Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland
2023-06-14
ECLI:NL:RBNNE:2023:2375
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,927 tokens
Inleiding
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
Parketnummer 18/313476-22
Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/930098-19
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 juni 2023 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 mei 2023.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M. van Zuuk, advocaat te Zwolle. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E. Veen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 24 juli 2022, te Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen van zijn verdachtes gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2 (bedrijf)] , in elk geval aan (een) ander(en) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, het omheind terrein heeft betreden door, door een gat in hekwerk te klimmen en/of te gaan en/of vervolgens op het terrein aan meerdere voertuigen heeft gevoeld en/of in een voertuig is gaan zitten en/of een dashboard heeft geopend en/of in meerdere, althans een, voertuig(en) en/of op het terrein heeft gezocht naar geld en/of (een) goed(eren) van zijn verdachtes gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Beoordeling
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet de intentie had om te stelen. Verdachte heeft enkel uit nieuwsgierigheid het terrein van het bergingsbedrijf betreden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten, zoals hieronder zakelijk weergegeven:
1. De door verdachte ter terechtzitting van 31 mei 2023 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op het terrein ben geweest. Het klopt ook dat ik de persoon ben die op de camerabeelden te zien is. Ik zag een gat in het hek en ben door dat gat gekropen en het terrein opgelopen. Ik ben langs een vrachtwagen gelopen en ik heb in een auto gezeten. Ik wist dat ik bezig was met iets dat niet mocht. Ik ben weer van het terrein afgegaan, omdat ik lichten zag aankomen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 juli 2022,opgenomen op pagina 37 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL01002022191214 d.d. 29 juli 2022, inhoudend als verklaring van verdachte:
V: Nou was het afgelopen nacht niet koud. Maar toch loop je met een hoody op. Waarom doe je dat?
A: Om herkenning te voorkomen.
V: Nou hebben we corona gehad. Waarom had je een mondmasker op?
A: Om herkenning te voorkomen.
V: Waarom wou je niet herkend worden?
A: Ik wou er ook geen gezeur over hebben.
V: Waarom had je de handschoenen bij de vrachtwagen nog steeds aan? A: Om herkenning te voorkomen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 24 juli 2022, opgenomenop pagina 5 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2 (persoon)] :
Ik ben eigenaar van [slachtoffer 2 (bedrijf)] gevestigd aan de [adres] te Hoogeveen. Op de camerabeelden zag ik dat op 24 juli 2022 omstreeks 04:25 uur een persoon op mijn terrein liep. De persoon was goed in beeld. Ik zag dat hij er als volgt uitzag: normaal postuur, zwart grijze hoody met capuchon op en een wit mondkapje voor. De man zag ik bij een auto van [slachtoffer 1] . Ik zag de persoon via de bijrijderskant de auto naar binnen gaan en weer naar buiten. Hij was ongeveer 2 minuten in de auto geweest. Ik zag later bij de auto dat het dashboard kastje openstond. De persoon is over het hek weggevlucht.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2022,opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [naam] :
Op 24 juli 2022 ging ik ter plaatse naar [slachtoffer 2 (bedrijf)] te Hoogeveen. Ik zag de
camerabeelden. Ik zag dat een persoon in beeld kwam op het terrein van [slachtoffer 2 (persoon)] . Ik zag dat deze persoon aan meerdere deuren van voertuigen begon te voelen en meerdere
deuren opende. Ik zag vervolgens dat deze persoon meerdere voertuig op het terrein van [slachtoffer 2 (persoon)] ook in ging en zich hier voor meerdere seconden/minuten ophield. Ik zag dat dit allemaal plaatsvond omstreeks 04.27 uur.
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt vast dat verdachte op 24 juli 2022 omstreeks 04:25 uur op het afgesloten terrein van het bergingsbedrijf aan de [adres] in Hoogeveen – dat is [slachtoffer 2 (bedrijf)] – aanwezig is geweest. Verdachte heeft het terrein betreden door door een gat in het hek te klimmen. Op het terrein voelde hij aan deuren van meerdere voertuigen, opende hij deuren, nam hij in voertuigen plaats, verbleef hij korte tijd in de voertuigen en heeft hij een dashboardkastje geopend. Op het moment dat verdachte autolichten het terrein zag opkomen, is hij het terrein ontvlucht. De ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte dat hij het terrein uit impulsiviteit en nieuwsgierigheid heeft betreden, acht de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank betrekt hierbij dat verdachte het terrein in de nachtelijke uren heeft betreden. Daarnaast betrekt de rechtbank hierbij dat verdachte op dat moment een capuchon, handschoenen en een mondkapje droeg, terwijl verdachte hierover zelf bij de politie heeft verklaard – en ter terechtzitting heeft bevestigd – dat dit was om herkenning te voorkomen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte, voordat hij het terrein betrad, een moment heeft nagedacht over hetgeen hij ging doen. Daar komt bij dat in de auto van verdachte gereedschap is aangetroffen dat kan doorgaan voor inbrekerswerktuig. De rechtbank heeft zo haar twijfels over de verklaring van verdachte voor de aanwezigheid van dit gereedschap in zijn auto. Gelet op het voorgaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte op genoemde datum en plaats aanwezig is geweest met het oogmerk om geld en/of goederen van zijn gading weg te nemen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij, op 24 juli 2022, te Hoogeveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen van zijn verdachtes gading dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2 (bedrijf)] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van inklimming, het omheind terrein heeft betreden door door een gat in hekwerk te klimmen en te gaan en vervolgens op het terrein aan meerdere voertuigen heeft gevoeld en in een voertuig is gaan zitten en een dashboard heeft geopend en in voertuigen op het terrein heeft gezocht naar geld en/of goederen van zijn verdachtes gading, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
1. poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot 4 weken voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van 3 jaar.
Dictum
18930098-19:
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 14 juli 2020.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Depping, voorzitter, mr. H.R. Eising en mr. H. Hanssen, rechters, bijgestaan door mr. K. Bodewes-Maas, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juni 2023.
Beoordeling
De officier van justitie heeft daarbij aangegeven dat het verbinden van bijzondere voorwaarden aan die voorwaardelijke straf niet wordt gevorderd, nu reeds tot 8 maart 2026 bijzondere voorwaarden, verbonden aan een eerder vonnis gewezen op 24 februari 2023, van toepassing zijn.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om, indien de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen acht, overeenkomstig het advies van de reclassering geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal door inklimming. Verdachte is – zoals hij overigens ter terechtzitting ook heeft toegegeven - overlopen op het (afgesloten) terrein van [slachtoffer 2 (bedrijf)] . Hij heeft aan deurklinken van aldaar geparkeerde voertuigen gevoeld en heeft plaatsgenomen in ten minste één niet afgesloten auto. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte uit was op geld of goederen van zijn gading.
Door te handelen zoals is bewezen verklaard, heeft verdachte het eigendomsrecht van de slachtoffers geschonden. Dergelijk handelen veroorzaakt doorgaans niet alleen materiële schade, maar ook overlast en ergernis. Dat het in het onderhavige geval bij een poging is gebleven, maakt dit niet anders.
Uitgangspunt
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).Volgens de oriëntatiepunten van het LOVS is, in geval van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken het uitgangspunt voor een inbraak in een bedrijfspand. De rechtbank betrekt in het geval van verdachte hierbij dat het bij een poging is gebleven.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie van 30 maart 2023. Daaruit blijkt dat verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Deze veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee.
De rechtbank weegt verder in het nadeel van verdachte mee dat hij, ook op de terechtzitting, nog steeds geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Verdachte heeft aldus geen verantwoordelijkheid genomen voor het door hem gepleegde strafbare feit. Verdachte heeft daarentegen volgehouden dat zijn actie “volledig impulsief” was en dat hij “niet de intentie had” op het wegnemen van geld of goederen. De rechtbank acht dit, zoals hierboven reeds is overwogen niet geloofwaardig.
Aan de andere kant volgt uit het reclasseringsrapport van 10 mei 2023 dat verdachte zich sinds het begin van dit jaar goed inzet voor zijn zorg- en begeleidingstraject. Er is op dit moment sprake van een groot aantal beschermende factoren: verdachte heeft een vast contract, werkt fulltime, heeft een stabiele relatie en er is sprake van een gezonde financiële situatie. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou enkel negatieve consequenties hebben, waardoor het recidiverisico alleen maar toeneemt, aldus de reclassering. De rechtbank weegt dit in sterke mate in het voordeel van verdachte mee.
Op te leggen straf
Alles overwegende acht de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met een proeftijd van 3 jaar, passend en geboden. De rechtbank zal hierbij geen bijzondere voorwaarden opleggen.
Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Het openbaar Ministerie heeft op 20 april 2023 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 14 juli 2020 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden.
Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze vordering dient te worden afgewezen. De raadsvrouw heeft, gelet op de door haar bepleite vrijspraak, primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering af te wijzen.
Hoewel verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen, nu de tenuitvoerlegging niet opportuun is. Gelet op de recent ingezette positieve gedragsverandering van verdachte zal tenuitvoerlegging op dit moment van voormelde voorwaardelijke gevangenisstraf enkel negatieve consequenties hebben.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.