Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2026-03-10
ECLI:NL:RBNNE:2026:1008
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,393 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2026:1008 text/xml public 2026-03-31T08:04:18 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-10 11792429 BU VERZ 25-1529 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:1008 text/html public 2026-03-31T08:03:58 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2026:1008 Rechtbank Noord-Nederland , 10-03-2026 / 11792429 BU VERZ 25-1529 Wahv. Niet tijdig kantonberoep. De enkele niet onderbouwde stelling dat betrokkene de afgelopen tijd in een afkickkliniek in Afrika zat en hij te laks is geweest om met zijn boetes, administratie en post bezig te zijn, is onvoldoende om te kunnen spreken van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene om ervoor te zorgen dat hij bij langdurige afwezigheid een voorziening treft voor adequate behandeling van de post die op het door hem opgegeven adres binnenkomt, zoals het inschakelen van derden. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat betrokkene in zijn afkickproces met andere dingen bezig was en het prettig is dat het beter met hem gaat, betekent dat niet dat hij het ontvangen van belangrijke post kan en mag negeren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 250907919 zaaknummer: 11792429 BU VERZ 25-1529 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 maart 2026 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder of passagier geen gebruikmaken van een autogordel’ verricht op 26 april 2022, op de Martin Luther Kingsingel in Drachten, gemeente Smallingerland, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 159,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Overwegingen Ontvankelijkheid beroep bij de kantonrechter – tijdigheid 3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd. 3.1. De beroepstermijn eindigde in dit geval op 20 december 2023. Het beroepschrift is digitaal ingediend en gedateerd op 12 februari 2025 en is op diezelfde dag bij de CVOM binnengekomen. 3.2. Artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Hieraan is door betrokkene niet voldaan. 3.3. Betrokkene heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een overschrijding van de termijn rechtvaardigen. De enkele niet onderbouwde stelling dat hij de afgelopen tijd in een afkickkliniek in Afrika zat en hij te laks is geweest om met zijn boetes, administratie en post bezig te zijn, is daartoe onvoldoende. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene om ervoor te zorgen dat hij bij langdurige afwezigheid een voorziening treft voor adequate behandeling van de post die op het door hem opgegeven adres binnenkomt, zoals het inschakelen van derden. Dat hij dit destijds niet heeft gedaan komt daarom voor zijn eigen rekening en risico. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat betrokkene in zijn afkickproces met andere dingen bezig was en het prettig is dat het beter met hem gaat, betekent dat niet dat hij het ontvangen van belangrijke post kan en mag negeren. Er is daarom geen verschoonbare overschrijding van de termijn voor het instellen van beroep bij de kantonrechter. Het beroepschrift zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Waarvan proces-verbaal, R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht.