Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-08-01
ECLI:NL:RBNNE:2023:5362
Civiel recht
Bodemzaak
3,296 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Verstek
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Zaak-/rolnummer: 10242559 CV EXPL 22-6947
verstekvonnis d.d. 1 augustus 2023
inzake
1T-Mobile Netherlands B.V.,
en
2. T-Mobile Netherlands Finance B.V.,
beiden te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde: Groenendaal & Van Krijl Gerechtsdeurwaarders,
uw kenmerk: 22001840,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [adres] ,
gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 1.089,50 met rente en kosten.
Beoordeling
Schadevergoeding
2.1.
Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding van € 85,20 wordt het volgende overwogen. De kantonrechter heeft de eisende partij in eerdere zaken herhaaldelijk bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om een specificatie (berekening) te geven van de gevorderde schadevergoeding waarbij diende te worden aangegeven hoeveel termijnen zijn betaald en hoeveel termijnen nog resteerden. Van de eisende partij wordt verwacht dat zij deze informatie inmiddels in de dagvaarding vermeldt. Dat heeft zij niet gedaan. De eisende partij heeft het gevorderde bedrag aan schadevergoeding in de dagvaarding daarom onvoldoende gespecificeerd. De gevorderde schadevergoeding zal daarom als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
Resterend toestelkrediet
2.2.
De kantonrechter acht ook het gevorderde resterend toestelkrediet van € 468,36 niet toewijsbaar. De eisende partij heeft bij dagvaarding geen stukken overgelegd waarin de gedaagde partij is aangemaand tot betaling van de achterstallige termijnen en waarbij is aangezegd dat het resterend toestelkrediet ineens zal worden opgeëist indien de betalingsachterstand niet wordt voldaan, terwijl de kantonrechter in eerdere zaken herhaaldelijk heeft aangegeven dat deze in het geding moet worden gebracht.
Gelet op het voorgaande kan de kantonrechter niet vaststellen dat het toestelkrediet rechtsgeldig is opgeëist. Dat betekent dat de overeenkomst voor het toestelkrediet nog steeds doorloopt. Bovendien heeft de eisende partij het gevorderde resterend toestelkrediet niet voldoende gespecificeerd.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal betreffende de abonnementskosten ten aanzien van eisende partij sub 1 een bedrag van € 266,87 (€ 352,07 - € 85,20) worden toegewezen. Betreffende het toestelkrediet zal ten aanzien van eisende partij sub 2 een bedrag van
€ 229,07 (€ 697,43 - € 468,36) worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
De eisende partij sub 1 vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Ten aanzien van deze buitengerechtelijke incassokosten ad € 40,00 wordt het volgende overwogen. De kantonrechter constateert dat de eisende partij bij factuur van 16 september 2021 een bedrag van € 15,00 aan buitengelijke incassokosten bij de gedaagde partij in rekening heeft gebracht. Niet gesteld of gebleken is dat de eisende partij de gedaagde partij een aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW heeft gezonden voordat zij deze kosten bij de gedaagde partij in rekening heeft gebracht. Dat betekent dat niet is voldaan aan de vereisten die artikel 6:96 lid 6 BW daaraan stelt. De eisende partij handelt daarmee in strijd met de wet, wat haar kan worden aangerekend.
Naar de kantonrechter begrijpt worden die aanmaningskosten indien de klant niet alsnog tot betaling over gaat, voordat een zogenoemde veertiendagenbrief wordt verzonden gecrediteerd. De eisende partij heeft geen factuur overgelegd waarin die kosten worden verrekend en ook in de veertiendagenbrief wordt niet met zoveel woorden vermeld en toegelicht dat eerder in rekening gebrachte aanmaningskosten op het openstaande bedrag in mindering zijn gebracht. Hierdoor was bij ontvangst van die veertiendagenbrief onvoldoende duidelijk dat slechts het maximumbedrag volgens de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aan incassokosten verschuldigd was en werd gevorderd. De kantonrechter zal die onduidelijkheid voor rekening van de eisende partij laten en de vordering betreffende de buitengerechtelijke incassokosten afwijzen.
Proceskosten
2.5.
In het feit dat een groot deel van de vordering wordt afgewezen ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen aldus te compenseren dat partijen de eigen kosten dragen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij sub 1 te betalen € 266,87,
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij sub 2 te betalen € 229,07,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat partijen de eigen kosten dragen,
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.
632
Inleiding
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Verstek
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Zaak-/rolnummer: 10242559 CV EXPL 22-6947
verstekvonnis d.d. 1 augustus 2023
inzake
1T-Mobile Netherlands B.V.,
en
2. T-Mobile Netherlands Finance B.V.,
beiden te 's-Gravenhage,
eisende partij,
gemachtigde: Groenendaal & Van Krijl Gerechtsdeurwaarders,
uw kenmerk: 22001840,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [adres] ,
gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 1.089,50 met rente en kosten.
Beoordeling
Schadevergoeding
2.1.
Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding van € 85,20 wordt het volgende overwogen. De kantonrechter heeft de eisende partij in eerdere zaken herhaaldelijk bij tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om een specificatie (berekening) te geven van de gevorderde schadevergoeding waarbij diende te worden aangegeven hoeveel termijnen zijn betaald en hoeveel termijnen nog resteerden. Van de eisende partij wordt verwacht dat zij deze informatie inmiddels in de dagvaarding vermeldt. Dat heeft zij niet gedaan. De eisende partij heeft het gevorderde bedrag aan schadevergoeding in de dagvaarding daarom onvoldoende gespecificeerd. De gevorderde schadevergoeding zal daarom als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
Resterend toestelkrediet
2.2.
De kantonrechter acht ook het gevorderde resterend toestelkrediet van € 468,36 niet toewijsbaar. De eisende partij heeft bij dagvaarding geen stukken overgelegd waarin de gedaagde partij is aangemaand tot betaling van de achterstallige termijnen en waarbij is aangezegd dat het resterend toestelkrediet ineens zal worden opgeëist indien de betalingsachterstand niet wordt voldaan, terwijl de kantonrechter in eerdere zaken herhaaldelijk heeft aangegeven dat deze in het geding moet worden gebracht.
Gelet op het voorgaande kan de kantonrechter niet vaststellen dat het toestelkrediet rechtsgeldig is opgeëist. Dat betekent dat de overeenkomst voor het toestelkrediet nog steeds doorloopt. Bovendien heeft de eisende partij het gevorderde resterend toestelkrediet niet voldoende gespecificeerd.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal betreffende de abonnementskosten ten aanzien van eisende partij sub 1 een bedrag van € 266,87 (€ 352,07 - € 85,20) worden toegewezen. Betreffende het toestelkrediet zal ten aanzien van eisende partij sub 2 een bedrag van
€ 229,07 (€ 697,43 - € 468,36) worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
De eisende partij sub 1 vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Ten aanzien van deze buitengerechtelijke incassokosten ad € 40,00 wordt het volgende overwogen. De kantonrechter constateert dat de eisende partij bij factuur van 16 september 2021 een bedrag van € 15,00 aan buitengelijke incassokosten bij de gedaagde partij in rekening heeft gebracht. Niet gesteld of gebleken is dat de eisende partij de gedaagde partij een aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW heeft gezonden voordat zij deze kosten bij de gedaagde partij in rekening heeft gebracht. Dat betekent dat niet is voldaan aan de vereisten die artikel 6:96 lid 6 BW daaraan stelt. De eisende partij handelt daarmee in strijd met de wet, wat haar kan worden aangerekend.
Naar de kantonrechter begrijpt worden die aanmaningskosten indien de klant niet alsnog tot betaling over gaat, voordat een zogenoemde veertiendagenbrief wordt verzonden gecrediteerd. De eisende partij heeft geen factuur overgelegd waarin die kosten worden verrekend en ook in de veertiendagenbrief wordt niet met zoveel woorden vermeld en toegelicht dat eerder in rekening gebrachte aanmaningskosten op het openstaande bedrag in mindering zijn gebracht. Hierdoor was bij ontvangst van die veertiendagenbrief onvoldoende duidelijk dat slechts het maximumbedrag volgens de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aan incassokosten verschuldigd was en werd gevorderd. De kantonrechter zal die onduidelijkheid voor rekening van de eisende partij laten en de vordering betreffende de buitengerechtelijke incassokosten afwijzen.
Proceskosten
2.5.
In het feit dat een groot deel van de vordering wordt afgewezen ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen aldus te compenseren dat partijen de eigen kosten dragen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij sub 1 te betalen € 266,87,
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij sub 2 te betalen € 229,07,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat partijen de eigen kosten dragen,
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.
632