Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-12
ECLI:NL:RBNNE:2025:3415
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,741 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264429532
zaaknummer: 11521836 BU VERZ 24-97
uitspraak van de kantonrechter van 12 juni 2025
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De overtreding waarvoor de boete is opgelegd is: ’14 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 24 februari 2024, om 11:56 uur, op de Spijkerboorsdijk in Annen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 145,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 20 mei 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat de officier niet op zijn beroepschrift is ingegaan. Daarnaast stelt betrokkene dat hij wel een verklaring heeft afgelegd. Verder voert betrokkene aan dat een verbalisant op 442 meter afstand makkelijk een verkeerde auto kan hebben gemeten en dat zijn kenteken op die afstand niet leesbaar is. Ter zitting heeft betrokkene aangevoerd dat hij niet vanuit de weg waar de motoragent vandaan kwam de rijbaan op reed. Betrokkene stelt dat zijn voorganger met hoge snelheid reed en dat de verbalisant waarschijnlijk dit voertuig heeft gelaserd.
4. De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat het haar ambtshalve bekend is dat een lasergun tot een afstand van 1000 meter snelheid kan meten en dat het voertuig en het kenteken daarbij in het beeld van de lasergun te zien zijn. De vertegenwoordiger stelt dat zij niet twijfelt aan de betrouwbaarheid van de meting en dat zij geen aanleiding ziet om aan te nemen dat er een ander voertuig is gelaserd. De vertegenwoordiger verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Allereerst is de kantonrechter van oordeel dat de motiveringsplicht niet is geschonden. Hoewel de officier van justitie niet gehouden is om expliciet op ieder argument van een betrokkene in te gaan, moet de betrokkene wel in grote lijnen uit de beslissing kunnen opmaken waarom de aangevoerde bezwaren geen doel treffen (vgl. Kamerstukken II 1988/89, 21221, nr. 3 (MvT) p. 154, 157). Dat is hier het geval.
6. Betrokkene betwist de gedraging, in die zin dat hij stelt dat sprake is van een verwisseling van voertuigen. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
6.1.
Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, blijkt dat hij de snelheid heeft vastgesteld met behulp van een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter, namelijk een lasergun. De verbalisant verklaart dat de gecorrigeerde snelheid 94 km per uur was en dat de toegestane snelheid 80 km per uur was. Daarnaast blijkt dat de meetafstand tot het voertuig 422,00 meter was. De verbalisant verklaart dat de goedkeuring van de lasergun geldig is tot 7 december 2024.
6.2.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. De door betrokkene geschetste mogelijkheid dat een ander voertuig dan het voertuig van betrokkene zou zijn gemeten, acht de kantonrechter niet aannemelijk. Daartoe overweegt de kantonrechter dat de vertegenwoordiger ter zitting heeft toegelicht dat de verbalisant het gelaserde voertuig en het bijbehorende kenteken van het beeld van de lasergun kan aflezen. Bovendien zijn de enkele stellingen dat bij een meetafstand van 422 meter voertuigen verwisseld kunnen worden en dat er in de communicatie tussen de verbalisant die de lasergun hanteerde en de motoragent die betrokkene heeft staande gehouden iets fout is gegaan, onvoldoende om dit aannemelijk te maken. Met betrekking tot de klacht dat de verklaring van de betrokkene onvolledig is weergegeven in het zaakoverzicht, overweegt de kantonrechter dat de verklaring van de betrokkene niet wordt gebruikt voor de vaststelling dat de gedraging is verricht.
6.3.
Alles overwegende kan op basis van de beschikbare gegevens voldoende worden vastgesteld dat de gedraging door betrokkene is verricht. In het door betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de sanctie. De sanctie is terecht opgelegd.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2025.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: