Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-09-24
ECLI:NL:RBNNE:2024:3698
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
13,250 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/176312-23
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/252931-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
24september 2024 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 september 2024.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.G.M. Frencken, advocaat te 's-Hertogenbosch. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten.
Tenlastelegging
18/176312-23
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 november 2020 tot en met 23 april 2023 te [plaats] en/of Almelo, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door op verschillende data en/of tijdstip(pen) in voormelde periode:
een of meermalen e-mails en/of brieven toe te sturen (met daarin onder andere intimiderende en/of opdringerige uitspraken en/of teksten zoals onder andere "ik geef haar niet meer terug" en/of "had je baas je maar niet aan mij moeten geven" en/of "ga ik graag naar je op jacht") en/of
een of meermalen telefonisch contact te zoeken en/of
een of meer pakket(ten) inhoudende cadeaus en/of goederen en/of brieven te laten bezorgen bij de Rechtbank Almelo
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
18/252931-24
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Enschede, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Enschede, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door
meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] op de grond is gevallen en/of
tegen het hoofd en/of bovenlichaam en/of hand, althans het lichaam te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of
door met voornoemde [slachtoffer 2] te worstelen.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer 18/176312-23 en het onder parketnummer 18/252931-24 onder 1 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder parketnummer 18/252931-24 onder 2 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
18/176312-23
Verdachte dient te worden vrijgesproken omdat de frequentie van zijn berichten dermate laag lag en de aard en intensiteit daarvan dermate beperkt was dat niet kan worden gesproken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
18/252931-24
Verdachte dient van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken omdat de mobiele telefoon al door een derde was vernield voordat verdachte ermee gooide. Deze derde gooide de telefoon vanaf de begane grond in richting van verdachte die zich op de eerste verdieping bevond. Verdachte kon de telefoon niet vangen waardoor de telefoon op de grond viel en kapot ging. Iets wat reeds vernield is, kan niet nogmaals worden vernield. Verdachte dient ook van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat door het handelen van verdachte pijn of letsel is veroorzaakt.
Oordeel van de rechtbank
18/252931-24 onder 2
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/252931-24 onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op basis van het dossier kan de rechtbank de toedracht van de ten laste gelegde mishandeling niet vaststellen en onduidelijk is gebleven welke rol verdachte hierin zou hebben gehad. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte pijn of letsel heeft toegebracht aan aangever. Gelet op het voorgaande zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.
18/176312-23
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/176312-23 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op de wijze en in de periode zoals in de tenlastelegging is opgenomen contact met aangeefster heb gezocht.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) d.d. 15 juni 2023, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2023188639 d.d. 25 juli 2023, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
2. 5 november 2020 terugbelnotitie, [verdachte] heeft gebeld over een drugszaak en vertelt dat hij verliefd is op mij en dat hem wordt gezegd geen contact meer op te nemen
2. 9 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres]
12:53 onderwerp regel [slachtoffer 1] 14:54 uur onderwerp regel leeg
10 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] over mij, onderwerp regel [slachtoffer 1]
11 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] en [mailadres] onderwerp regel: Meneer [naam] ?
12 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] , onderwerp regel Geachte om
15 december 2020
19:28 uur mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is leeg 07:17 uur mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is leeg
21 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is leeg
16 januari 2021 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is [naam]
26 januari 2021 stuurt een mail aan [mailadres] met een foto van een handgeschreven brief waarop mijn naam staat. Onderwerp regel En ik ben die baas van die foto niet?
27 januari 2021 stuurt een mail [mailadres] onderwerpregel is Afspraak maken
24 februari 2021 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is Mijn excuus 'm [slachtoffer 1]
18 oktober 2021 handgeschreven brief gestuurd aan parket Oost-Nederland
1 februari 2022 mail gestuurd aan de rechtbank Almelo over mij
23 maart 2022 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is Onderzoek
20 maart 2023 handtas met handgeschreven brief en envelop ontvangen
23 april 2023 mail gestuurd aan het kabinet RC Almelo, welke op 24 april 2023 naar mijn OM mail is doorgestuurd.
Ik was bang hem tegen te komen of onverwacht met hem of zijn brieven en cadeaus geconfronteerd te worden. Ik vond hem dwingend in zijn manier van aandacht eisen en ik was erg bang dat hij achter mijn adres zou komen of dat hij mij zou opwachten bij de rechtbank in Almelo of andere locaties. Het zorgde ervoor dat ik veel alerter was, weinig de deur uitging () en constant bezig was met of ik wel veilig was. Ik () had thuis geen gevoel van veiligheid. Ik controleerde deuren en sloten heel vaak en ging niet meer in het donker naar buiten. Ik durfde op het werk mijn postvak niet te openen uit angst dat er weer een brief in zat en ik durfde niet meer naar de rechtbank in Almelo. Tijdens een van mijn diensten in Deventer trof ik handgeschreven brieven aan van de heer [verdachte] en heb ik huilend mijn praktijkbegeleider en teamleider ingelicht. Ik was op dat moment niet meer in staat om mijn werk te doen. Dat gevoel nam pas af toen ik wist dat [verdachte] gesloten zat met de rechterlijke machtiging en hij mij niet meer kon bereiken. Over de jaren heen heb ik regelmatig gedacht aan de situatie en toen hij eenmaal weer op vrije voeten was dacht ik er ook vaak aan. Steeds als hij toch weer belde of mailde zat ik weer met gevoelens van onrust en angst dat hij zou escaleren en vaker contact zou zoeken. Ik ben altijd bang geweest dat hij zich afgewezen zou voelen, omdat ik nooit reageerde op zijn pogingen contact te krijgen en dat hij hierdoor agressief zou reageren naar mij of anderen.
Toen ik op 20 maart 2023 van een collega bericht kreeg dat er een pakket met tas was bezorgd op de rechtbank Almelo was ik ook niet gelijk bezig met dat het van [verdachte] afkomstig was. Het was al een tijdje stil vanuit zijn kant. Snel bleek dat het pakket met brief wel van hem af kwam en ik ben toen ook erg geschrokken en huilend naar mijn toenmalige teamleider gelopen voor een gesprek. Ik heb hem bijgepraat over de situatie en ben daarna gelijk naar huis gegaan (). De angst kwam vooral van het feit dat [verdachte] na een langere stilte ineens weer een brief stuurt en in die brief zet dat hij jacht op mij zal maken, mij zal opsluiten in zijn huis en mij zal straffen. Alle brieven beginnen als liefdesverklaring, maar er zit altijd een randje aan van frustratie of boosheid. Ik ben hier erg bang van geworden en ik kamp nu nog steeds met angst en onrust. (). Ik heb nog steeds een AOL (afspraak op locatie) en ook al sinds dit begon een geheim adres bij de gemeente aangevraagd. Ik slaap zeer regelmatig slecht, heb nachtmerries en ik kamp dan vaker met hoofdpijn en ik ben moe. Ik heb vaker huilbuien zowel op mijn werk als thuis en ben gefrustreerd dat [verdachte] door blijft gaan. Als mijn teamleider mij belt denk ik direct dat er wat aan de hand is met [verdachte] . Ik ga liever niet alleen over straat s avonds. Onlangs durfde ik mijn telefoon niet op te nemen, omdat ik het nummer niet kende en ik ergens dacht dat [verdachte] wellicht mijn werknummer had achterhaald.
Motivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/176312-23 ten laste gelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem het ten laste gelegde feit niet kan worden toegerekend en heeft gevorderd dat aan verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) met verpleging van overheidswege wordt opgelegd, gemaximeerd tot 4 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel gevorderd, zodat er na afloop van de tbs- maatregel nog toezicht op verdachte mogelijk is. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte een contactverbod met aangeefster op te leggen in de vorm van een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, de vervangende hechtenis per overtreding van het verbod te bepalen op één week en de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/176312-23 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en subsidiair dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft bepleit om in geval van ontslag van alle rechtsvervolging aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen. Verdachte is bereid zich aan de te stellen voorwaarden te houden, ook als hij het niet eens is met de conclusies van
deskundigen. Verdachte is bereid zich ambulant te laten behandelen door bijvoorbeeld Trajectum en is bereid medicatie in te nemen. Verdachte heeft gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis ook laten zien dat hij zich houdt aan de aan hem opgelegde voorwaarden. Zo heeft hij geen contact gezocht met aangeefster en heeft hij meegewerkt aan het opstellen van pro Justitia-rapportages. Oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel is niet passend gelet op de ernst van het feit, de justitiële documentatie van verdachte en de rapportages die over hem zijn opgesteld. De verdediging verzet zich niet tegen de oplegging van een contactverbod over de band van het bepaalde in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte psychiatrische en psychologische pro Justitia-rapportages van respectievelijk 8 mei 2024 en 10 mei 2024, alsmede op het advies van Reclassering Nederland van 30 juli 2024 en de toelichting daarop ter terechtzitting.
Uit de pro Justitia-rapportages volgt dat beide deskundigen het recidiverisico op gelijkwaardige delicten als de onderhavige als matig tot hoog inschatten, gelet op het nog voortdurende bestaan van de psychotische stoornis gecombineerd met zwakbegaafd intellectueel functioneren. Er zijn weinig beschermende factoren en er is geen ziekte-inzicht of ziektebesef. Als beschermende factor wordt opgemerkt dat verdachte overkomt als iemand die gemaakte afspraken lijkt na te komen. Om het recidiverisico te verminderen wordt geadviseerd een forensisch psychiatrische behandeling en begeleiding op te leggen waarbij medicatiegebruik, psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie kunnen worden overwogen. Omdat verdachte geen ziekte-inzicht of ziektebesef heeft, zal behandeling en begeleiding binnen een justitieel kader moeten plaatsvinden. De deskundigen adviseren daarom aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen.
Uit het reclasseringsadvies volgt dat de reclassering het niet haalbaar acht dat verdachte, in geval van oplegging van de maatregel van tbs met voorwaarden, zich aan die voorwaarden zal houden. De reclassering merkt mede naar aanleiding van de ervaringen tijdens de schorsing op dat verdachte nauwelijks beïnvloedbaar en leerbaar is, het hem ontbreekt aan intrinsieke motivatie en dat hij niet bereid is tot het innemen van medicatie. Gelet op het voorgaande wordt geadviseerd aan verdachte de gemaximeerde maatregel van tbs met verpleging van overheidswege op te leggen, aangevuld met een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.
De opsteller van dit advies, mw. I.F.J. Nibbelink, heeft ter terechtzitting toegelicht dat verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis aan de letter van de daarbij gestelde voorwaarden heeft gehouden, maar inhoudelijk geen motivatie heeft getoond als gevolg van het gebrek aan probleem- en ziekte-inzicht. Ten behoeve van de inzet van een forensisch FACT-team is verdachte tijdens de schorsing aangemeld bij Trajectum. Deze aanmelding moest echter worden stopgezet omdat verdachte hier niet aan wilde meewerken. Ter terechtzitting verklaart verdachte zich voor het eerst bereid om zich te laten behandelen binnen Trajectum en tot het innemen van medicatie, maar de reclassering twijfelt eraan in hoeverre verdachte hier standvastig in zal zijn.
De rechtbank is gelet op de inhoud van bovenstaande rapportages en de toelichting daarop ter terechtzitting, de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, en de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, van oordeel dat de oplegging van de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege passend en geboden is. De rechtbank zal niet de maatregel van tbs met voorwaarden opleggen omdat verdachte pas voor het eerst ter terechtzitting heeft verklaard zich te zullen houden aan de te stellen voorwaarden, zonder hier al
langere tijd consistent in te zijn geweest. De rechtbank heeft er dan ook onvoldoende vertrouwen in dat verdachte, gelet op de bij hem vastgestelde stoornis, in staat zal zijn zich aan de aan die voorwaarden te houden. Een minder ingrijpende maatregel behoort naar het oordeel van de rechtbank niet tot de mogelijkheden om het recidiverisico voldoende te doen afnemen.
De rechtbank overweegt dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege. Blijkens de psychiatrische en psychologische rapportage bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Voorts betreft het door verdachte begane feit - voor zover hier van belang het misdrijf omschreven in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist bovendien dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd.
De totale duur van de maatregel is gemaximeerd nu geen sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/176312-23
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/252931-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
24september 2024 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 september 2024.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.G.M. Frencken, advocaat te 's-Hertogenbosch. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten.
Tenlastelegging
18/176312-23
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 november 2020 tot en met 23 april 2023 te [plaats] en/of Almelo, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door op verschillende data en/of tijdstip(pen) in voormelde periode:
een of meermalen e-mails en/of brieven toe te sturen (met daarin onder andere intimiderende en/of opdringerige uitspraken en/of teksten zoals onder andere "ik geef haar niet meer terug" en/of "had je baas je maar niet aan mij moeten geven" en/of "ga ik graag naar je op jacht") en/of
een of meermalen telefonisch contact te zoeken en/of
een of meer pakket(ten) inhoudende cadeaus en/of goederen en/of brieven te laten bezorgen bij de Rechtbank Almelo
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
18/252931-24
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Enschede, opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 24 juni 2024 te Enschede, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door
meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te duwen, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 2] op de grond is gevallen en/of
tegen het hoofd en/of bovenlichaam en/of hand, althans het lichaam te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of
door met voornoemde [slachtoffer 2] te worstelen.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer 18/176312-23 en het onder parketnummer 18/252931-24 onder 1 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder parketnummer 18/252931-24 onder 2 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
18/176312-23
Verdachte dient te worden vrijgesproken omdat de frequentie van zijn berichten dermate laag lag en de aard en intensiteit daarvan dermate beperkt was dat niet kan worden gesproken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
18/252931-24
Verdachte dient van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken omdat de mobiele telefoon al door een derde was vernield voordat verdachte ermee gooide. Deze derde gooide de telefoon vanaf de begane grond in richting van verdachte die zich op de eerste verdieping bevond. Verdachte kon de telefoon niet vangen waardoor de telefoon op de grond viel en kapot ging. Iets wat reeds vernield is, kan niet nogmaals worden vernield. Verdachte dient ook van het onder 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat door het handelen van verdachte pijn of letsel is veroorzaakt.
Oordeel van de rechtbank
18/252931-24 onder 2
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/252931-24 onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op basis van het dossier kan de rechtbank de toedracht van de ten laste gelegde mishandeling niet vaststellen en onduidelijk is gebleven welke rol verdachte hierin zou hebben gehad. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte pijn of letsel heeft toegebracht aan aangever. Gelet op het voorgaande zal verdachte van dit feit worden vrijgesproken.
18/176312-23
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/176312-23 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op de wijze en in de periode zoals in de tenlastelegging is opgenomen contact met aangeefster heb gezocht.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) d.d. 15 juni 2023, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100- 2023188639 d.d. 25 juli 2023, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
2. 5 november 2020 terugbelnotitie, [verdachte] heeft gebeld over een drugszaak en vertelt dat hij verliefd is op mij en dat hem wordt gezegd geen contact meer op te nemen
2. 9 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres]
12:53 onderwerp regel [slachtoffer 1] 14:54 uur onderwerp regel leeg
10 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] over mij, onderwerp regel [slachtoffer 1]
11 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] en [mailadres] onderwerp regel: Meneer [naam] ?
12 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] , onderwerp regel Geachte om
15 december 2020
19:28 uur mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is leeg 07:17 uur mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is leeg
21 december 2020 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is leeg
16 januari 2021 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is [naam]
26 januari 2021 stuurt een mail aan [mailadres] met een foto van een handgeschreven brief waarop mijn naam staat. Onderwerp regel En ik ben die baas van die foto niet?
27 januari 2021 stuurt een mail [mailadres] onderwerpregel is Afspraak maken
24 februari 2021 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is Mijn excuus 'm [slachtoffer 1]
18 oktober 2021 handgeschreven brief gestuurd aan parket Oost-Nederland
1 februari 2022 mail gestuurd aan de rechtbank Almelo over mij
23 maart 2022 mail gestuurd aan [mailadres] onderwerp regel is Onderzoek
20 maart 2023 handtas met handgeschreven brief en envelop ontvangen
23 april 2023 mail gestuurd aan het kabinet RC Almelo, welke op 24 april 2023 naar mijn OM mail is doorgestuurd.
Ik was bang hem tegen te komen of onverwacht met hem of zijn brieven en cadeaus geconfronteerd te worden. Ik vond hem dwingend in zijn manier van aandacht eisen en ik was erg bang dat hij achter mijn adres zou komen of dat hij mij zou opwachten bij de rechtbank in Almelo of andere locaties. Het zorgde ervoor dat ik veel alerter was, weinig de deur uitging () en constant bezig was met of ik wel veilig was. Ik () had thuis geen gevoel van veiligheid. Ik controleerde deuren en sloten heel vaak en ging niet meer in het donker naar buiten. Ik durfde op het werk mijn postvak niet te openen uit angst dat er weer een brief in zat en ik durfde niet meer naar de rechtbank in Almelo. Tijdens een van mijn diensten in Deventer trof ik handgeschreven brieven aan van de heer [verdachte] en heb ik huilend mijn praktijkbegeleider en teamleider ingelicht. Ik was op dat moment niet meer in staat om mijn werk te doen. Dat gevoel nam pas af toen ik wist dat [verdachte] gesloten zat met de rechterlijke machtiging en hij mij niet meer kon bereiken. Over de jaren heen heb ik regelmatig gedacht aan de situatie en toen hij eenmaal weer op vrije voeten was dacht ik er ook vaak aan. Steeds als hij toch weer belde of mailde zat ik weer met gevoelens van onrust en angst dat hij zou escaleren en vaker contact zou zoeken. Ik ben altijd bang geweest dat hij zich afgewezen zou voelen, omdat ik nooit reageerde op zijn pogingen contact te krijgen en dat hij hierdoor agressief zou reageren naar mij of anderen.
Toen ik op 20 maart 2023 van een collega bericht kreeg dat er een pakket met tas was bezorgd op de rechtbank Almelo was ik ook niet gelijk bezig met dat het van [verdachte] afkomstig was. Het was al een tijdje stil vanuit zijn kant. Snel bleek dat het pakket met brief wel van hem af kwam en ik ben toen ook erg geschrokken en huilend naar mijn toenmalige teamleider gelopen voor een gesprek. Ik heb hem bijgepraat over de situatie en ben daarna gelijk naar huis gegaan (). De angst kwam vooral van het feit dat [verdachte] na een langere stilte ineens weer een brief stuurt en in die brief zet dat hij jacht op mij zal maken, mij zal opsluiten in zijn huis en mij zal straffen. Alle brieven beginnen als liefdesverklaring, maar er zit altijd een randje aan van frustratie of boosheid. Ik ben hier erg bang van geworden en ik kamp nu nog steeds met angst en onrust. (). Ik heb nog steeds een AOL (afspraak op locatie) en ook al sinds dit begon een geheim adres bij de gemeente aangevraagd. Ik slaap zeer regelmatig slecht, heb nachtmerries en ik kamp dan vaker met hoofdpijn en ik ben moe. Ik heb vaker huilbuien zowel op mijn werk als thuis en ben gefrustreerd dat [verdachte] door blijft gaan. Als mijn teamleider mij belt denk ik direct dat er wat aan de hand is met [verdachte] . Ik ga liever niet alleen over straat s avonds. Onlangs durfde ik mijn telefoon niet op te nemen, omdat ik het nummer niet kende en ik ergens dacht dat [verdachte] wellicht mijn werknummer had achterhaald.
Motivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/176312-23 ten laste gelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem het ten laste gelegde feit niet kan worden toegerekend en heeft gevorderd dat aan verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) met verpleging van overheidswege wordt opgelegd, gemaximeerd tot 4 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel gevorderd, zodat er na afloop van de tbs- maatregel nog toezicht op verdachte mogelijk is. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd aan verdachte een contactverbod met aangeefster op te leggen in de vorm van een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, de vervangende hechtenis per overtreding van het verbod te bepalen op één week en de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/176312-23 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en subsidiair dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft bepleit om in geval van ontslag van alle rechtsvervolging aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen. Verdachte is bereid zich aan de te stellen voorwaarden te houden, ook als hij het niet eens is met de conclusies van
deskundigen. Verdachte is bereid zich ambulant te laten behandelen door bijvoorbeeld Trajectum en is bereid medicatie in te nemen. Verdachte heeft gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis ook laten zien dat hij zich houdt aan de aan hem opgelegde voorwaarden. Zo heeft hij geen contact gezocht met aangeefster en heeft hij meegewerkt aan het opstellen van pro Justitia-rapportages. Oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel is niet passend gelet op de ernst van het feit, de justitiële documentatie van verdachte en de rapportages die over hem zijn opgesteld. De verdediging verzet zich niet tegen de oplegging van een contactverbod over de band van het bepaalde in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte psychiatrische en psychologische pro Justitia-rapportages van respectievelijk 8 mei 2024 en 10 mei 2024, alsmede op het advies van Reclassering Nederland van 30 juli 2024 en de toelichting daarop ter terechtzitting.
Uit de pro Justitia-rapportages volgt dat beide deskundigen het recidiverisico op gelijkwaardige delicten als de onderhavige als matig tot hoog inschatten, gelet op het nog voortdurende bestaan van de psychotische stoornis gecombineerd met zwakbegaafd intellectueel functioneren. Er zijn weinig beschermende factoren en er is geen ziekte-inzicht of ziektebesef. Als beschermende factor wordt opgemerkt dat verdachte overkomt als iemand die gemaakte afspraken lijkt na te komen. Om het recidiverisico te verminderen wordt geadviseerd een forensisch psychiatrische behandeling en begeleiding op te leggen waarbij medicatiegebruik, psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie kunnen worden overwogen. Omdat verdachte geen ziekte-inzicht of ziektebesef heeft, zal behandeling en begeleiding binnen een justitieel kader moeten plaatsvinden. De deskundigen adviseren daarom aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen.
Uit het reclasseringsadvies volgt dat de reclassering het niet haalbaar acht dat verdachte, in geval van oplegging van de maatregel van tbs met voorwaarden, zich aan die voorwaarden zal houden. De reclassering merkt mede naar aanleiding van de ervaringen tijdens de schorsing op dat verdachte nauwelijks beïnvloedbaar en leerbaar is, het hem ontbreekt aan intrinsieke motivatie en dat hij niet bereid is tot het innemen van medicatie. Gelet op het voorgaande wordt geadviseerd aan verdachte de gemaximeerde maatregel van tbs met verpleging van overheidswege op te leggen, aangevuld met een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.
De opsteller van dit advies, mw. I.F.J. Nibbelink, heeft ter terechtzitting toegelicht dat verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis aan de letter van de daarbij gestelde voorwaarden heeft gehouden, maar inhoudelijk geen motivatie heeft getoond als gevolg van het gebrek aan probleem- en ziekte-inzicht. Ten behoeve van de inzet van een forensisch FACT-team is verdachte tijdens de schorsing aangemeld bij Trajectum. Deze aanmelding moest echter worden stopgezet omdat verdachte hier niet aan wilde meewerken. Ter terechtzitting verklaart verdachte zich voor het eerst bereid om zich te laten behandelen binnen Trajectum en tot het innemen van medicatie, maar de reclassering twijfelt eraan in hoeverre verdachte hier standvastig in zal zijn.
De rechtbank is gelet op de inhoud van bovenstaande rapportages en de toelichting daarop ter terechtzitting, de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, en de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, van oordeel dat de oplegging van de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege passend en geboden is. De rechtbank zal niet de maatregel van tbs met voorwaarden opleggen omdat verdachte pas voor het eerst ter terechtzitting heeft verklaard zich te zullen houden aan de te stellen voorwaarden, zonder hier al
langere tijd consistent in te zijn geweest. De rechtbank heeft er dan ook onvoldoende vertrouwen in dat verdachte, gelet op de bij hem vastgestelde stoornis, in staat zal zijn zich aan de aan die voorwaarden te houden. Een minder ingrijpende maatregel behoort naar het oordeel van de rechtbank niet tot de mogelijkheden om het recidiverisico voldoende te doen afnemen.
De rechtbank overweegt dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege. Blijkens de psychiatrische en psychologische rapportage bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Voorts betreft het door verdachte begane feit - voor zover hier van belang het misdrijf omschreven in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. De veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist bovendien dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd.
De totale duur van de maatregel is gemaximeerd nu geen sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Beoordeling
Ook nu ga ik niet meer naar de rechtbank in Almelo en dat belemmert mij ook in mijn werk als officier van justitie.
Ik ben doorverwezen naar een psycholoog.
Ik heb nu al vijf jaar last van deze man en de brieven die hij schrijft. De laatste mail die hij stuurde aan het Kabinet RC werd naar mij doorgestuurd. Ik werd dus geconfronteerd met [verdachte] , terwijl ik op dat moment zelf als officier van justitie op een kinderzitting stond. Ik moest mijn tranen wegslikken en heb met bevende stem de zitting afgemaakt.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2023, opgenomen op pagina 62 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Op 13 april 2023 hebben wij [verdachte] geconfronteerd met het feit dat hij cadeaus en geschenken naar de rechtbank stuurt die voor de betrokken Officier zijn en dat dit al vanaf medio 2018 speelt. Dit bevestigde [verdachte] .
Ik heb nadrukkelijk aangegeven dat hij moet stoppen met het sturen van cadeaus en andere geschenken en dat dit ongepast is en dat er anders strafrechtelijke consequenties voor hem aan vast kunnen vastzitten. [verdachte] gaf aan dat de boodschap duidelijk was en dat hij hiermee ging stoppen.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank stelt voorop dat van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, sprake is wanneer er stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, zijn volgens vaste jurisprudentie van belang de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De stelselmatigheid veronderstelt een herhaling van gedragingen, zoals iemand herhaaldelijk lastig vallen. Een geringe duur en frequentie van de gedragingen hoeft het bestaan van de vereiste stelselmatigheid van de inbreuk dus niet uit te sluiten. Wel worden er in voornoemd geval hogere eisen gesteld aan de indringendheid waarmee de gedragingen hebben plaatsgevonden.
De rechtbank stelt vast dat verdachte over een lange periode brieven, e-mails en een kado heeft verstuurd die bedoeld waren voor aangeefster. Het versturen van deze berichten is begonnen nadat verdachte aangeefster tijdens een terechtzitting in haar hoedanigheid als officier van justitie heeft gezien. Hoewel de frequentie van de berichten niet bijzonder hoog was, waren deze in toenemende mate wel dreigend van
aard. Uit de bijlagen bij de aangifte blijkt dat verdachte onder meer heeft geschreven dat hij aangeefster niet meer terug zal geven, dat hij naar haar op jacht gaat als zij niets aan verdachte zou laten horen en dat als aangeefster niet voor straf met hem wil dineren, verdachte haar maar moet opsluiten in zijn huis. Uit de aangifte blijkt dat deze berichten, alsmede de berichten die niet dreigend van aard waren, een zware wissel hebben getrokken op het dagelijks functioneren van aangeefster.
De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur en de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster, naar objectieve maatstaven bezien, zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 5 november 2020 tot en met 23 april 2023 aangeefster heeft belaagd.
18/252931-24 onder 1
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/252931-24 onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op 24 juni 2024 in Enschede de mobiele telefoon van aangever vanuit een raam op de eerste verdieping op de straat heb gegooid.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) d.d. 24 juni 2024, opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Oost-Nederland met nummer PL0600- 2024291331 d.d. 26 juni 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :
Toen ik bij de woning kwam sprak [verdachte] mij aan en zei: zal ik je bellen? Ik zei: hoezo? [verdachte] antwoordde: omdat ik net je telefoon heb kapot gegooid. Ik zag dat er stukken van mijn telefoon onder een witte auto lagen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 juni 2024, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam] :
Op 24 juni 2024 was ik op visite aan de [adres] toen ik een persoon uit het raam zag hangen bij [adres] . Ik zag dat hier een man, klein postuur, rond de 30 jaar oud, iets uit het raam gooide aldaar. Even later kwam [slachtoffer 2] , een bekende van mij, thuis aan de [adres] . Hier zei de kleine man tegen [slachtoffer 2] , dat hij zojuist zijn telefoon uit het raam gegooid had. Ik zag de telefoon op de tegels kapotvallen en de delen onder een auto verdwijnen. Het was een oudere zwarte klaptelefoon.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank acht op basis van de verklaring van aangever, verdachtes eigen verklaring en de getuigenverklaring van [naam] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de mobiele telefoon van aangever heeft vernield door deze telefoon vanaf de eerste verdieping op de straat te gooien, als gevolg waarvan die telefoon in meerdere stukken is gebroken. Dat mogelijk sprake was van een (door een ander) beschadigde telefoon maakt dat niet anders.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/176312-23 en het onder parketnummer 18/252931-24 onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
18/176312-23
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 5 november 2020 tot en met 23 april 2023 te Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door op verschillende data en tijdstippen in voormelde periode:
meermalen e-mails en brieven toe te sturen (met daarin onder andere intimiderende en opdringerige uitspraken en teksten zoals onder andere "ik geef haar niet meer terug" en "had je baas je maar niet aan mij moeten geven" en "ga ik graag naar je op jacht") en
eenmaal telefonisch contact te zoeken en
eenmaal pakket inhoudende een cadeau en brief te laten bezorgen bij de Rechtbank Almelo met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen.
18/252931-24
1
hij op 24 juni 2024 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft vernield.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.
Beoordeling
Ook nu ga ik niet meer naar de rechtbank in Almelo en dat belemmert mij ook in mijn werk als officier van justitie.
Ik ben doorverwezen naar een psycholoog.
Ik heb nu al vijf jaar last van deze man en de brieven die hij schrijft. De laatste mail die hij stuurde aan het Kabinet RC werd naar mij doorgestuurd. Ik werd dus geconfronteerd met [verdachte] , terwijl ik op dat moment zelf als officier van justitie op een kinderzitting stond. Ik moest mijn tranen wegslikken en heb met bevende stem de zitting afgemaakt.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 april 2023, opgenomen op pagina 62 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Op 13 april 2023 hebben wij [verdachte] geconfronteerd met het feit dat hij cadeaus en geschenken naar de rechtbank stuurt die voor de betrokken Officier zijn en dat dit al vanaf medio 2018 speelt. Dit bevestigde [verdachte] .
Ik heb nadrukkelijk aangegeven dat hij moet stoppen met het sturen van cadeaus en andere geschenken en dat dit ongepast is en dat er anders strafrechtelijke consequenties voor hem aan vast kunnen vastzitten. [verdachte] gaf aan dat de boodschap duidelijk was en dat hij hiermee ging stoppen.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank stelt voorop dat van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, sprake is wanneer er stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, zijn volgens vaste jurisprudentie van belang de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De stelselmatigheid veronderstelt een herhaling van gedragingen, zoals iemand herhaaldelijk lastig vallen. Een geringe duur en frequentie van de gedragingen hoeft het bestaan van de vereiste stelselmatigheid van de inbreuk dus niet uit te sluiten. Wel worden er in voornoemd geval hogere eisen gesteld aan de indringendheid waarmee de gedragingen hebben plaatsgevonden.
De rechtbank stelt vast dat verdachte over een lange periode brieven, e-mails en een kado heeft verstuurd die bedoeld waren voor aangeefster. Het versturen van deze berichten is begonnen nadat verdachte aangeefster tijdens een terechtzitting in haar hoedanigheid als officier van justitie heeft gezien. Hoewel de frequentie van de berichten niet bijzonder hoog was, waren deze in toenemende mate wel dreigend van
aard. Uit de bijlagen bij de aangifte blijkt dat verdachte onder meer heeft geschreven dat hij aangeefster niet meer terug zal geven, dat hij naar haar op jacht gaat als zij niets aan verdachte zou laten horen en dat als aangeefster niet voor straf met hem wil dineren, verdachte haar maar moet opsluiten in zijn huis. Uit de aangifte blijkt dat deze berichten, alsmede de berichten die niet dreigend van aard waren, een zware wissel hebben getrokken op het dagelijks functioneren van aangeefster.
De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur en de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster, naar objectieve maatstaven bezien, zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 5 november 2020 tot en met 23 april 2023 aangeefster heeft belaagd.
18/252931-24 onder 1
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/252931-24 onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2024 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op 24 juni 2024 in Enschede de mobiele telefoon van aangever vanuit een raam op de eerste verdieping op de straat heb gegooid.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) d.d. 24 juni 2024, opgenomen op pagina 9 e.v. van het dossier van Politie Oost-Nederland met nummer PL0600- 2024291331 d.d. 26 juni 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :
Toen ik bij de woning kwam sprak [verdachte] mij aan en zei: zal ik je bellen? Ik zei: hoezo? [verdachte] antwoordde: omdat ik net je telefoon heb kapot gegooid. Ik zag dat er stukken van mijn telefoon onder een witte auto lagen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 24 juni 2024, opgenomen op pagina 20 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam] :
Op 24 juni 2024 was ik op visite aan de [adres] toen ik een persoon uit het raam zag hangen bij [adres] . Ik zag dat hier een man, klein postuur, rond de 30 jaar oud, iets uit het raam gooide aldaar. Even later kwam [slachtoffer 2] , een bekende van mij, thuis aan de [adres] . Hier zei de kleine man tegen [slachtoffer 2] , dat hij zojuist zijn telefoon uit het raam gegooid had. Ik zag de telefoon op de tegels kapotvallen en de delen onder een auto verdwijnen. Het was een oudere zwarte klaptelefoon.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank acht op basis van de verklaring van aangever, verdachtes eigen verklaring en de getuigenverklaring van [naam] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de mobiele telefoon van aangever heeft vernield door deze telefoon vanaf de eerste verdieping op de straat te gooien, als gevolg waarvan die telefoon in meerdere stukken is gebroken. Dat mogelijk sprake was van een (door een ander) beschadigde telefoon maakt dat niet anders.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder parketnummer 18/176312-23 en het onder parketnummer 18/252931-24 onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
18/176312-23
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 5 november 2020 tot en met 23 april 2023 te Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door op verschillende data en tijdstippen in voormelde periode:
meermalen e-mails en brieven toe te sturen (met daarin onder andere intimiderende en opdringerige uitspraken en teksten zoals onder andere "ik geef haar niet meer terug" en "had je baas je maar niet aan mij moeten geven" en "ga ik graag naar je op jacht") en
eenmaal telefonisch contact te zoeken en
eenmaal pakket inhoudende een cadeau en brief te laten bezorgen bij de Rechtbank Almelo met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen.
18/252931-24
1
hij op 24 juni 2024 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk een mobiele telefoon die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft vernield.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.