat bij aangeefster sprake was van vrijwilligheid, zoals verdachte heeft verklaard. Verdachte heeft desgevraagd ter zitting ook niet kunnen aangeven uit welke omstandigheden hij volgens hem mocht opmaken dat aangeefster vrijwillig seks met hem wilde. Ook acht de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat de opzetverkrachting werd voorafgegaan en vergezeld door dwang en geweld, welke handelingen hierna in de bewezenverklaring zijn opgesomd. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetverkrachting, terwijl dit feit werd voorafgegaan en vergezeld door dwang en geweld. Bewezenverklaring De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij op 29 mei 2025 te Groningen met [slachtoffer] seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en zijn, verdachtes, mond op de venusheuvel van die [slachtoffer] te brengen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en vergezeld van dwang en geweld, door de studio van die [slachtoffer] via een openstaand raam binnen te dringen die [slachtoffer] te omhelzen en vast te houden de kleding die [slachtoffer] aan had kapot te scheuren die [slachtoffer] aan haar haren te trekken en die [slachtoffer] te slaan. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Volledig
Ik werd tegen de muur gezet. Hij tilde mij op zodat ik met mijn rug tegen de muur leunde en met mijn benen om hem heen. Ik deed dit niet uit mijzelf. Ik werd zo door hem in de lucht gehouden, ik werkte niet mee. Hij duwde me ook een keer tegen de wasbak tegenover de spiegel. Hij duwde me ook tegen de muur in de gang. Ik heb zijn rug met mijn nagels gekrabd. Er waren daardoor wel wat schaafwondjes. Toen ik op de vloer in de badkamer lag, zat hij met zijn vingers in mijn vagina en deed hij stimulerende bewegingen in mijn vagina. Dat deed veel pijn. Hij kuste mij op de venusheuvel en iets naar beneden. Daarna zijn we weer naar het bed gegaan. Toen ik door hem omgedraaid was, kreeg ik ook wat klappen op mijn billen van hem. Het lukte hem toen om bij mij naar binnen te dringen met zijn penis in mijn vagina. Ik probeerde hem weg te duwen, omdat hij mij pijn deed. Daarna viel hij in slaap. Ik ben toen naar buiten gegaan. Vanaf vrijdag kreeg ik last van mijn armen, mijn nek en mijn hals. Dat deed allemaal pijn. Ook mijn polsen deden pijn. Ik had ook last van buikpijn. Ik kon niet wegkomen omdat ik zwak ben. Ik ben klein van postuur en ik heb een cerebrale verlamming, waardoor ik minder goed kan lopen en rennen. Bij mij is alles trager dan bij gezonde mensen. 3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 29 mei 2025, opgenomen op pagina 148 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 29 mei 2025 was ik in de woning aan [adres] in [plaats] . Ik zag dat er een man op een bed lag. Ik hoorde dat de meldster [slachtoffer] zei dat dit de man was die haar woning was binnengedrongen. Ik vroeg aan de man of hij kon vertellen wat er gebeurd was. Ik hoorde dat hij de man zei dat hij door het raam de woning is ingegaan. De man bleek te zijn [verdachte] . 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal forensisch onderzoek persoon d.d. 23 juni 2025, opgenomen op pagina 55 e.v. van het forensisch dossier, behorende bij voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 29 mei 2025 heb ik onderzoek naar het lichaam van verdachte [verdachte] verricht. Ik zag een verwonding aan de onderlip van de verdachte. Ik zag dat een deel van de onderlip, aan de onderzijde, open/gescheurd was. Op de rug van de verdachte zag ik meerdere rechtlijnige huidbeschadigingen/krassen. 5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 mei 2025, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant: Op 29 mei 2025 omstreeks 10:38 uur werd gemeld dat er geschreeuw en gegil werd gehoord in de omgeving van de [adres] te Groningen. Omstreeks 16:00 uur heb ik telefonisch contact gezocht met de melder van genoemde melding. Melder bleek te zijn genaamd [getuige] . Ik hoorde dat [getuige] mij vertelde dat hij woont aan [adres] . [getuige] werd die dag rond 10:25 uur wakker gebeld. Korte tijd later hoorde hij geschreeuw en gegil van een vrouw. [getuige] hoorde vervolgens deze stem “help” roepen. Hierna was het een korte tijd stil. Vervolgens hoorde [getuige] een stem hard schreeuwen: “no police.” [getuige] gaf aan dat dit een stem van een man was, doordat deze stem laag en zwaar klonk. Vervolgens hoorde [getuige] nogmaals geschreeuw en een vrouwelijke stem meerdere malen “help” roepen. [getuige] gaf aan dat hij vervolgens 112 heeft gebeld. Nadat [getuige] 112 had gebeld hoorde hij nogmaals meerdere malen een vrouw schreeuwen en gillen. Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Dat verdachte de seksuele handelingen heeft verricht met aangeefster, terwijl hij wist dat bij haar daartoe de wil ontbrak, wordt ondersteund door de aangifte en de overige bewijsmiddelen. De rechtbank stelt vast dat aangeefster verdachte niet kende. Hoewel verdachte ter zitting (en op eerdere momenten) heeft ontkend dat hij tegen de wil van aangeefster via haar raam in haar woning aan [adres] is gekomen, heeft hij bij het eerste contact met de politie in de woning van aangeefster wel verklaard dat hij via het raam naar binnen is gekomen, zoals aangeefster ook heeft verklaard. De verklaring van verdachte dat hij via de deur is binnengegaan, op uitnodiging van aangeefster, schuift de rechtbank daarom terzijde. Dat de handelingen die daarop volgden ook tegen de wil van aangeefster hebben plaatsgevonden volgt alleen al uit de 112-melding van een buurtbewoner die vlakbij aangeefster woont, aan [adres] . Het geschreeuw en gegil door een vrouw dat hij heeft beschreven, in combinatie met een mannenstem die “no police” schreeuwde, past bij het tijdstip waarop verdachte de woning binnen is gekomen en de verdere gang van zaken zoals door aangeefster beschreven. Bovendien is er een tweede 112-melding gedaan door een andere buurtbewoner rond datzelfde tijdstip, die ook hulpgeroep heeft gehoord. Voorts past het letsel dat bij verdachte is waargenomen, de gescheurde lip en de krassen op de rug, bij het verzet zoals aangeefster zegt te hebben gepleegd. De rechtbank overweegt op basis van de foto van het letsel in het dossier dat aangeefster dusdanig hard in de lip van verdachte moet hebben gebeten, dat daar onvrijwilligheid uit kan worden afgeleid. Gezien het (omvangrijke) letsel aan zijn lip, is niet aannemelijk dat de beet onderdeel was van het liefdesspel, zoals verdachte heeft verklaard. Tot slot past de wijze waarop aangeefster, ongeveer drie uren nadat verdachte in haar woning was binnengedrongen, buiten is aangetroffen door weer een andere buurtbewoner en het verhaal dat zij hem heeft verteld, bij de verklaring van aangeefster. De rechtbank is van oordeel dat verdachte vol opzet heeft gehad ten aanzien van de wetenschap dat de wil bij aangeefster ontbrak. Gelet op de omstandigheid dat verdachte via het raam de woning van aangeefster, een voor hem volstrekte vreemde, is ingeklommen, de omstandigheid dat aangeefster om hulp heeft geschreeuwd en gezien het door aangeefster aan verdachte toegebrachte letsel moet verdachte zonder meer hebben geweten dat aangeefster niet instemde met de seksuele handelingen. De rechtbank constateert overigens dat uit het dossier geen aanwijzingen naar voren komen waaruit zou kunnen blijken dat bij aangeefster sprake was van vrijwilligheid, zoals verdachte heeft verklaard. Verdachte heeft desgevraagd ter zitting ook niet kunnen aangeven uit welke omstandigheden hij volgens hem mocht opmaken dat aangeefster vrijwillig seks met hem wilde. Ook acht de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat de opzetverkrachting werd voorafgegaan en vergezeld door dwang en geweld, welke handelingen hierna in de bewezenverklaring zijn opgesomd. De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetverkrachting, terwijl dit feit werd voorafgegaan en vergezeld door dwang en geweld. Bewezenverklaring De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij op 29 mei 2025 te Groningen met [slachtoffer] seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] te brengen zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] te brengen en zijn, verdachtes, mond op de venusheuvel van die [slachtoffer] te brengen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door en vergezeld van dwang en geweld, door de studio van die [slachtoffer] via een openstaand raam binnen te dringen die [slachtoffer] te omhelzen en vast te houden de kleding die [slachtoffer] aan had kapot te scheuren die [slachtoffer] aan haar haren te trekken en die [slachtoffer] te slaan. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Volledig
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. gekwalificeerde opzetverkrachting Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van gekwalificeerde opzetverkrachting wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft - indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring - gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. De raadsvrouw heeft daarbij aangevoerd dat verdachte in mindere mate toerekeningsvatbaar is, gelet op zijn mogelijk beperkte intelligentieniveau. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering en de psycholoog en psychiater, het uittreksel uit de justitiële documentatie, de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging, alsmede de oriëntatiepunten van het LOVS ten aanzien van verkrachting en eerder opgelegde straffen in vergelijkbare zaken. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstige verkrachting. Verdachte is via het openstaande raam de woning van het slachtoffer binnengedrongen en hij heeft vervolgens tegen haar wil seksuele handelingen met haar verricht. Daarbij heeft verdachte het slachtoffer vastgehouden, haar kleding kapotgescheurd, aan haar haren getrokken en haar geslagen. Verdachte heeft meerdere keren en op verschillende manieren geprobeerd zijn penis in haar vagina te brengen, wat ook daadwerkelijk is gelukt. Ook heeft het slachtoffer verdachte moeten pijpen en heeft verdachte zijn vingers in haar vagina gebracht, wat haar pijn deed. Het slachtoffer heeft geprobeerd om verdachte weg te duwen en zij heeft enige tijd hard geschreeuwd om hulp, maar dit weerhield verdachte niet om door te gaan met het plegen van de seksuele handelingen. Ook liet verdachte zich niet op andere gedachten brengen toen het slachtoffer een stuk uit zijn lip beet, met een flinke verwonding tot gevolg. Door de dwang en het geweld dat verdachte toepaste en de dreiging die van verdachte en de door hem gecreëerde situatie uitging, had het slachtoffer uiteindelijk geen andere mogelijkheid dan haar verzet te staken en het handelen van verdachte te ondergaan. Omdat het slachtoffer ten gevolge van een fysieke beperking slecht ter been is, kon zij zich onmogelijk verweren tegen de verdachte die enkel oog had voor de bevrediging van zijn eigen lusten. In totaal is verdachte ongeveer drie uren in de woning geweest, gedurende welke tijd hij het slachtoffer meerdere malen seksueel heeft misbruikt. Pas toen verdachte in haar bed in slaap was gevallen, zag het slachtoffer kans om te vluchten en heeft een buurtbewoner de politie gebeld. Verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Juist in haar woning, waar het slachtoffer zich veilig moet kunnen voelen, heeft verdachte alles gedaan wat hij met haar wilde doen en daarbij haar grenzen op grove wijze geschonden. Het slachtoffer was zelf nog niet seksueel actief en verdachte was voor haar een volstrekte vreemde. Deze ervaring moet voor het slachtoffer een zeer schokkende en traumatische gebeurtenis zijn geweest, die veel angst bij haar heeft veroorzaakt. Ook heeft verdachte haar de mogelijkheid ontnomen om haar seksuele ontwikkeling op haar eigen tempo te laten plaatsvinden. Daarnaast heeft verdachte geen condoom gebruikt, waardoor bij het slachtoffer de angst voor een zwangerschap of overdraagbare ziekte ontstond. Zij heeft hiervoor de morning-afterpil en andere medicatie moeten slikken. Ook heeft verdachte het veiligheidsgevoel in de maatschappij in het algemeen en voor het slachtoffer specifiek ernstig beschadigd. Waar het slachtoffer heeft verklaard dat zij voorafgaand aan het feit nooit echt bang is geweest, ondanks de fysieke beperking die ze heeft, heeft zij in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangegeven dat ze verwacht dat ze zich nooit meer helemaal veilig zal voelen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. De rechtbank rekent verdachte ook aan dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Verdachte heeft steeds verklaard dat er sprake was van wederzijdse toestemming en ter zitting zelfs het slachtoffer ervan beschuldigd dat zij alles zou hebben verzonnen om een schadevergoeding van verdachte te kunnen eisen. Dit moet voor het slachtoffer pijnlijk zijn om te horen. De hiervoor beschreven ernst van het feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een langdurige gevangenisstraf. Anders dan door de raadsvrouw is aangevoerd, acht de rechtbank verdachte niet verminderd toerekeningsvatbaar. De psycholoog en de psychiater hebben in het geïntegreerde multidisciplinaire onderzoek geconcludeerd dat sprake is van functioneren op de grens van een lichte verstandelijk beperking en zwakbegaafdheid, en van een stoornis in het gebruik van cannabis. Door de ontkennende houding hebben de deskundigen niet een volledig beeld van verdachte kunnen krijgen en hebben zij zich onthouden van een uitspraak ten aanzien van de toerekening van het feit. De rechtbank kan ook niet vaststellen dat het beperkte intelligentieniveau van verdachte zijn gedragskeuzes en gedragingen zodanig heeft beïnvloed dat het feit hem in verminderde mate moet worden toegerekend. Het feit kan dan ook volledig aan verdachte worden toegerekend. Hoewel de deskundigen hebben overwogen dat verdachte baat zou kunnen hebben bij een klinische behandeling, gericht op vermindering van het bovengemiddelde recidiverisico, zijn eventuele interventies in strafrechtelijk kader volgens de reclassering onuitvoerbaar gelet op het ontbreken van een verblijfstitel in Nederland. Inmiddels is de asielaanvraag van verdachte ongegrond verklaard en is er een terugkeerbesluit met inreisverbod. Alles afwegend, acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren passend en geboden. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 569,68 ter vergoeding van materiële schade en 15.000,-- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de bepleite vrijspraak, de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 mei 2025.
Volledig
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. gekwalificeerde opzetverkrachting Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van gekwalificeerde opzetverkrachting wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft - indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring - gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. De raadsvrouw heeft daarbij aangevoerd dat verdachte in mindere mate toerekeningsvatbaar is, gelet op zijn mogelijk beperkte intelligentieniveau. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering en de psycholoog en psychiater, het uittreksel uit de justitiële documentatie, de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging, alsmede de oriëntatiepunten van het LOVS ten aanzien van verkrachting en eerder opgelegde straffen in vergelijkbare zaken. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstige verkrachting. Verdachte is via het openstaande raam de woning van het slachtoffer binnengedrongen en hij heeft vervolgens tegen haar wil seksuele handelingen met haar verricht. Daarbij heeft verdachte het slachtoffer vastgehouden, haar kleding kapotgescheurd, aan haar haren getrokken en haar geslagen. Verdachte heeft meerdere keren en op verschillende manieren geprobeerd zijn penis in haar vagina te brengen, wat ook daadwerkelijk is gelukt. Ook heeft het slachtoffer verdachte moeten pijpen en heeft verdachte zijn vingers in haar vagina gebracht, wat haar pijn deed. Het slachtoffer heeft geprobeerd om verdachte weg te duwen en zij heeft enige tijd hard geschreeuwd om hulp, maar dit weerhield verdachte niet om door te gaan met het plegen van de seksuele handelingen. Ook liet verdachte zich niet op andere gedachten brengen toen het slachtoffer een stuk uit zijn lip beet, met een flinke verwonding tot gevolg. Door de dwang en het geweld dat verdachte toepaste en de dreiging die van verdachte en de door hem gecreëerde situatie uitging, had het slachtoffer uiteindelijk geen andere mogelijkheid dan haar verzet te staken en het handelen van verdachte te ondergaan. Omdat het slachtoffer ten gevolge van een fysieke beperking slecht ter been is, kon zij zich onmogelijk verweren tegen de verdachte die enkel oog had voor de bevrediging van zijn eigen lusten. In totaal is verdachte ongeveer drie uren in de woning geweest, gedurende welke tijd hij het slachtoffer meerdere malen seksueel heeft misbruikt. Pas toen verdachte in haar bed in slaap was gevallen, zag het slachtoffer kans om te vluchten en heeft een buurtbewoner de politie gebeld. Verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Juist in haar woning, waar het slachtoffer zich veilig moet kunnen voelen, heeft verdachte alles gedaan wat hij met haar wilde doen en daarbij haar grenzen op grove wijze geschonden. Het slachtoffer was zelf nog niet seksueel actief en verdachte was voor haar een volstrekte vreemde. Deze ervaring moet voor het slachtoffer een zeer schokkende en traumatische gebeurtenis zijn geweest, die veel angst bij haar heeft veroorzaakt. Ook heeft verdachte haar de mogelijkheid ontnomen om haar seksuele ontwikkeling op haar eigen tempo te laten plaatsvinden. Daarnaast heeft verdachte geen condoom gebruikt, waardoor bij het slachtoffer de angst voor een zwangerschap of overdraagbare ziekte ontstond. Zij heeft hiervoor de morning-afterpil en andere medicatie moeten slikken. Ook heeft verdachte het veiligheidsgevoel in de maatschappij in het algemeen en voor het slachtoffer specifiek ernstig beschadigd. Waar het slachtoffer heeft verklaard dat zij voorafgaand aan het feit nooit echt bang is geweest, ondanks de fysieke beperking die ze heeft, heeft zij in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangegeven dat ze verwacht dat ze zich nooit meer helemaal veilig zal voelen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. De rechtbank rekent verdachte ook aan dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Verdachte heeft steeds verklaard dat er sprake was van wederzijdse toestemming en ter zitting zelfs het slachtoffer ervan beschuldigd dat zij alles zou hebben verzonnen om een schadevergoeding van verdachte te kunnen eisen. Dit moet voor het slachtoffer pijnlijk zijn om te horen. De hiervoor beschreven ernst van het feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een langdurige gevangenisstraf. Anders dan door de raadsvrouw is aangevoerd, acht de rechtbank verdachte niet verminderd toerekeningsvatbaar. De psycholoog en de psychiater hebben in het geïntegreerde multidisciplinaire onderzoek geconcludeerd dat sprake is van functioneren op de grens van een lichte verstandelijk beperking en zwakbegaafdheid, en van een stoornis in het gebruik van cannabis. Door de ontkennende houding hebben de deskundigen niet een volledig beeld van verdachte kunnen krijgen en hebben zij zich onthouden van een uitspraak ten aanzien van de toerekening van het feit. De rechtbank kan ook niet vaststellen dat het beperkte intelligentieniveau van verdachte zijn gedragskeuzes en gedragingen zodanig heeft beïnvloed dat het feit hem in verminderde mate moet worden toegerekend. Het feit kan dan ook volledig aan verdachte worden toegerekend. Hoewel de deskundigen hebben overwogen dat verdachte baat zou kunnen hebben bij een klinische behandeling, gericht op vermindering van het bovengemiddelde recidiverisico, zijn eventuele interventies in strafrechtelijk kader volgens de reclassering onuitvoerbaar gelet op het ontbreken van een verblijfstitel in Nederland. Inmiddels is de asielaanvraag van verdachte ongegrond verklaard en is er een terugkeerbesluit met inreisverbod. Alles afwegend, acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren passend en geboden. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 569,68 ter vergoeding van materiële schade en 15.000,-- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de bepleite vrijspraak, de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 mei 2025.