Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-05-20
ECLI:NL:RBNNE:2025:3418
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,814 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266717351
zaaknummer: 11521857 BU VERZ 25-102
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 20 mei 2025
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘5 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 30 mei 2024, op de N919 (Hoofdweg, ten hoogte van hmp 9.5) bij Veenhuizen, om 09:08 uur, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 48,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 20 mei 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie,mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat het voertuig waaruit de meting heeft plaatsgevonden te ver van de weg staat en dat de weg niet recht is, waardoor de meethoek kleiner wordt en de meting hoger kan uitvallen. Verder voert betrokkene aan dat de officier van justitie niet op zijn verzoek om inzage te krijgen in de testfoto’s is ingegaan. Betrokkene stelt dat op de testfoto’s te zien moet zijn dat de peilstok precies samenvalt met de verticale draad van het dradenkruis. Betrokkene stelt het verplicht is om deze foto’s kenbaar te maken.
4. De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat testfoto’s geen onderdeel uitmaken van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger dat zij niet twijfelt of de Multaradar CT voorafgaand aan de snelheidscontrole is gesteld. De vertegenwoordiger wijst naar een arrest van het hof van 12 maart 2019, waaruit blijkt dat de meethoek minder van belang is omdat het voertuig een aantal keren wordt gemeten over 100 meter.
Overwegingen
5. Allereerst overweegt de kantonrechter dat artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht specifiek voor belanghebbenden in een recht voorziet om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vlg. ABRS 19 november 2014, ECLI:NL:RvS:2014:4129). De op de zaak betrekking hebbende stukken dienen deel uit te maken van het dossier (vgl. het arrest van het hof van 2 februari 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder CLI:NL:GHARL:2018:1050). In zaken als deze worden het zaakoverzicht en – indien van toepassing – een foto van de gedraging aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken. Andere documenten, zoals een ijkrapport, hoeven geen deel uit te maken van het dossier. Dat is slechts anders indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop die informatie betrekking heeft (vgl. het arrest van het hof van
17 oktober 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:8247). Die situatie kan zich voordoen wanneer feiten of omstandigheden aannemelijk worden gemaakt die niet of onvoldoende kunnen worden weerlegd aan de hand van het zaakoverzicht, de eventuele foto’s en de overige aanwezige stukken dan wel wanneer feiten of omstandigheden worden aangevoerd die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de uit die stukken blijkende gegevens.
5.1.
De kantonrechter stelt vast dat betrokkene in het administratief beroepschrift heeft verzocht om testfoto’s van de installatie van deze opstelling. In het licht van wat hiervoor is omschreven, is het niet onjuist dat het enkele verzoek om testfoto’s niet heeft genoopt tot het opvragen en verstrekken hiervan. In dat verband is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die twijfel doen rijzen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting. Van een schending van het bepaalde in artikel 7:18 van de Awb door de officier van justitie is geen sprake. Het verweer op dit punt wordt verworpen.
6. Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de meting overweegt de kantonrechter als volgt. De stelling van betrokkene dat mogelijk een onjuiste meethoek zou zijn gebruikt is slechts gebaseerd op de aanwezige foto van de gedraging. De foto zegt echter niets over de hoek waaronder de meting heeft plaatsgevonden. Het enkel in twijfel trekken van de correctheid van de meting biedt onvoldoende aanleiding om aan de betrouwbaarheid hiervan te twijfelen. Bovendien volgt uit het arrest van het hof van 12 maart 2019 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2019:2266) dat bij de MultaRadar CT - die ook in het onderhavige geval is gebruikt - niet in één enkele hoek wordt gemeten en het voertuig wordt gevolgd over een afstand van 100 meter, terwijl het voertuig binnen die afstand een aantal keren wordt gemeten. De beroepsgrond van betrokkene slaagt niet.
6.1.
Alles overwegende kan op basis van de beschikbare gegevens voldoende worden vastgesteld dat de gedraging door betrokkene is verricht. In het door betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de sanctie. De sanctie is terecht opgelegd.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: