Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-09-26
ECLI:NL:RBNNE:2023:3917
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
22,127 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht Locatie Assen
parketnummer 18/310893-21 ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/340716-21 en 96/156927-22 vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/027317-21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 26 september 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 augustus 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.M.J. Comans, advocaat te Utrecht. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R. Janssens.
Tenlastelegging
Parketnummer 18/310893-21
Aan verdachte is, kort gezegd en na toegewezen vordering aanpassing omschrijving feiten tenlastelegging ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en toegewezen vordering wijziging tenlastelegging ex artikel 313 Sv, het volgende ten laste gelegd:
het op of omstreeks 3 oktober 2021 tezamen en in vereniging door middel van braak, verbreking,inklimming en/of een valse sleutel, uit een woning aan het [adres] te Roden, wegnemen van (een) portemonnee(s) met daarin diverse (bank)passen en/of een hoeveelheid contant geld en/of een Nintendo Switch en/of een parfum en/of een jas en/of een bril en/of sigaretten en/of autosleutels, toebehorend aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;
het op of omstreeks 3 oktober 2021 tezamen en in vereniging door middel van braak, verbreking,inklimming en/of een valse sleutel wegnemen van een voertuig/auto van het merk BMW met kentekennummer [nummer] toebehorend aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ;
het op of omstreeks 3 oktober 2021 pogen (telkens) tezamen en in vereniging door middel vanbraak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel uit een woning wegnemen van een goed/goederen toebehorend aan [slachtoffer 3] ( [adres] ) en/of [slachtoffer 4] ( [adres] ) en/of [slachtoffer 5] (De
[adres] ),
4. het op of omstreeks 3 oktober 2021 tezamen en in vereniging door middel van braak, verbreking,inklimming en/of een valse sleutel, uit een woning aan de [adres] te Roden, wegnemen van een Chromebook met oplader toebehorend aan [slachtoffer 6] ;
5. het op of omstreeks 3 oktober 2021 tezamen en in vereniging wegnemen van een televisie en/ofeen beamer en/of een homecinema set en/of afstandsbedieningen toebehorend aan [slachtoffer 7] en/of [adres] , door een recreatiegebouw aan [adres] te Roden in te sluipen;
6. het op of omstreeks 14 oktober 2021 tezamen en in vereniging door middel van braak, verbreking,inklimming en/of een valse sleutel, uit een woning aan de [adres] te Heerenveen, wegnemen van fotocamera's en/of een Apple Imac en/of Apple lpad en/of tuingereedschap en/of een luchtdrukwapen en/of een hoeveelheid contant geld en/of een luidspreker en/of een statief en/of een rugzak en/of een paspoort en/of drie houten Rolex dozen, toebehorend aan [slachtoffer 28] ;
7. het op of omstreeks 9 november 2021 wegnemen van jassen, mobiele telefoons, (auto)sleutels,pasjes (waaronder identiteitsbewijzen en bankpassen), een JBL-speaker, (sport)kleding, en een sporttas toebehorend aan [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] ,
[slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] , door in te sluipen in de kleedkamer van voetbalvereniging [naam] aan de [adres] ;
8. het op of omstreeks 11 november 2021 wegnemen van een JBL-speaker toebehorend aan[slachtoffer 14] , door in te sluipen in de kleedkamer aan de [adres] te Franeker;
9. het op/in of omstreeks de periode van 11 november 2021 tot en met 15 november 2021 doormiddel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, uit een woning aan de [adres] te Assen, pogen weg te nemen van goederen toebehorend aan [slachtoffer 15] ;
10. primair: het op of omstreeks 14 november 2021 wegnemen van een hoeveelheid benzine,toebehorend aan [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] ; subsidiair: het op of omstreeks 14 november 2021 verduisteren van een hoeveelheid benzine toebehorend aan [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] ;
11. primair: het op of omstreeks 16 november 2021 helen van een rijbewijs en/of een mobieletelefoon van het merk OPPO toebehorend aan [slachtoffer 18] ; subsidiair: het op of omstreeks 16 november 2021 witwassen van een rijbewijs en/of een mobiele telefoon van het merk OPPO toebehorend aan [slachtoffer 18] .
Parketnummer 18-340716-21
Aan verdachte is, kort gezegd, het volgende ten laste gelegd:
het op of omstreeks 17 oktober 2021 mishandelen van [slachtoffer 19] ;
het op of omstreeks 17 oktober 2021 bedreigen van [slachtoffer 19] .
Parketnummer 96/156927-22
Aan verdachte is, kort gezegd en na toegewezen vordering wijziging tenlastelegging ex artikel 313 Sv, het volgende ten laste gelegd:
het in of omstreeks de periode van 10 op 11 oktober 2021 geen gevolg geven aan het aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of politieambtenaar zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen of geen medewerking daaraan verlenen.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 18/310893-21
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1 tot en met 11 ten laste gelegde feiten.
Parketnummer 18-340716-21
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Parketnummer 96/156927-22
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het bewijs.
Oordeel van de rechtbank
Parketnummer 18/310893-21 Ten aanzien van de feiten 1 (inbraak [adres] ), 2 (diefstal BMW), 3 (poging inbraak [adres] , [adres] en De [adres] ), 4 (inbraak De [adres] ) en 10 (diefstal benzine)
De rechtbank acht de onder 1 tot en met 4 en feit 10 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2023;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 oktober 2021,opgenomen op pagina 260 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NN3R021102 (onderzoek Sultan) d.d. 10 januari 2022, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 oktober 2021,opgenomen op pagina 340 en verder van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer
3] ;
4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ( [adres] ) d.d. 2 december 2021, opgenomen op pagina 342 en verder van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [naam] ;
5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vergelijkendwerktuigsporenonderzoek d.d. 27 oktober 2021, opgenomen op pagina 344 en verder van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [naam] ;
6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 oktober 2021,opgenomen op pagina 354 en verder van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer
4] ;
7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 oktober 2021,opgenomen op pagina 370 en verder van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 5] ;
8. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 oktober 2021,opgenomen op pagina 356 en verder van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 20] ;
9. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 november 2021,opgenomen op pagina 542 en verder van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 16] , namens [slachtoffer 17] .
Ten aanzien van de feiten 5 (diefstal [adres] ), 6 (inbraak Heerenveen), 7 (insluiping [adres] ), 8 (insluiping Franeker), 9 (poging inbraak [adres] ) en 11 (opzet-/schuldheling)
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 29 augustus 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Ik ben op 14 oktober 2021 in Heerenveen geweest en het klopt dat ik in een grijze Renault Clio reed.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 12 oktober 2021,opgenomen op pagina 372 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 7] :
Ik ben eigenaar van [adres] gelegen aan de [adres] te [adres] . Op 3 oktober omstreeks 14:00 uur kwam ik tot ontdekking dat er meerdere goederen uit het recreatiegebouw weggenomen zijn. In de recreatiekamer stond een Salora televisie en een homecinema set van Bose. Deze zijn weggenomen. (…) Er is ook nog een schroevendraaier aangetroffen die niet van mij is. Zowel het kantoor als een inloopkast waren volledig overhoopgehaald. Vanuit mijn kantoor is nog een beamer van Epson weggenomen.
3. Een geschrift, zijnde een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 376 vanvoornoemd dossier, inhoudende:
Inbeslagneming
Plaats: [adres] te [adres]
Datum en tijd: 3 oktober 2021 te 15:00 uur
Omstandigheden: Schroevendraaier is na inbraak achtergebleven in kantine.
Goednummer: PL0100-2021270233-1425082 Object: Schroevendraaier
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 8 oktober 2021,opgenomen op pagina 389 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Goednummer: PL0100-2021270233-1425082
Object: Schroevendraaier
Veiliggesteld spoor
SIN: AAOT9028NL
5. Een deskundigenrapport afkomstig van het Maastricht Forensic Institute van 11 november 2021,zaaknummer 2021.10.29.174, opgenomen op pagina 394 en verder van voornoemd dossier, opgemaakt door dr. P.J. Herbergs, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als NRGDgeregistreerd forensisch DNA-deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
Handvat
schroevendraaier AAOT9028NL
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard
Het DNAhoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte]
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 december2021, opgenomen op pagina 688 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :
V: In de nacht van 2 oktober 2021 om 23:30 uur op 3 oktober 2021 14:02 uur is er ingebroken op [adres] op de [adres] te [adres] . In deze nacht heb jij samen met [verdachte] en [medeverdachte 1] ingebroken op de [adres] en de [adres] in [adres] . Wat heb je met de inbraak op [adres] te maken?
(...) Met wie was je daar?
A: [verdachte] en die andere jongen, [medeverdachte 1] . Zij stonden bij de auto aan het begin van de weg. Ik stond bij een huis op 500 meter van de auto.
V: Wie kwam met het idee?
A: [verdachte] . Hij stopte ergens, ik ben eruit gezet. Ik kreeg geen opdracht, maar wist wel wat ik moest doen natuurlijk. [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn verder gereden. Ik stond 500 à 800 meter van de auto vandaan. Ik ben nog in de bosjes gesprongen, toen er een zwarte auto langs reed. Ze zijn via de tuin gegaan, ze wilden bij de eerste woning inbreken, maar konden daar niet komen, ze zijn toen verderop gaan inbreken. Ze zijn wel een half uur à drie kwartier weggeweest.
V: Wat hebben jullie daar weggenomen?
A. Een televisie. De tv werd op de achterbank van de auto gezet en de rest kwam in de kofferbak van
de auto. [medeverdachte 1] had de tv vast en [verdachte] de andere dingen. V: Volgens aangever is er nog een beamer weggenomen uit het kantoor. A: Ik denk dat ik die wel gezien heb ja.
Dictum
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.
Verlengt de in het vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 21 april 2021 vastgestelde proeftijd met één jaar.
Met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen:
Gelast de teruggave aan [slachtoffer 28] , [adres] Heerenveen, van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven lens (merk: Canon).
Gelast de bewaring van de in beslag genomen honkbalknuppel, horloge (merk: TW Steel), mes, plakband en personenauto (merk: Opel, kenteken: [nummer] ) ten behoeve van de rechthebbende.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. H.M. Lenting en mr. H. Hanssen, rechters, bijgestaan door mr. E.C. Kasper-Kerkdijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september 2023.
Mr. H.M. Lenting is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Parketnummer 18/310893-21
Aan verdachte is, na toegewezen vordering aanpassing omschrijving feiten tenlastelegging ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en toegewezen vordering wijziging tenlastelegging ex artikel 313 Sv, het volgende ten laste gelegd:
1.
hij op of omstreeks 3 oktober 2021 te [adres] (in/uit een woning aan de [adres] ), gemeente Noordenveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) portemonnee(s) met daarin diverse (bank)passen en/of een hoeveelheid contant geld en/of een Nintendo Switch en/of een parfum en/of een jas en/of een bril en/of sigaretten en/of autosleutels, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of
[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
2.
hij op of omstreeks 3 oktober 2021 te [adres] , gemeente Noordenveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een voertuig/auto van het merk BMW met kentekennummer [nummer] en/of de in dit voertuig/auto bevindende goederen, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, door hieraan voorafgaand de autosleutel van voornoemde auto uit de woning aan de [adres] weg te nemen;
3.
hij op of omstreeks 3 oktober 2021 te [adres] , gemeente Noordenveld, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
in een woning aan de [adres] ; en/of
in een woning aan de [adres] ; en/of
in een woning aan De [adres] ,
(telkens) een goed/goederen, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer 3] (Hopped 21) en/of [slachtoffer 4] ( [adres] ) en/of [slachtoffer 5] (De [adres] ), in elk geval aan een ander/anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op of omstreeks 3 oktober 2021 te [adres] (in/uit een woning aan De [adres] ), gemeente Noordenveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Chromebook met oplader, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
5.
hij op of omstreeks 3 oktober 2021 te [adres] (uit een recreatiegebouw aan [adres] ), gemeente Noordenveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een televisie en/of een beamer en/of een homecinema set en/of afstandsbedieningen, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [adres] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, (en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat recreatiegebouw heeft/hebben verschaft door via de onafgesloten (voor)deur dat recreátiegebouw in te sluipen);
6.
hij op of omstreeks 14 oktober 2021 te Heerenveen (in/uit een woning aan de [adres] ), althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, fotocamera's en/of een Apple Imac en/of Apple lpad en/of tuingereedschap en/of een luchtdrukwapen en/of een hoeveelheid contant geld en/of een luidspreker en/of een statief en/of een rugzak en/of een paspoort en/of drie houten Rolex dozen, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
7.
hij op of omstreeks 9 november 2021 te [adres] , gemeente Assen (uit een kleedkamer van voetbalvereniging W Leo [adres] aan de [adres] ), althans in Nederland, jassen, mobiele telefoons, (auto)sleutels, pasjes (waaronder identiteitsbewijzen en bankpassen), een JBL speaker,
(sport)kleding, en een sporttas, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, (en waarbij verdachte zich de toegang tot die kleedkamer heeft verschaft door via de onafgesloten (voor)deur die kleedkamer in te sluipen);
8.
hij op of omstreeks 11 november 2021 te Franeker (uit een kleedkamer aan de [adres]
), althans in Nederland, een JBL speaker, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 14] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, (en waarbij verdachte zich de toegang tot die kleedkamer heeft verschaft door via de onafgesloten (voor)deur die kleedkamer in te sluipen);
9.
hij op/in of omstreeks de periode van 11 november 2021 tot en met 15 november 2021 te Assen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in ee
Beoordeling
Die is ook in de kofferbak gegaan.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte met daarbij behorende bijlage d.d. 25 oktober 2021, opgenomen op pagina 406 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 28] :
Plaats delict: [adres] , Heerenveen
Pleegdatum/tijd: 14 oktober 2021
Toen ik thuiskwam en naar boven liep zag ik dat er was ingebroken. De jassen lagen op de grond en alle slaapkamers waren overhoopgehaald. Ik zag dat op de slaapkamer de deur naar het platte dak open stond. Toen ik beneden kwam zag ik dat het kantoor overhoopgehaald was en dat mijn Apple IMac was weggenomen. Ik zag meteen ook dat mijn twee Canon camera’s weg waren. We zagen dat er aan de achterzijde van de woning door de dader(s) gaten in het kozijn waren gemaakt en ze daar vermoedelijk binnen zijn gekomen.
- Object: Fotocamera
Merk/type: Canon Powershot
- Object: Fotocamera
Merk/type: Canon Eos
- Object: Computer
Merk/type: Apple Imac
- Object: Tuingereedschap
Merk/type: Stihl
- Object: Tuingereedschap (Bladblazer)
Merk/type: Stihl
- Object: Tuingereedschap (Heggenschaar)
Merk/type: Stihl
- Object: Computer (Tablet)
Merk/type: Apple Ipad
- Aantal/eenheid: 3 stuks
Verpakking: Doos
Merk/type: Rolex
Object: Overig wapen (Luchtdrukwapen)
Object: Luidspreker
Merk/type: Sonos 5
- Object: Geld
Bijzonderheden: 600euro
Object: Zak (Rugzak)
Object: Camera
Bijzonderheden: Statief voor camera
- Object: Paspoort
Bijzonderheden: Paspoort [slachtoffer 28]
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2021, opgenomen op pagina 420 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [naam] en [naam] :
Een Renault Clio voorzien van kenteken [nummer] is in gebruik bij betrokkene [verdachte] . De collega's troffen in de auto verschillende goederen. Toen wij vervolgens de goederen bekeken kwamen deze goederen overeen met een inbraak, gepleegd in Heerenveen op 14 oktober 2021. Wij hebben opnieuw in de auto gekeken en troffen de volgende goederen aan: - Een gereedschapskoffer;
- Een statief voor een fotocamera.
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2021, opgenomen op pagina 431 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Desgevraagd gaf [medeverdachte 2] aan dat deze persoon onder de naam ' [verdachte] ' of ' [verdachte] ' staat.
Ik zag dat ' [verdachte] ' bovenaan in zijn gesprekslijst stond.
Ik opende het gesprek en zag, kort en bondig weergeven, onder andere het volgende:
dat [verdachte] op 13 oktober 2021 09:53 stuurt: "Mr zie je dalijk bro trek iets met capu"
dat [medeverdachte 2] op 14 oktober 2021 01:05 uur stuurt: "Was weer gekke avond broeder"- dat [medeverdachte 2] op 15 oktober 2021 om 09:33 uur aan [verdachte] vraagt hoe laat hij deze kant op komt en dat die Mac pc klaar is en dat hij er niks mee kan want "Ze hebben em gelockt" - dat [verdachte] stuurt: "En we moete die stihl dingen inleveren ergens en die cameras"
dat [medeverdachte 2] een foto stuurt van een Apple computer waarbij inloggen mislukt door eenfoute toeganscode
dat [medeverdachte 2] stuurt: "Ik ga hem nu ook niet meer verbinden met internet. Voor ze hem welvinden. Niemand kan hier iets eme. Alleen de eigenaar". Waarop [verdachte] antwoordt: "Oke weg erme".
dat [medeverdachte 2] een screenshot stuurt van het gesprek met de koper van de fotocamera. (…)
Ik zag in de galerij dat er 15 oktober foto's zijn gemaakt van een Apple computer, Canon camera en Stihl gereedschap.
10 . Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 december 2021, opgenomen op pagina 694 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] :
Ik had contact gehad met iemand die belang had bij de camera die was ontvreemd door [verdachte] in Heerenveen. Ik was daar ook bij, maar heb niet ingebroken.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 november 2021, opgenomen op pagina 499 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 8] :
Ik doe aangifte namens mijzelf en namens [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 9] . Ik was samen met bovengenoemde personen in de kleedkamer van voetbalvereniging [adres] . Om 21.15 uur kwamen we terug in deze kleedkamer en toen misten we veel persoonlijke spullen.
De volgende spullen zijn gestolen:
Van [slachtoffer 8] :
-Een zwarte Jas van het merk North Face.
-Autosleutels, hieraan zaten ook huissleutels.
Van [slachtoffer 21] :
-Een telefoon, een Iphone 7+. Deze telefoon had hij in een groen hoesje en daar zat een pinpas van de ABN-bank en een identiteitskaart in.
-Een zwarte jas van het merk Adidas.
-Een blauwe Nike sportjas.
Van [slachtoffer 22] :
-Een JBL-speaker, type charge 3.
Van [slachtoffer 10] :
-Een mobiele telefoon van het merk Iphone 11.
-Een donkerblauwe trainingsbroek van het merk PSG. -Een zwart T-shirt van het merk Versace.
-Een zwarte jas van het merk Parajumper maat L.
Van [slachtoffer 11] :
-Een zwarte sporttas met opdruk Feyenoord.
-Een mobiele telefoon van het merk Samsung, type A20.
Van [slachtoffer 9] :
-Een mobiele telefoon van het merk Iphone.
-Een OV chipkaart.
-Een Pinpas.
-Een Identiteitskaart.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2021,opgenomen op pagina 511 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Ik heb de camerabeelden gezien die opnames weergaven ten tijde van diefstal uit een kleedkamer vanuit een sportcomplex te [adres] , [adres] te [adres] . Ik zag op deze opname dat er een persoon op 09-11-2021 om 20.51 uur het sportcomplex binnenliep. Deze man liep langzaam het pand in. Ik zag dat het een blanke man was die [slachtoffer 23] gekleed was met een pet op. Hij liep richting de camera en ging linksaf de gang in waar de kleedkamers waren. Ik zag dat deze man geen tas bij zich droeg. Ik zag dat deze man om 20.58 uur weer in beeld kwam en hij droeg twee tassen bij zich. Ik herken deze persoon als [verdachte] . Ik heb [verdachte] eerder in een verhoor gehad als verdachte en ik weet hoe hij loopt en hoe hij eruit ziet.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2021,opgenomen op pagina 514 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Op 17 november 2021, werd het voertuig, welke in gebruik was bij verdachte [verdachte] , bekeken op het aanwezig zijn van mogelijk gestolen goederen. Het voertuig, een blauwe Opel Corsa, voorzien van het kenteken [nummer] , was op 16 november 2021 onder [verdachte] in beslag genomen. In het voertuig werden meerdere goederen aangetroffen, waaronder een JBL Charge 3 geluidsbox. Aan de hand van het registratienummer in deze box, kon deze worden teruggebracht naar de geluidsbox, welke op 9 november 2021 bij de insluiping bij [naam] , werd ontvreemd. Ik heb gebeld met de aangever, om te vragen of hij het registratienummer van de box wist. Hij noemde het registratienummer op. Deze kwam overeen met het registratienummer welke ik in de inbeslaggenomen box heb aangetroffen.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
Dictum
n woning aan de [adres] een goed/goederen, in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 15] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
10 .
hij op of omstreeks 14 november 2021 te [slachtoffer 17] (aan de [adres] ), althans in Nederland, een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 november 2021 te [slachtoffer 17] (aan de [adres] , althans in Nederland, opzettelijk een hoeveelheid benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, en welke benzine verdachte had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
11
hij op of omstreeks 16 november 2021 te Assen, althans in Nederland, een rijbewijs op naam van [slachtoffer 18] (p. 474/477) en/of een mobiele telefoon van het merk OPPO van [slachtoffer 18] (p. 474/478), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair, voor zover het voorgaande niet wettig of overtuigend bewezen kan worden,
hij op of omstreeks 16 november 2021 te Assen, althans in Nederland, een rijbewijs op naam van [slachtoffer 18] (p.474/477) en/of een mobiele telefoon van het merk OPPO van [slachtoffer 18] (p.474/478), heeft verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;
Parketnummer 18-340716-21
Aan verdachte is het volgende ten laste gelegd:
1
hij op of omstreeks 17 oktober 2021 te Assen, althans in Nederland, [slachtoffer 19] heeft mishandeld door die [slachtoffer 19]
meermalen, althans eenmaal, tegen/in het hoofd/gezicht te slaan/stompen, en/of
( vervolgens) ten val te brengen door hem van zijn fiets te duwen/trekken en/of
( vervolgens) meermalen, althans eenmaal, tegen/in het hoofd/gezicht te slaan/stompen;
2 hij op of omstreeks 17 oktober 2021 te Assen, althans in Nederland, [slachtoffer 19] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 19] dreigend de woorden toe te voegen: "jij moet niet zo stoer doen, anders ga ik een pipa ophalen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Parketnummer 96/156927-22
Aan verdachte is, na toegewezen vordering wijziging tenlastelegging ex artikel 313 Sv, het volgende ten laste gelegd:
hij in of omstreeks de periode van 10 op 11 oktober 2021 te [adres] , gemeente Noordenveld, en/of [adres] , in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
Beoordeling
10 november 2021,opgenomen op pagina 508 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [naam] en [naam] :
Op 9 november 2021 was er een diefstal ontdekt uit een sportcomplex en hierbij was onder andere een Iphone telefoon weggenomen. Wij spraken [slachtoffer 10] , die ons de app "Zoek mijn Iphone" liet zien, met daarop de locatie van de gestolen Iphone, aan de [adres] te Assen. Op dit adres woont de ons ambtshalve bekende [verdachte] .
15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 november 2021,opgenomen op pagina 516 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 14] :
Plaats delict: [adres] te Franeker
Op 11 november is er tijdens een voetbal wedstrijd in Franeker (op het complex van SC Franeker) uit de kleedkamer mijn JBL Boombox gestolen.
16. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2021,opgenomen op pagina 522 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Naar aanleiding van het geplaatste baken onder het voertuig van verdachte [verdachte] , konden de bewegingen welke dit voertuig, een Opel Corsa, voorzien van het kenteken [nummer] , worden gevolgd. Op 11 november 2021 heeft dit voertuig zich verplaatst naar Franeker. Het voertuig heeft op 11 november 2021 tussen 20.47 en 21.25 uur stilgestaan op de parkeerplaats van het sportcomplex aan de [adres] te Franeker.
Aangever [slachtoffer 14] gaf een omschrijving van de Boombox, waarna ik hem enkele foto’s heb gestuurd, afkomstig van de inbeslaggenomen telefoon van [verdachte] , waarop een JBL Boombox is te zien. Deze foto’s waren gemaakt op 11 november 2021 om 21.32 uur. Op het moment dat deze foto’s zijn gemaakt staat de Boombox op schoot bij de bestuurder van een Opel. De telefoon van [verdachte] straalde op dat moment de paal van de [adres] te Franeker, welke hemelsbreed ongeveer
300 meter van het sportcomplex staat, aan. Nadat ik aangever [slachtoffer 14] de foto’s had doorgestuurd, kreeg ik bericht van hem dat hij de Boombox herkende als zijn Boombox.
17. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2021,opgenomen op pagina 531 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 15] :
Ik doe aangifte van poging diefstal door middel van braak in mijn woning. Bij de poging is de voordeur van mijn woning vernield. Mijn woning staat aan de [adres] te Assen. Op 11 november 2021 ben ik voor het laatst in mijn woning geweest. Op 15 november 2021 zag ik dat de voordeur openstond. Ik zag dat er meerdere houtsplinters en kleine stukjes hout op de grond lagen. Ik zag dat er zeker twee moeten in het hout van deur zaten. Ik zag dat een sluitgedeelte van een grendel op de grond lag met de schroeven er nog in. Ik heb voor zover ik kon zien, niet het idee dat er goederen weggenomen zijn uit mijn woning.
18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 december 2021,opgenomen op pagina 533 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Bij onderzoek naar het uitlezen van het baken, welke geplaatst was onder het voertuig van verdachte [verdachte] , Opel Corsa, voorzien van het kenteken [nummer] bleek, dat hij mogelijk betrokken is geweest bij de inbraak aan de [adres] te Assen. Deze woning ligt ongeveer honderd meter vanaf de [adres] . Op 11 november 2021 bleek dat het voertuig om 15.13 uur zich verplaatst in de richting van de [adres] . Bij navraag bij de Forensische Opsporing, bleek dat zij een sporenonderzoek hadden ingesteld. De FO vond twee indruksporen, mogelijk afkomstig van de beitelzijde van een breekijzer. Op 29 november 2021, werd een Proces-Verbaal van de Forensische Opsporing ontvangen waarin de conclusie is, dat het afgevormde werktuigspoor, aangetroffen bij perceel [adres] te Assen, zeer waarschijnlijk is veroorzaakt met het breekijzer welke is aangetroffen in het voertuig van [verdachte] . Zowel het baken van de auto van [verdachte] , als zijn (uitgelezen) telefoon, zijn ter plaatse geweest op dag, datum en tijdstip van de inbraak.
19. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 november 2021,opgenomen op pagina 474 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam] , namens [slachtoffer 18] :
Mijn naam is [slachtoffer 18] en ik doe aangifte van diefstal via mijn partner. Gisteravond 2-11-2021 zijn mijn mobiele telefoon en rijbewijs gestolen vanuit de voetbal kleedkamer bij [adres] .
Merk/type: OPPO
Serienummer: CPH2021
IMEI-nummer: 864630042366491
20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2021,opgenomen op pagina 477 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [naam] en [naam] :
Op 16 november 2021 waren wij te Assen. Toen wij [verdachte] in de boeien hadden, zagen wij achter hem een rijbewijs liggen. Wij hoorden [verdachte] daarop direct en ongevraagd zeggen: "Die is niet van mij.” Dit rijbewijs zagen wij nog niet op de grond liggen toen wij op [verdachte] af kwamen lopen. Dit rijbewijs moet dus op de grond zijn beland in de periode dat wij [verdachte] al in de boeien hadden. Er waren op dat moment geen andere personen om ons heen. Ik zag dat dit rijbewijs op naam stond van [slachtoffer 18] . Ik zag in de politiesystemen dat dit rijbewijs was gestolen op 2 november 2021 samen met een telefoon en andere goederen.
21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2021,opgenomen op pagina 478 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Op 16 november 2021 is verdachte [verdachte] aangehouden in een aantal andere zaken. Tijdens de aanhouding van [verdachte] is een telefoon aangetroffen tijdens zijn fouillering. Dit betreft een Oppo type CPH2021 met IMEI-nummer 864630042366491. Bij nakijken in het politiesysteem komt naar voren dat deze telefoon gestolen is bij een insluiping bij voetbalvereniging [adres] te Assen. Tijdens de aanhouding hebben verbalisanten een rijbewijs gevonden van aangever [slachtoffer 18] . Dit rijbewijs is eveneens weggenomen tijdens de insluiping bij [adres] .
Nadere bewijsmotivering feit 5 (diefstal [adres] )
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] volgt dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] richting de camping is gegaan. Volgens de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] keerden verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gezamenlijk naar de auto terug met verschillende goederen (waaronder een televisie en een beamer) en laadden deze goederen in de auto. Tevens is er een schroevendraaier in het gebouw aangetroffen waarop het DNA van verdachte aanwezig was.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan.
Nadere bewijsmotivering feit 6 (inbraak Heerenveen)
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangenomen dat verdachte het ten laste gelegde met een onbekend gebleven persoon in nauwe en bewuste samenwerking heeft gepleegd.
Beoordeling
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen.
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde feit alleen heeft begaan.
Nadere bewijsmotivering feit 7 (insluiping [adres] )
De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte is herkend op de camerabeelden die zijn gemaakt rondom de tijd dat de goederen uit de kleedkamer werden weggenomen. Daarnaast blijkt uit de vindmijn-Iphone-gegevens dat de Iphone die uit de kleedkamer is weggenomen, is aangetroffen op het adres van verdachte waar verdachte verbleef. Bovendien is de JBL box die is weggenomen uit de kleedkamer in de auto waar verdachte in reed aangetroffen. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte degene is die de spullen uit de kleedkamer heeft weggenomen.
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 7 ten laste gelegde feit heeft begaan.
Nadere bewijsoverweging feit 8 (insluiping Franeker)
De rechtbank overweegt als volgt. Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte aanwezig is geweest op de plaats en het tijdstip van de diefstal. Immers, de telefoon van verdachte straalde de paal in de buurt van het sportcomplex te Franeker aan en het baken dat onder de door verdachte gebruikte Opel was geplaatst, straalde op de parkeerplaats van het sportcomplex aan, beide op het moment van de diefstal. De rechtbank overweegt dat de uit het sportcomplex weggenomen JBL Boombox rond het tijdstip van de diefstal is gefotografeerd in een Opel. Deze foto is aangetroffen op de telefoon van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan dan dat het verdachte is geweest die de JBL Boombox uit de kleedkamer heeft weggenomen.
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 8 ten laste gelegde feit heeft begaan.
Nadere bewijsoverweging feit 9 (poging inbraak [adres] )
De rechtbank overweegt als volgt. Uit voornoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. De telefoon van verdachte was ten tijde van de inbraak op de plaats van de inbraak. Daarnaast straalde het baken onder de auto van verdachte aan op de plaats en tijdstip van de inbraak. In de auto van verdachte werd bovendien een breekijzer aangetroffen. Volgens de forensisch deskundigen zijn de werktuigsporen op de plaats van de inbraak zeer waarschijnlijk veroorzaakt door het breekijzer dat is aangetroffen in de auto van verdachte. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat het verdachte is geweest die de deur van de woning heeft geforceerd met het breekijzer. Nu er niets uit de woning is weggenomen, is er sprake van een poging tot diefstal.
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 9 ten laste gelegde feit heeft begaan.
Nadere bewijsoverweging feit 11 (opzet-/schuldheling)
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen stelt de rechtbank allereerst vast dat de onder de verdachte in beslag genomen goederen van misdrijf, te weten van diefstal, afkomstig waren. De rechtbank stelt voorts vast dat niet is gebleken van een aanwijzing dat verdachte zelf op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de diefstal of verduistering van deze goederen.
De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet tot het bewijs kan bijdragen. Wel kan de rechtbank in haar overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal betrekken, dat een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven.
De rechtbank stelt vast dat onder verdachte een telefoon van het merk Oppo, eigendom van [slachtoffer 18] , in beslag is genomen. Het rijbewijs werd in de nabijheid van verdachte aangetroffen op het moment van de aanhouding, terwijl deze er eerst niet lag en er geen personen in de buurt van verdachte waren. De rechtbank leidt hier uit af dat het niet anders kan dan dat het verdachte was die het rijbewijs voor handen heeft gehad. Op een rijbewijs staat doorgaans duidelijk aangegeven aan wie het rijbewijs toebehoort. Op het rijbewijs dat verdachte voorhanden had stond de naam van de hem onbekende [slachtoffer 18] . Terwijl later, tijdens de fouillering, de telefoon van diezelfde [slachtoffer 18] werd aangetroffen.
Gelet op deze feiten en de omstandigheden waaronder de goederen onder de verdachte werden aangetroffen en in aanmerking genomen dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben daarvan, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen wist dat deze van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank betrekt bij dat oordeel de omstandigheid dat aanwijzingen ontbreken dat wetenschap van de criminele herkomst van de goederen bij de verdachte eerst is ontstaan na het voorhanden krijgen daarvan. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.
Op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 11 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.
Parketnummer 18-340716-21 Ten aanzien van de feiten 1 en 2
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De door verdachte ter zitting van 29 augustus 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend: Op 17 oktober 2021 heb ik [slachtoffer 19] een paar keer in het gezicht geslagen.
Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 november2021, opgenomen op pagina 34 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2021309033 d.d. 18 november 2021, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 19] :
Op 17 oktober 2021 was ik in Assen. [verdachte] kwam zeggen dat ik stoer had gedaan, en dat ik niet zo stoer moest doen anders ging hij dingen ophalen, een pipa. Hier bedoelde hij een pistool mee. Ik voelde me bedreigd en was bang. (...) Ik fietste over de [adres] vanuit het centrum. Ik voelde dat iemand mij bij mijn linker schouder vast pakte. Ik kijk om en zie dat dit [verdachte] is. Hij kwam op mij heel bedreigend over. Hij trok me van mijn fiets en ik viel op de grond. Hij hing boven mij en begon op me in te slaan, met zijn vuisten. Ik ben minstens 6 keer geslagen in mijn gezicht. Hierdoor heb ik een dik oog overgehouden en wat schaafwonden aan mijn handen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 17 oktober
2021, opgenomen op pagina 19 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam] :
Op zondag 17 oktober 2021 reed ik in de [adres] te Assen. Ik zag dat de persoon op de fiets door een andere persoon van de fiets werd getrokken. De man op de fiets kreeg een klap op zijn hoofd en viel op de grond.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 10 november
2021, opgenomen op pagina 45 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam] :
Op 17 oktober 2021 naast het [adres] was ik samen met [naam] . Ik zag een jongen aan komen lopen. Ik hoorde dat die jongen iets zei over dat [naam] niet moest gaan praten.
Beoordeling
Of dat [naam] iets niet had moeten zeggen. Ik hoorde dat die jongen zei dat hij een "Pipa" vuurwapen kon gaan ophalen.
Nadere bewijsoverwegingen Feit 1 (mishandeling [slachtoffer 19] )
Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangever [slachtoffer
19] van zijn fiets heeft getrokken en hem meermalen in het gezicht heeft geslagen. Hierdoor heeft [slachtoffer 19] pijn en letsel ondervonden. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder 1 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 19] .
Feit 2 (bedreiging [slachtoffer 19] )
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied, dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen, dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte heeft de gestelde bedreiging stellig ontkent, zowel bij de politie als ter terechtzitting. De verklaring van [slachtoffer 19] dat verdachte tegen hem heeft gezegd dat hij niet stoer moest doen en dat hij anders een zogenoemde ‘pipa’ zou gaan halen, wordt ondersteund door getuige [naam] die ook heeft gehoord dat verdachte een ‘pipa’ zou gaan halen. Zowel [slachtoffer 19] als [naam] leggen tijdens het verhoor ook uit wat een ‘pipa’ volgens hen is, namelijk een pistool/vuurwapen.
De rechtbank leidt hieruit af dat duidelijk is wat verdachte met deze woorden bedoelde en dat hij het opzet had dat hierdoor vrees bij [slachtoffer 19] zou ontstaan. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de aard van de ten laste gelegde uitlatingen van de verdachte in de gegeven omstandigheden een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van [slachtoffer 19] opleveren. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde.
Parketnummer 96/156927-22
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2023;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 11 oktober 2021,opgenomen op pagina 3 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL01002021277766 d.d. 5 april 2022, inhoudend het relaas van verbalisanten [naam] , [naam] en [naam] .
Bewezenverklaring
Parketnummer 18/310893-21:
De rechtbank acht feiten 1 tot en met 9, 10 primair en 11 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij op 3 oktober 2021 te [adres] (uit een woning aan het [adres] ) tezamen en in vereniging met een ander portemonnees met daarin diverse passen en een hoeveelheid contant geld en een Nintendo Switch en een parfum en een jas en een bril en sigaretten en autosleutels, die aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
2.
hij op 3 oktober 2021 te [adres] tezamen en in vereniging met een ander, een auto van het merk BMW met kentekennummer [nummer] en de in deze auto bevindende goederen die aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door hieraan voorafgaand de autosleutel van voornoemde auto uit de woning aan de [adres] weg te nemen;
3.
hij op 3 oktober 2021 te [adres] telkens tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om
in een woning aan de [adres] ; en
in een woning aan de [adres] ; en- in een woning aan De [adres] , telkens een goed/goederen, dat/die aan [slachtoffer 3] ( [adres] ) en/of [slachtoffer 4] ( [adres] ) en/of [slachtoffer 5] (De [adres] ) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goed/goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op 3 oktober 2021 te [adres] (uit een woning aan De [adres] ), tezamen en in vereniging met een ander, een Chromebook met oplader, die aan [slachtoffer 6] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak;
5.
hij op 3 oktober 2021 te [adres] (uit een recreatiegebouw aan de [adres] ), tezamen en in vereniging met een ander, een televisie en een beamer en een homecinema set en afstandsbedieningen, die aan [slachtoffer 7] en/of [adres] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot dat recreatiegebouw heeft/hebben verschaft door via de onafgesloten deur dat recreatiegebouw in te sluipen;
6.
hij op 14 oktober 2021 te Heerenveen (uit een woning aan de [adres] ) fotocamera's en een Apple Imac en Apple Ipad en tuingereedschap en een luchtdrukwapen en een hoeveelheid contant geld en een luidspreker en een statief en een rugzak en een paspoort en drie houten Rolex dozen die aan [slachtoffer 28] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
7.
hij op 9 november 2021 te [adres] , uit een kleedkamer van voetbalvereniging [naam] aan de [adres] , jassen, mobiele telefoons, (auto)sleutels, pasjes, een JBL-speaker, (sport)kleding, en een sporttas die aan [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en waarbij verdachte zich de toegang tot die kleedkamer heeft verschaft door via de onafgesloten deur die kleedkamer in te sluipen;
8.
hij op 11 november 2021 te Franeker, uit een kleedkamer aan de [adres] , een JBL-speaker die aan [slachtoffer 14] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en waarbij verdachte zich de toegang tot die kleedkamer heeft verschaft door via de onafgesloten deur die kleedkamer in te sluipen;
9.
hij in de periode van 11 november 2021 tot en met 15 november 2021 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning aan de [adres] een goed/goederen die aan [slachtoffer 15] toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door
Beoordeling
middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
10 .
hij op 14 november 2021 te [slachtoffer 17] aan [adres] , een hoeveelheid benzine die aan [slachtoffer
16] en/of [slachtoffer 17] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
11
hij op 16 november 2021 te Assen, een rijbewijs op naam van [slachtoffer 18] en een mobiele telefoon van het merk OPPO van [slachtoffer 18] voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Parketnummer 18-340716-21
De rechtbank acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij op 17 oktober 2021 te Assen, [slachtoffer 19] heeft mishandeld door die [slachtoffer 19]
ten val te brengen door hem van zijn fiets te trekken en
vervolgens meermalen, in het gezicht te slaan;
2
hij op 17 oktober 2021 te Assen, [slachtoffer 19] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 19] dreigend de woorden toe te voegen: "jij moet niet zo stoer doen, anders ga ik een pipa ophalen.”
Parketnummer 96/156927-22
De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 10 op 11 oktober 2021 te [adres] en [adres] , als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en geen medewerking daaraan heeft verleend.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Parketnummer 18/310893-21:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
diefstal door twee of meer verenigde personen
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
diefstal
diefstal
poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
10 . primair diefstal
11. primair opzetheling
Parketnummer 18-340716-21
mishandeling;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Parketnummer 96/156927-22
1. overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
Ten aanzien van parketnummer 18-340716-21, feit 1 (mishandeling [slachtoffer 19] )
Voor zover verdachte zich heeft beroepen op de omstandigheid dat hij zou hebben gehandeld in een noodweersituatie toen hij [slachtoffer 19] sloeg, omdat [slachtoffer 19] een mes heeft getrokken en hij verdachte in zijn arm heeft gestoken, overweegt de rechtbank als volgt.
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen die gedragingen van aangever weliswaar worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding (van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed), maar was deze aanranding een reactie op het handelen van verdachte. De handelingen van verdachte moeten als aanvallend worden aangemerkt. Immers, de verklaring van [slachtoffer 19] dat hij het mes pas trok toen hij op de grond lag en door verdachte meermalen werd geslagen, wordt ondersteund door de verklaring van verdachte zelf. Verdachte heeft, op aanvullende vragen van de rechtbank, ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 19] meermalen heeft geslagen en dat [slachtoffer 19] daarna een mes trok. Het meermalen slaan tegen het hoofd terwijl aangever op de grond lag, is niet anders te duiden dan als een aanval van verdachte op aangever en kan daarmee op geen enkele wijze leiden tot de conclusie dat sprake was van een noodweersituatie voor verdachte. Dat verdachte in zijn arm is gestoken door [slachtoffer 19] en er daardoor letsel bij verdachte is ontstaan, is te betreuren, maar maakt die conclusie niet anders.
Het verweer wordt verworpen, verdachte is derhalve strafbaar.
Strafmotivering
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden en een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest. Daarbij vordert de officier van justitie tevens ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging verzoekt de officier van justitie de vordering af te wijzen, doch om de proeftijd van deze voorwaardelijke straf te verlengen met één jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de strafeis van de officier van justitie redelijk geacht.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de reclasseringsadviezen van 8 februari 2023, 6 maart 2023 en 8 juli 2023, het uittreksel van de justitiële documentatie alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft zich in heel korte tijd, te weten op één dag met zijn kompanen schuldig gemaakt aan meerdere woninginbraken en pogingen daartoe. Diezelfde avond werden door verdachte en een medeverdachte ook spullen ontvreemd uit een recreatiegebouw van een camping. In een ware strooptocht werd alles wat men maar kon stelen gestolen. Buiten deze gezamenlijke strooptocht is verdachte ook alleen op pad gegaan. Verdachte heeft een inbraak gepleegd in een woning, een poging daartoe ondernomen bij een andere woning, hij is de kleedkamer van meerdere voetbalclubs binnengeslopen om spullen te ontvreemden en heeft benzine gestolen. Kennelijk heeft verdachte geen moment stil gestaan bij de schade en de impact die dit veroorzaakt bij de slachtoffers. Het eigen gewin was het enige dat telde.
Naast het plegen van vermogensdelicten heeft verdachte ook geweld en dreiging met geweld niet geschuwd, zoals blijkt uit de mishandeling en de bedreiging van [slachtoffer 19] .
Beoordeling
Dergelijke feiten zorgen voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij de direct betrokkenen in het bijzonder.
Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 14 augustus 2023 volgt dat verdachte meerdere keren is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Verdachte liep ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten nog in een proeftijd. De eerdere veroordelingen en de proeftijd hebben verdachte er niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee.
Anderzijds volgt uit de reclasseringsrapporten ten aanzien van verdachte dat er een verandering in het leven van verdachte heeft plaatsgevonden doordat verdachte inmiddels ruim een jaar een partnerrelatie heeft. De reclassering beschrijft dat verdachte zeer gemotiveerd is om zijn leven een positieve wending te geven. De rechtbank weegt dit in het voordeel van verdachte mee.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 890 dagen, waarvan 450 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, passend en geboden is. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf staat gelijk aan de reeds door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd (440 dagen). De voorwaarden die aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf worden verbonden strekken tot het zoveel mogelijk beperken van het recidiverisico.
Daarnaast ziet de rechtbank in de weigering van verdachte om medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek aanleiding om een ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM) op te leggen voor de duur van 12 maanden. De verplichting gevolg te geven aan een dergelijk bevel dient ter bevordering van de verkeersveiligheid, die in gevaar wordt gebracht als onder invloed van drugs aan het verkeer wordt deelgenomen. Door medewerking te weigeren kan niet worden vastgesteld of degene tegen wie een verdenking bestaat inderdaad onder invloed was van drugs en zo ja, welke middelen dat zijn geweest. Juist om die reden wordt een dergelijke weigering relatief zwaar bestraft.
Benadeelde partij
Parketnummer 18/310893-21
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van € 4.474,32 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 2] , tot een bedrag van € 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderdmet wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 28] , tot een bedrag van € 76,81 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderdmet wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 23] tot een bedrag van € 858,94 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 24] tot een bedrag van € 285,04 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 25] tot een bedrag van € 1.030,98 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 26] tot een bedrag van € 400,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 27] tot een bedrag van € 506,45 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 15] tot een bedrag van € 318,90 ter zake van materiële schade, vermeerderd metwettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 1] vatbaar is voor toewijzing, tot een bedrag van € 2.132,00.
Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 28] en [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd en daardoor nietontvankelijk kunnen worden verklaard.
Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 27] en [slachtoffer 15] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard vanwege het ontbreken van rechtstreekse schade door het ten laste gelegde. De feiten waarop de vorderingen betrekking hebben zijn door het openbaar ministerie eerder geseponeerd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen geen verweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
Parketnummer 18/310893-21
[slachtoffer 1]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. De benadeelde partij heeft ter terechtzitting toegelicht dat de geleden schade gedeeltelijk is vergoed. De rechtbank heeft de benadeelde partij zo begrepen dat de inboedel door de verzekeraar is vergoed, met uitzondering van een autostoel (ter waarde van € 129,99) en de autolader met oplaadkabel (tezamen ter waarde van € 15,00). Daarnaast heeft de benadeelde partij ter terechtzitting toegelicht dat de auto niet is gerepareerd waardoor de dagwaarde nu nog € 500,00 bedraagt in plaats van € 2.500,00. De schade aan de auto bedraagt derhalve € 2.000,00.
De rechtbank zal op de autostoel een afschrijvingspercentage toepassen van 10 %, waardoor de waarde daarvan wordt vastgesteld op € 117,00.
De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 2.132,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2021.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
[slachtoffer 2]
De benadeelde partij heeft vergoeding van immateriële schade gevorderd. Indien geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals in dit geval, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst vormen nog geen aantasting van de persoon als bedoeld in artikel
6:106 BW. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij onvoldoende gemotiveerd.
Beoordeling
De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook nietontvankelijk verklaard.
[slachtoffer 28]
Ten aanzien van de gevorderde schade in de vorm van reiskosten van Hoogeveen naar Assen en van Hoogeveen naar Zwolle, is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezen verklaarde. De rechtbank overweegt hiertoe dat de benadeelde partij de gestolen spullen heeft moeten ophalen op het politiebureau in Assen en de gestolen camera heeft teruggekocht in Zwolle. De vordering zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 37,67, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 oktober 2021.
Naar het oordeel van de rechtbank is de door de benadeelde partij gevorderde schade bestaande uit de kosten van een boeket bloemen en de kosten die gemaakt zijn om dit boeket naar de vinder van de spullen te brengen, geen rechtstreeks gevolg van het onder 6 bewezen verklaarde. De rechtbank zal daarom de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
[slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 27] en [slachtoffer 15]
Ten aanzien van de benadeelde partijen [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] ,
[slachtoffer 26] , [slachtoffer 27] en [slachtoffer 15] is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat door het bewezen verklaarde geen rechtstreekse schade wordt toegebracht aan de benadeelde partijen. De zaken waarop de vorderingen betrekking hebben, zijn eerder door het openbaar ministerie geseponeerd. De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen in de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Bij onherroepelijk vonnis van 21 april 2021 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De proeftijd is ingegaan op 7 mei 2021. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
De officier van justitie heeft bij vordering van 11 april 2021 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat de proeftijd met een jaar wordt verlengd.
Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, kan de vordering in beginsel worden toegewezen. Echter, gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld, ziet de rechtbank aanleiding om te volstaan met verlenging van de proeftijd voor de duur van één jaar. De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf zal de rechtbank daarom afwijzen.
Inbeslaggenomen goederen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen goederen kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbenden, met uitzondering van de personenauto (merk: Opel) met het kenteken [nummer] . Ten aanzien van genoemde personenauto heeft de officier van justitie aangevoerd dat deze verbeurd dient te worden verklaard. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat de personenauto is gebruikt bij veel inbraken in een groot gebied dat niet bereikbaar is zonder auto.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de honkbalknuppel, het horloge (merk: TW Steel), het mes, de plakband en de personenauto (merk: Opel) met het kenteken
[nummer] , moeten worden bewaard ten behoeve van de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbende(n). Ten aanzien van de personenauto heeft de rechtbank overwogen dat niet is gebleken dat verdachte eigenaar is van de auto. Verbeurdverklaring van de personenauto zal verdachte niet treffen.
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen lens (merk: Canon) kan worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer 28] .
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 60a, 63, 285, 300, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176, 179 van de Wegenverkeerswet 1994. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder parketnummer 18/310893-21 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 primair en 11 primair, het onder parketnummer 18/340716-21 onder 1 en 2 en het onder parketnummer 96/15692722 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 890 dagen
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 450 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
dat de veroordeelde binnen 5 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie meldt bijReclassering Nederland, Polluxstraat 114 te Eindhoven. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering nodig acht;
dat de veroordeelde zal deelnemen aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheden of eenandere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie aan de veroordeelde zullen worden gegeven;
dat de veroordeelde zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werken/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
dat de veroordeelde meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van
afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
5. dat de veroordeelde meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om hetmiddelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle.
Beoordeling
De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd. Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid,
van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen. een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden (afgegeven in parketnummer 18/310893-21).
Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen:
Ten aanzien van 18/310893-21 Feiten 1 en 2:
[slachtoffer 1]
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt de veroordeelde hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, de veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 1] te betalen:
het bedrag van € 2.132,00 (zegge: tweeduizend honderdtweeëndertig euro);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 oktober 2021 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor het overige af.
Legt aan de veroordeelde hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt de veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van € 2.132,00 (zegge: tweeduizend honderdtweeëndertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2021 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 2.132,00 aan materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 31 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als de veroordeelde of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, de veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
[slachtoffer 2]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Feit 6
[slachtoffer 28]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 28] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt de veroordeelde hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, de veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 28] te betalen:
het bedrag van € 37,67 (zegge: zevenendertig euro en zevenenzestig eurocent);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 oktober 2021 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Legt aan de veroordeelde hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt de veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 28] aan de Staat te betalen een bedrag van € 37,67 (zegge: zevenendertig euro en zevenenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2021 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 37,67 aan materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als de veroordeelde of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, de veroordeelde in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Overige vorderingen
[slachtoffer 23]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 24]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 25]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 26]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 27]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 15]
Verklaart de vordering van [slachtoffer 28] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.