Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-10-14
ECLI:NL:RBNNE:2025:4514
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,078 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260787512
zaaknummer: 11608629 BU VERZ 25-633
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 oktober 2025
in de zaak van
de vennootschap onder firma [betrokkene] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan [betrokkene] is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: VG020 – ‘20 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 4 september 2023, om 13:07 uur, op de N910 (Trekwei) bij hectometerpaal 8,2 bij De Trieme, met een bedrijfsauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 218,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde, vergezeld door [woordvoerder gemachtigde] – die voor haar het woord voerde – en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
2. De kantonrechter oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
3. De kantonrechter stelt vast dat geen zekerheid is gesteld. Voor behandeling van een beroep op grond van de Wahv, moet een bedrag betaald worden als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. Uitzondering daarop is wanneer een draagkrachtverweer wordt gevoerd, waaruit blijkt dat de betrokkene betalingsonmachtig is.
3.1.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift geschreven betaling van de boete te weigeren en heeft expliciet bij de griffie van de rechtbank aangegeven dat géén beroep wordt gedaan op betalingsonmacht.
3.2.
Op de zitting heeft [woordvoerder gemachtigde] aangegeven dat de zekerheidstelling vanuit een beheervoorziening betaald had moeten worden, aangezien het Openbaar Ministerie als overheidsdienst de betaling van de burger gebruikt om obligaties te verhandelen en geld te innen. De overheid mag de betalingsverplichting volgens hem niet neerleggen bij de burger.
3.3.
De kantonrechter overweegt dat hij de wet moet naleven. In de Wahv is opgenomen dat voordat in beroep gegaan kan worden tegen een Mulderboete, zekerheid gesteld moet worden. Er is in dit geval geen draagkrachtverweer gevoerd waar de kantonrechter rekening mee moet houden. Om die reden verklaart hij het beroep niet-ontvankelijk.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Artikel 11 van de Wahv.