Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-11-07
ECLI:NL:RBNNE:2023:4696
Strafrecht
Beschikking
1,179 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
Rekestnummer: C/17/189677 / FA RK 23/1067
Verzoekschrift tot zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))
Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] , wonende [adres] , verblijvende in de [instelling] , bijgestaan door zijn raadsman mr. F.H. Gart, advocaat te Drachten, hierna te noemen: betrokkene.
Procesverloop
1.1
De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 2 juni 2023 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring;
de zorgkaart;
het zorgplan;
de bevindingen van de geneesheer-directeur;
de verklaring niet voorkomen in het curatele -en bewindsregister d.d. 30 mei 2023;
de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel;
het psychiatrisch rapport opgemaakt door dr. T.W.D.P. van Os, forensisch psychiater, d.d. 7 april 2023.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 juli 2023 in het gebouw van de rechtbank op de locatie Leeuwarden. De rechtbank heeft de beslissing op het verzoekschrift tot zorgmachtiging aangehouden in afwachting van de uitkomst van de WLZindicatieaanvraag. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
1.3
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft vervolgens op 15 augustus 2023 wederom plaatsgevonden in het gebouw van de rechtbank op de locatie Leeuwarden. Daarbij heeft de rechtbank opnieuw de beslissing op het verzoekschrift tot zorgmachtiging aangehouden, omdat de WLZ-indicatieaanvraag was afgewezen en de uitkomst van de nieuwe WLZ-indicatieaanvraag moest worden afgewacht. Ook hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
1.4
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft vervolgens op 7 november 2023 wederom plaatsgevonden in het gebouw van de rechtbank op de locatie Leeuwarden.
1.5
Ter zitting zijn aanwezig en worden gehoord:
betrokkene;
mr. F.H. Gart, advocaat te Drachten, raadsman van betrokkene inzake het verzoekschrift tot het afgeven van een zorgmachtiging;
mr. C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, raadsvrouw van betrokkene inzake de verlenging van de terbeschikkingstelling;
de officier van justitie;
D.A. Franke, reclasseringswerkers bij de GGZ Verslavingszorg Noord-Nederland.
2Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht tot afwijzing van het verzoek tot zorgmachtiging.
3Standpunt van betrokkene
De raadsman van betrokkene heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat de rechtbank naar alle waarschijnlijkheid de termijn van de terbeschikkingstelling van veroordeelde met één jaar zal verlengen. Er is verzocht direct mondeling uitspraak te doen.
Beoordeling
Doordat de terbeschikkingstelling van betrokkene d.d. 7 november 2023 met één jaar is verlengd ziet de rechtbank geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen. De rechtbank is van oordeel dat alvorens overgegaan kan worden tot toewijzing van een zorgmachtiging eerst een juiste beschermde woonvorm voor betrokkene gevonden dient te worden.
Dictum
De rechtbank:
Wijst af het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging.
Deze beschikking is op 7 november 2023 gegeven door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, en mr. M.E. Joha en mr. H.K. De Haan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Linde, griffier.
Mr. H.K. De Haan is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor betrokkene en officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.