Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-12-11
ECLI:NL:RBNNE:2025:5913
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
3,776 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2025:5913 text/xml public 2026-04-17T14:30:49 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-12-11 11693117 BU VERZ 25-1009 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5913 text/html public 2026-04-17T14:30:06 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5913 Rechtbank Noord-Nederland , 11-12-2025 / 11693117 BU VERZ 25-1009 Als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is. Onjuiste vermelding pleeglocatie hoeft niet te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking. Betrokkene weet tegen welk verwijt hij zich moet verdedigen. Bejegening verbalisant valt niet onder de procedure. Gegrond beroep wegens wijziging pleeglocatie. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 269140903 zaaknummer: 11693117 BU VERZ 25-1009 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 11 december 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’, verricht op 5 september 2024, om 15:35 uur, op de Gedempte Keizersgracht in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 11 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Gelet op de wijziging van de pleeglocatie oordeelt hij dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, maar het beroep tegen de gewijzigde beslissing ongegrond. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene voert aan dat uit de bijlagen blijkt dat op de genoemde pleeglocatie (Gedempte Keizersgracht) gefietst mag worden. Op de screenshots is ook te zien dat er geen bordje met “verboden te fietsen” staat. Op de zitting stelt hij dat de pleeglocatie moet kloppen als een bekeuring wordt uitgeschreven. Daarnaast is er een vormfout gemaakt, aangezien hij niet op de nummer [nummer] , maar op nummer [nummer] woont. Dit had nare gevolgen voor de buurman en had voor hemzelf heel anders kunnen aflopen. Verder vindt betrokkene dat de houding van de verbalisanten niet fris en agressief was. Op de zitting heeft hij verteld dat dit in Leeuwarden vaker gebeurt en dat dit ook bij de gemeente bekend is. 4. De vertegenwoordigster stelt zich op de zitting op het standpunt dat de verkeersovertreding op basis van de verklaring van de verbalisant kan worden vastgesteld. Die verklaart dat de bebording ter plekke aanwezig was. Uit zijn aanvullende verklaring blijkt ook dat hij een fout heeft gemaakt. De verkeerde vermelding van de pleeglocatie heeft echter geen onduidelijkheid opgeleverd in die zin dat betrokkene niet wist waartegen hij zich moest verdedigen. Wat betreft de vormfout van het adres stelt zij dat betrokkene ook daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad. Verder staat het gedrag van de verbalisanten los van deze procedure; hierover kan betrokkene een klacht indienen bij de gemeente. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter de pleeglocatie op de inleidende beschikking te wijzigen en het beroep daarom gegrond te verklaren. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “ Ik zag dat betrokkene met het voertuig reed in een middels zonebord G7 RVV 1990 aangeduid voetgangersgebied .” In een aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat hij zag dat betrokkene door de Nieuwe Oosterstraat fietste. De genoemde locatie is een voetpad, dat wordt aangegeven door middel van G07 bebording. De verbalisant verklaart dat hij betrokkene heeft staandegehouden ter hoogte van de kruising Gedempte Keizersgracht en de Nieuwe Oosterstraat, waarbij hij hem heeft gewezen op de G07 bebording die aanwezig was op de locatie. 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Betrokkene voert aan dat uit zijn bijlagen blijkt dat hij op de Gedempte Keizersgracht mocht fietsen. Uit de op ambtsbelofte afgelegde verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal blijkt echter dat de verkeersovertreding is verricht op de Nieuwe Oosterstraat. De pleeglocatie is daarom onjuist. Deze onjuiste vermelding hoeft echter niet te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking; de pleeglocatie kan in die beschikking worden gewijzigd. Betrokkene is staandegehouden en weet dus waar de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden en tegen welk verwijt hij zich moet verdedigen. Uit de verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal blijkt ook dat hij betrokkene ter plekke heeft gewezen op de G07 bebording. 5.3. Verder overweegt de kantonrechter dat de manier waarop betrokkene door de verbalisant is behandeld niet onder deze procedure valt. Daarin wordt namelijk alleen beoordeeld of de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden en of hiervoor terecht een boete is opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen. Gelet op de wijziging van de pleeglocatie zal hij het beroep wél gegrond verklaren. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie; wijzigt de pleeglocatie in de inleidende beschikking in “Nieuwe Oosterstraat”; verklaart het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 9 van de Wahv.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2025:5913 text/xml public 2026-04-17T14:30:49 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-12-11 11693117 BU VERZ 25-1009 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Leeuwarden Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5913 text/html public 2026-04-17T14:30:06 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5913 Rechtbank Noord-Nederland , 11-12-2025 / 11693117 BU VERZ 25-1009 Als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is. Onjuiste vermelding pleeglocatie hoeft niet te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking. Betrokkene weet tegen welk verwijt hij zich moet verdedigen. Bejegening verbalisant valt niet onder de procedure. Gegrond beroep wegens wijziging pleeglocatie. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 269140903 zaaknummer: 11693117 BU VERZ 25-1009 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 11 december 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’, verricht op 5 september 2024, om 15:35 uur, op de Gedempte Keizersgracht in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 11 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Gelet op de wijziging van de pleeglocatie oordeelt hij dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, maar het beroep tegen de gewijzigde beslissing ongegrond. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Betrokkene voert aan dat uit de bijlagen blijkt dat op de genoemde pleeglocatie (Gedempte Keizersgracht) gefietst mag worden. Op de screenshots is ook te zien dat er geen bordje met “verboden te fietsen” staat. Op de zitting stelt hij dat de pleeglocatie moet kloppen als een bekeuring wordt uitgeschreven. Daarnaast is er een vormfout gemaakt, aangezien hij niet op de nummer [nummer] , maar op nummer [nummer] woont. Dit had nare gevolgen voor de buurman en had voor hemzelf heel anders kunnen aflopen. Verder vindt betrokkene dat de houding van de verbalisanten niet fris en agressief was. Op de zitting heeft hij verteld dat dit in Leeuwarden vaker gebeurt en dat dit ook bij de gemeente bekend is. 4. De vertegenwoordigster stelt zich op de zitting op het standpunt dat de verkeersovertreding op basis van de verklaring van de verbalisant kan worden vastgesteld. Die verklaart dat de bebording ter plekke aanwezig was. Uit zijn aanvullende verklaring blijkt ook dat hij een fout heeft gemaakt. De verkeerde vermelding van de pleeglocatie heeft echter geen onduidelijkheid opgeleverd in die zin dat betrokkene niet wist waartegen hij zich moest verdedigen. Wat betreft de vormfout van het adres stelt zij dat betrokkene ook daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen is geschaad. Verder staat het gedrag van de verbalisanten los van deze procedure; hierover kan betrokkene een klacht indienen bij de gemeente. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter de pleeglocatie op de inleidende beschikking te wijzigen en het beroep daarom gegrond te verklaren. Overwegingen 5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. 5.1. De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “ Ik zag dat betrokkene met het voertuig reed in een middels zonebord G7 RVV 1990 aangeduid voetgangersgebied .” In een aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat hij zag dat betrokkene door de Nieuwe Oosterstraat fietste. De genoemde locatie is een voetpad, dat wordt aangegeven door middel van G07 bebording. De verbalisant verklaart dat hij betrokkene heeft staandegehouden ter hoogte van de kruising Gedempte Keizersgracht en de Nieuwe Oosterstraat, waarbij hij hem heeft gewezen op de G07 bebording die aanwezig was op de locatie. 5.2. De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Betrokkene voert aan dat uit zijn bijlagen blijkt dat hij op de Gedempte Keizersgracht mocht fietsen. Uit de op ambtsbelofte afgelegde verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal blijkt echter dat de verkeersovertreding is verricht op de Nieuwe Oosterstraat. De pleeglocatie is daarom onjuist. Deze onjuiste vermelding hoeft echter niet te leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking; de pleeglocatie kan in die beschikking worden gewijzigd. Betrokkene is staandegehouden en weet dus waar de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden en tegen welk verwijt hij zich moet verdedigen. Uit de verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal blijkt ook dat hij betrokkene ter plekke heeft gewezen op de G07 bebording. 5.3. Verder overweegt de kantonrechter dat de manier waarop betrokkene door de verbalisant is behandeld niet onder deze procedure valt. Daarin wordt namelijk alleen beoordeeld of de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden en of hiervoor terecht een boete is opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen. Gelet op de wijziging van de pleeglocatie zal hij het beroep wél gegrond verklaren. Conclusie De kantonrechter: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie; wijzigt de pleeglocatie in de inleidende beschikking in “Nieuwe Oosterstraat”; verklaart het beroep tegen de gewijzigde inleidende beschikking ongegrond. Waarvan proces-verbaal, mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 9 van de Wahv.