Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-10-15
ECLI:NL:RBNNE:2025:4166
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Vereenvoudigde behandeling
1,084 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/4934
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 5 december 2024.
Op 28 maart 2025 is het beroep kennelijk-niet ontvankelijk verklaard, omdat eiser het griffierecht niet zou hebben betaald. Daarop heeft eiser verzet ingediend. Eiser heeft een verzoek op betalingsonmacht ingediend en daarop is geen beslissing genomen. Het verzet is gegrond verklaard op 11 juli 2025. De rechtbank heeft geoordeeld dat onderzoek gedaan moet worden naar het beroep op betalingsonmacht. Hiervoor heeft eiser een formulier ontvangen, met het verzoek deze in te vullen en bewijsstukken te overleggen.
Bij brief van 29 juli 2025 heeft de griffier van de rechtbank het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
Eiser is opnieuw in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te voldoen.
1.2
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
4. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?
5. De griffier heeft eiser bij brief van 31 juli 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 29 augustus 2025 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op
4 september 2025 om 17:10 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.
6. Eiser heeft het griffierecht niet betaald.
Conclusie
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van
M.S.G. van der Werf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.