Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-03-27
ECLI:NL:RBNNE:2026:1315
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
2,935 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1315 text/xml public 2026-05-19T08:55:10 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-27 11810579 BU VERZ 25-1601 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1315 text/html public 2026-05-19T08:54:30 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1315 Rechtbank Noord-Nederland , 27-03-2026 / 11810579 BU VERZ 25-1601 Wahv. In Artikel 85, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 is bepaald in welke gevallen een parkeerverbod niet van toepassing is op een houder van een gehandicaptenparkeerkaart. Van belang is dat parkeren op het trottoir in dit artikel niet wordt genoemd als uitzondering. Dat betekent dat, ook als je een zichtbare gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit hebt geplaatst, je nog steeds niet op een trottoir mag parkeren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 269244195 zaaknummer: 11810579 BU VERZ 25-1601 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 maart 2026 in de zaak van [betrokenne] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 21 september 2024, om 21:40 uur, op het [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 27 maart 2026 op de zitting aan de orde gesteld. Op verzoek van betrokkene heeft de rechtbank een tolk opgeroepen, maar betrokkene is zonder bericht niet verschenen. De officier van justitie heeft zich niet laten vertegenwoordigen. 1.3. Vervolgens heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene voert aan dat hij zijn auto tien minuten heeft geparkeerd op de pleeglocatie om iets op te halen bij een nabijgelegen winkel. Zowel de gehandicaptenparkeerkaart als de blauwe meterkaart lag zichtbaar achter de voorruit. Ook stelt betrokkene dat hij vanwege zijn knieblessure niet veel kan lopen, waardoor dit de enige plek was waar hij zijn auto kon parkeren. Tot slot voert hij aan dat hij zijn auto daar al jaren parkeert en nog nooit een boete heeft gekregen. Betrokkene heeft het voertuig naast de handhavingsauto geparkeerd omdat hij wist dat hij niets verkeerd deed. 3. Van de officier van justitie is over dit beroep geen standpunt bekend. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen Is er zekerheid betaald? 5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. 6. Betrokkene heeft verklaard dat hij een uitkering heeft en door persoonlijke omstandigheden een schuld heeft bij de belastingdienst. 7. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten. Kan de gedraging worden vastgesteld? 8. Betrokkene ontkent niet dat hij heeft geparkeerd op een plaats waar een parkeerverbod geldt, maar stelt dat hij daar mocht parkeren, nu hij een gehandicaptenparkeerkaart en parkeerschijf achter de voorruit had geplaatst. 9. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. In Artikel 85, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 is bepaald in welke gevallen een parkeerverbod niet van toepassing is op een houder van een gehandicaptenparkeerkaart. Van belang is dat parkeren op het trottoir in dit artikel niet wordt genoemd als uitzondering. Dat betekent dat, ook als je een zichtbare gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit hebt geplaatst, je nog steeds niet op een trottoir mag parkeren. Is er aanleiding om de boete te matigen? 10. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Dat betrokkene al jaren op deze locatie parkeert en nooit een boete heeft gekregen acht hij niet relevant. Verbalisanten hebben een discretionaire bevoegdheid om in het ene geval een boete op te leggen en in het andere geval een waarschuwing te geven. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 11 van de Wahv. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6642, r.o. 7.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2026:1315 text/xml public 2026-05-19T08:55:10 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-27 11810579 BU VERZ 25-1601 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1315 text/html public 2026-05-19T08:54:30 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1315 Rechtbank Noord-Nederland , 27-03-2026 / 11810579 BU VERZ 25-1601 Wahv. In Artikel 85, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 is bepaald in welke gevallen een parkeerverbod niet van toepassing is op een houder van een gehandicaptenparkeerkaart. Van belang is dat parkeren op het trottoir in dit artikel niet wordt genoemd als uitzondering. Dat betekent dat, ook als je een zichtbare gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit hebt geplaatst, je nog steeds niet op een trottoir mag parkeren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht beschikkingsnummer: 269244195 zaaknummer: 11810579 BU VERZ 25-1601 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 maart 2026 in de zaak van [betrokenne] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 21 september 2024, om 21:40 uur, op het [adres] in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 27 maart 2026 op de zitting aan de orde gesteld. Op verzoek van betrokkene heeft de rechtbank een tolk opgeroepen, maar betrokkene is zonder bericht niet verschenen. De officier van justitie heeft zich niet laten vertegenwoordigen. 1.3. Vervolgens heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene voert aan dat hij zijn auto tien minuten heeft geparkeerd op de pleeglocatie om iets op te halen bij een nabijgelegen winkel. Zowel de gehandicaptenparkeerkaart als de blauwe meterkaart lag zichtbaar achter de voorruit. Ook stelt betrokkene dat hij vanwege zijn knieblessure niet veel kan lopen, waardoor dit de enige plek was waar hij zijn auto kon parkeren. Tot slot voert hij aan dat hij zijn auto daar al jaren parkeert en nog nooit een boete heeft gekregen. Betrokkene heeft het voertuig naast de handhavingsauto geparkeerd omdat hij wist dat hij niets verkeerd deed. 3. Van de officier van justitie is over dit beroep geen standpunt bekend. Beslissing 4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen Is er zekerheid betaald? 5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. 6. Betrokkene heeft verklaard dat hij een uitkering heeft en door persoonlijke omstandigheden een schuld heeft bij de belastingdienst. 7. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten. Kan de gedraging worden vastgesteld? 8. Betrokkene ontkent niet dat hij heeft geparkeerd op een plaats waar een parkeerverbod geldt, maar stelt dat hij daar mocht parkeren, nu hij een gehandicaptenparkeerkaart en parkeerschijf achter de voorruit had geplaatst. 9. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging kan worden vastgesteld. In Artikel 85, eerste lid, van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 is bepaald in welke gevallen een parkeerverbod niet van toepassing is op een houder van een gehandicaptenparkeerkaart. Van belang is dat parkeren op het trottoir in dit artikel niet wordt genoemd als uitzondering. Dat betekent dat, ook als je een zichtbare gehandicaptenparkeerkaart achter de voorruit hebt geplaatst, je nog steeds niet op een trottoir mag parkeren. Is er aanleiding om de boete te matigen? 10. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Dat betrokkene al jaren op deze locatie parkeert en nooit een boete heeft gekregen acht hij niet relevant. Verbalisanten hebben een discretionaire bevoegdheid om in het ene geval een boete op te leggen en in het andere geval een waarschuwing te geven. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 11 van de Wahv. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6642, r.o. 7.