Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-25
ECLI:NL:RBNNE:2025:3279
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,108 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265687059
zaaknummer: 11561147 BU VERZ 25-398
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 25 juni 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 21 april 2024, om 10:47 uur, op de Hoogeveenseweg in Meppel, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 25 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Standpunten
2. Betrokkene stelt dat hij er 100% zeker van is dat hij de gedraging niet heeft verricht. Mogelijk bevond zijn hand zich ter hoogte van zijn schouder, aangezien hij zijn arm vaker op de middenarmsteun laat rusten en deze dan rechtop houdt, maar hij had niets in zijn hand. Verder zou de verbalisant bij de staandehouding hebben gevraagd of betrokkene misschien iets anders dan een mobiele telefoon in zijn hand had, waaruit betrokkene afleidt dat de verbalisant twijfelde of hij het goed had waargenomen. Daarna vroeg de verbalisant om de mobiele telefoon, die betrokkene uit zijn linker achterzak moest halen.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Ze heeft op de zitting stukken overgelegd waarin de verbalisant verklaard dat hij zich de staandehouding niet kan herinneren, maar benadrukt dat hij een proces verbaal naar waarheid opmaakt.
Overwegingen
4. De kantonrechter ziet, in de consistente en uitgebreide verklaring van betrokkene, aanleiding om de te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Betrokkene voert al vanaf de staandehouding aan dat hij de gedraging niet heeft verricht. De stukken die de vertegenwoordigster ter zitting heeft aangeleverd nemen de twijfel niet weg. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt die inleidende beschikking;
bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: