Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-11-20
ECLI:NL:RBNNE:2025:5829
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,285 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBNNE:2025:5829 text/xml public 2026-02-05T12:09:42 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-11-20 11567639 BU VERZ 25-413 Uitspraak Mondelinge uitspraak NL Groningen Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5829 text/html public 2026-02-05T12:09:30 2026-02-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:5829 Rechtbank Noord-Nederland , 20-11-2025 / 11567639 BU VERZ 25-413 Wahv. 6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft de bevoegdheid om boetes te verhogen. Dat de opbrengst van boetes mede wordt gebruikt om de rijksbegroting te dekken, doet niet af aan deze bevoegdheid. De kantonrechter ziet geen strijd met grondrechten of verdragen, noch met materiële algemene rechtsbeginselen. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Bestuursrecht beschikkingsnummer: 263690838 zaaknummer: 11567639 BU VERZ 25-413 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 november 2025 in de zaak van [betrokkene] (de betrokkene), die woont in [woonplaats] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘5 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom’, verricht op 17 januari 2024, om 11:24 uur, op de Rijksstraatweg ter hoogte van perceel [perceelnummer] in Haren (Gn), met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 48,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 26 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. van der Spek. 1.3. Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter Standpunten 2. Betrokkene voert aan dat de opgelegde verkeersboetes niet stroken met de in wet en jurisprudentie neergelegde grondslagen, zoals de bevordering van de verkeersveiligheid en de bescherming van het milieu. Betrokkene geeft aan dat zij beroep instelt om het opleggen van dergelijke boetes te ontmoedigen, dan wel de executie daarvan zodanig kostbaar te maken dat deze per saldo geen opbrengst meer opleveren. Daarnaast betoogt betrokkene dat verkeersboetes als belastingen moeten worden aangemerkt, nu deze volgens de minister van Justitie en Veiligheid mede dienen als middel om de begroting te dekken. Volgens haar moeten de boetes daarom gebaseerd zijn op een belastingwet. 3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Overwegingen 4. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. 4.1 Betrokkene heeft verklaard dat hij geen inkomen heeft. 4.2 De kantonrechter ziet aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten. De kantonrechter zal de zaak inhoudelijk behandelen. 5. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert aan dat de opgelegde boete en de recent doorgevoerde verhoging daarvan niet op een toereikende wettelijke grondslag berust. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. 6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft de bevoegdheid om boetes te verhogen. Dat de opbrengst van boetes mede wordt gebruikt om de rijksbegroting te dekken, doet niet af aan deze bevoegdheid. De kantonrechter ziet geen strijd met grondrechten of verdragen, noch met materiële algemene rechtsbeginselen. Conclusie De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier. griffier kantonrechter Rechtsmiddel Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als: a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld. Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd. Artikel 11 van de Wahv. Artikel 2 van de Wahv. Hof Arnhem-Leeuwarden 31 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4719.