Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2024-06-26
ECLI:NL:RBNNE:2024:2540
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
982 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/2717
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2024 in de zaak tussen
[…] , uit [woonplaats 1] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M.J. Schimmel), en
de burgemeester van de gemeente Assen
(gemachtigde: mr. V.A. Textor).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Actium uit Assen (derde partij).
Procesverloop
1.1.
Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de burgemeester aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat haar woning op het [adres] 81 te [woonplaats 2] voor de duur van drie maanden wordt gesloten van 24 juni 2024 om 10:00 uur tot 24 september 2024 om 10:00 uur. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De burgemeester heeft op 20 juni 2024 aangegeven dat hij bereid is om het bestreden besluit op te schorten totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het door verzoekster ingediende verzoek om voorlopige voorziening.
1.3.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster mr. M.E. Beukers, kantoorgenoot van mr. M.J. Schimmel en de gemachtigde van de burgemeester.
Tevens waren twee medewerkers van de derde-partij aanwezig, mevrouw Teizema en de heer De Vries.
1.5.
Ter zitting zijn partijen door de voorzieningenrechter bevraagd en hebben zij hun standpunten nader toegelicht. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
2. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende uitleg.
3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Tot het treffen van een voorlopige voorziening zal in het algemeen slechts aanleiding bestaan als het bestreden besluit in de bezwaarprocedure naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen stand zal kunnen houden, terwijl tevens voldoende spoedeisend belang aanwezig is.
5. Ter zitting heeft verzoekster desgevraagd verklaard dat zij haar kinderen heeft kunnen onderbrengen bij hun opa en oma. Het is de voorzieningenrechter voorts onvoldoende gebleken dat verzoekster niet elders kan verblijven. Tevens acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoekster inmiddels de huur heeft opgezegd per 19 juli 2024. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening in het kader van een woningsluiting daarom niet aan. Het verzoek zal worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Zoals ter zitting door partijen is besproken, zal de last onder bestuursdwang ingaan op woensdag 3 juli 2024 om 24:00 uur. Verzoekster moet haar verhuizing dus afronden vóór dat tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.