Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-11-28
ECLI:NL:RBNNE:2024:5159
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Mondelinge uitspraak
1,300 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256323958
zaaknummer: 11078343 BU VERZ 24-883
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan ter openbare zitting van
28 november 2024 op het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
[betrokkene]
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V..
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma
als griffier : R. de Hoop
Gemachtigde en betrokkene zijn niet ter zitting verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. R.A. van der Velde.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:
Betrokkene heeft een sanctie van € 159,00 (inclusief administratiekosten) ontvangen voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 9 maart 2023 in de Oude Ebbingestraat te Groningen. Gemachtigde ontkent namens betrokkene de verweten gedraging en stelt dat betrokkene volledig stilstond op het moment dat zij haar mobiele telefoon vasthield. Toen zij haar weg vervolgde op haar fiets, had zij haar mobiele telefoon al niet meer vast. Dat in het zaakoverzicht automatisch het woord “rijden” wordt geplaatst vanwege de manier waarop het invoeren van boetes wordt afgehandeld, betekent volgens gemachtigde verder niet dat dit ook daadwerkelijk het geval was.
In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze waarnam dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon met de rechterhand vasthield. De verbalisant verklaart dat betrokkene haar telefoon tijdens het besturen van een fiets bediende. Betrokkene is staande gehouden en heeft de volgende verklaring afgelegd: “ik stapte net op de fiets”.
Hetgeen door gemachtigde namens betrokkene is aangevoerd biedt naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer dat betrokkene haar telefoon vasthield toen zij volledig stilstond, is daartoe onvoldoende. Hiertoe overweegt de kantonrechter dat onderhavige gedraging door twee verbalisanten is waargenomen en dat een van hen heeft verklaard dat hij bij de staandehouding zag dat het een telefoon betrof die hij herkende als het apparaat dat betrokkene als bestuurder rijdend heeft vastgehouden.
De stelling van gemachtigde dat bij het intoetsen van de gegevens van de overtreding het woord “rijden” automatisch opkomt, betekent nog niet dat het gebruik van dit woord in dit geval fout is geweest. Gemachtigde heeft het bij deze enkele stelling gelaten. Over het verweer van gemachtigde dat de verbalisant bij de staandehouding dient te controleren of het een echte mobiele telefoon betrof, overweegt de kantonrechter tot slot dat geen rechtsregel voorschrijft dat de vaststelling dat een gedraging als deze is verricht, afhangt van het al dan niet noteren van het merk en type van het gebruikte telefoontoestel.
Alles overwegende stelt de kantonrechter op basis van de verklaring van de verbalisant vast dat de gedraging is verricht. In het door gemachtigde namens betrokkene gevoerde verweer zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de sanctie. Deze is terecht opgelegd. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
griffier, kantonrechter,
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: