Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-10-09
ECLI:NL:RBNNE:2024:5350
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,148 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 23/3499
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. N. Hollander),
en
Instituut Mijnbouwschade Groningen, IMG
(gemachtigden: mr. L. Wenniger en mr. L. Sijbrandij-Leijten).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de aan haar toegekende tegemoetkoming voor waardedaling van de woning van eiseres.
1.1.
Het IMG heeft eiseres met het besluit van 14 maart 2023 een tegemoetkoming toegekend. Met het bestreden besluit van 17 juli 2023 op het bezwaar van eiseres is het IMG bij zijn primaire besluit gebleven.
1.2.
Het IMG heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2024 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: eiseres, de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van het IMG.
Feiten
2. Eiseres heeft de woning aan de [adres] in [woonplaats] in 2009 aangekocht voor € 142.500.
2.1.
In 2017 heeft eiseres de woning verkocht voor € 130.000.
2.2.
In 2019 heeft eiseres van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) vanuit de Waarderegeling NAM een vergoeding ontvangen van € 2.600.
2.3.
Op 21 januari 2023 heeft eiseres een aanvraag gedaan bij het IMG voor een tegemoetkoming op de vergoeding voor waardedaling van de NAM.
2.4.
Bij besluit van 14 maart 2023 heeft het IMG een tegemoetkoming toegekend van € 1.158,46, inclusief wettelijke rente. Het IMG heeft hierbij een waardeverminderingspercentage van 2,72133% gehanteerd.
Overwegingen
3. Tussen partijen is in geschil of het IMG, gelet op de door eiseres aangevoerde omstandigheden, diende af te wijken van het door het IMG gevoerde beleid. De rechtbank beoordeelt dit aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
4. Allereerst stelt de rechtbank vast dat de besluitvorming van het IMG betrekking heeft op waardedaling als gevolg van de ligging in het risicogebied en daartoe ook is beperkt. Gestelde waardedaling als gevolg van fysieke schade is niet in deze besluitvorming meegenomen. Hetgeen eiseres in dit verband heeft aangevoerd kan dan ook niet leiden tot een gegrondverklaring van het beroep.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is, maar dat de rechtsgevolgen in stand moeten blijven. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat – samengevat weergegeven – de aankoopwaarde van de woning het uitgangspunt dient te zijn bij de berekening van haar waardedalingsvergoeding, in plaats van de door het IMG gehanteerde verkoopwaarde van € 130.000. Eiseres heeft hiertoe in het beroepschrift en ter zitting het volgende aangevoerd. Na de aankoop van de woning in 2009 heeft eiseres investeringen ter verbetering van de woning gedaan ter waarde van € 20.000. Op een zeker moment zag zij zich echter genoodzaakt de woning te verkopen, omwille van de toekomst van haar zoon met autisme. Het heeft lang geduurd voordat eiseres de woning heeft kunnen verkopen. Uiteindelijk is de woning verkocht voor € 130.000. In [plaats], waar zij naartoe wilde verhuizen, waren de woningprijzen echter zodanig gestegen dat zij daar geen woning kon kopen. Daarom huurt eiseres nu een woning, met hogere maandlasten tot gevolg. Daarnaast kan zij haar werkzaamheden als glazenier niet meer uitvoeren, omdat zij nu geen atelier aan huis meer heeft. Volgens eiseres bedraagt haar schade als gevolg van waardedaling door mijnbouwschade het verschil tussen de aankoop- en de verkoopwaarde van de woning (€ 142.000 min €130.000 = € 12.500), vermeerderd met de investering (€ 20.000) die zij heeft gedaan. Dit komt neer op een bedrag van minimaal € 32.500.
6.1.
Eiseres stelt dat het IMG niet op bovengenoemde punten is ingegaan in het bestreden besluit. Eiseres betoogt dat het bestreden besluit is voorzien van een standaardmotivering en mede daardoor niet deugdelijk is gemotiveerd. Omdat duidelijk is wat het verlies van eiseres is, moet de waardedaling concreet berekend worden in plaats van abstract. Eiseres stelt zich dan ook op het standpunt dat het IMG de methode van Atlas voor gemeenten (methode van Atlas) ten onrechte heeft gehanteerd. De toepassing van deze methode leidt tot een onevenredige, want onjuiste, uitkomst.
Concrete of abstracte berekening
7. Artikel 3.4, eerste lid, van de Procedure en Werkwijze van het IMG bepaalt dat het IMG de waardedaling vaststelt aan de hand van een vergelijking van de waarde van de woning op de peildatum van 1 januari 2019 met de waarde die de woning zou hebben gehad zonder het effect van bodembeweging door mijnbouwactiviteiten op de peildatum. Het IMG hanteert daarbij in beginsel de WOZ-waarde op 1 januari 2019 als de waarde van de woning met het effect van bodembeweging. Het tweede lid van artikel 3.4 van de Procedure en Werkwijze van het IMG bepaalt dat het IMG, in afwijking van dit uitgangspunt, de verkoopprijs van een woning hanteert als berekeningswaarde indien de aanvrager de woning voorafgaand aan de waardedalingsaanvraag heeft verkocht.
7.1.
Vervolgens volgt uit artikel 3.4, vijfde lid, van de Procedure en werkwijze van het IMG, dat de waardedaling op abstracte wijze volgens de methode van Atlas wordt vastgesteld. Deze regeling wordt gekwalificeerd als beleid in de zin van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Waardedaling wordt berekend per zespositiepostcodegebied, enerzijds voor het imago-effect en anderzijds voor bevingen zwaarder dan 2,9 mm/s. In de uitspraak van 1 november 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4668, heeft deze rechtbank de keuzes die ten grondslag liggen aan de methode van Atlas, voldoende ruimhartig, redelijk en aanvaardbaar geacht.
7.2.
De rechtbank stelt voorop dat de op deze zaak betrekking hebbende regeling van het IMG een tegemoetkoming betreft, niet een daadwerkelijke schadevergoeding. In deze regeling wordt de schade op abstracte wijze, met behulp van de methode van Atlas, berekend. Deze methode is goedgekeurd door de rechtbank, zie overweging 7.1. De rechtbank ziet dan ook niet dat toepassing van deze regeling op zich leidt tot strijdigheid met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals door eiseres is aangevoerd. Deze beroepsgrond slaagt niet.
7.3.
Voorts stelt de rechtbank vast dat tussen partijen niet in geschil is dat -ervan uitgaande dat de IMG-berekeningsmethodiek toegepast moet worden op een wijze als in dit geval is gedaan- de berekening van het IMG op zich juist is. De vraag is met name of er redenen zijn om af te wijken van de berekeningsmethodiek op grond van de door eiseres genoemde gronden.
7.4.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat de waardedaling in haar geval concreet kan, en moet, worden berekend, omdat door de verkoop van de woning de schadecomponenten vaststaan. Volgens eiseres kan een vergelijking worden gemaakt tussen de ontvangen koopsom (€ 130.000) en de waarde van de woning in de situatie dat geen sprake is van aardbevingsproblematiek, volgens eiseres € 162.500. Dit laatste bedrag bestaat uit hetgeen eiseres in de woning heeft geïnvesteerd, te weten: € 142.5000 (aankoop) plus € 20.000 (verbetering). Dit lijkt eiseres de meest voor de hand liggende methode om de schade te berekenen.
7.5.
Indien -veronderstellenderwijs- al aangenomen zou worden dat de IMG-regeling de mogelijkheid biedt om de schade concreet te berekenen, dan nog kan in dit geval de berekening van eiseres niet gevolgd worden. Eiseres gaat namelijk uit van een onjuist uitgangspunt in haar berekening. In de vermogensvergelijking gaat het om de marktwaarde van de woning zonder aardbevingen en de concrete waarde zoals bij verkoop is gebleken. De waarde van de woning zonder aardbevingen kan niet zonder meer vastgesteld worden op de aankoopprijs plus hetgeen geïnvesteerd is. De woning is in 2009 gekocht en in 2017 verkocht. De aankoopprijs vormt alleen al door dit tijdsverloop geen voldoende zekere indicatie voor de waarde van de woning ten tijde van de verkoop (in de situatie dat geen sprake is van aardbevingen). Hetzelfde geldt voor de gestelde investeringen voor verbetering van de woning. De redenering van eiseres komt erop neer dat kennelijk iedere geïnvesteerde euro zou leiden tot een recht evenredige prijsstijging. Eiseres heeft niet nader onderbouwd waarom dit uitgangspunt juist zou zijn. Samenvattend is de rechtbank van oordeel dat de waarde van de woning in de situatie dat geen sprake is van aardbevingsproblematiek, een onzeker gegeven is. Een woning heeft namelijk altijd een bepaalde marktwaarde die van veel factoren afhankelijk is. Mogelijk had de waarde vastgesteld kunnen worden door een deskundige, maar eiseres heeft een dergelijke deskundige niet ingeschakeld.
7.6.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de woning meer waardedaling heeft ondergaan als gevolg van het aardbevingsrisico dan aan haar is toegekend met toepassing van het beleid van het IMG. De rechtbank neemt daarbij mede in aanmerking, zoals door het IMG terecht naar voren is gebracht, dat de berekening van eiseres niet enkel de effecten van het aardbevingsrisico meeneemt. Dat ook andere factoren van invloed zijn geweest op de waardeontwikkeling van de woning, kan niet worden uitgesloten. Dit in tegenstelling tot de methode van Atlas, die de invloed van aardbevingen op de waardeontwikkeling wel isoleert.
Conclusie
9. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de motiveringsplicht van artikel 7:12 Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand en verwijst hiertoe naar overweging 9.2. Dat betekent dat de tegemoetkoming € 1.158,46 blijft.
9.1.
Omdat het beroep gegrond is moet IMG het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 1.750 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet het IMG deze vergoeding betalen aan de gemachtigde. Verder kent de rechtbank de reiskosten van eiseres ambtshalve toe voor een bedrag van € 58,80.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 17 juli 2023;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- bepaalt dat het IMG het griffierecht van € 184,- aan eiseres moet vergoeden;
- bepaalt dat het IMG de reiskosten van € 58,80 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het IMG tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan de gemachtigde van eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R. Gans, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Huizenga-Bergsma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.