Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-12-16
ECLI:NL:RBNNE:2025:5215
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,410 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/1514
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen
Stichting Rond Smalle Eesterzanding, uit De Wilgen, eiseres
(gemachtigden: [voorzitter] en [secretaris/penningmeester]),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland, het college
(gemachtigde: F. Doting).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Gemeente Smallingerland uit Drachten, de vergunninghouder
(gemachtigde: H. Doeven).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift van eiseres tegen de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de watersportlocatie op het Gaastereiland in De Wilgen. Eiseres is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaarschrift. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres is geen belanghebbende bij de verleende omgevingsvergunning. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 18 augustus 2023 heeft college aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de watersportlocatie op het Gaastereiland in De Wilgen (de omgevingsvergunning). Met het bestreden besluit van 12 maart 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het college het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van de vergunninghouder.
2.3.
Op de zitting heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst en eiseres in de gelegenheid gesteld aanvullende stukken in te dienen. De rechtbank heeft met partijen afgesproken dat het college en de vergunninghouder daarna op die stukken mogen reageren, waarna de rechtbank in beginsel uitspraak op het beroep doet zonder nadere zitting. Daar hebben partijen mee ingestemd.
2.4.
Eiseres heeft aanvullende stukken ingediend. Het college heeft een reactie ingediend. Eiseres heeft een aanvullende reactie ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten.
Beoordeling
Is eiseres belanghebbende bij de omgevingsvergunning?
3. Eiseres betoogt dat zij belanghebbende is bij de omgevingsvergunning. Zij verricht namelijk feitelijke werkzaamheden in het kader van haar statutaire doelstelling. Volgens eiseres hebben het college en de adviescommissie bezwaren en klachten (de bezwaarschriftencommissie) ten onrechte niet bij haar geïnformeerd naar haar werkzaamheden vanaf haar oprichting. Eiseres verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 26 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2116. Vanaf de oprichting hebben de initiatiefnemers werkzaamheden ontplooit om de natuur op het Gaastereiland te beschermen. Eiseres werkt daarbij samen met It Fryske Gea en wordt gesteund door een ruime achterban. Volgens eiseres omvatten haar werkzaamheden onder meer overleg en (telefonisch) contact met raadsleden, met andere organisaties die soortgelijke doelstellingen nastreven en met de gemeente. Eiseres stelt rapporten op en doet onderzoek naar deelaspecten van het “Waterfront” en doet daarover voorstellen aan de gemeente. Ook voorziet zij bewoners en de gemeenteraad van informatie. Ter onderbouwing van haar betoog verwijst eiseres naar diverse stukken.
3.1.
Het college voert aan dat het de door eiseres aangeleverde documenten en de informatie op haar website heeft onderzocht. Volgens het college verricht eiseres geen feitelijke werkzaamheden. De werkzaamheden die zij wel verricht hebben in het verleden plaatsgevonden. Het enkel in rechte opkomen tegen besluiten kan volgens het college in de regel niet worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Ook werkzaamheden die daarmee verband houden, zoals het indienen van zienswijzen, het inwinnen van informatie en behoeve van bestuursrechtelijke procedures, het via de website informeren van derden en het verdedigen van doelstellingen vallen niet onder de feitelijke werkzaamheden. Het enkel deelnemen aan overleg, sturen van brieven, contact leggen met de gemeente, opkomen tegen plannen van het college en/of de gemeenteraad worden ook niet gezien als feitelijke werkzaamheden. De rapportage en het onderzoek naar deelaspecten van het “Waterfront” wordt volgens het college aangemerkt als een zienswijze op een voorgenomen besluit om een fiets-veerverbinding mogelijk te maken. Het enkel samenwerken met It Fryske Gea maakt het voorgaande niet anders. Het is onduidelijk wat de relatie tussen die partij en eiseres is en welke feitelijke werkzaamheden daaruit voortkomen, aldus het college.
4. De rechtbank is van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat eiseres geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning. Zij overweegt daartoe het volgende.
4.1.
In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
4.2.
De statuten en de feitelijke werkzaamheden van de organisatie moeten volgens vaste rechtspraak van de ABRvS in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Bij de beoordeling of een rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verricht, moet worden uitgegaan van de feitelijke werkzaamheden die de rechtspersoon heeft verricht tot uiterlijk de dag voor het einde van de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt. Verder geldt dat het louter in rechte opkomen tegen besluiten als regel niet wordt aangemerkt als het verrichten van feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Evenmin kunnen als zodanig worden aangemerkt werkzaamheden die daarmee verband houden, zoals het indienen van zienswijzen over ontwerpbesluiten, het vergaren van informatie ten behoeve van bestuursrechtelijke procedures en het via de website informeren van derden over aanhangige of afgeronde procedures.
4.3.
Om te kunnen bepalen of het belang van eiseres rechtstreeks is betrokken bij de omgevingsvergunning, moet in de eerste plaats worden gekeken naar de doelstelling van eiseres. Die doelstelling staat in haar statuten. In de tweede plaats is van belang of eiseres feitelijke werkzaamheden verricht voor de behartiging van haar doelstelling.
4.3.1.
De belangen die eiseres volgens artikel 2, eerste lid, van haar statuten behartigt, zijn:
het beschermen en handhaven van de natuur, ecologische waarden en van de rust rond de Smalle Eesterzanding in De Wilgen (gemeente Smallingerland), waaronder begrepen het Gaastereiland, de Smalle Eesterzanding zelf, en haar oevers grenzend aan “De Sanding” en aan het Gaastereiland, ook wel bekend als het overeenkomstige natuurgebied op de Natuurkaart Verordening Romte Fryslân 2014;
het waarborgen van de rust, leefbaarheid en veiligheid voor de bewoners van “de Sanding”, specifiek van de Broekfinne en het Nachtlân, voor zover grenzend aan voornoemd natuurgebied, in de breedst mogelijke zin, ook voor wat betreft, maar niet beperkt tot, de inrichting van deze omgeving.
4.3.2.
In het tweede lid staat dat eiseres ook tot doel heeft het verrichten van alle verdere handelingen, die met het hiervoor genoemde doel in de ruimste zin verband houden of daarvoor bevorderlijk kunnen zijn.
In het derde lid staat dat eiseres haar doel onder meer tracht te verwezenlijken door:
het verdedigen van de ecologische- en natuurwaarden van het Gaastereiland en haar oevers, het handhaven van de rust op het Gaastereiland, en het voorkomen van ontwikkelingen die hier strijdig mee zijn;
het bevorderen van rust, leefbaarheid en veiligheid voor de bewoners van “De Sanding”, specifiek de Broekfinne en het Nachtlân in de breedst mogelijke zin, voor zover grenzend aan voornoemd natuurgebied;
het bevorderen van betrokkenheid van bewoners van “De Sanding”, de overheid, ondernemers en overige organisaties bij haar doelstelling;
publiciteit, waaronder mogelijk een website;
het zo nodig verdedigen van haar doelstellingen in juridische procedures;
het werven van fondsen;
het deelnemen aan overleg bij de voorbereiding van besluiten die de belangen van de stichting raken;
het samenwerken met organisaties die overeenkomstige doelen nastreven.
4.4.
Niet in geschil is dat de omgevingsvergunning is verleend voor de locatie Gaastereiland die zich in het werkgebied van eiseres bevindt.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat eiseres in de relevante periode feitelijke werkzaamheden heeft verricht met het oog op de behartiging van de doelstelling in haar statuten. De relevante periode is, zoals volgt uit de onder 4.2. genoemde rechtspraak, de periode vanaf de oprichting van eiseres tot het einde van de termijn om bezwaar te maken tegen de omgevingsvergunning. In dit geval is dat de periode vanaf 15 augustus 2018 tot en met 29 september 2023.
4.5.1.
De rechtbank is van oordeel dat een deel van de door eiseres overgelegde stukken dateert van vóór haar oprichting, dan wel van ná de hiervoor genoemde periode. Uit die stukken kan daarom niet worden afgeleid dat sprake is van feitelijke werkzaamheden als hiervoor bedoeld.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr.R.A. Schaapsmeerders, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Het college verwijst in dit kader naar de uitspraak van de ABRvS van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:808.
Zie onder meer de eerdergenoemde uitspraak van 26 januari 2011, de uitspraak van 18 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:808), de uitspraak van 31 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:373) en de uitspraak van 23 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1835).
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/1514
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen
Stichting Rond Smalle Eesterzanding, uit De Wilgen, eiseres
(gemachtigden: [voorzitter] en [secretaris/penningmeester]),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland, het college
(gemachtigde: F. Doting).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Gemeente Smallingerland uit Drachten, de vergunninghouder
(gemachtigde: H. Doeven).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift van eiseres tegen de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de watersportlocatie op het Gaastereiland in De Wilgen. Eiseres is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaarschrift. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres is geen belanghebbende bij de verleende omgevingsvergunning. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 18 augustus 2023 heeft college aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de watersportlocatie op het Gaastereiland in De Wilgen (de omgevingsvergunning). Met het bestreden besluit van 12 maart 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het college het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van de vergunninghouder.
2.3.
Op de zitting heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst en eiseres in de gelegenheid gesteld aanvullende stukken in te dienen. De rechtbank heeft met partijen afgesproken dat het college en de vergunninghouder daarna op die stukken mogen reageren, waarna de rechtbank in beginsel uitspraak op het beroep doet zonder nadere zitting. Daar hebben partijen mee ingestemd.
2.4.
Eiseres heeft aanvullende stukken ingediend. Het college heeft een reactie ingediend. Eiseres heeft een aanvullende reactie ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft het onderzoek daarna gesloten.
Beoordeling
Is eiseres belanghebbende bij de omgevingsvergunning?
3. Eiseres betoogt dat zij belanghebbende is bij de omgevingsvergunning. Zij verricht namelijk feitelijke werkzaamheden in het kader van haar statutaire doelstelling. Volgens eiseres hebben het college en de adviescommissie bezwaren en klachten (de bezwaarschriftencommissie) ten onrechte niet bij haar geïnformeerd naar haar werkzaamheden vanaf haar oprichting. Eiseres verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 26 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2116. Vanaf de oprichting hebben de initiatiefnemers werkzaamheden ontplooit om de natuur op het Gaastereiland te beschermen. Eiseres werkt daarbij samen met It Fryske Gea en wordt gesteund door een ruime achterban. Volgens eiseres omvatten haar werkzaamheden onder meer overleg en (telefonisch) contact met raadsleden, met andere organisaties die soortgelijke doelstellingen nastreven en met de gemeente. Eiseres stelt rapporten op en doet onderzoek naar deelaspecten van het “Waterfront” en doet daarover voorstellen aan de gemeente. Ook voorziet zij bewoners en de gemeenteraad van informatie. Ter onderbouwing van haar betoog verwijst eiseres naar diverse stukken.
3.1.
Het college voert aan dat het de door eiseres aangeleverde documenten en de informatie op haar website heeft onderzocht. Volgens het college verricht eiseres geen feitelijke werkzaamheden. De werkzaamheden die zij wel verricht hebben in het verleden plaatsgevonden. Het enkel in rechte opkomen tegen besluiten kan volgens het college in de regel niet worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Ook werkzaamheden die daarmee verband houden, zoals het indienen van zienswijzen, het inwinnen van informatie en behoeve van bestuursrechtelijke procedures, het via de website informeren van derden en het verdedigen van doelstellingen vallen niet onder de feitelijke werkzaamheden. Het enkel deelnemen aan overleg, sturen van brieven, contact leggen met de gemeente, opkomen tegen plannen van het college en/of de gemeenteraad worden ook niet gezien als feitelijke werkzaamheden. De rapportage en het onderzoek naar deelaspecten van het “Waterfront” wordt volgens het college aangemerkt als een zienswijze op een voorgenomen besluit om een fiets-veerverbinding mogelijk te maken. Het enkel samenwerken met It Fryske Gea maakt het voorgaande niet anders. Het is onduidelijk wat de relatie tussen die partij en eiseres is en welke feitelijke werkzaamheden daaruit voortkomen, aldus het college.
4. De rechtbank is van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat eiseres geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning. Zij overweegt daartoe het volgende.
4.1.
In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
4.2.
De statuten en de feitelijke werkzaamheden van de organisatie moeten volgens vaste rechtspraak van de ABRvS in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Bij de beoordeling of een rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verricht, moet worden uitgegaan van de feitelijke werkzaamheden die de rechtspersoon heeft verricht tot uiterlijk de dag voor het einde van de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt. Verder geldt dat het louter in rechte opkomen tegen besluiten als regel niet wordt aangemerkt als het verrichten van feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Evenmin kunnen als zodanig worden aangemerkt werkzaamheden die daarmee verband houden, zoals het indienen van zienswijzen over ontwerpbesluiten, het vergaren van informatie ten behoeve van bestuursrechtelijke procedures en het via de website informeren van derden over aanhangige of afgeronde procedures.
4.3.
Om te kunnen bepalen of het belang van eiseres rechtstreeks is betrokken bij de omgevingsvergunning, moet in de eerste plaats worden gekeken naar de doelstelling van eiseres. Die doelstelling staat in haar statuten. In de tweede plaats is van belang of eiseres feitelijke werkzaamheden verricht voor de behartiging van haar doelstelling.
4.3.1.
De belangen die eiseres volgens artikel 2, eerste lid, van haar statuten behartigt, zijn:
het beschermen en handhaven van de natuur, ecologische waarden en van de rust rond de Smalle Eesterzanding in De Wilgen (gemeente Smallingerland), waaronder begrepen het Gaastereiland, de Smalle Eesterzanding zelf, en haar oevers grenzend aan “De Sanding” en aan het Gaastereiland, ook wel bekend als het overeenkomstige natuurgebied op de Natuurkaart Verordening Romte Fryslân 2014;
het waarborgen van de rust, leefbaarheid en veiligheid voor de bewoners van “de Sanding”, specifiek van de Broekfinne en het Nachtlân, voor zover grenzend aan voornoemd natuurgebied, in de breedst mogelijke zin, ook voor wat betreft, maar niet beperkt tot, de inrichting van deze omgeving.
4.3.2.
In het tweede lid staat dat eiseres ook tot doel heeft het verrichten van alle verdere handelingen, die met het hiervoor genoemde doel in de ruimste zin verband houden of daarvoor bevorderlijk kunnen zijn.
In het derde lid staat dat eiseres haar doel onder meer tracht te verwezenlijken door:
het verdedigen van de ecologische- en natuurwaarden van het Gaastereiland en haar oevers, het handhaven van de rust op het Gaastereiland, en het voorkomen van ontwikkelingen die hier strijdig mee zijn;
het bevorderen van rust, leefbaarheid en veiligheid voor de bewoners van “De Sanding”, specifiek de Broekfinne en het Nachtlân in de breedst mogelijke zin, voor zover grenzend aan voornoemd natuurgebied;
het bevorderen van betrokkenheid van bewoners van “De Sanding”, de overheid, ondernemers en overige organisaties bij haar doelstelling;
publiciteit, waaronder mogelijk een website;
het zo nodig verdedigen van haar doelstellingen in juridische procedures;
het werven van fondsen;
het deelnemen aan overleg bij de voorbereiding van besluiten die de belangen van de stichting raken;
het samenwerken met organisaties die overeenkomstige doelen nastreven.
4.4.
Niet in geschil is dat de omgevingsvergunning is verleend voor de locatie Gaastereiland die zich in het werkgebied van eiseres bevindt.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat eiseres in de relevante periode feitelijke werkzaamheden heeft verricht met het oog op de behartiging van de doelstelling in haar statuten. De relevante periode is, zoals volgt uit de onder 4.2. genoemde rechtspraak, de periode vanaf de oprichting van eiseres tot het einde van de termijn om bezwaar te maken tegen de omgevingsvergunning. In dit geval is dat de periode vanaf 15 augustus 2018 tot en met 29 september 2023.
4.5.1.
De rechtbank is van oordeel dat een deel van de door eiseres overgelegde stukken dateert van vóór haar oprichting, dan wel van ná de hiervoor genoemde periode. Uit die stukken kan daarom niet worden afgeleid dat sprake is van feitelijke werkzaamheden als hiervoor bedoeld.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.S. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van mr.R.A. Schaapsmeerders, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Het college verwijst in dit kader naar de uitspraak van de ABRvS van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:808.
Zie onder meer de eerdergenoemde uitspraak van 26 januari 2011, de uitspraak van 18 maart 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:808), de uitspraak van 31 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:373) en de uitspraak van 23 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1835).