Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-10-08
ECLI:NL:RBNNE:2024:5445
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
16,269 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2024:5445 text/xml public 2026-04-30T13:48:48 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2024-10-08 18-224780-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Leeuwarden Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 77a Wetboek van Strafrecht 77g Wetboek van Strafrecht 77m Wetboek van Strafrecht 77n Wetboek van Strafrecht 77gg Wet op de economische delicten 1a Wet op de economische delicten 2 Wet op de economische delicten 6 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5445 text/html public 2026-04-30T13:48:15 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2024:5445 Rechtbank Noord-Nederland , 08-10-2024 / 18-224780-23 Verdachte heeft zich op de avond van 13 augustus 2022 schuldig gemaakt aan het dumpen van hooi en sprokkelhout in de berm, met als doel om dit later op de avond aan te steken. In de nacht van 13 op 14 augustus 2022 heeft verdachte samen met zijn vader het gedumpte afval in de brand gestoken en hebben zij op een andere plek daar dichtbij ook brandgesticht. De rechtbank heeft de indruk dat de brandstichtingen verband houden met de boerenprotesten. In de zomer van 2022 vonden er namelijk door heel Nederland boerenprotesten plaats naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet. Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte meerdere foto’s en video’s aangetroffen van boerenprotesten. De rechtbank legt aan verdachte een werkstraf op van 40 uren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden Parketnummer 18-224780-23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 8 oktober 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R. Rauwerda, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, nabij perceel [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel en/of een aldaar nabij gelegen woning ( [adres] ) voorzien van een rieten dak en/of een aldaar bij die woning staande propaan gastank (800 liter), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; 2. hij op of omstreeks 13 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, aan de Beakendyk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten hooi en/of sprokkelhout heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden; 3. hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar (een bermbrand), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; 4. hij op of omstreeks 13 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten hooi en/of sprokkelhout heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde feiten. Hij heeft daarbij gewezen op de getuigenverklaring van [getuige] , de data uit de Ford Ranger van de medeverdachte waaruit blijkt dat de auto steeds vlak voor en vlak na de branden op de locaties daarvan heeft stilgestaan en de omstandigheid dat verdachte en zijn medeverdachte (zijn vader) na de brand zijn aangehouden in de betreffende Ford Ranger en daarbij twee aanmaakblokjes en een aansteker zijn aangetroffen. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten ontkend. Qua leeftijd past verdachte niet in het door getuige [getuige] beschreven signalement. Daarnaast is de herkenning van verdachte door de verbalisanten gedaan aan de hand van zeer onduidelijke camerabeelden. Het is denkbaar dat iemand anders verantwoordelijk is voor de ten laste gelegde feiten. Oordeel van de rechtbank Vrijspraak van het onder 4. ten laste gelegde feit De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij het dumpen van het afval in de berm van de bocht van de Beakendyk naar de Boskwei. Dat verdachte, zoals hieronder overwogen, wel betrokken is geweest bij de branden en het andere geval van afvaldumping, betekent nog niet dat hij zonder meer ook als (mede)pleger van deze dumping kan worden aangemerkt. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 4. ten laste gelegde feit. Bewezenverklaring van de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten De rechtbank acht de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 71 e.v. van het dossier Politie Noord-Nederland met nummer 2022211423-2022211552 van 1 mei 2023, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 13 augustus 2022 was er een melding binnen gekomen dat er afval in de bosjes is gedumpt aan de Beakendyk te Siegerswoude net voor huisnummer [nummer] . Hier hebben we de eerste camera in de dam naast een boom verstopt gericht op de bult afval. De andere camera hadden we aan de overkant van de weg geplaatst, deze was verstopt in de slootkant en was ook gericht op de bult afval. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 15 augustus 2022, opgenomen op pagina 128 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 om 00:05 uur kregen we een melding op de Beakendyk te Siegerswoude. In de melding stond dat er een dumping was geweest in het bos en dat het bos in brand stond. Aanrijdend kreeg ik een tweede melding dat er iets verderop nog een brand was. Dit was in de bocht Beakendyk naar de Boskwei. Ik ging als eerste naar laatstgenoemde locatie. Ik zag dat er los hooi in de berm lag dat brandde. Ik zag dat de brand was overgeslagen naar het gras in het land en dat de brand ondertussen het bosje aldaar had bereikt. Ik kwam pas later op de andere locatie ter plaatse. Ik zag dat er wel sprake was geweest van een serieus risicovolle situatie. De brand lag namelijk echt in het bos en de natuur is momenteel kurkdroog. 3.
Volledig
ECLI:NL:RBNNE:2024:5445 text/xml public 2026-04-30T13:48:48 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Nederland 2024-10-08 18-224780-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Leeuwarden Strafrecht; Materieel strafrecht Wetboek van Strafrecht 77a Wetboek van Strafrecht 77g Wetboek van Strafrecht 77m Wetboek van Strafrecht 77n Wetboek van Strafrecht 77gg Wet op de economische delicten 1a Wet op de economische delicten 2 Wet op de economische delicten 6 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2024:5445 text/html public 2026-04-30T13:48:15 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNNE:2024:5445 Rechtbank Noord-Nederland , 08-10-2024 / 18-224780-23 Verdachte heeft zich op de avond van 13 augustus 2022 schuldig gemaakt aan het dumpen van hooi en sprokkelhout in de berm, met als doel om dit later op de avond aan te steken. In de nacht van 13 op 14 augustus 2022 heeft verdachte samen met zijn vader het gedumpte afval in de brand gestoken en hebben zij op een andere plek daar dichtbij ook brandgesticht. De rechtbank heeft de indruk dat de brandstichtingen verband houden met de boerenprotesten. In de zomer van 2022 vonden er namelijk door heel Nederland boerenprotesten plaats naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet. Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte meerdere foto’s en video’s aangetroffen van boerenprotesten. De rechtbank legt aan verdachte een werkstraf op van 40 uren. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden Parketnummer 18-224780-23 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van 8 oktober 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.R. Rauwerda, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, nabij perceel [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel en/of een aldaar nabij gelegen woning ( [adres] ) voorzien van een rieten dak en/of een aldaar bij die woning staande propaan gastank (800 liter), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; 2. hij op of omstreeks 13 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, aan de Beakendyk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten hooi en/of sprokkelhout heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden; 3. hij in of omstreeks de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en/of sprokkelhout, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan dat hooi en/of sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar (een bermbrand), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was; 4. hij op of omstreeks 13 augustus 2022, te Siegerswoude, gemeente Opsterland, in ieder geval in de gemeente Opsterland, in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten hooi en/of sprokkelhout heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting te storten, of anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1., 2., 3. en 4. ten laste gelegde feiten. Hij heeft daarbij gewezen op de getuigenverklaring van [getuige] , de data uit de Ford Ranger van de medeverdachte waaruit blijkt dat de auto steeds vlak voor en vlak na de branden op de locaties daarvan heeft stilgestaan en de omstandigheid dat verdachte en zijn medeverdachte (zijn vader) na de brand zijn aangehouden in de betreffende Ford Ranger en daarbij twee aanmaakblokjes en een aansteker zijn aangetroffen. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten ontkend. Qua leeftijd past verdachte niet in het door getuige [getuige] beschreven signalement. Daarnaast is de herkenning van verdachte door de verbalisanten gedaan aan de hand van zeer onduidelijke camerabeelden. Het is denkbaar dat iemand anders verantwoordelijk is voor de ten laste gelegde feiten. Oordeel van de rechtbank Vrijspraak van het onder 4. ten laste gelegde feit De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte betrokken is geweest bij het dumpen van het afval in de berm van de bocht van de Beakendyk naar de Boskwei. Dat verdachte, zoals hieronder overwogen, wel betrokken is geweest bij de branden en het andere geval van afvaldumping, betekent nog niet dat hij zonder meer ook als (mede)pleger van deze dumping kan worden aangemerkt. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 4. ten laste gelegde feit. Bewezenverklaring van de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten De rechtbank acht de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 71 e.v. van het dossier Politie Noord-Nederland met nummer 2022211423-2022211552 van 1 mei 2023, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 13 augustus 2022 was er een melding binnen gekomen dat er afval in de bosjes is gedumpt aan de Beakendyk te Siegerswoude net voor huisnummer [nummer] . Hier hebben we de eerste camera in de dam naast een boom verstopt gericht op de bult afval. De andere camera hadden we aan de overkant van de weg geplaatst, deze was verstopt in de slootkant en was ook gericht op de bult afval. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 15 augustus 2022, opgenomen op pagina 128 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 om 00:05 uur kregen we een melding op de Beakendyk te Siegerswoude. In de melding stond dat er een dumping was geweest in het bos en dat het bos in brand stond. Aanrijdend kreeg ik een tweede melding dat er iets verderop nog een brand was. Dit was in de bocht Beakendyk naar de Boskwei. Ik ging als eerste naar laatstgenoemde locatie. Ik zag dat er los hooi in de berm lag dat brandde. Ik zag dat de brand was overgeslagen naar het gras in het land en dat de brand ondertussen het bosje aldaar had bereikt. Ik kwam pas later op de andere locatie ter plaatse. Ik zag dat er wel sprake was geweest van een serieus risicovolle situatie. De brand lag namelijk echt in het bos en de natuur is momenteel kurkdroog. 3.
Volledig
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 83 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 zagen wij komende uit de richting van Ureterp een grijze pick-up auto naderen. Ik zag dat de bestuurder de mij ambtshalve bekende [medeverdachte] was. De bijrijder bleek te zijn, [verdachte] . Ik liet verdachte [verdachte] uitstappen. Ik fouilleerde de verdachte en trof in zijn rechter broekzak aan de voorzijde een aanmaakblokje en in zijn rechter kontzak een aansteker. 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 268 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 omstreeks 01:10 uur, hielden wij op de locatie Ureterp, als verdachte aan: Achternaam: [medeverdachte] Voornamen: [medeverdachte] 5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt 0proces-verbaal van aanhouding verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 312 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 omstreeks 01:10 uur, hielden wij op de locatie Ureterp, als verdachte aan: Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] 6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 augustus 2022, opgenomen op pagina 90 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Ik heb op 15 augustus 2024 naar aanleiding van een brandstichting, een inbeslaggenomen auto, een Ford, voorzien van het kenteken: [kenteken] , forensisch onderzocht. In de auto werd in het deurvak van het linker portier, een afgebroken stuk wit aanmaak blokje gevonden. 7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 17 augustus 2022, opgenomen op pagina 235 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Ik keek naar de data die is veiliggesteld is van het inbeslaggenomen voertuig [kenteken] , Ford Ranger. Brand bocht Beakendyk, Boskwei te Siegerswoude "Op zondag 14 augustus 2022 om 00:05 uur kregen we een melding op de Beakendyk te Siegerswoude. In de melding stond dat er een dumping was geweest in het bos en dat het bos in brand stond. Hier ben ik wel weer naartoe gereden. Aanrijdend kreeg ik een tweede melding dat er iets verderop nog een brand was. Dit was in de bocht Beakendyk naar de Boskwei. Ik ging als eerste naar laatstgenoemde locatie." Ik zag dat de locatie die de getuige omschreef overeenkwam waar de Ford Ranger heeft geparkeerd. Op deze locatie heeft het voertuig gestaan tussen 13-08- 2022 23:51:13 en 13-08-2022 23:52:16. Brand [adres] te Siegerswoude Aldus de camerabeelden wordt er op 13 augustus 2022 tussen 23:54:08 uur en 23:54:15 brand gesticht in het bosschage ter hoogte van [adres] te Siegerswoude. Ik heb een getuigenverklaring opgenomen van de bewoonster [adres] te Siegerswoude. Ik vroeg haar op een satellietfoto van Google Maps aan te geven wat de exacte locatie was van de brand. Ik zag dat de locatie die de getuige aangaf waar de brand heeft gewoed overeenkwam met waar de Ford Ranger heeft geparkeerd. Op deze locatie heeft het voertuig gestaan tussen 13-08-2022 23:53:32 en 13-08-2022 23:53:55. 8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Wij deden onderzoek naar de camerabeelden van een brandstichting aan de [adres] te Siegerswoude. Met verdachte wordt in dit proces-verbaal bedoeld: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] . Wij spraken tijdens het verdachtenverhoor met verdachte en herkennen verdachte voor 100 procent als de persoon op de hieronder omschreven camerabeelden. Wij herkennen verdachte aan zijn gelaat, postuur, haardracht, huidskleur en leeftijd. Verslag camerabeelden: Tijdstempel: 23:52:29 uur Ik zie een lichtgekleurde pick-up voertuig voor de camera staan. Ik zie dat deze pick-up is voorzien van een ijzeren opbouw in de laadbak. Bestandsnaam: [bestandsnaam] Tijdstempel: 13 augustus 2022, 23:54:08 tot en met 23:54:15 uur Ik zie dat de verdachte gehurkt voor een strobaal zit en dat hij met zijn handen handelingen pleegt tegen de strobaal aan. Gedurende het afspelen van het videobestand hoor ik een automotor stationair draaien op de achtergrond. Ter hoogte van de handen van verdachte zie ik een kleine vlam ontstaan en zie ik een klein voorwerp in zijn hand wat vlam vat. Vermoedelijk gaat dit om een aansteker en een aanmaakblokje wat vlam vat. Ik zie dat verdachte dit brandende voorwerp in de strobaal stopt en dit toedekt met stro van de strobaal. Ik zie dat er in de strobaal direct grote vlammen en rookontwikkeling ontstaat. Tijdstempel: 14 augustus 2022, om 00:06:48 uur Ik zie dat de strobaal volledig in brand staat en dat de vlammen zich door ontwikkelen over het gras. 9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 97 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Ik deed onderzoek een brandstichting aan de [adres] te Siegerswoude, met als aangehouden verdachte: [verdachte] (hierna: verdachte). De kleding die verdachte tijdens zijn aanhouding droeg vergeleek ik met de kleding die de verdachte op de camerabeelden genaamd " [bestandsnaam] " droeg. Aanhouding: Ik zag dat verdachte het volgende signalement had: mannelijk blanke huidskleur jonge adolescent, geschatte leeftijd tussen 13 en 15 jaar oud slungelig, mager postuur uitstaande en ongelijke oren korte kin verwilderd haar, wat over het voorhoofd valt Ik zag dat verdachte de volgende kleding droeg: trui met capuchon de trui heeft tekens/teksten op buik en borst trainingsbroek met scheuren in trainingsbroek ter hoogte van de knieën Camerabeelden "Brandstichting": Ik zie dat de verdachte het volgende signalement heeft: man blanke huidskleur jonge adolescent, geschatte leeftijd tussen 13 en 16 jaar oud slungelig, mager postuur opvallend uitstaand oor korte kin onverzorgd langer haar wat over zijn voorhoofd valt Ik zie dat de verdachte de volgende kleding draagt: trui met capuchon lange broek met scheuren ter hoogte van zijn knieën trui met bedrukkingen op buik en borst. Overeenkomsten/herkenning: Het op de camerabeelden zichtbare signalement en kleding van de verdachte is op meerdere punten overeenkomstig met de kleding die de aangehouden verdachte draagt. Gezien deze overeenkomsten herken ik de persoon op de camerabeelden als verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] . 10. De door verdachte ter zitting van 24 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Ik ben in de avond van 13 augustus 2022 met mijn vader in de Ford Ranger naar [naam] in Ureterp gereden voor een barbecue. Ik was de hele avond samen met mijn vader. Nadere bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. De medeverdachte maakt gebruik van een Ford Ranger met kenteken [kenteken] (hierna: de Ford Ranger). Op de avond van 13 augustus 2022 zijn verdachte en zijn medeverdachte in de Ford Ranger naar een barbecue in Ureterp gereden. In de nacht van 14 augustus 2022 om 00.05 uur heeft de brandweer een melding gekregen van een brand op de Beakendyk te Siegerswoude nabij [perceel] . Vlak daarna heeft de brandweer een tweede melding gekregen van een brand iets verderop, in de bocht van de Beakendyk naar de Boskwei te Siegerswoude. De Ford Ranger heeft voorafgaand aan de branden op beide brandlocaties stilgestaan. Verdachte is op de camerabeelden herkend als de persoon die de brand heeft aangestoken op de locatie van de Beakendyk nabij [perceel] . Verdachte en zijn medeverdachte zijn in de nacht van 14 augustus 2022 omstreeks 01.10 uur aangehouden toen zij in de Ford Ranger zaten. De medeverdachte was de bestuurder en verdachte was de bijrijder.
Volledig
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 83 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 zagen wij komende uit de richting van Ureterp een grijze pick-up auto naderen. Ik zag dat de bestuurder de mij ambtshalve bekende [medeverdachte] was. De bijrijder bleek te zijn, [verdachte] . Ik liet verdachte [verdachte] uitstappen. Ik fouilleerde de verdachte en trof in zijn rechter broekzak aan de voorzijde een aanmaakblokje en in zijn rechter kontzak een aansteker. 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 268 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 omstreeks 01:10 uur, hielden wij op de locatie Ureterp, als verdachte aan: Achternaam: [medeverdachte] Voornamen: [medeverdachte] 5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt 0proces-verbaal van aanhouding verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 312 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Op 14 augustus 2022 omstreeks 01:10 uur, hielden wij op de locatie Ureterp, als verdachte aan: Achternaam: [verdachte] Voornamen: [verdachte] 6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 15 augustus 2022, opgenomen op pagina 90 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Ik heb op 15 augustus 2024 naar aanleiding van een brandstichting, een inbeslaggenomen auto, een Ford, voorzien van het kenteken: [kenteken] , forensisch onderzocht. In de auto werd in het deurvak van het linker portier, een afgebroken stuk wit aanmaak blokje gevonden. 7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 17 augustus 2022, opgenomen op pagina 235 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Ik keek naar de data die is veiliggesteld is van het inbeslaggenomen voertuig [kenteken] , Ford Ranger. Brand bocht Beakendyk, Boskwei te Siegerswoude "Op zondag 14 augustus 2022 om 00:05 uur kregen we een melding op de Beakendyk te Siegerswoude. In de melding stond dat er een dumping was geweest in het bos en dat het bos in brand stond. Hier ben ik wel weer naartoe gereden. Aanrijdend kreeg ik een tweede melding dat er iets verderop nog een brand was. Dit was in de bocht Beakendyk naar de Boskwei. Ik ging als eerste naar laatstgenoemde locatie." Ik zag dat de locatie die de getuige omschreef overeenkwam waar de Ford Ranger heeft geparkeerd. Op deze locatie heeft het voertuig gestaan tussen 13-08- 2022 23:51:13 en 13-08-2022 23:52:16. Brand [adres] te Siegerswoude Aldus de camerabeelden wordt er op 13 augustus 2022 tussen 23:54:08 uur en 23:54:15 brand gesticht in het bosschage ter hoogte van [adres] te Siegerswoude. Ik heb een getuigenverklaring opgenomen van de bewoonster [adres] te Siegerswoude. Ik vroeg haar op een satellietfoto van Google Maps aan te geven wat de exacte locatie was van de brand. Ik zag dat de locatie die de getuige aangaf waar de brand heeft gewoed overeenkwam met waar de Ford Ranger heeft geparkeerd. Op deze locatie heeft het voertuig gestaan tussen 13-08-2022 23:53:32 en 13-08-2022 23:53:55. 8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] : Wij deden onderzoek naar de camerabeelden van een brandstichting aan de [adres] te Siegerswoude. Met verdachte wordt in dit proces-verbaal bedoeld: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] . Wij spraken tijdens het verdachtenverhoor met verdachte en herkennen verdachte voor 100 procent als de persoon op de hieronder omschreven camerabeelden. Wij herkennen verdachte aan zijn gelaat, postuur, haardracht, huidskleur en leeftijd. Verslag camerabeelden: Tijdstempel: 23:52:29 uur Ik zie een lichtgekleurde pick-up voertuig voor de camera staan. Ik zie dat deze pick-up is voorzien van een ijzeren opbouw in de laadbak. Bestandsnaam: [bestandsnaam] Tijdstempel: 13 augustus 2022, 23:54:08 tot en met 23:54:15 uur Ik zie dat de verdachte gehurkt voor een strobaal zit en dat hij met zijn handen handelingen pleegt tegen de strobaal aan. Gedurende het afspelen van het videobestand hoor ik een automotor stationair draaien op de achtergrond. Ter hoogte van de handen van verdachte zie ik een kleine vlam ontstaan en zie ik een klein voorwerp in zijn hand wat vlam vat. Vermoedelijk gaat dit om een aansteker en een aanmaakblokje wat vlam vat. Ik zie dat verdachte dit brandende voorwerp in de strobaal stopt en dit toedekt met stro van de strobaal. Ik zie dat er in de strobaal direct grote vlammen en rookontwikkeling ontstaat. Tijdstempel: 14 augustus 2022, om 00:06:48 uur Ik zie dat de strobaal volledig in brand staat en dat de vlammen zich door ontwikkelen over het gras. 9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2022, opgenomen op pagina 97 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Ik deed onderzoek een brandstichting aan de [adres] te Siegerswoude, met als aangehouden verdachte: [verdachte] (hierna: verdachte). De kleding die verdachte tijdens zijn aanhouding droeg vergeleek ik met de kleding die de verdachte op de camerabeelden genaamd " [bestandsnaam] " droeg. Aanhouding: Ik zag dat verdachte het volgende signalement had: mannelijk blanke huidskleur jonge adolescent, geschatte leeftijd tussen 13 en 15 jaar oud slungelig, mager postuur uitstaande en ongelijke oren korte kin verwilderd haar, wat over het voorhoofd valt Ik zag dat verdachte de volgende kleding droeg: trui met capuchon de trui heeft tekens/teksten op buik en borst trainingsbroek met scheuren in trainingsbroek ter hoogte van de knieën Camerabeelden "Brandstichting": Ik zie dat de verdachte het volgende signalement heeft: man blanke huidskleur jonge adolescent, geschatte leeftijd tussen 13 en 16 jaar oud slungelig, mager postuur opvallend uitstaand oor korte kin onverzorgd langer haar wat over zijn voorhoofd valt Ik zie dat de verdachte de volgende kleding draagt: trui met capuchon lange broek met scheuren ter hoogte van zijn knieën trui met bedrukkingen op buik en borst. Overeenkomsten/herkenning: Het op de camerabeelden zichtbare signalement en kleding van de verdachte is op meerdere punten overeenkomstig met de kleding die de aangehouden verdachte draagt. Gezien deze overeenkomsten herken ik de persoon op de camerabeelden als verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] . 10. De door verdachte ter zitting van 24 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Ik ben in de avond van 13 augustus 2022 met mijn vader in de Ford Ranger naar [naam] in Ureterp gereden voor een barbecue. Ik was de hele avond samen met mijn vader. Nadere bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. De medeverdachte maakt gebruik van een Ford Ranger met kenteken [kenteken] (hierna: de Ford Ranger). Op de avond van 13 augustus 2022 zijn verdachte en zijn medeverdachte in de Ford Ranger naar een barbecue in Ureterp gereden. In de nacht van 14 augustus 2022 om 00.05 uur heeft de brandweer een melding gekregen van een brand op de Beakendyk te Siegerswoude nabij [perceel] . Vlak daarna heeft de brandweer een tweede melding gekregen van een brand iets verderop, in de bocht van de Beakendyk naar de Boskwei te Siegerswoude. De Ford Ranger heeft voorafgaand aan de branden op beide brandlocaties stilgestaan. Verdachte is op de camerabeelden herkend als de persoon die de brand heeft aangestoken op de locatie van de Beakendyk nabij [perceel] . Verdachte en zijn medeverdachte zijn in de nacht van 14 augustus 2022 omstreeks 01.10 uur aangehouden toen zij in de Ford Ranger zaten. De medeverdachte was de bestuurder en verdachte was de bijrijder.
Volledig
Tijdens de fouillering van verdachte is bij hem een aansteker en een aanmaakblokje aangetroffen. In de Ford Ranger is in het deurvak van de bestuurdersportier een afgebroken aanmaakblokje aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, redengevend kunnen worden geacht voor de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde brandstichtingen. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke, de hiervoor bedoelde redengevendheid ontzenuwende verklaring van belang is voor de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde feit is bewezen.1 Verdachte heeft verklaard dat hij en zijn medeverdachte in de Ford Ranger naar de barbecue zijn gereden en dat zij daar samen de hele avond zijn gebleven. Verdachte heeft verklaard dat hij niet degene is op de camerabeelden van de brandstichting. Naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring niet aannemelijk en wordt deze weersproken door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat in het tijdsbestek tussen 22.00 uur en 01.10 uur, wanneer verdachte op de barbecue zou zijn geweest, de Ford Ranger voorafgaand aan beide branden op de locaties heeft stilgestaan en dat verdachte is herkend als degene die de brand op een van beide locaties heeft aangestoken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de herkenning door de verbalisanten. Dat geldt te meer nu daarvoor steunbewijs is: zo wijst de betrokkenheid van de Ford Ranger in zijn richting en is bij de aanhouding van verdachte in zijn broekzak een aanmaakblokje gevonden. De rechtbank is op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en bij gebrek aan een aannemelijke, ontzenuwende verklaring van verdachte van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt van het stichten van brand op de beide locaties. Bij dat oordeel heeft de rechtbank betrokken dat de branden vlak na elkaar zijn gesticht en dat de afstand tussen beide locaties zeer klein was. De rechtbank acht het ten laste gelegde medeplegen eveneens wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft in elk geval één van de branden aangestoken, maar hij was gelet op zijn leeftijd en vanwege het feit dat hij geen rijbewijs heeft, afhankelijk van de medeverdachte die als bestuurder optrad om op de brandlocaties te komen. Bovendien is er aan de bestuurderszijde, de plek waar de medeverdachte zat, ook een aanmaakblokje aangetroffen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Bewezenverklaring van het onder 2. ten laste gelegde feit De rechtbank acht het onder 2. ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 13 augustus 2022, opgenomen op pagina 47 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] : Op zaterdag 13 augustus 2022 rond 20:45 bevond ik mij op de Beakendyk te Siegerswoude. Ik zag een groene tractor met aanhanger rijden. Ik zag dat deze aanhanger beladen was met hooi en sprokkelhout. Ik heb toen ongeveer 30 seconden tot 1 minuut de tractor niet gezien. Ik zag dat de tractor net ter hoogte van de [adres] reed. Ik zag dat de tractor niet meer beladen was. Ik zag dat het hooi en het sprokkelhout er niet meer in lag. In die 1 minuut dat ik de tractor niet had gezien, heeft de tractor zich dus ontdaan van zijn lading. Dat moet dan onderweg op de Beakendyk gebeurd zijn. Ik zag dat een jonge jongen de tractor bestuurde. Ik zag dat de bestuurder tussen de tractor en een grijze Ford Ranger stond. Ik zag dat bij het bos ter hoogte van [perceel] hooi en sprokkelhout lag. Ik heb een foto gestuurd van de jongen die tussen de tractor en de grijze pickup van het merk Ford Ranger stond. Ik herken deze jongen als de bestuurder van de tractor. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 278 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte] : V: Van welk voertuigen maak jij gebruik? A: De auto die je in beslag genomen hebt. Een Ford Ranger. O: Wij tonen jou nu een foto van gisteravond. V: Kun je vertellen wat je ziet? A: Ja, mijn auto. V: Wie is dit op de foto? A: Dat is mijn zoon. Nadere bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat het afval moet zijn gedumpt door de bestuurder van de tractor. Dit gelet op het korte tijdsbestek waarin de getuige de tractor met het hooi en het sprokkelhout uit het oog verloor en de tractor vervolgens weer zag nabij de [adres] zonder lading. De getuige heeft naderhand gezien dat het hooi en het sprokkelhout bij het bos ter hoogte van [perceel] lag. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verdachte de bestuurder van de tractor is geweest. De getuige heeft een foto van de bestuurder van de tractor gemaakt, toen deze tussen de tractor en een grijze Ford Ranger stond. De medeverdachte heeft op deze foto de Ford Ranger herkend als zijnde zijn auto en de persoon op de foto als zijnde zijn zoon, oftewel verdachte. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat het verdachte is geweest die het afval heeft gedumpt. De rechtbank acht het ten laste gelegde medeplegen echter niet bewezen, nu daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Bewezenverklaring De rechtbank acht de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: 1. hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude nabij perceel [adres] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en sprokkelhout, ten gevolge waarvan dat hooi en sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is verbrand en brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel te duchten was. 2. hij op 13 augustus 2022, te Siegerswoude aan de Beakendyk, opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten hooi en sprokkelhout, heeft ontdaan door deze buiten een inrichting te storten. 3. hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en sprokkelhout, ten gevolge waarvan dat hooi en sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is verbrand en brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar te duchten was. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. 2. overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. 3. medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.
Volledig
Tijdens de fouillering van verdachte is bij hem een aansteker en een aanmaakblokje aangetroffen. In de Ford Ranger is in het deurvak van de bestuurdersportier een afgebroken aanmaakblokje aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, redengevend kunnen worden geacht voor de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde brandstichtingen. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke, de hiervoor bedoelde redengevendheid ontzenuwende verklaring van belang is voor de beantwoording van de vraag of het ten laste gelegde feit is bewezen.1 Verdachte heeft verklaard dat hij en zijn medeverdachte in de Ford Ranger naar de barbecue zijn gereden en dat zij daar samen de hele avond zijn gebleven. Verdachte heeft verklaard dat hij niet degene is op de camerabeelden van de brandstichting. Naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring niet aannemelijk en wordt deze weersproken door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat in het tijdsbestek tussen 22.00 uur en 01.10 uur, wanneer verdachte op de barbecue zou zijn geweest, de Ford Ranger voorafgaand aan beide branden op de locaties heeft stilgestaan en dat verdachte is herkend als degene die de brand op een van beide locaties heeft aangestoken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de herkenning door de verbalisanten. Dat geldt te meer nu daarvoor steunbewijs is: zo wijst de betrokkenheid van de Ford Ranger in zijn richting en is bij de aanhouding van verdachte in zijn broekzak een aanmaakblokje gevonden. De rechtbank is op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en bij gebrek aan een aannemelijke, ontzenuwende verklaring van verdachte van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt van het stichten van brand op de beide locaties. Bij dat oordeel heeft de rechtbank betrokken dat de branden vlak na elkaar zijn gesticht en dat de afstand tussen beide locaties zeer klein was. De rechtbank acht het ten laste gelegde medeplegen eveneens wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft in elk geval één van de branden aangestoken, maar hij was gelet op zijn leeftijd en vanwege het feit dat hij geen rijbewijs heeft, afhankelijk van de medeverdachte die als bestuurder optrad om op de brandlocaties te komen. Bovendien is er aan de bestuurderszijde, de plek waar de medeverdachte zat, ook een aanmaakblokje aangetroffen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1. en 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Bewezenverklaring van het onder 2. ten laste gelegde feit De rechtbank acht het onder 2. ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 13 augustus 2022, opgenomen op pagina 47 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige] : Op zaterdag 13 augustus 2022 rond 20:45 bevond ik mij op de Beakendyk te Siegerswoude. Ik zag een groene tractor met aanhanger rijden. Ik zag dat deze aanhanger beladen was met hooi en sprokkelhout. Ik heb toen ongeveer 30 seconden tot 1 minuut de tractor niet gezien. Ik zag dat de tractor net ter hoogte van de [adres] reed. Ik zag dat de tractor niet meer beladen was. Ik zag dat het hooi en het sprokkelhout er niet meer in lag. In die 1 minuut dat ik de tractor niet had gezien, heeft de tractor zich dus ontdaan van zijn lading. Dat moet dan onderweg op de Beakendyk gebeurd zijn. Ik zag dat een jonge jongen de tractor bestuurde. Ik zag dat de bestuurder tussen de tractor en een grijze Ford Ranger stond. Ik zag dat bij het bos ter hoogte van [perceel] hooi en sprokkelhout lag. Ik heb een foto gestuurd van de jongen die tussen de tractor en de grijze pickup van het merk Ford Ranger stond. Ik herken deze jongen als de bestuurder van de tractor. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 augustus 2022, opgenomen op pagina 278 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte] : V: Van welk voertuigen maak jij gebruik? A: De auto die je in beslag genomen hebt. Een Ford Ranger. O: Wij tonen jou nu een foto van gisteravond. V: Kun je vertellen wat je ziet? A: Ja, mijn auto. V: Wie is dit op de foto? A: Dat is mijn zoon. Nadere bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen vast dat het afval moet zijn gedumpt door de bestuurder van de tractor. Dit gelet op het korte tijdsbestek waarin de getuige de tractor met het hooi en het sprokkelhout uit het oog verloor en de tractor vervolgens weer zag nabij de [adres] zonder lading. De getuige heeft naderhand gezien dat het hooi en het sprokkelhout bij het bos ter hoogte van [perceel] lag. De rechtbank stelt daarnaast vast dat verdachte de bestuurder van de tractor is geweest. De getuige heeft een foto van de bestuurder van de tractor gemaakt, toen deze tussen de tractor en een grijze Ford Ranger stond. De medeverdachte heeft op deze foto de Ford Ranger herkend als zijnde zijn auto en de persoon op de foto als zijnde zijn zoon, oftewel verdachte. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat het verdachte is geweest die het afval heeft gedumpt. De rechtbank acht het ten laste gelegde medeplegen echter niet bewezen, nu daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Bewezenverklaring De rechtbank acht de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: 1. hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude nabij perceel [adres] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en sprokkelhout, ten gevolge waarvan dat hooi en sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is verbrand en brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor een aldaar gelegen bosperceel te duchten was. 2. hij op 13 augustus 2022, te Siegerswoude aan de Beakendyk, opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten hooi en sprokkelhout, heeft ontdaan door deze buiten een inrichting te storten. 3. hij in de nacht van 13 op 14 augustus 2022, te Siegerswoude in de berm van de bocht Beakendyk/Boskwei, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met hooi en sprokkelhout, ten gevolge waarvan dat hooi en sprokkelhout geheel of gedeeltelijk is verbrand en brand is ontstaan en daarvan gemeen gevaar voor de berm aldaar te duchten was. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: 1. medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. 2. overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. 3. medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.
Volledig
Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat indien een bewezenverklaring volgt, toepassing dient te worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit gelet op het tijdsverloop en de jeugdige leeftijd van verdachte. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw in het geval van strafoplegging verzocht om een werkstraf van beperkte duur op te leggen. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw Ernst van de feiten De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich op de avond van 13 augustus 2022 schuldig gemaakt aan het dumpen van hooi en sprokkelhout in de berm, met als doel om dit later op de avond aan te steken. In de nacht van 13 op 14 augustus 2022 heeft verdachte samen met zijn vader het gedumpte afval in de brand gestoken en hebben zij op een andere plek daar dichtbij ook brandgesticht. Als gevolg daarvan is er brand ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De rechtbank heeft de indruk dat de brandstichtingen verband houden met de boerenprotesten. In de zomer van 2022 vonden er namelijk door heel Nederland boerenprotesten plaats naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet. Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte meerdere fotos en videos aangetroffen van boerenprotesten. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op deze wijze heeft bijgedragen aan de boerenprotesten en de onrust die daarmee gepaard is gegaan. De gevolgen van de branden zijn relatief beperkt gebleven, mede door het snelle en adequate optreden van de brandweer. Dit had echter zo maar anders kunnen zijn, aangezien de natuur destijds erg droog was en zich vlakbij een van de brandlocaties een woning met een rieten dak bevond. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van de mogelijke gevolgen van de branden. Persoon van verdachte Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft de strafbare feiten gepleegd toen hij 14 jaar oud was. Uit de justitiële documentatie van 23 juli 2024 blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank heeft daarnaast gelet op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 17 september 2024. Uit het rapport blijkt dat het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De Raad omschrijft verdachte als een teruggetrokken jongen die met zijn ziel en zaligheid in en om de boerderij van zijn ouders werkt en die daaromheen weinig zoekt of nodig heeft om gelukkig te worden. De omgeving waarin verdachte opgroeit en de school waar hij naar toe gaat, lijken passend te zijn bij zijn behoeftes. Deze omgeving zorgt er daarentegen voor dat verdachte weinig invloeden van buitenaf krijgt. Daardoor bestaat er een kans dat verdachte het gedrag van zijn ouders overneemt of daarin meegaat, ook indien dat gedrag ongewenst is. Volgens de Raad is het dan ook aannemelijk dat de vader van verdachte, die tevens medeverdachte in de strafzaak is, een leidende rol heeft gehad bij het delictgedrag en dat verdachte zich hieraan wellicht niet heeft kunnen dan wel willen onttrekken. De Raad adviseert bij veroordeling oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf. Volgens de Raad is een (voorwaardelijke) jeugddetentie niet passend, gelet op de omstandigheden dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, zijn leefomstandigheden overwegend positief zijn en hij thuis begrepen en gehoord lijkt te worden. Ter zitting heeft de Raad het advies bevestigd en nader toegelicht. De Raad heeft naar voren gebracht dat het leven van verdachte goed is ingericht en past bij wat hij nodig heeft. Voor verdachte is het belangrijk dat hij duidelijkheid krijgt en dat er een einde aan de strafzaak komt. Indien de verdenkingen kloppen, bestaat het beeld dat verdachte sterk is beïnvloed door zijn vader. Op te leggen straf De rechtbank zal in afwijking van het pleidooi van de raadsvrouw geen toepassing geven aan artikel 9a Sr. De rechtbank onderkent dat in het jeugdstrafrecht pedagogische beïnvloeding voorop staat en dat vanuit dat oogpunt afstraffing niet te lang na het begaan van de strafbare feiten dient plaats te vinden. Dat betekent echter niet dat in het jeugdstrafrecht in het geheel geen plaats is voor vergelding, ook niet als de behandeling ter zitting lang op zich heeft laten wachten. Naar het oordeel van de rechtbank zou toepassing van artikel 9a Sr in het onderhavige geval geen recht doen aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, passend en geboden is. Met voornoemde strafmodaliteit zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan is geëist door de officier van justitie. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank in strafmatigende zin rekening gehouden met de volgende omstandigheden. De rechtbank heeft allereerst gelet op het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de behandeling ter zitting. In artikel 6, eerste lid, van het EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke te worden berecht. In jeugdzaken bedraagt die termijn zestien maanden en in dit geval is die termijn overschreden. Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van de redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat zij een feit minder bewezen acht dan de officier van justitie. Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op de jeugdige leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat verdachte zich ten tijde van het begaan van de strafbare feiten in een afhankelijkheidsrelatie bevond ten opzichte van zijn vader en waarschijnlijk door hem is beïnvloed. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op: de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg en 57 van het Wetboek van Strafrecht; de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten; artikel 10.2 van de Wet milieubeheer. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: Een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren. Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. H. Brouwer en mr. S.T. Kooistra, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 oktober 2024 Mr. H. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. 1 vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315.
Volledig
Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat indien een bewezenverklaring volgt, toepassing dient te worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit gelet op het tijdsverloop en de jeugdige leeftijd van verdachte. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw in het geval van strafoplegging verzocht om een werkstraf van beperkte duur op te leggen. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw Ernst van de feiten De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich op de avond van 13 augustus 2022 schuldig gemaakt aan het dumpen van hooi en sprokkelhout in de berm, met als doel om dit later op de avond aan te steken. In de nacht van 13 op 14 augustus 2022 heeft verdachte samen met zijn vader het gedumpte afval in de brand gestoken en hebben zij op een andere plek daar dichtbij ook brandgesticht. Als gevolg daarvan is er brand ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De rechtbank heeft de indruk dat de brandstichtingen verband houden met de boerenprotesten. In de zomer van 2022 vonden er namelijk door heel Nederland boerenprotesten plaats naar aanleiding van de stikstofplannen van het kabinet. Daarnaast zijn in de telefoon van verdachte meerdere fotos en videos aangetroffen van boerenprotesten. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op deze wijze heeft bijgedragen aan de boerenprotesten en de onrust die daarmee gepaard is gegaan. De gevolgen van de branden zijn relatief beperkt gebleven, mede door het snelle en adequate optreden van de brandweer. Dit had echter zo maar anders kunnen zijn, aangezien de natuur destijds erg droog was en zich vlakbij een van de brandlocaties een woning met een rieten dak bevond. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van de mogelijke gevolgen van de branden. Persoon van verdachte Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft de strafbare feiten gepleegd toen hij 14 jaar oud was. Uit de justitiële documentatie van 23 juli 2024 blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank heeft daarnaast gelet op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 17 september 2024. Uit het rapport blijkt dat het risico op recidive wordt ingeschat als laag. De Raad omschrijft verdachte als een teruggetrokken jongen die met zijn ziel en zaligheid in en om de boerderij van zijn ouders werkt en die daaromheen weinig zoekt of nodig heeft om gelukkig te worden. De omgeving waarin verdachte opgroeit en de school waar hij naar toe gaat, lijken passend te zijn bij zijn behoeftes. Deze omgeving zorgt er daarentegen voor dat verdachte weinig invloeden van buitenaf krijgt. Daardoor bestaat er een kans dat verdachte het gedrag van zijn ouders overneemt of daarin meegaat, ook indien dat gedrag ongewenst is. Volgens de Raad is het dan ook aannemelijk dat de vader van verdachte, die tevens medeverdachte in de strafzaak is, een leidende rol heeft gehad bij het delictgedrag en dat verdachte zich hieraan wellicht niet heeft kunnen dan wel willen onttrekken. De Raad adviseert bij veroordeling oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf. Volgens de Raad is een (voorwaardelijke) jeugddetentie niet passend, gelet op de omstandigheden dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, zijn leefomstandigheden overwegend positief zijn en hij thuis begrepen en gehoord lijkt te worden. Ter zitting heeft de Raad het advies bevestigd en nader toegelicht. De Raad heeft naar voren gebracht dat het leven van verdachte goed is ingericht en past bij wat hij nodig heeft. Voor verdachte is het belangrijk dat hij duidelijkheid krijgt en dat er een einde aan de strafzaak komt. Indien de verdenkingen kloppen, bestaat het beeld dat verdachte sterk is beïnvloed door zijn vader. Op te leggen straf De rechtbank zal in afwijking van het pleidooi van de raadsvrouw geen toepassing geven aan artikel 9a Sr. De rechtbank onderkent dat in het jeugdstrafrecht pedagogische beïnvloeding voorop staat en dat vanuit dat oogpunt afstraffing niet te lang na het begaan van de strafbare feiten dient plaats te vinden. Dat betekent echter niet dat in het jeugdstrafrecht in het geheel geen plaats is voor vergelding, ook niet als de behandeling ter zitting lang op zich heeft laten wachten. Naar het oordeel van de rechtbank zou toepassing van artikel 9a Sr in het onderhavige geval geen recht doen aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 40 uren, met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest, passend en geboden is. Met voornoemde strafmodaliteit zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan is geëist door de officier van justitie. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank in strafmatigende zin rekening gehouden met de volgende omstandigheden. De rechtbank heeft allereerst gelet op het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de behandeling ter zitting. In artikel 6, eerste lid, van het EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke te worden berecht. In jeugdzaken bedraagt die termijn zestien maanden en in dit geval is die termijn overschreden. Naar vaste rechtspraak moet overschrijding van de redelijke termijn in beginsel tot strafvermindering leiden. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat zij een feit minder bewezen acht dan de officier van justitie. Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op de jeugdige leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat verdachte zich ten tijde van het begaan van de strafbare feiten in een afhankelijkheidsrelatie bevond ten opzichte van zijn vader en waarschijnlijk door hem is beïnvloed. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op: de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg en 57 van het Wetboek van Strafrecht; de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten; artikel 10.2 van de Wet milieubeheer. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 4. is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: Een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren. Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast. Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Maring, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. H. Brouwer en mr. S.T. Kooistra, rechters, bijgestaan door mr. M.A. Toussaint, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 oktober 2024 Mr. H. Brouwer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. 1 vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315.