Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-02-19
ECLI:NL:RBNNE:2026:1364
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,361 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1364 text/xml public 2026-04-30T11:04:15 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-19 11919709 BU VERZ 25-2150 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1364 text/html public 2026-04-30T11:03:23 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1364 Rechtbank Noord-Nederland , 19-02-2026 / 11919709 BU VERZ 25-2150 Wahv. Het voertuig stond geparkeerd en er was niemand bij het voertuig aanwezig. Dat de scooter, met daarop de naam van de onderneming, voor de betreffende onderneming stond en dat de verbalisant naar binnen had kunnen gaan, betekent niet zonder meer dat er een reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Ongegrond. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 271829303 zaaknummer: 11919709 BU VERZ 25-2150 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2026 in de zaak van Elveco Group B.V. (de betrokkene), die is gevestigd in [plaats] , gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig zo laten staan, dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of verkeer wordt of kan worden gehinderd.’, verricht op 27 januari 2025, om 17:10 uur, op de Oostergrachtswal in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 19 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er geen sprake was van gevaar of hinder, terwijl dit wel vereist is om artikel 5 Wegenverkeerswet van toepassing te laten zijn. De scooter stond op de Oostergrachtswal tussen twee parkeervakken in, en dus niet in een parkeervak. Daardoor bleef er genoeg ruimte over voor auto’s om te parkeren. Dat er moeilijk kan worden geparkeerd en weg kan worden gereden komt niet door het voertuig van betrokkene. De te kleine parkeerplaats is geen probleem dat voor rekening van betrokkene hoort te komen, maar de gemeente zou voor grotere parkeervakken moeten zorgen. Daarnaast stelt gemachtigde dat de verbalisant een reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. De verbalisant had namelijk bij [onderneming] naar binnen kunnen lopen. Tot slot verzoekt gemachtigde om vergoeding van de proceskosten. 4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Zij stelt dat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor hinder werd, dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: meerdere malen gewaarschuwd. De (mogelijke) hinder bestond uit scooters [onderneming] geparkeerd tussen de geparkeerde motorvoertuigen in de blauwe zone. Bewoners met vergunningen hebben verschillende keren geklaagd dat ze last ondervinden om te parkeren en om weg te kunnen rijden. (…) De positie van het voertuig op de weg was als volgt: tussen de geparkeerde motorvoertuigen in een blauwe zone, de motorvoertuigen kunnen niet parkeren omdat de scooters daar staan geparkeerd. Meerdere malen met de manager van [onderneming] gesproken.” 7. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht en de overgelegde foto’s blijkt dat het voertuig van betrokkene op dusdanige manier stilstond dat het verkeer kon worden gehinderd. Deze hinder bestond eruit dat door het voertuig de doorgang van en naar de parkeervakken werd bemoeilijkt. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. 8. Verder oordeelt de kantonrechter dat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Het voertuig stond geparkeerd en er was niemand bij het voertuig aanwezig. Dat de scooter van [onderneming] voor de [onderneming] stond en dat de verbalisant naar binnen had kunnen gaan, betekent niet zonder meer dat er een reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. 9. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren. 10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5691, r.o. 4.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1364 text/xml public 2026-04-30T11:04:15 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-19 11919709 BU VERZ 25-2150 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1364 text/html public 2026-04-30T11:03:23 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1364 Rechtbank Noord-Nederland , 19-02-2026 / 11919709 BU VERZ 25-2150 Wahv. Het voertuig stond geparkeerd en er was niemand bij het voertuig aanwezig. Dat de scooter, met daarop de naam van de onderneming, voor de betreffende onderneming stond en dat de verbalisant naar binnen had kunnen gaan, betekent niet zonder meer dat er een reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Ongegrond. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 271829303 zaaknummer: 11919709 BU VERZ 25-2150 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 februari 2026 in de zaak van Elveco Group B.V. (de betrokkene), die is gevestigd in [plaats] , gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl. Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig zo laten staan, dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of verkeer wordt of kan worden gehinderd.’, verricht op 27 januari 2025, om 17:10 uur, op de Oostergrachtswal in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 19 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram. 1.3. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat er geen sprake was van gevaar of hinder, terwijl dit wel vereist is om artikel 5 Wegenverkeerswet van toepassing te laten zijn. De scooter stond op de Oostergrachtswal tussen twee parkeervakken in, en dus niet in een parkeervak. Daardoor bleef er genoeg ruimte over voor auto’s om te parkeren. Dat er moeilijk kan worden geparkeerd en weg kan worden gereden komt niet door het voertuig van betrokkene. De te kleine parkeerplaats is geen probleem dat voor rekening van betrokkene hoort te komen, maar de gemeente zou voor grotere parkeervakken moeten zorgen. Daarnaast stelt gemachtigde dat de verbalisant een reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. De verbalisant had namelijk bij [onderneming] naar binnen kunnen lopen. Tot slot verzoekt gemachtigde om vergoeding van de proceskosten. 4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Zij stelt dat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor hinder werd, dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: meerdere malen gewaarschuwd. De (mogelijke) hinder bestond uit scooters [onderneming] geparkeerd tussen de geparkeerde motorvoertuigen in de blauwe zone. Bewoners met vergunningen hebben verschillende keren geklaagd dat ze last ondervinden om te parkeren en om weg te kunnen rijden. (…) De positie van het voertuig op de weg was als volgt: tussen de geparkeerde motorvoertuigen in een blauwe zone, de motorvoertuigen kunnen niet parkeren omdat de scooters daar staan geparkeerd. Meerdere malen met de manager van [onderneming] gesproken.” 7. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht en de overgelegde foto’s blijkt dat het voertuig van betrokkene op dusdanige manier stilstond dat het verkeer kon worden gehinderd. Deze hinder bestond eruit dat door het voertuig de doorgang van en naar de parkeervakken werd bemoeilijkt. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. 8. Verder oordeelt de kantonrechter dat er geen reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. Het voertuig stond geparkeerd en er was niemand bij het voertuig aanwezig. Dat de scooter van [onderneming] voor de [onderneming] stond en dat de verbalisant naar binnen had kunnen gaan, betekent niet zonder meer dat er een reële mogelijkheid was om betrokkene staande te houden. 9. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren. 10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5691, r.o. 4.