Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-10-23
ECLI:NL:RBNNE:2024:5394
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,788 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Vonnis van 23 oktober 2024
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/17/176505 / HA ZA 20-276 van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FARM OIRSCHOT B.V.,
gevestigd te Oirschot,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 2 c.s.]
,
gevestigd te Oirschot,
eiseressen,
advocaat mr. E.J. Eijsberg te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FRISIAN MOTORS B.V.,
gevestigd te Bakkeveen,
gedaagde,
advocaat mr. C. Banis te Rotterdam,
en de met voornoemde zaak gevoegde zaak met zaaknummer / rolnummer C/17/175974 /HA ZA 20-251 van
de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. E.H. Verweij te Apeldoorn,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FRISIAN MOTORS B.V.,
gevestigd te Bakkeveen,
gedaagde,
advocaat mr. C. Banis te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Farm Oirschot, [eiser 2 c.s.] (gezamenlijk [eiser sub 2 c.s.] , mannelijk enkelvoud), Achmea en Frisian Motors worden genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het deskundigenrapport van 27 maart 2024
de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van [eiser sub 2 c.s.]
de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van Frisian Motors.
1.2.
Ten slotte is wederom vonnis bepaald.
Procesverloop
2.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het deskundigenbericht van 27 maart 2024
de conclusie na deskundigenbericht van de zijde van Achmea
de conclusie na deskundigenbericht van Frisian Motors.
2.2.
Ten slotte is wederom vonnis bepaald.
3De verdere beoordeling van het geschil
in de zaken 20-276 en 20-251
3.1.
Bij tussenvonnis van 13 september 2023 is de heer E.R.G. Hoedemaekers, werkzaam bij TNO Traffic & Transport, tot deskundige benoemd. De deskundige heeft in zijn rapport van 27 maart 2024 onder meer het volgende vermeld:
[…]
2. Beantwoording vragen
2.1.
Vraag 1
"Wat is de oorzaak geweest van de brand in transporter 3 op 4 augustus 2018?"
[…]
Eigen beschouwing
[…]
* Op de eerste zichtbare beelden is reeds rookontwikkeling waarneembaar, waaruit wordt geconcludeerd dat de oorzaak van de brand reeds heeft plaatsgevonden en die daarmee niet zichtbaar is op de camerabeelden.
[…]
Antwoord op de vraag
Naar ons inzicht kan niet met zekerheid worden vastgesteld waarin de oorzaak van de brand in transporter 3 is gelegen.
[…]
2.2
Vraag 2
"Indien de brandoorzaak is gelegen in de accu van transporter 3 of de daarop in de nacht van 4 augustus 2018 aangesloten acculader, kunt u aangeven of de samenstelling, montage en wijze van plaatsing van de accu en/of acculader voldeden aan de in juni 2018 daarvoor gestelde eisen?"
[…]
Zoals aangegeven worden er geen specifieke eisen aan de montage van een batterij in dergelijke voertuigen gesteld […]. Dit houdt in dat er bij een keuring (al dan niet een typegoedkeuring of een individuele voertuigkeuring) moet worden vastgesteld dat het voertuig (in dit geval transporter 3) algeheel deugdelijk en veilig is. Hoe daar tijdens een keuring over zou worden geoordeeld kan door ons niet achteraf worden vastgesteld. Enerzijds doordat het voertuig (transporter 3) niet meer intact is en anderzijds omdat dit oordeel deels subjectief is door het gebrek aan specifieke eisen op dit vlak.
Er kan in principe een veilig systeem gemaakt worden met een aantal (bijv. 4) loss Li-ion batterijen die zonder communicatie aan elkaar en aan een lader worden gekoppeld. Bij de beantwoording van vraag 4 wordt hier verder op in gegaan.
Antwoord op de vraag
De deskundige kan niet oordelen of de samenstelling, montage en wijze van plaatsing van de accu en/of acculader voldeden aan de in juni 2018 daarvoor gestelde eisen.
2.3.
Vraag 3
"Indien u de oorzaak van de brand niet vast kunt stellen, kunt u dan aangeven wat volgens u de meest voor de hand liggende brandoorzaak is en waarin die oorzaak moet zijn gelegen?"
[…]
Eigen beschouwing
Batterijen kunnen door verschillende oorzaken ontbranden, variërende van interne tot externe oorzaken. Mogelijke brandoorzaken worden hieronder opgesomd en voorzien van beargumentering waarom deze voor dit specifieke geval wel of niet van toepassing zijn:
1. Extern elektrisch (bijv. overladen, externe kortsluiting, etc.)
* In dit geval zou door toedoen van andere componenten in en om de batterij (bijv. een rittenregistratie systeem, acculader, radio, etc.) een elektrische fout worden geïnduceerd. Dit kan d.m.v. overladen of extreme ontlading (in het extreemste geval een kortsluiting).
* Het UN38.3 test rapport (Bijlage 4; productie 10) geeft zowel voor de overlaadtest (T7) als de externe kortsluittest (T5) aan dat alle 4 de samples (2 nieuwe volgeladen batterijen en 2 volgeladen batterijen die 25 cycli oud zijn) beide tests hebben doorstaan zonder uit elkaar te vallen, open te scheuren of in brand te vliegen, Hieruit concluderen we dat deze batterijen bestand zijn en/of beveiligd zijn tegen overladen en externe kortsluiting. Dit impliceert dat het Batterij Management Systeem (BSM) de mogelijkheid heeft om de batterijen af te schakelen (los kan koppelen van de aansluitklemmen aan de buitenzijde) in het geval van calamiteiten.
* We concluderen hieruit dat een dergelijke elektrische fout (externe) kortsluiting, overladen door de lader, etc. enkel tot een brand zou leiden bij een meervoudig foutscenario (ook een intern BMS defect).
* Het (al dan niet deugdelijk) aansluiten van elektrische verbruikers op een dergelijk voertuig door de klant is te voorzien. Het niet deugdelijk aansluiten van een kleine elektrische verbruiker zoals een ritregistratiesysteem zou naar het oordeel van TNO niet mogen leiden tot een dergelijke brand (zoals is ontstaan in transporter 3).
2. Extern mechanisch (bijv. crash, impact, etc.)
* Er is geen reden aan te nemen dat er enige vorm van significante mechanische impact is geweest op dit voertuig, de accu en/of de lader in de uren voor de brand, dit is één van de uitgangspunten.
3. Extern thermisch (bijv. brand of andere hittebron)
* Naar ons inzicht zou een batterij niet zomaar (mogen) ontbranden door een relatief kleine hittebron in zijn directe omgeving. Om wel tot ontbranding te komen is een significante hittebron nodig die naar ons oordeel zichtbaar zou zijn geweest op de camerabeelden voor de daadwerkelijke batterijbrand. Dit is niet het geval, waardoor we deze mogelijke oorzaak uitsluiten.
4. Intern (bijv. cel defect, interne kortsluiting in of tussen cellen, BMS defect, etc.)
* Er zijn diverse interne defecten in een batterij mogelijk die tot een brand zouden kunnen leiden. Dit kan variëren van een defect in één van de cellen tot een defect in het BMS (die o.a. via de uitleg onder item 1 mogelijk tot brand kan leiden).
* Een mogelijk scenario zou zijn dat een deel van de cellen in een van de batterijen niet juist gebalanceerd was (bijv. door een probleem in de spanningsmeting van de cellen), dit kan tijdens het laadproces tot het overladen van enkele cellen leiden, wat weer tot brand zou kunnen leiden. In dit geval zou dezelfde fout (meetfout van een cel spanning) die aan de grondslag ligt van de onbalans er ook voor kunnen zorgen dat het BMS geen overlading (te hoge cel spanning tijdens het laden) detecteert en daardoor het laadproces niet (tijdig) onderbreekt terwijl dit wel zou moeten.
* Niet kan worden uitgesloten dat de oorzaak van de brand door een intern defect in één van de batterijen is ontstaan.
Antwoord op de vraag
Gezien bovenstaande redenering concludeert de deskundige dat de meest voor de hand liggende oorzaak een interne fout in één van de batterijen zou zijn, dit omdat de andere mogelijkheid (een externe elektrische fout) een meervoudige fout zou moeten zijn om tot een brand te leiden.
2.4.
Vraag 4
"Welke andere feiten en/of omstandigheden, gebleken uit uw onderzoek, zijn naar uw oordeel verder van belang voor de door de rechtbank te nemen beslissing?"
[…]
Eigen beschouwing
[…]
Noch het toepassen het zogenaamde Tichelmann-systeem, noch het toepassen van een balanceerapparaat is noodzakelijk voor de veiligheid van het laadproces.
[…]
Hiermee concluderen we dat de batterijen niet zijn overladen door een conceptfout in het ontwerp (bijv. niet toepassen van het Tichelmann-systeem, niet toepassen van een balanceerapparaat, niet toepassen van communicatie met de lader). Een overlading zou nog steeds een oorzaak van de brand kunnen zijn geweest, maar dan getriggerd door een ander defect (bijv.
Dictum
De rechtbank
in de zaak 20-276
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van 20 november 2024 voor akte aan de zijde van Farm Oirschot zoals hiervoor onder 3.6 bedoeld;
4.2.
houdt voor het overige iedere beslissing aan;
in de zaak 20-251
4.3.
wijst de vordering af;
4.4.
veroordeelt Achmea in de kosten van het geding, aan de zijde van Frisian Motors vastgesteld op € 18.317,00, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Achmea niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.5.
veroordeelt Achmea tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.6.
verklaart de veroordelingen onder 4.4. en 4.5. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma, mr. T.P. Hoekstra en mr. P. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024.
Procesverloop
intern BMS defect).
[…]
Antwoord op de vraag
We concluderen dat het batterijconcept waarmee de voertuigen gebouwd zijn weliswaar technisch veilig zou kunnen zijn, maar er toch een brand is ontstaan in één van deze voertuigen. Als we hypothetisch uitgaan van de meest voordehand liggende oorzaak (overladen als gevolg van een intern BMS defect) dan kunnen we niet anders dan concluderen dan dat hieraan hoogstwaarschijnlijk een defect in de batterij, en dus in het voertuig, ten grondslag ligt.
[…]
In het hypothetische geval dat er geen interne beveiliging tegen overladen in de batterijpakketten zou zitten dan zouden we oordelen dat de meest voordehand liggende oorzaak een gebrek in het ontwerp van het voertuig zou zijn. In dit geval zou bijv. een defect in de lader (standaard meegeleverd) bij de voertuigen als onderdeel van het gehele systeem) ook de oorzaak van het overladen kunnen zijn.
Beide scenario's vinden hun grondslag in het voertuig en/of het daarbij geleverde laadsysteem.
[…]
Naar aanleiding van een opmerking van de advocaat van Frisian Motors op het concept-rapport van de deskundige, namelijk dat de omvormer van het rittenregistratiesysteem meer dan voldoende energie heeft voor het ontstaan van een brand, heeft de deskundige als volgt gereageerd:
[…]
Wij oordelen niet dat het rittenregistratiesysteem te klein is om een brand te doen ontstaan, maar wel dat het batterijsysteem robuust zou moeten zijn voor kortsluiting van een externe gebruiker. Ook het BMS zou de batterij moeten afschakelen bij een intern defect. Naar oordeel van TNO zou een relatief klein defect niet moeten leiden tot een dergelijke felle batterijbrand. Of dit nu direct gebeurt of indirect (bijv. via het defect raken van een interne voertuigcomponent als het BMS) is niet relevant.
[…]
3.2.
Uit de conclusies na deskundigenbericht volgt dat alle partijen zich kunnen vinden in het rapport van de deskundige, zij het dat zij daaraan andere consequenties verbinden. De rechtbank zal de bevindingen en de conclusies van de deskundige dan ook overnemen en tot de hare maken.
3.3.
Uit het deskundigenbericht volgt dat er geen specifieke eisen aan de montage van een batterij in een voertuig zoals de transporter 3 worden gesteld. Er kan volgens de deskundige in principe een veilig systeem worden gemaakt met een aantal (bijv. 4) losse Li-ion batterijen die zonder communicatie aan elkaar en aan een lader worden gekoppeld. Voor de veiligheid van het laadproces was het volgens de deskundige niet noodzakelijk dat het Tichelmann-systeem werd toegepast en ook het toepassen van een balanceerapparaat was volgens de deskundige niet noodzakelijk. De deskundige concludeert dat de batterijen niet zijn overladen door een conceptfout in het ontwerp, bijvoorbeeld door het niet toepassen van het Tichelmann-systeem, het niet toepassen van een balanceerapparaat en/of het niet toepassen van communicatie met de lader.
3.4.
De deskundige heeft desgevraagd medegedeeld dat hij niet met zekerheid kan vaststellen waarin de oorzaak van de brand in transporter 3 is gelegen omdat het ontstaan van de brand niet zichtbaar is op de camerabeelden. De meest voor de hand liggende oorzaak van de brand in transporter 3 is volgens de deskundige een interne fout in één van de batterijen. De deskundige heeft ter onderbouwing hiervan een uiteenzetting gegeven van alle mogelijke oorzaken, namelijk extern elektrisch, extern mechanisch, extern thermisch en intern. Hij heeft vervolgens gemotiveerd uiteengezet om welke redenen andere oorzaken dan een interne volgens hem niet aan de orde zijn. Hieruit volgt tevens dat de door Frisian Motors gestelde oorzaak, te weten dat de oorzaak is gelegen in het in transporter 3 (door een derde) ingebouwde rittenregistratiesysteem, volgens de deskundige niet aan de orde is. Uit het deskundigenbericht volgt immers dat een dergelijke externe elektrische fout enkel tot een brand zou kunnen leiden bij een meervoudig foutscenario, namelijk in het geval er tevens sprake is van een intern defect; het batterijsysteem zou robuust moeten zijn voor kortsluiting van een externe gebruiker.
3.5.
De rechtbank gaat er gelet op het voorgaande vanuit dat de brand is ontstaan als gevolg van een intern gebrek, namelijk een interne fout in één van de batterijen. Daarbij wordt opgemerkt dat de deskundige één en ander niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen maar dat een (civiele) bewezenverklaring ook geen 100%-zekerheid vereist.
voorts in de zaak 20-276
3.6.
Naar het oordeel van de rechtbank is Frisian Motors toerekenbaar tekort geschoten in haar verplichtingen jegens Farm Oirschot door een transporter (transporter 3) te leveren die was behept met een intern gebrek. Transporter 3 was gelet op dit interne gebrek niet deugdelijk/veilig. Dit interne gebrek komt naar het oordeel van de rechtbank op grond van artikel 6:75 BW volgens verkeersopvattingen voor rekening van Frisian Motors als professioneel handelende verkoper van een industrieel vervaardigde zaak. Frisian Motors is dan ook aansprakelijk voor de door Farm Oirschot geleden schade. Zoals ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen, zal de rechtbank Farm Oirschot in de gelegenheid stellen om zich bij akte nader uit te laten over de hoogte van de door haar geleden schade. Frisian Motors zal vervolgens bij antwoordakte kunnen reageren.
3.7.
[eiser sub 2 c.s.] baseert haar vordering jegens Frisian Motors (uitsluitend) op onrechtmatig handelen door laatstgenoemde. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de onderhavige brand niet is ontstaan door onzorgvuldig handelen door Frisian Motors, zoals door [eiser sub 2 c.s.] was gesteld, maar dat sprake was van een interne fout in één van de (niet door Frisian Motors geproduceerde) batterijen. De vordering van [eiser sub 2 c.s.] zal dan ook in een later stadium van het geding - tegelijk met het eindvonnis tussen Farm Oirschot en Frisian Motors - worden afgewezen.
voorts in de zaak 20-251
3.8.
Evenals [eiser sub 2 c.s.] baseert Achmea haar vordering jegens Frisian Motors (uitsluitend) op onrechtmatig handelen door laatstgenoemde. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 3.7 is overwogen, zal ook de vordering van Achmea worden afgewezen. Hieraan wordt nog het volgende toegevoegd. Achmea heeft bij conclusie na deskundigenbericht betoogd dat Frisian Motors aansprakelijk is omdat de samenstelling, montage en wijze van plaatsing van de Li-ion batterijen niet aantoonbaar aan de destijds daarvoor geldende eisen voldeed en in voldoende mate vast staat dat de brand is veroorzaakt in deze Li-ion batterijen die Frisian Motors in transporter 3 heeft geïnstalleerd. Voor zover Achmea zich daarbij op de zogenoemde omkeringsregeling heeft beroepen, zal dit beroep worden verworpen. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 3.3. is overwogen, overweegt de rechtbank daartoe dat er geen specifieke norm aanwezig was en dus evenmin een specifieke norm die strekt ter voorkoming van brandgevaar. Bij gebreke van de toepassing van de zogenoemde omkeringsregel, ligt het conform de regels van artikel 150 Rv op de weg van Achmea om te stellen en te bewijzen dat Frisian Motors destijds onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de brand daardoor is ontstaan. Eén en ander volgt echter niet uit het deskundigenbericht.
3.9.
Achmea zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.