Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-09-24
ECLI:NL:RBNNE:2024:3720
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,594 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/010057-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 september 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 september 2024. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.T. Pittau, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie
is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 10 januari 2024 te Groningen (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid:
speed (823,38 gram) en/of
xtc (610 pillen) (267,94 gram) en/of
- cocaïne (34,64 gram, 2,80 gram, 1,86 gram, 1,45 gram, 0,16 gram, 6,27 gram, 31,07 gram, 10,68 gram, 99,93 gram) en/of
- MDMA (95,40 gram, 377,62 gram, 9.01 gram, 24,56 gram, 64,58 gram) en/of
-amfetamine en/of methamfetamine (205,55 gram, 99,91 gram, 6,27 gram, 0,33 gram,)en/of
-4-cmc (0,95 gram) en/of
-2c-B (0,33 gram, 1,16 gram, 21,66 gram) en/of
-GHB (8 liter, 1030 ml, 890 ml, 350ml) en/of
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine en/of cocaïne en/of GHB en/of 2c-B en/of 4-cmc, zijnde (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij in of omstreeks 10 januari 2024 te Groningen, en/of (elders) in Nederland, een voorwerp, te weten (in totaal ongeveer) 16.000,- euro, in elk geval enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij (telkens) wist, althans (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden, dat/die geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
3
hij op of omstreeks 10 januari 2024 te Groningen een wapen en/of munitie van categorie III, onder 1 en/of 4 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een pistool, van het merk Ruger, model 22/45, van het kaliber .22 Long Rifle zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of
-een gaspistool, van het merk Rohm, type RG 2s, van het kaliber 6mmm Flobert en/of -een (omgebouwd) alarmpistool (met een (oorspronkelijk) gesloten loop die middels boren en/of
frezen is geopend en geschikt gemaakt voor het verschieten van een gas en/of andere
weerloosmakende stof door een open loop), van het merk Reck, type P10, bouwjaar 1971, van het kaliber 8mm knal met bijbehorende patroon magazijn en/of
- munitie (1 kogelpatroon), merk Geco, type Volmantel, van het kaliber
7,65 mm zijnde een vuurwapen en/of munitie in de vorm van een (gas) en/of (alarm) pistool
voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 10 januari 2024 te Groningen opzettelijk om een feit, als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid speed en/of xtc, en/of andere harddrugs in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen, te weten,
-(meerdere) weegscha(a)l(en) (onder meer van het type Atlanta met batterij) en/of
-een geldbedrag te weten (in totaal ongeveer) 16.000,- en/of
-een sealapparaat en/of
-(meerdere) ponypacks en/of (lege) verpakkingen en/of een (grote) hoeveelheid (lege) capsules (wit/groen)en/of
- ( ( meerdere) (jerrycans) (krat) met (verschillende)vloeistoffen en/of grondstoffen (onder andere voor MDMA, GHB) en/of korrels te weten:
een hoeveelheid: zwavelzuur (220 ml) en/of gamma-butyrlacecton (GBL) (16 liter, 1560 ml) en/of witte korrels Natriumhydroxide (1398, 38 gram)en/of
( meerdere) erlenmeyer(s) en/of (meerdere) platbodemkol(f)(v)(en) en/of
versnijdingsmiddelen te weten: een hoeveelheid caffeïne+lactose (82,91 gram) en/of mannitol (8,56 gram)
voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte wist en/of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;
5
hij op of omstreeks 10 januari 2024 te Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 10,01 kilogram (brutogewicht)hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat de ten laste gelegde 10 liter GHB niet door het NFI is getest, zodat verdachte van dit gedeelte dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de
rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2024;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2024, opgenomen op pagina 151 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2024003852 d.d. 29 maart 2024, inhoudend het relaas van verbalisant;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 januari 2024, opgenomen op pagina 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek wapen d.d. 1 februari 2024, opgenomen op pagina 295 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van onderzoek wapen d.d. 7 februari 2024, opgenomen op pagina 302 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant;
Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.01.11.094 (aanvraag 001), d.d. 11 januari 2024 opgemaakt door ing. C.M.M. Diever-Heezen,op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 114 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend zijn/haar verklaring;
Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.01.11.094 (aanvraag 002), d.d. 11 januari 2024 opgemaakt door ing. C.M.M. Diever-Heezen,op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 118 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend zijn/haar verklaring.
Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank dat zij weliswaar aanwijzingen in het dossier heeft gezien dat verdachte niet enkel harddrugs voorhanden heeft gehad maar ook enkele keren harddrugs heeft verkocht dan wel aan anderen heeft verstrekt. Nu de tenlastelegging, zoals toegelicht door de officier van justitie, vanwege de pleegdatum is toegespitst op het aanwezig hebben van de daar genoemde hoeveelheden harddrugs, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de harddrugs ook heeft verkocht.
De rechtbank zal verdachte voorts vrijspreken van het voorhanden hebben van 8 liter, 1030 ml en 890 ml GHB omdat deze hoeveelheden enkel indicatief zijn getest en daarmee, gelet op het verweer van verdachte, onvoldoende is komen vast te staan dat de hoeveelheden daadwerkelijk GHB bevatten.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat in de tenlastelegging speed en xtc staan beschreven, terwijl speed en xtc niet als zodanig op lijst I van de Opiumwet staan. De werkzame stof in beide producten staat echter wel op lijst I van de Opiumwet. Gelet op het bovenstaande deskundigenrapport (zie bewijsmiddel met nummer 6 en 7) heeft het NFI vastgesteld dat de hoeveelheden speed die bij verdachte zijn aangetroffen amfetamine bevatten en de hoeveelheden xtc MDMA. Nu uit het dossier blijkt dat de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheden speed en xtc positief zijn getest op amfetamine en MDMA ziet de rechtbank de omschrijving van speed en xtc als een kennelijke misslag zal de tenlastelegging op dit punt verbeterd lezen.
Beoordeling
Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en de bewijsmiddelen onder 6 en 7 genoemd, is de verdachte hierdoor niet in zijn belang geschaad.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de feiten 1 tot en met 5 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij op 10 januari 2024 te Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid:
amfetamine (823,38 gram) en
MDMA (610 pillen) (267,94 gram) en
- cocaïne (34,64 gram, 2,80 gram, 1,86 gram, 1,45 gram, 0,16 gram, 6,27 gram, 31,07 gram, 10,68 gram, 99,93 gram) en
- MDMA (95,40 gram, 377,62 gram, 9.01 gram, 24,56 gram, 64,58 gram) en
amfetamine en methamfetamine (205,55 gram, 99,91 gram, 6,27 gram, 0,33 gram,) en
4-cmc (0,95 gram) en
- 2 c-B (0,33 gram, 1,16 gram, 21,66 gram) en
- GHB (350ml)
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en methamfetamine en cocaïne en GHB en 2c-B en 4-cmc, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op 10 januari 2024 te Groningen een voorwerp, te weten in totaal ongeveer 16.000,- euro voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dit geldbedrag geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf;
3
hij op 10 januari 2024 te Groningen een wapen en munitie van categorie III, onder 1 en/of 4 van de Wet wapens en munitie, te weten:
een pistool, van het merk Ruger, model 22/45, van het kaliber .22 Long Rifle zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
een gaspistool, van het merk Rohm, type RG 2s, van het kaliber 6mmm Flobert en
een omgebouwd alarmpistool (met een (oorspronkelijk) gesloten loop die middels boren en/of frezen is geopend en geschikt gemaakt voor het verschieten van een gas en andere weerloosmakende stof door een open loop), van het merk Reck, type P10, bouwjaar 1971, van het kaliber 8mm knal met bijbehorende patroon magazijn en
munitie (1 kogelpatroon), merk Geco, type Volmantel, van het kaliber 7,65 mm zijnde een vuurwapen en munitie in de vorm van een (gas) en/of (alarm)pistool voorhanden heeft gehad;
4
hij op 10 januari 2024 te Groningen opzettelijk om een feit, als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van een hoeveelheid speed en xtc en andere harddrugs, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, voorwerpen, stoffen en gelden, te weten,
meerdere weegschalen, onder meer van het type Atlanta met batterij en
een geldbedrag te weten in totaal ongeveer 16.000,- en
een sealapparaat en
meerdere ponypacks en (lege) verpakkingen en een (grote) hoeveelheid (lege) capsules (wit/groen) en
meerdere jerrycans (krat) met verschillende vloeistoffen en/of grondstoffen (onder andere voor MDMA, GHB) en korrels te weten:
een hoeveelheid: zwavelzuur (220 ml) en gamma-butyrlacecton (GBL) (16 liter, 1560 ml) en witte korrels Natriumhydroxide (1398, 38 gram) en
meerdere erlenmeyers en meerdere platbodemkolven en
versnijdingsmiddelen te weten:
een hoeveelheid caffeïne+lactose (82,91 gram) en mannitol (8,56 gram)
voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;
5
hij op 10 januari 2024 te Groningen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 10,01 kilogram (brutogewicht)hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
witwassen
opzettelijk een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden en te bevorderen, door voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met het feit dat onder feit 5 geen sprake is van henneptoppen maar knipafval. Dat heeft niet dezelfde waarde als gewone hennep. Ook heeft de raadsman verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte de wapens niet onder zich had met kwade intenties, maar vanwege zijn fascinatie voor mechanica. Tenslotte heeft de raadsman gepleit om bij de strafmaat aansluiting te zoeken bij de geldende jurisprudentie.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies d.d. 4 maart 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van veel verschillende soorten harddrugs en softdrugs, wapens en munitie, verscheidende soorten voorbereidingsmiddelen voor de productie van drugs en het witwassen van een geldbedrag. Dit zijn ernstige feiten. Ook al heeft verdachte aangevoerd dat hij de vuurwapens enkel vanwege zijn fascinatie voor mechanica in zijn bezit had, bestaat bij het voorhanden hebben van vuurwapens altijd het risico dat deze wapens daadwerkelijk worden gebruikt met alle gevolgen van dien.
Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt daarnaast in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Het vergroot eveneens het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving. Drugs leiden veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Ook wordt door drugs de volksgezondheid ernstig bedreigd.
Beoordeling
Het is algemeen bekend dat verdovende middelen, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Witwassen vormt daarnaast een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en kan een ontwrichtende werking hebben op de samenleving. De rechtbank ziet de combinatie van de bewezenverklaarde feiten als strafverzwarend, nu daaruit volgt dat verdachte zich op op meerdere fronten heeft begeven in het criminele circuit. Verdachte heeft, door het plegen van al deze feiten, geen oog gehad voor de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen. Zijn financieel gewin was het enige dat telde. Dat rekent de rechtbank hem aan.
Ten aanzien van feit 5 overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank zal de raadsman niet volgen in zijn verweer. Op de fotos in het dossier zijn naar het oordeel van de rechtbank henneptoppen te zien.
Onder die foto staat bovendien dat het gaat om een plastic zak met wiettoppen. Bovendien is het voorhanden hebben van hennepgruis ook strafbaar. De rechtbank zal dit dus niet in strafverlagende zin meewegen bij het bepalen van de straf.
Verdachte heeft daarnaast aangegeven dat hij door manipulaties van een onbekend gebleven derde bewogen is tot het plegen van deze strafbare feiten. Verdachte heeft echter geenszins aannemelijk gemaakt dat er voor hem geen andere uitweg uit de door hem ondervonden problemen was dan deze. Het is verdachtes eigen keuze geweest om zich, uit geldnood, bezig te houden met drugscriminaliteit. Uit het strafblad (de justitiële documentatie) van verdachte blijkt bovendien dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest ter zake van (soortgelijke) Opiumwet-feiten. Desondanks heeft hij zich wederom ingelaten met dezelfde soort strafbare feiten.
Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de grote hoeveelheden, de vele verschillende soorten drugs en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd alleen een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank acht daarom de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, passend en geboden en zal deze straf dan ook opleggen aan verdachte.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Inbeslaggenomen goederen
De rechtbank acht de inbeslaggenomen wapens, munitie en drugs vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu de bewezen verklaarde feiten met betrekking tot deze goederen zijn begaan, terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechtbank acht daarnaast het geldbedrag van 16.000,- en de voorbereidingsmiddelen vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het bewezen verklaarde met behulp hiervan is begaan.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder feit 1, 2, 3, 4, en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen goederen:
- 16.000 EUR
1 STK Weegschaal
1 STK Verpakkingsmateriaal
1 STK Weegapparatuur
3 STK Weegschaal
2 DS USB-stick (memorykaart)
Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen goederen:
1 STK Pistool
1 STK Patroonhouder
69 STK Pil
1 BUS Pepperspray
1 ZAK Cocaïne
1 STK Cocaïne
4 STK Pil
1 STK Verdovende Middelen
6 STK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
6 STK Verdovende Middelen
30 GR Verdovende Middelen
1 ZAK Pil
52 STK Medicijn
1 ZAK Pil
1 ZAK Verdovende Middelen
2 STK Verdovende Middelen
110 GR Medicijn
1 STK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
7 ZAK Verdovende Middelen
2 STK Hennep
1 STK Verdovende Middelen
15 STK Poeder
1 STK Verdovende Middelen
1 ZAK Poeder
1 STK Verdovende Middelen
2 STK Poeder
1 STK Verdovende Middelen
6 STK Pil
1 ZAK Verdovende Middelen
1 STK Poeder
2 STK Verdovende Middelen
2 ZAK Poeder
7 ZAK Poeder
10,1 KG Hennep
1 ZAK Verdovende Middelen
3 ZAK Pil
2 STK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
2 STK Pil
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
2 STK Pil
1 STK Verdovende Middelen
1 STK Pil
3 ZAK Verdovende Middelen
3 POT Pil
1 STK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 STK Amfetamine
1 STK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 FLS Verdovende Middelen
1 BUS Verdovende Middelen
1 BUS Verdovende Middelen
1 BUS Verdovende Middelen
2 FLS Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 STK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen
1 ZAK Verdovende Middelen