Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-08-30
ECLI:NL:RBNNE:2023:3788
Civiel recht
Wraking
2,520 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Bij de (rol)behandeling van 29 augustus 2023 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. C. van den Noort, rolrechter in de procedure met nummer 10664710 CV EXPL 23-5435 in de zaak van de besloten vennootschap SK Juristen B.V. te Veendam tegen verzoeker.Van het mondelinge verzoek is proces-verbaal opgemaakt. Dit heeft verzoeker mede ondertekend. Mr. Van den Noort heeft mondeling aangegeven niet in de wraking te berusten.
Beoordeling
2.1.
Uit het opgemaakte proces-verbaal blijkt dat het volgende zich ter gelegenheid van de (rol)zitting heeft voorgedaan:
Na kort te hebben gesproken over de dagvaarding d.d. 7 augustus 2023 en de reactie daarop
van de heer [verzoeker], overhandigt de heer [verzoeker] een schriftelijk stuk waarboven is
gesteld “vraag” en waarin hij de rolrechter vraagt of hij dit bij de woorden ja of nee wil
ondertekenen.
Volgens de heer [verzoeker] behoort bij de schriftelijke vraag ook een aantal stukken die daar
onderdeel van uitmaken en die daarbij moeten worden betrokken.
In het stuk vraagt de heer [verzoeker] of de rechtbank, “met alle inspanningen van dien,
volledige medewerking gaat verlenen in het voorzien tot het verkrijgen van die
informatievoorziening, wat uiteindelijk (geresulteerd) geleid heeft tot een: zelfmoord broer
ondergetekende.” Volgens de verklaring kan worden volstaan met beantwoording met een ja
of nee en een ondertekening.
De rolrechter heeft geweigerd deze vraag met ja of nee te beantwoorden omdat naar zijn
mening het onderwerp wat in de vraag aan de orde is geen betrekking heeft op de vordering
van SK Juristen. Volgens de heer [verzoeker] is dat wel het geval.
Naar aanleiding van deze weigering van de rolrechter om tot beantwoording van de vraag
over te gaan heeft de heer [verzoeker] laten weten dat hij de rolrechter wraakt.
2.2.
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.
2.4.
Uit de wet volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.2.5. Het wrakingsverzoek richt zich op de (procedurele) beslissing van de rolrechter om in de procedure met nummer 10664710 CV EXPL 23-5435 niet in te gaan op beantwoording van de door verzoeker gestelde vraag. In de overwegingen die tot die beslissing hebben geleid, kan de wrakingskamer niet treden. Verzoeker is het kennelijk niet eens met die beslissing, maar heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid.
2.6.
Verzoeker is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan daarom achterwege blijven.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
bepaalt dat de procedure met nummer 10664710 CV EXPL 23-5435 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. Van den Noort en SK Juristen B.V.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, J.Y.B. Jansen en A. Jongsma en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open
js (319)
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Bij de (rol)behandeling van 29 augustus 2023 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. C. van den Noort, rolrechter in de procedure met nummer 10664710 CV EXPL 23-5435 in de zaak van de besloten vennootschap SK Juristen B.V. te Veendam tegen verzoeker.Van het mondelinge verzoek is proces-verbaal opgemaakt. Dit heeft verzoeker mede ondertekend. Mr. Van den Noort heeft mondeling aangegeven niet in de wraking te berusten.
Beoordeling
2.1.
Uit het opgemaakte proces-verbaal blijkt dat het volgende zich ter gelegenheid van de (rol)zitting heeft voorgedaan:
Na kort te hebben gesproken over de dagvaarding d.d. 7 augustus 2023 en de reactie daarop
van de heer [verzoeker], overhandigt de heer [verzoeker] een schriftelijk stuk waarboven is
gesteld “vraag” en waarin hij de rolrechter vraagt of hij dit bij de woorden ja of nee wil
ondertekenen.
Volgens de heer [verzoeker] behoort bij de schriftelijke vraag ook een aantal stukken die daar
onderdeel van uitmaken en die daarbij moeten worden betrokken.
In het stuk vraagt de heer [verzoeker] of de rechtbank, “met alle inspanningen van dien,
volledige medewerking gaat verlenen in het voorzien tot het verkrijgen van die
informatievoorziening, wat uiteindelijk (geresulteerd) geleid heeft tot een: zelfmoord broer
ondergetekende.” Volgens de verklaring kan worden volstaan met beantwoording met een ja
of nee en een ondertekening.
De rolrechter heeft geweigerd deze vraag met ja of nee te beantwoorden omdat naar zijn
mening het onderwerp wat in de vraag aan de orde is geen betrekking heeft op de vordering
van SK Juristen. Volgens de heer [verzoeker] is dat wel het geval.
Naar aanleiding van deze weigering van de rolrechter om tot beantwoording van de vraag
over te gaan heeft de heer [verzoeker] laten weten dat hij de rolrechter wraakt.
2.2.
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.
2.4.
Uit de wet volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.2.5. Het wrakingsverzoek richt zich op de (procedurele) beslissing van de rolrechter om in de procedure met nummer 10664710 CV EXPL 23-5435 niet in te gaan op beantwoording van de door verzoeker gestelde vraag. In de overwegingen die tot die beslissing hebben geleid, kan de wrakingskamer niet treden. Verzoeker is het kennelijk niet eens met die beslissing, maar heeft geen concrete feiten of omstandigheden gesteld waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid.
2.6.
Verzoeker is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan daarom achterwege blijven.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
bepaalt dat de procedure met nummer 10664710 CV EXPL 23-5435 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. Van den Noort en SK Juristen B.V.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, J.Y.B. Jansen en A. Jongsma en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2023.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open
js (319)