Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2025-06-19
ECLI:NL:RBNNE:2025:2556
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,177 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260827352
zaaknummer: 11287147 BU VERZ 24-2124
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 juni 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R315A – ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 8 september 2023 om 07:40 uur, op de Langszij in Groningen, met een personenauto met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 269,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 juni 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was als vertegenwoordigster van de officier van justitie aanwezig mr. Z. Fluitsma.
1.3.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. In het pro formaberoepschrift ontkent de gemachtigde namens betrokkene de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen. In de aanvullende beroepsgronden stelt de gemachtigde namens betrokkene dat de door de verbalisant opgegeven reden onvoldoende is om af te zien van staandehouding en dat artikel 13a, tweede lid van de Wahv in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en verbod op discriminatie.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
5. De boete is terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. De verbalisant heeft op ambtsbelofte een uitgebreid proces-verbaal opgemaakt, waarin hij de situatie duidelijk schetst. Op basis daarvan oordeelt de kantonrechter dat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Betrokkene reed op een motorvoertuig, terwijl de verbalisant in burgerkleding op een fiets reed. Betrokkene reed op hoge snelheid bij de verbalisant vandaan, die daardoor niet kon volgen om betrokkene staande te houden.
6. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De enkele, niet-onderbouwde betwisting van de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen, is naar oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht.
7. De beroepsgronden geven geen aanleiding voor aanpassing van de boete en de kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren.
8. Nu geen proceskostenvergoeding wordt toegekend, zal de kantonrechter de gronden ten aanzien van artikel 13a, tweede lid van de Wahv passeren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: