Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-17
ECLI:NL:RBNNE:2025:2573
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,184 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 255000798
zaaknummer: 11439948 BU VERZ 24-2893
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 17 juni 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 9 januari 2023 om 15:27 uur, aan de Grote Markt te Groningen, gemeente Groningen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 149,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 17 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was betrokkene niet aanwezig. Wel aanwezig was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R. van der Velde.
1.3
Na sluiting van het onderzoek heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Dictum
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
3. De kantonrechter stelt vast dat betrokkene te laat beroep heeft ingesteld. Voor het instellen van beroep bij de kantonrechter als bedoeld in artikel 9 van de Wahv geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Ingevolge artikel 6:8 van de Awb gaat deze termijn in op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de officier van justitie aan betrokkene is toegezonden. De beroepstermijn bij de kantonrechter eindigde in dit geval op 7 maart 2023. Het beroepschrift is digitaal ingediend en is op 4 maart 2024 bij het Parket CVOM binnengekomen.
3.1
Artikel 6:9 van de Awb bepaalt dat het beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen en dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, als het voor het einde van de termijn is gepost, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Hieraan is door betrokkene niet voldaan.
3.2
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een overschrijding van de termijn rechtvaardigen. Hiertoe overweegt hij dat betrokkene enkel een draagkrachtverweer heeft gevoerd en niet heeft onderbouwd waarom hij bijna een jaar te laat is met zijn beroep bij de kantonrechter. Deze constatering laat, het verweer van betrokkene ten spijt, geen ruimte voor een inhoudelijke behandeling van het beroepschrift. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3.3
De kantonrechter merkt op dat uit het onderbouwde draagkrachtverweer (met overzicht van de uitgaven) blijkt dat betrokkene werkloos is, een uitkering heeft en daarvan niet kan rondkomen. Daarom heeft de kantorenechter aan de vertegenwoordiger de suggestie gedaan om de verhogingen in te trekken.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: