Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-10-30
ECLI:NL:RBNNE:2025:3973
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,227 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2025:3973 text/xml public 2026-04-16T07:01:50 2025-10-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-10-30 LEE 24/2853 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3973 text/html public 2025-10-06T11:38:08 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:3973 Rechtbank Noord-Nederland , 30-10-2025 / LEE 24/2853 Pkv na intrekken beroep De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van € 9,- voor het maken van een uittreksel uit de openbare registers (Kamer van Koophandel). RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/2853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2025 in de zaak tussen [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker (gemachtigde: E. Jellema), en het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 18 mei 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het college op 3 september 2025 het besluit van 18 mei 2024 heeft ingetrokken en alsnog een tegemoetkoming heeft verleend in de schade aan zijn grasland. 1.1. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is het griffierecht te vergoeden. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen? 4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. 4.1. Verzoeker heeft op 13 maart 2023 een verzoek gedaan om tegemoetkoming in schade veroorzaakt door de grauwe gans op drie percelen grasland. De totale schade is getaxeerd op € 8.968,86. Op 15 september 2023 is besloten geen tegemoetkoming toe te kennen. Verzoekers bezwaar tegen het besluit tot weigering van tegemoetkoming is op 18 mei 2024 ongegrond verklaard. 4.2. Op 27 juni 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit waarin zijn bezwaar ongegrond is verklaard. Het college heeft op 3 september 2025 het besluit van 18 mei 2024 ingetrokken en verzoeker een tegemoetkoming in de schade verleend van € 8.968,86. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden? 5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van € 9,- voor het maken van een uittreksel uit de openbare registers (Kamer van Koophandel) Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht? 6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. Verzoeker moet zich hiervoor tot het college wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 9,- aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. S.G. Steenbergen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2025:3973 text/xml public 2026-04-16T07:01:50 2025-10-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2025-10-30 LEE 24/2853 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:3973 text/html public 2025-10-06T11:38:08 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2025:3973 Rechtbank Noord-Nederland , 30-10-2025 / LEE 24/2853 Pkv na intrekken beroep De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van € 9,- voor het maken van een uittreksel uit de openbare registers (Kamer van Koophandel). RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/2853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2025 in de zaak tussen [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker (gemachtigde: E. Jellema), en het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 18 mei 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het college op 3 september 2025 het besluit van 18 mei 2024 heeft ingetrokken en alsnog een tegemoetkoming heeft verleend in de schade aan zijn grasland. 1.1. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is het griffierecht te vergoeden. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen? 4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. 4.1. Verzoeker heeft op 13 maart 2023 een verzoek gedaan om tegemoetkoming in schade veroorzaakt door de grauwe gans op drie percelen grasland. De totale schade is getaxeerd op € 8.968,86. Op 15 september 2023 is besloten geen tegemoetkoming toe te kennen. Verzoekers bezwaar tegen het besluit tot weigering van tegemoetkoming is op 18 mei 2024 ongegrond verklaard. 4.2. Op 27 juni 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit waarin zijn bezwaar ongegrond is verklaard. Het college heeft op 3 september 2025 het besluit van 18 mei 2024 ingetrokken en verzoeker een tegemoetkoming in de schade verleend van € 8.968,86. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker. Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden? 5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van € 9,- voor het maken van een uittreksel uit de openbare registers (Kamer van Koophandel) Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht? 6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. Verzoeker moet zich hiervoor tot het college wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 9,- aan proceskosten aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. S.G. Steenbergen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2025. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.